Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Taakgerichte hulpverlening (TGH) is een bekend begrip voor maatschappelijk werkers die in de laatste decennia zijn opgeleid. TGH is een methodiek van maatschappelijk werk, of liever van sociaal werk. De internationale herkomst ervan garandeert dat ook andere dan maatschappelijk werkers ervan kunnen profiteren: de jeugdwerker, de reclasseringswerker, de sociaal pedagogische werker, de buurtwerker, de opvangwerker, de pedagogische werker, de gezinswerker en zo meer. Met TGH heeft u een instrument in handen dat in vaak complexe hulpverleningssituaties houvast en structuur biedt, ook aan cliënten en derden. Trefwoorden zijn: activerend, kortdurend, systeemgericht, termijngebonden, partnerschap. Werker en cliënt spannen zich samen in voor het verlichten van een specifiek probleem, waarvoor zij beiden ‘taken’ verrichten. De nadruk ligt op de taken van de cliënt, en een groot deel van de hulpverleningsgesprekken is gericht op het helpen voorbereiden van en motiveren tot cliënttaken. Dit met het oog op zowel probleemverlichting als empowerment van de cliënt. Het boek is geschreven voor studenten van voltijd- en deeltijdopleidingen sociaal werk maar ook voor sociaal werkers in de praktijk.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. PROFIEL VAN TAAKGERICHTE HULPVERLENING (TGH)

Samenvatting
Dit hoofdstuk biedt een overzicht van wat taakgerichte hulpverlening (TGH) inhoudt. We gaan kort in op de geschiedenis van het sociaal werk en TGH daarbinnen en beschrijven het begrip methodiek in algemene zin (1.1). Dit is de opmaat tot het karakteriseren van de gelaagde methodiek taakgerichte hulpverlening: het werkmodel, de theorie, de onderzoeksbasis en de waardepremissen ervan (1.2). Zo ontstaat een breed overzicht, waarvan sommige elementen pas goed op hun plaats zullen vallen bij het lezen van de volgende hoofdstukken. In paragraaf 1.3 komt aan de orde bij welk type problemen TGH toegepast kan worden en wordt ook een aantal probleemcategorieën onderscheiden. Tot slot (1.4) komen enige misverstanden over TGH voor het voetlicht.
Nel Jagt, Lou Jagt

2. HOE DE TIJD BONDGENOOT KAN WORDEN

Samenvatting
De korte duur van TGH is lange tijd een gezichtsbepalend kenmerk geweest. Nu aan het begin van de eenentwintigste eeuw kortdurende hulpverlening de norm lijkt te zijn geworden, is dat minder het geval. Het begrip kortdurend is relatief en het zou in verband met TGH misschien passender zijn om te spreken van beperkte dan van korte termijn (2.1). Motieven voor de korte(re) duur zijn gebaseerd op onderzoek naar effecten van zowel kortdurende als langdurige en niet-termijngebonden (open ended) hulpverlening én op theorie over probleemverandering en evenwichtsherstel (2.2). TGH kiest voor beperkte duur, maar minstens zo belangrijk is het bewuste gebruik van tijdslimieten, dat wil zeggen dat het hulpverleningstraject gebonden wordt aan een termijn. Werker en cliënt leggen vast hoeveel tijd ze zullen besteden c.q. hoeveel gesprekken ze zullen voeren alvorens de eindstreep te trekken. Opzet is dat de tijdslimiet gaat functioneren als stimulans (2.3).
Korte duur en tijdslimiet worden bewust gehanteerd om de hulpverlening zo effectief mogelijk te doen zijn, maar ze ‘werken’ alleen als ook aan andere voorwaarden voldaan is. De tijd kan bondgenoot worden, maar dat stelt eisen aan de kwaliteit van systematische en responsieve communicatie, de helderheid van de doelen, een brede en systeemgerichte exploratie van de (probleem)situatie van de cliënt en aan de transparantie van het handelen van de werker (2.4). Voldoen aan deze eisen vraagt om professionele expertise; aan het eind van het hoofdstuk daarom de vraag of jonge, pas beginnende werkers wel met het TGH-model uit de voeten kunnen (2.5).
Nel Jagt, Lou Jagt

3. HET BEGIN

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over het begin van een TGH-traject, dat – als alle begin – moeilijk is. Daarbij maakt het verschil of het initiatief tot contactlegging uitgaat van de cliënt die met een hulpvraag komt of van de werker die vrijblijvend, dringend of dwingend een hulpaanbod doet. De ‘vrijwillige’ cliënt heeft vaak een dubbel probleem: het probleem waarvoor hij hulp inroept en het probleem dat hij hulp moet vragen. De ‘onvrijwillige’ cliënt heeft ten minste het probleem dat iemand anders zich namens (een instantie in) de samenleving ongevraagd met zijn leven bemoeit. Centrale opgave voor de werker is het leggen van de basis voor een samenwerkingsrelatie waarin zij met de cliënt – ten minste gedeeltelijk – op hetzelfde spoor zit. Wanneer weloverwogen pogingen om zo’n basis te leggen stranden, zullen de wegen moeten scheiden.
Bij de start ligt het accent op probleemexploratie (3.1) die aanknoopt bij een eerste probleemomschrijving van cliënt of werker, en op uitleg over de uitgangspunten en werkwijze van TGH (3.2). In dit hoofdstuk worden probleemexploratie en uitleg na elkaar besproken, hoewel ze in de praktijk niet chronologisch op elkaar volgen maar dooreenlopen. Een dubbele praktijkschets illustreert hoe dat eruit kan zien (3.3). Ten slotte wordt de vraag gesteld voor welke cliënten de beginfase van TGH geen vervolg zal hebben (3.4).
Nel Jagt, Lou Jagt

4. VAN PRIORITEREN TOT SPECIFICEREN

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat nog steeds over de beginfase van de hulpverlening. De cliënt heeft, met hulp van de werker, zo goed mogelijk onder woorden gebracht met welke problemen hij kampt (eerste probleemexploratie met aandacht voor strengths en hulpbronnen). Hij heeft enige uitleg gekregen over TGH en gebleken is dat werker en cliënt met elkaar in zee willen. Er is een soort basisovereenkomst, maar om tot een expliciete samenwerkingsovereenkomst c.q. contract te komen, moet nog nader bepaald worden aan welk probleem(aspect) gewerkt gaat worden en welk doel wordt nagestreefd. Daartoe wordt de exploratie voortgezet en gaan werker en cliënt aan de slag met probleemafbakening of prioriteitsstelling.
Als het probleem is afgebakend en de prioriteiten zijn gesteld (4.1), wordt het mogelijk om te komen tot doelbepaling en hoofdtaakformulering (4.2). De hoofdtaakformulering beschrijft wat moet worden ondernomen om het doel te bereiken. Ze is globaal en moet dat ook zijn; concretisering in de vorm van taken zal gebeuren bij voortschrijdende probleemspecificatie. Hiermee wordt al in de startfase begonnen (4.3) en er wordt in de middenfase van TGH mee doorgegaan. Bij probleemspecificatie wordt een afgebakend probleem in detail geëxploreerd om na te gaan waar de beste aangrijpingspunten voor verandering liggen. Dat betekent tevens dat scherp gelet wordt op specifieke strengths en hulpbronnen, zowel bij de cliënt als in de omgeving. Ook staan we uitgebreid stil bij de betekenis van de overtuigingen van de cliënt in relatie tot zijn probleem.
Reid en Epstein gebruiken de termen probleemexploratie en probleemspecificatie door elkaar. Daar valt wat voor te zeggen: specificatie is een vorm van exploratie en om goed te exploreren dient men te concretiseren en te specificeren. Wij reserveren de term exploratie voor de beginfase in het contact werker-cliënt, wanneer in de breedte onderzocht wordt met welke problemen de cliënt zit, prioriteiten gesteld worden en een probleem wordt afgebakend waarop de activiteiten van werker en cliënt zich zullen concentreren. Onder probleemspecificatie verstaan wij nader onderzoek van het afgebakende probleem. De termen afbakenen, selecteren en prioriteren (van het probleem) gebruiken wij als synoniemen. Het afgebakende, geselecteerde of geprioriteerde probleem kan eventueel bestaan uit twee, maximaal drie samenhangende problemen of probleemaspecten.
Nel Jagt, Lou Jagt

5. EEN CONTRACT OF SAMENWERKINGSOVEREENKOMST

Samenvatting
In het dagelijks leven kan een contract pas gesloten worden als er flink wat voorwerk is verricht: een proces van onderhandelen, loven en bieden, op elkaar afstemmen, is voorafgegaan. Men spreekt ook wel over het proces van contracteren, dat zijn afronding vindt in een tastbaar product: een schriftelijk of mondeling contract. Analoog hieraan kan wat tot nog toe in TGH-verband tussen werker en cliënt gebeurde (zie H. 3 en H. 4) worden beschouwd als een proces van contracteren. Probleemexploratie, uitleg over TGH, hoofdtaakformulering enzovoort zijn activiteiten die bouwstenen leveren voor de samenwerkingsovereenkomst die werker en cliënt sluiten.
Dit hoofdstuk gaat over het contract of de samenwerkingsovereenkomst in de hulpverlening in het algemeen en in TGH in het bijzonder (5.1). De termen contract en samenwerkingsovereenkomst worden daarbij door elkaar gebruikt. samenwerkingsovereenkomst is wellicht de beste omschrijving, maar een korter woord heeft voordelen. In paragraaf 5.2 komen argumenten voor het werken met een contract ter sprake, terwijl in paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de voor- en nadelen van een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst ten opzichte van een mondelinge. En wie schrijft er trouwens, de werker of de cliënt? Uit enkele voorbeelden van TGH-samenwerkingsovereenkomsten in paragraaf 5.4 blijkt dat er, ondanks een identiek basisformat, aanmerkelijke verschillen kunnen zijn in uitwerking. Een contract is dan ook geen harnas. Afgesloten wordt met de vraag hoe rekkelijk of precies het contract wordt gehanteerd (5.5).
Nel Jagt, Lou Jagt

6. TAKEN, TAKEN EN NOG EENS TAKEN

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over ontwerpen, plannen en voorbereiden van het uitvoeren van taken, die probleemverlichting beogen en ook versterking van het probleemoplossend vermogen van de cliënt. Allereerst wordt het centrale begrip ‘taak’ belicht (6.1). Niet alles wat werker en cliënt ondernemen met het oog op probleemaanpak noemen we een taak. Wat wel en wat niet? Verschillende soorten taken worden onderscheiden. Uitgebreid wordt stilgestaan bij taakselectie (6.2), het kiezen van een taak op basis van een taakvoorstel dat zowel van de werker als van de cliënt kan komen; TGH is in velerlei opzicht toegesneden op het aanwakkeren van de motivatie van de cliënt (6.3). De werker zal met de cliënt stilstaan bij de uitvoerbaarheid van de taak en voor zover nodig op systematische wijze ondersteuning bieden bij taakplanning en -voorbereiding (6.4). In de laatste paragraaf wordt nader ingegaan op interventies, technieken en taken van de werker (6.5).
Nel Jagt, Lou Jagt

7. DE TAAKRAPPORTAGE EN WAT ERUIT VOLGT

Samenvatting
Op taakplanning en taakvoorbereiding volgt taakuitvoering. Meestal is de werker niet bij de taakuitvoering van de cliënt aanwezig en de cliënt niet bij die van de werker. De volgende stap is taakrapportage, dat wil zeggen: de cliënt brengt de werker verslag uit en vice versa.
Soms verloopt het niet zo gladjes. Er is een taak afgesproken maar de volgende keer is de cliënt vol van een nieuw probleem, een ander probleem dan dat waarover in het contract afspraken zijn gemaakt. In 7.1 komt aan de orde hoe de werker daarop ingaat. Vervolgens wordt kort stilgestaan bij de taakrapportage van de werker, maar al snel verschuift de aandacht weer naar de cliënt. Hoe rapporteert die over zijn taakuitvoering en hoe gaat de werker erop in? Ook bijvoorbeeld als de cliënt niet aan zijn taakuitvoering is toegekomen? Wanneer is behalve mondelinge ook schriftelijke rapportage zinvol? Hoe verloopt de taakbespreking op zo’n manier dat de werker niet in de rol stapt dat zij de taakuitvoering van de cliënt gaat analyseren (als was zij beoordelaar of toetser), maar de vorm krijgt van een echte dialoog?
Taakrapportageformulieren waarop werker en cliënt allebei zowel de taakuitvoering als het taakresultaat waarderen, kunnen daarbij dienen als hulpmiddel. Werken met zulke formulieren is niet per se nodig, maar het is wel zinnig in de bespreking onderscheid te maken tussen taakuitvoering en taakresultaat. Als het taakresultaat slecht is, hoeft de taakuitvoering dat nog niet te zijn. En een minder goed resultaat van een bepaalde taak hoeft niet desastreus uit te pakken voor de overeengekomen hoofdtaak (7.2).
Werker en cliënt proberen lering te trekken uit de ervaringen die zijn opgedaan met het uitvoeren van een bepaalde taak. Wat zij leren over de cliënt en zijn situatie kan benut worden bij het ontwerpen van volgende taken (7.3), als die er zijn tenminste. Het komt voor dat één taak voldoende is, maar in de meeste gevallen volgen twee, drie of meer taken elkaar op, nu eens heel soepel en dan weer met haperingen. Hoe een volledig taaktraject eruit kan zien, wordt geïllustreerd aan twee moderne sprookjes (7.4). De laatste paragraaf gaat over de wijze waarop werker en cliënt anticiperen op het einde van het contact (7.5).
Nel Jagt, Lou Jagt

8. DE EINDSTREEP

Samenvatting
Op het laatste stukje van een TGH-traject kan een valkuil opdoemen die direct te maken heeft met het naderen van de eindstreep. Ook kunnen zich complicaties voordoen als gevolg van het feit dat werker en cliënt al in bepaalde valkuilen getuimeld zijn (8.1). Voorbij deze valkuilen – die in de meeste gevallen vermeden kunnen worden – is de centrale vraag van dit laatste hoofdstuk: wat betekent het trekken van de eindstreep voor werker en cliënt? Wat moet er in de laatste gesprekken gebeuren? Het gaat kortweg om het zorgvuldig afronden van het hulpverleningsproces, hetgeen zowel evalueren als afscheid nemen inhoudt. Bij de evaluatie wordt een balans opgemaakt: welke mate van probleemverlichting is bereikt, welke probleemoplossende ervaringen zijn opgedaan, in hoeverre zijn die omgezet in probleemoplossende vaardigheden en vooral ook: (hoe) kan de cliënt op eigen kracht verder? (8.2) Soms wordt gekozen voor een laatste taak, die symboliseert dat de laatste ronde tegelijkertijd een nieuw traject inluidt (8.3). Afronden van het TGH-proces betekent ook dat werker en cliënt afscheid van elkaar nemen; er komt een eind aan een relatie die voor beide partijen van betekenis is geweest. Soms gaat dat gepaard met een afscheidsritueel dat die betekenis onderstreept (8.4). Voor bepaalde cliënten zal het nodig zijn voorbereidingen te treffen voor een volgend TGH- of een ander type hulpverleningstraject (8.5).
Wanneer de eindstreep gepasseerd is, kan de werker de verzamelde rapportage benutten voor kleinschalig onderzoek: wat werkt?
Nel Jagt, Lou Jagt

Nawerk

Meer informatie