Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Nederland kent internationaal gezien een laag suïcidecijfer, namelijk 1.500 suïcides per jaar. Toch is elke suïcide er een te veel. Met dit boek willen de auteurs een bijdrage leveren aan de terugdringing van suïcides.

Suïcidepreventie in de praktijk richt zich primair op wat je moet doen: welke vragen stel je, hoe stel je ze, wanneer en aan wie, hoe zorg je voor continuïteit, waar moet je op letten etc. De onderwerpen variëren van de onderkenning van suïcidale jongeren op school tot de behandeling van de chronisch suïcidale patiënt. Er worden preventief georiënteerde programma’s beschreven, handvatten geboden voor de opvang van suïcidepogers in het ziekenhuis en crisisinterventie, maar ook de hulp aan nabestaanden van een suïcide komt aan bod. Ook besteden de auteurs aandacht aan specifieke groepen zoals verslaafden, mensen met een persoonlijkheidsstoornis en ouderen met een doodswens. Daarnaast behandelen zij praktische methoden als cognitief-gedragstherapeutische interventies, interventies vanuit de dialectische gedragstherapie en de aanpak van dwangmatig piekeren over zelfdoding. Dit praktijkboek bevat vele gevalsbeschrijvingen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Begrippen, cijfers en verklaringen

Voorwerk

1. Terminologie en definities

Samenvatting
Om hulp te kunnen bieden bij suïcidaliteit is het van belang nauwkeurig te omschrijven waar we het over hebben. In dit eerste hoofdstuk geven we definities en omschrijvingen van de begrippen suïcide of zelfdoding, suïcidepoging of poging tot zelfdoding, suïcidegedachten, doodsgedachten, zelfverwonding, zelfvergiftiging, suïcidaliteit en automutilatie. Omdat er nogal eens misverstanden bestaan over de betekenis van deze begrippen, geven we voorbeelden en toelichtingen om een zo helder mogelijk gebruik van deze termen te bevorderen. Ook zullen we een aantal bijzondere vormen van suïcide behandelen en grensgevallen waarbij het onduidelijk kan zijn of het gaat om suïcide of niet.
Ad Kerkhof

2. Epidemiologie van suïcidaal gedrag

Samenvatting
In dit hoofdstuk vatten we samen wat bekend is over frequenties van suïcides, suïcidepogingen en suïcidegedachten in Nederland. We geven de samenhang met leeftijd, geslacht, burgerlijke staat en andere demografische gegevens, waar die samenhang van belang is voor de hulpverlening. Indien mogelijk trachten we steeds de psychologische en sociologische betekenis van de statistische gegevens te duiden. We beginnen met het voorkomen van suïcides. Gegevens zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Ad Kerkhof

3. Verklaringen

Samenvatting
Waarom maakt iemand een einde aan zijn leven? Op deze vraag is vaak geen sluitend antwoord te krijgen. Want waarom maakt de ene persoon een einde aan zijn leven terwijl de andere, in nagenoeg dezelfde omstandigheden, dat niet doet? Mensen maken een einde aan hun leven, omdat zij ernstig lijden, ongelukkig zijn en geen toekomstperspectieven meer zien. Van alle ernstig lijdende, ongelukkige mensen zonder toekomstperspectieven ondernemen echter maar betrekkelijk weinig mensen een suïcidepoging. Hoe komt het dat de een wel kan leren leven met invaliditeit en afhankelijkheid terwijl de ander dat niet kan?
Ad Kerkhof

Bejegening en behandeling

Voorwerk

4. Richtlijnen voor de behandeling van suïcidale patiënten

Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste richtlijnen die nationaal en internationaal zijn verschenen voor de behandeling van suïcidale patiënten. Het is een weergave van wat momenteel als optimale zorg wordt gezien.
Annemiek Huisman, Ad Kerkhof

5. De wanhoop bespreekbaar maken en systematische risicotaxatie

Samenvatting
Veel suïcidale patiënten zijn ontevreden over hun hulpverleners. Of het nu gaat om mensen die na een suïcidepoging in een ziekenhuis gezien worden door een consultatief psychiater, om wanhopige mensen in een crisissituatie, of om patiënten die tijdens hun behandeling voor angst- of depressieve klachten melding maken van gedachten aan suïcide, vaak is er sprake van onbegrip en misverstanden tussen patiënt en hulpverlener. Dat is al heel lang zo en het is een internationaal bekend verschijnsel.
Ad Kerkhof

6. De wanhoop behandelen

Samenvatting
Suïcidaliteit is meervoudig bepaald en adequate behandeling ervan combineert dan ook meerdere behandelvormen: biologische en psychologische, farmacotherapie en maatschappelijke ondersteuning, elektroconvulsietherapie (ECT) en beschermd wonen. In dit hoofdstuk behandelen we vooral de meest centrale concepten van suïcidaliteit, concepten die over de grenzen van stoornissen en interventiemethoden heen een rol spelen. Bij suïcidaliteit is vaak sprake van comorbiditeit en meestal is depressie een van de elementen daarin.
Ad Kerkhof, Bert van Luyn

7. Uitdagingen in de behandeling van suïcidale patiënten: oplossingen vanuit de praktijk van de cognitieve gedragstherapie

Samenvatting
Vanuit de klinische praktijk is er behoefte aan effectieve behandelingen voor suïcidaal gedrag. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een van de behandelingen waarvan de werkzaamheid is aangetoond. Jongeren en volwassenen die naast reguliere hulp twaalf sessies CGT kregen aangeboden, rapporteerden na afloop van de behandeling minder zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag, en ook minder depressieve klachten, angstklachten en suïcidale gedachten. Bovendien hadden ze meer zelfvertrouwen en waren ze beter in staat om met dagelijkse problemen om te gaan (Slee e.a., 2008a).
Nadja Slee

8. ‘Bezint eer gij begint’; DGT en suïcidaliteit

Samenvatting
Borderline problematiek wordt gekenmerkt door een range van ernstige problemen waarbij zelfbeschadiging en suïcidaliteit dominant aanwezig zijn. Marsha Linehan ontwikkelde de Dialectische Gedragstherapie (DGT) omdat zij als cognitief gedragstherapeut had ervaren dat ‘traditionele’ cognitieve gedragstherapie (CGT) tot veel drop-out leidt bij chronisch suïcidale borderline patiënten. DGT richt zich op de verschillende ontwikkelingsstadia die in een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) onderscheiden kunnen worden: het eerste stadium, waarin controle over gedrag ontbreekt en waarin met name impulsief zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag optreedt, en het tweede, dat wordt gekenmerkt door ‘stille wanhoop’.
Wies van den Bosch

9. Tijd, toekomst en suïcidaliteit

Samenvatting
De Joodse auteur Primo Levi schrijft over zijn ervaringen in een concentratiekamp en wat tijd voor hem betekende. Voor suïcidale mensen is de tijd net zo’n nutteloos dood gewicht.
Wessel van Beek

10. Behandeling van suïcidaal gedrag bij jongeren

Samenvatting
Dit hoofdstuk valt in drie gedeelten uiteen. We starten met enkele adviezen voor het omgaan met suïcidale jongeren, die van nut kunnen zijn tijdens zowel de inschattingsfase als de behandeling. Het tweede deel beschrijft hoe een acute crisis wordt afgewend. We geven een aantal praktische richtlijnen. Vervolgens komt de behandeling van suïcidaal gedrag aan de orde, die sterk afhankelijk is van de onderliggende problematiek. Kenmerkend voor de diversiteit is het feit dat suïcidaal gedrag geen afzonderlijke diagnostische categorie is in het classificatiesysteem DSM-IV. Daardoor is bijvoorbeeld ook een diagnose-behandelcombinatie voor suïcidaliteit in de GGZ niet gedefinieerd.
Erik Jan de Wilde

11. Huilen zonder tranen: suïcidaal gedrag bij allochtone jongeren

Samenvatting
Onder groepen allochtonen komt suïcidaal gedrag meer voor. Onderzoek in Den Haag heeft aangetoond dat het aantal suïcidepogingen onder 15-44-jarige allochtone meisjes en vrouwen verontrustend hoog is, met een piek in de leeftijdscategorie van 15-25-jarigen. Onderzoek onder Rotterdamse jongeren bevestigt dit beeld. Allochtone meisjes en vrouwen van wie de ouders afkomstig zijn uit Turkije, Marokko en Suriname doen vaker een poging tot zelfdoding dan van oorsprong Nederlandse meisjes en vrouwen.
Indra Boedjarath, Marion Ferber

12. Behandeling van suïcidaliteit bij persoonlijkheidsstoornissen

Samenvatting
Het zijn vaak patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis die ons doen beseffen hoe lastig de dreiging van suïcide kan zijn: ongeveer 10% van deze patiënten komt door suïcide om het leven, terwijl 75% ooit een suïcidepoging doet. Suïcidaal gedrag lijkt vaak hun enige manier van communiceren, een manier bovendien die vaak – en dus effectief – is bekrachtigd.
Bert van Luyn

13. Verpleegkundige zorg voor suïcidale patiënten

Samenvatting
Verpleegkundigen komen regelmatig in aanraking met suïcidale patiënten binnen uiteenlopende vormen van zorg, zowel in de psychiatrie (variërend van de acute opnameafdeling tot de langdurig ambulante zorg) als daarbuiten (algemeen ziekenhuis, thuiszorg et cetera). Vaak hebben verpleegkundigen een intensief contact met deze patiënten. Zij zien de patiënten in hun dagelijks leven, waarbinnen het lijden van de patiënt zichtbaar is en van waaruit de suïcidaliteit van de patiënt kan worden begrepen.
Berno van Meijel, Barbara Stringer, Esther Meerwijk, Bauke Koekkoek

14. Suïcidaliteit in de acute en sociale psychiatrie

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we in op twee bijzondere presentaties van suïcidaliteit: de acute en de chronische. Bij de acute variant is snel hulp nodig en het zal duidelijk zijn dat dit niet altijd tijdens kantooruren is. Bij chronische suïcidaliteit gaat het om patiënten die over een langere periode (in de beleving van sommige patiënten hun hele leven) voortdurend of herhaaldelijk suïcidaal zijn. Patiënten met deze vormen van suïcidaliteit zijn vooral terug te vinden in de sociale psychiatrie.
Bert van Luyn, Ad Kaasenbrood

15. De opvang van nabestaanden na een suïcide

Samenvatting
Jaarlijks worden in Nederland enkele tienduizenden mensen direct geconfronteerd met de gevolgen van suïcide. Tot hen behoren niet alleen partners, familieleden en vrienden van de overledene, maar ook collega’s, buren, studiegenoten, docenten, politiemensen, hulpverleners en toevallige getuigen. Voor al deze mensen geldt in meer of mindere mate dat zij achterblijven met de vraag naar het waarom van de suïcide en wat hun rol daarin geweest is.
Marieke de Groot, Jos de Keijser

Preventie

Voorwerk

16. Algemene preventie van suïcide in GGZ-instellingen

Samenvatting
Individuele hulpverleners richten zich vaak op het voorkómen van individuele suïcides van hun patiënten. Het is de taak van de GGZ-instellingen om hun beleid in overeenstemming met algemene voorwaarden voor suïcidepreventie en met wetenschappelijke ontwikkelingen vorm te geven. Voorbeelden van effectieve, algemene preventiemaatregelen bij de verkeersveiligheid zijn de verplichting om bromfietshelmen te dragen of om veiligheidsgordels te dragen in auto’s. Bij suïcidepreventie kunnen ook algemene maatregelen getroffen worden die de veiligheid van patiënten verhogen.
Ad Kerkhof, Annemiek Huisman, Cornelis van Houwelingen

17. Opvang, beoordeling en behandeling van suïcidepogers in het algemeen ziekenhuis

Samenvatting
Per jaar belanden ongeveer 15.000 suïcidepogers in Nederlandse ziekenhuizen op de Spoedeisende Hulp (SEH) (gegevens 2003-2007, Letsel Informatie Systeem, www.rivm.nl). Zij worden meestal na een melding per ambulance gebracht, enkelen komen zelfstandig of met anderen. Een substantieel deel van hen, 60%, wordt na eerste screening op de SEH voor somatische observatie of behandeling opgenomen.
Bas Verwey, Jeroen van Waarde

18. Behandeling van suïcidepogers met cognitieve gedragstherapie

Samenvatting
Het doen van een suïcidepoging zonder dodelijke afloop is een belangrijke voorspeller voor een volgende poging, alsook voor suïcide. In het kader van het suïcidepreventiebeleid van onze instelling, GGZ Friesland, trachten we daarom met suïcidepogers in contact te komen en ze een behandeling aan te bieden om een nieuwe poging te voorkomen. In deze bijdrage beschrijven we de wijze waarop we met suïcidepogers contact zoeken.
Jos de Keijser, Martin Steendam

19. Preventie in de samenleving

Samenvatting
Iets meer dan de helft van het aantal suïcides in Nederland vindt plaats buiten de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ). Dit wil zeggen dat deze mensen op het moment van overlijden niet in behandeling waren bij de GGZ. Een groot deel hiervan heeft waarschijnlijk wel ooit contact gehad met de GGZ, maar heeft de maanden en weken voorafgaand aan de suïcide zelf geen hulp gezocht.
Bregje van Spijker, Ad Kerkhof

20. De dood als uitkomst? Omgaan met suïcidaliteit en doodsgedachten bij ouderen

Samenvatting
Iedereen gaat uiteindelijk dood, hetzij door een natuurlijke dood, hetzij door een ziekte, (oorlogs)geweld, ongeval, euthanasie of suïcide. Ouderen zijn verder in hun levensloop en staan daarmee dichter bij de dood dan gezonde volwassenen. Ze zijn vaker bezig met de dood, met evalueren van het leven, de actieve participatie aan het leven neemt af en ze worden steeds meer een buitenstaander.
Lia Verlinde

21. Suïcidaliteit en verslaving

Samenvatting
Onder diegenen die door suïcide om het leven komen, bevinden zich naar verhouding veel mensen die afhankelijk zijn van alcohol- en drugsgebruik. Ook onder de mensen die niet afhankelijk zijn van middelen gebruiken er velen verdovende middelen, met name alcohol, vlak voor ze zich suïcideren. Dit hoofdstuk behandelt in het kort de relatie tussen verslaving en suïcidaliteit.
Cassandra Steenkist

Nawerk

Meer informatie