Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Op een OK wordt gewerkt met patiënten en samengewerkt met collega's en andere disciplines. Er wordt vergaderd, overlegd, gepland, georganiseerd en veranderd. De operatieassistent en de anesthesiemedewerker moeten ook deze taken kunnen uitvoeren.
In de Beroeps Voorbereidende Periode wordt bij het vak sociale vaardigheden ingegaan op soicaalcommunicatieve vaardigheden. Later in de opleiding krijgen meer specifieke functie-eisen aandacht zoals plannen, organiseren en het voeren van gesprekken.

Sociale vaardigheden op de OK bestaat uit vier delen, waarin respectievelijk het persoonlijk functioneren, samenwerken, effectiviteit en efficiëntie en veranderingsprocessen uitvoerig aan bod komen. Het leerboek is verrijkt met uitgebreide casuïstiek en verhelderende opdrachten. In deze tweede druk is hierop nog meer de nadruk gelegd. Ook is er ten aanzien van persoonlijk functioneren meer aandacht voor het gebied van zelfreflectie.

Voor het vak sociale vaardigheden bestond nog geen vakliteratuur specifiek gericht op de operatieassistent en de anesthesiemedewerker. Met dit boek wordt deze lacune gevuld.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel 1 Persoonlijk functioneren

Voorwerk

1 Leren en reflectie

Tijdens je opleiding tot operatieassistent en anesthesiemedewerker leer je theorie en vaardigheden op allerlei manieren. In dit hoofdstuk worden verschillende leermanieren besproken. De relatie tussen het aanleren van kennis en het toepassen daarvan wordt belicht. Een van de leermanieren die tijdens de opleiding veel wordt toegepast, is het leren door reflectie. Hier wordt in dit hoofdstuk extra aandacht aan besteed.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

2 Normen, waarden en overtuigingen

Dit hoofdstuk gaat over normen, waarden en overtuigingen. Deze drie elementen geven richting aan ons denken, voelen en gedrag. Het zijn de uitgangspunten van waaruit je handelt. Ze staan aan de basis van ons handelen, ook van ons handelen als beroepsbeoefenaar. Als je je uitgangspunten bestudeert, ga je reflecteren, zoals in het vorige hoofdstuk is behandeld. In dit hoofdstuk gaan we in op wat normen, waarden en overtuigingen zijn, wat het nut ervan is en hoe het werkt binnen een team.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

3 Emoties

In het vorige hoofdstuk heb je iets geleerd over de invloed van normen, waarden en overtuigingen. Waar je in je beroepssituatie ook mee in aanraking komt, zijn emoties van jezelf en anderen. Het is belangrijk inzicht te krijgen in hoe jouw emoties bepalen hoe je in je beroep staat, zodat je weet waarom je je op een bepaalde manier gedraagt. In dit hoofdstuk ga je kijken naar wat emoties zijn, wat het nut is van emoties, welke emoties bij jou het vaakst terug te vinden zijn en hoe je ermee om kunt gaan.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

4 Loslaten

Twee bedelmonniken waren op weg. Zij kwamen bij een riviertje dat ondiep genoeg was om erdoorheen te waden. Bij de oever stond een vrouw in een mooie sari. Ook zij wilde naar de overkant, maar dan zou haar sari nat worden. Een van de monniken bood aan haar naar de overkant te dragen en dit aanbod werd dankbaar aanvaard. Hij zette haar aan de overkant neer en de mannen liepen verder. ‘s Avonds voor het slapen gaan barstte de ene monnik los: ‘Hoe kon je dat nou doen? Je weet toch dat wij vrouwen niet mogen aanraken? En jij tilt een vrouw op en draagt haar!’ De andere monnik antwoordde: ‘Ik heb haar aan de overkant losgelaten en jij draagt haar nog de hele dag met je mee.’
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Deel 2 Samenwerken

Voorwerk

5 Communiceren

Op de OK is communicatie van het grootste belang, omdat je elkaar perfect moet begrijpen. Dit vereist dat je goed leert communiceren. In dit hoofdstuk gaan we in op enkele basisbegrippen van communicatie. Eerst wordt er ingegaan op waarnemen, observeren en interpreteren. Daarna wordt aandacht besteed aan gespreksvaardigheden, waarbij onder meer actief luisteren, vragen stellen, samenvatten en een gevoelsreactie geven aan bod komen. Het belang van non-verbale communicatie wordt daarna aan de orde gesteld. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de behandeling van communicatiestoornissen en het coachingsgesprek.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

6 Communicatiestijlen

Verschillen in persoonlijkheid zijn boeiend en frustrerend tegelijk. Dat geldt speciaal tijdens het werk in het ziekenhuis, waar het om teamwork en motivatie draait. Een sleutel om die anderen te begrijpen, is inzicht in de verschillende communicatiestijlen te krijgen. Door dit inzicht ontstaat begrip. Hoe dat in zijn werk gaat, wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt. Er is een test om jouw eigen voorkeursstijl te achterhalen. Daarnaast wordt er ingegaan op de voordelen die het biedt de ander tegemoet te treden op de manier die het best bij hem past.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

7 Feedback

Ervaring is de beste leermeester. Ervaring ontstaat door dingen uit te proberen, door te doen. Tijdens je opleiding krijg je de mogelijkheid in de praktijk te leren. Daar hoort ook feedback bij over de effectiviteit van wat je oefent en doet. Door anderen leer je over jezelf en haal je het beste in jezelf boven. In je opleiding krijg je feedback van opleiders, begeleiders en medestudenten wanneer je iets goed of fout doet. In een vaste baan krijg je feedback van je collega’s en je leidinggevende. Hierdoor ben je in staat te leren en je prestaties te verbeteren. In dit hoofdstuk komt het geven en ontvangen van feedback aan de orde. Wat is het precies, hoe geef je goede feedback en hoe kun je er zelf mee overweg wanneer je het ontvangt?
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

8 Werken in teams

In het ziekenhuis werk je bijna altijd in een team en werk je dus samen. Dit kan een OK-team zijn, een team van anesthesiemedewerkers of operatieassistenten, of een projectteam. Je zult merken dat sommige teams heel goed functioneren en je het gevoel geven dat er iets kan worden bereikt wat in andere teams niet mogelijk lijkt. Het team draait als een geoliede machine. Andere teams functioneren minder efficiënt. Als teamlid kun je bijdragen aan het slagen van het teamdoel. In dit hoofdstuk wordt behandeld wat een team inhoudt, welke rollen er zijn binnen een team, hoe een team zich ontwikkelt en welke teamblokkades je kunt tegenkomen. Er worden geen teamnormen en -waarden behandeld; zie daarvoor hoofdstuk 2. In hoofdstuk 16 wordt de teamdynamiek behandeld die kan ontstaan bij veranderingen.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Deel 3 Plannen en organiseren

Voorwerk

9 Jezelf organiseren

In dit hoofdstuk gaan we in op de voordelen van een proactieve houding op je werk. Hoe kun je je werk zo organiseren dat je het heft in eigen hand houdt en bereikt wat je graag wilt? Om deze vraag te kunnen beantwoorden worden eerst de begrippen proactiviteit en reactiviteit uitgelegd.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

10 Timemanagement

Nu we in het vorige hoofdstuk onze visie, doelstellingen en strategie hebben bepaald, wordt het tijd dat deze strategie in de agenda wordt opgenomen. Daarvoor gaan we duidelijke prioriteiten stellen. Een dag heeft 24 uren, die we zelf moeten indelen. Om te zorgen dat de dingen die belangrijk voor je zijn ook daadwerkelijk in je agenda komen te staan, moet je aandacht besteden aan timemanagement. Het doel hiervan is je leven zodanig in te richten dat er een evenwicht bestaat tussen zaken die je moet doen en zaken die je graag wilt doen.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

11 Vergaderen

Vergaderen is nodig om dingen voor elkaar te krijgen in je ziekenhuis: samenwerken in je team, een planning maken, nieuwe toepassingen, automatisering of kwaliteitsverbetering bespreken. Het lastige van vergaderen is dat het van je ‘echte’ werktijd afgaat. Deze is over het algemeen toch al schaars, dus wordt aan vergaderingen vaak weinig aandacht besteed, zowel aan de voorbereiding als aan de vergadering zelf. Dit is jammer, want zo wordt de beschikbare vergadertijd vaak slecht benut. In dit hoofdstuk krijg je enkele handreikingen om effectief met je schaarse tijd om te gaan.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

12 Besluitvorming en onderhandelen

In een ziekenhuis worden dagelijks veel beslissingen genomen; het gaat dan om keuzen uit twee of meer alternatieven. Ook zelf neem je de hele dag door beslissingen, al dan niet bewust. Gaat het om probleemoplossingen die voor de organisatie van de afdeling of het ziekenhuis van belang zijn, dan zal met een grotere groep een proces worden gevolgd om tot een zo juist mogelijke keuze te komen. Beslissingen zijn er in diverse soorten: routinebeslissingen (Wat eet ik bij het ontbijt?), onvoorziene (Wat zal ik doen bij het kapotgaan van een robotarm tijdens een operatie?), strategische (Welke medische apparatuur schaffen we de komende vijf jaar aan?) en operationele (Wie bezet welk team op welke dag?). De meeste beslissingen zijn onbewust of routinematig. Andere beslissingen zijn nieuw en eisen veel aandacht, omdat de gevolgen ervan een bepaald risico in zich dragen. Over deze ingewikkelder beslissingen gaat het in dit hoofdstuk. Besluitvorming is zowel een denk- als een groepsproces. Aan het eind van dit proces valt er een beslissing. Eerst wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan het besluitvormingsproces. De uiteindelijke beslissing kan op verschillende manieren worden genomen. Hier zullen de belangrijkste manieren aan bod komen. In het proces van besluitvorming kan onderhandeling nodig zijn om tot een beslissing te komen. Ook hier wordt aandacht aan besteed.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Deel 4 Omgaan met veranderingen

Voorwerk

13 Omgaan met veranderingen en weerstand

Veranderingen op het werk kunnen variëren van kleine aanpassingen op de werkplek tot ingrijpende veranderingen door bijvoorbeeld de komst van een robot op de OK. De ene soort wordt geruisloos op een afdeling ingevoerd, de andere soort levert een storm van protest en onrust op. Hoe dat zit en wat je ermee kunt, wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

14 Omgaan met conflicten

Conflicten komen voor in je opleiding, in de OK en in je privésituatie. Het kan daarbij variëren van kleine meningsverschillen tot hoogoplopende ruzies en zelfs tot een langdurige koude oorlog. Je kunt zelf kiezen hoe je omgaat met deze situaties. In dit hoofdstuk kijken we naar conflicten en strategieën om ermee om te gaan. Daarnaast wordt aandacht besteed aan machtsverhoudingen, omdat die bij het kiezen van een strategie van belang kunnen zijn.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

15 Stress hanteren

Spanning voor het assisteren bij een bepaalde operatie, stress voor een examen, iedereen heeft wel eens een periode in zijn leven dat de druk oploopt. Soms duurt zo’n periode van druk te lang en kun je het gevoel krijgen dat het je allemaal te veel wordt. Je lichaam functioneert dan als een oververhitte motor. Daar gaat dit hoofdstuk over. Wat is stress, hoe kun je signalen van stress herkennen en wat kun je doen om de druk te verminderen?
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

16 Teamdynamiek bij veranderingen

Voor je beroepsuitoefening als anesthesiemedewerker of operatieassistent is goed kunnen samenwerken in groepen een belangrijke vaardigheid. Ook om een veranderingen te doen slagen zijn goede communicatie en samenwerking een voorwaarde. Goede samenwerking heeft alles te maken met het functioneren van een team. In dit hoofdstuk komt aan de orde welke processen in een team in werking treden wanneer het door veranderingen onder druk komt te staan.
Marga Hop, Irene Muller-Schoof

Nawerk

Meer informatie