Skip to main content
main-content
Top

03-12-2015 | Nieuws

Snel herkennen plaveiselcelcarcinoom van groot belang

Het plaveiselcelcarcinoom komt veel minder vaak voor dan het basaalcelcarcinoom, maar heeft naar schatting toch nog altijd een incidentie van 15.000 per jaar. De incidentie van het PCC stijgt het snelst van alle huidkankers (7% per jaar voor mannen en 9% voor vrouwen) en de schatting is nu dat 1:15 Nederlanders in zijn of haar leven een PCC krijgt. Het treedt vooral op tussen het 50e en 70e levensjaar. Als de huisarts PCC vermoedt, is doorverwijzen naar de dermatoloog de aangegeven weg.


De naamgeving plaveiselcelcarcinoom (PCC) berust op de microscopische gelijkenis van de tumorcellen met die van het stratum spinosum. De tumor ontwikkelt zich echter uit cellen van het stratum basale van zowel de huid als de slijmvliezen. Het is een plaatselijk invasieve vorm van huidkanker die de potentie heeft om te metastaseren.

Klinisch beeld
Men ziet het soms ontstaan uit premaligne huidafwijkingen zoals keratosis actinica , ziekte van Bowen of leukoplakie. Hierbij uit de maligne degeneratie zich in een induratie van de oorspronkelijke dermatose, gepaard gaand met een ontstekingsreactie. Ontstaat de tumor de novo, dan wordt het klinisch beeld gekenmerkt door een solitaire vaste nodus met eventueel centrale ulceratie (fig. 15.20). Ze ontstaan vrijwel alleen op aan zonlicht blootgestelde delen van de huid (gelaat en handen, kale schedel). Het is essentieel te beoordelen of de tumor ver de diepte ingroeit en of er vergrote lymfeklieren in het drainagegebied aanwezig zijn.

Pathofysiologie
Zonlicht en immunosuppressie zijn belangrijke factoren bij het ontstaan.

Diagnostiek
Bij klinische verdenking geeft een biopsie uitsluitsel. Differentiële diagnostiek: er moet bij snel groeiende de novo tumoren aan een keratoacanthoom worden gedacht. Classificatie van een tumor vindt plaats via de TNM-classificatie (zie tabel 15.7).

Therapie
Over het algemeen heeft volledige excisie van de tumor de voorkeur. Voor het plaveiselcelcarcinoom geldt echter in sterkere mate dan voor het basocellulair carcinoma, dat de therapie veelal in overleg met verschillende disciplines (radiotherapie, (oncologische) chirurgie) zal worden bepaald.

Beloop
Door de kans op lymfogene of hematogene metastasering (± 2% kans, tenzij laesies op lip, oor of in littekens: ± 20% kans; of immuunsuppressie) is de prognose duidelijk ongunstiger dan die van het carcinoma basocellulare, maar bij tijdige alarmering/herkenning nog altijd zeer goed. Nacontrole gedurende langere periode is aangewezen.

Verwijzing
Verwijzing naar de dermatoloog is noodzakelijk bij verdenking.

Bron: Hoofdstuk 15 Premaligne en maligne huidtumoren uit het boek Dermatovenereologie voor de eerste lijn (Een systematische introductie), J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink en H.E. van der Horst, ISBN 9789036804509

Lees meer

Het oncologie formularium (Een praktische leidraad), J. van der Hoeven, E. Lubbers, ISBN 9789036806251.


Onze productaanbevelingen

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Daarnaast vindt u praktijkgerichte nascholing: geaccrediteerde e-learnings, web-tv’s en toetsen. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.