Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit handboek geeft professionals in de sociale sector en hbo-studenten Social Work, SPH, MWD, Pedagogiek en HBO-V informatie over seksuele ontwikkeling en gezondheid in alle levensfases, bij alle doelgroepen in de hulpverlening en bij elke seksuele gerichtheid. Hiermee vormt het een basis voor de professionele omgang met cliënten in de hulpverlening. Ook helpt het de hulpverlener om zijn beroepshouding verder te ontwikkelen naar een positieve grondhouding gericht op een gezonde seksuele ontwikkeling bij zijn cliënten.

In deze vijfde druk van Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening zijn actuele inzichten toegevoegd aan het standaardwerk dat hulpverleners al 20 jaar van de nieuwste kennis voorziet. Zo zijn de nieuwste strategieën op het gebied van voorlichting en vorming uitgewerkt. Deze zijn gebaseerd op baanbrekend Nederlands onderzoek in 2016 en 2017 over de beleving van seks door jongeren, hun seksuele carrière en de invloed van sociale media (sexting), ouders en leeftijdgenoten. Daarnaast gaat het boek in op de verbeterde aanpak van seksueel misbruik in de jeugdhulpverlening.

Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening is afgestemd op DSM-5, bevat actuele informatie over LHBTI-acceptatie en -wetgeving en over preventie van seksueel misbruik en soa's. Daarnaast geeft het boek talrijke praktijkgerichte oefeningen waarmee professionals (in opleiding) hun handelingsverlegenheid leren overwinnen, leren praten over seksualiteit en reflecteren op hun eigen normen en waarden. Het boek is daarmee heel geschikt om te gebruiken voor teambegeleiding en intervisie.

“Rutgers kenniscentrum seksualiteit spreekt waardering uit voor het werk van Mathieu Heemelaar. Dit doen wij omdat dit werk belangrijk is. Er is nog te weinig deskundigheid bij hulpverleners en te veel handelingsverlegenheid.” (Ton Coenen, directeur Rutgers)

“Dit boek kan met recht een 'handboek seksualiteit' genoemd worden. Zelf leef en werk ik vanuit een (orthodox) christelijk waardenkader. Dit boek stimuleert te reflecteren op dit kader en laat er alle ruimte voor.” (Maria Vermeulen, docent hbo-Pedagogiek)

Mathieu Heemelaar is hogeschooldocent aan de opleiding Social Work van de Haagse Hogeschool.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Beleving van seksualiteit en intimiteit

Samenvatting
Dit eerste hoofdstuk gaat over datgene waarmee seksualiteit en intimiteit begint en eindigt: de persoonlijke beleving van mensen. Het eerste hoofdstuk betreft een begripsverkenning en de belangrijkste begrippen (intimiteit, erotiek en seksualiteit) worden gedefinieerd. Er wordt een keuze gemaakt voor seksueel taalgebruik. Bovendien wordt het gevarieerde menu van seksuele gerichtheid (heteroseksualiteit, biseksualiteit, homoseksualiteit) en genderidentiteit gepresenteerd. Daarna is er informatie over parafilieën, zoals SM, pedoseksualiteit en fetisjisme. Inzicht in de variaties in seksualiteit en gender draagt bij aan het begrijpen van de eigen gevoelens en die van cliënten. De seksuele rechten van de mens worden behandeld alsmede een passende definitie van seksuele gezondheid. Bevolkingsonderzoek naar de maatschappelijke acceptatie van seksuele en seksediversiteit wordt weergegeven. Deskundig inzicht biedt een basis voor professionele reflectie op normen over afwijkend seksueel gedrag.
Mathieu Heemelaar

2. Biopsychosociale seksuologie

Samenvatting
De wetenschap die de seksualiteit tot onderwerp heeft, heet de seksuologie en wordt gevoed door drie wetenschappen: biologie, psychologie en sociologie. In dit hoofdstuk wordt een samenhangende verklaring gezocht voor seksueel en intiem gedrag van mensen. Hoe komt het dat mensen op een bepaalde manier vormgeven aan seksualiteit en intimiteit? Hoe komt het dat jongens en meisjes, mannen en vrouwen, autochtone en allochtone Nederlanders verschillen in seksueel gedrag en normen over seksualiteit? De kennis wordt hier gepresenteerd en biopsychosociaal geïntegreerd. Uit de biologie gaan we in op geslachtsontwikkeling en erfelijke bepaaldheid van seksuele gerichtheid. Uit de psychologie worden drie begrippen geselecteerd die veel verheldering bieden voor het begrijpen van seksueel gedrag: seksueel script, lichaamsbeeld en duale controle, en uit de sociologie: gendersocialisatie, de maagdenvliesmythe en seksualiteit in andere culturen. In de afsluitende paragraaf wordt integraal het seksuele, intieme en geslachtsspecifieke gedrag van mannelijke en vrouwelijke cliënten biopsychosociaal geduid.
Mathieu Heemelaar

3. Seksuele ontwikkeling

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de seksuele ontwikkeling behandeld. Met het begrip seksuele ontwikkeling bedoelen we hier het lichamelijke groeiproces en het psychische leerproces van individuele mensen met betrekking tot seksueel gedrag. De meest actuele definitie van seksuele gezondheid wordt toegepast op de seksuele ontwikkeling. Daartoe worden verschillende levensfasen beschreven. Heeft een kind seksuele gevoelens? Hoe verloopt de seksuele ontwikkeling bij jongeren, volwassenen en ouderen? Hebben mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking andere gevoelens? Is de seksuele ontwikkeling van psychiatrische cliënten gestoord? Welke mogelijkheden hebben mensen met een autismespectrumstoornis in relaties? De seksuele responscyclus wordt beschreven, alsmede seksuele disfuncties. Naast seksueel gedrag komen verschillen in beleving aan de orde en de standpunten ten aanzien van die beleving (permissief, restrictief, repressief). Dit hoofdstuk is ingeperkt tot vraagstukken over de ontwikkeling van seksualiteit en intimiteit en legt daarmee een basis voor H. 4 over Seksuele en relationele vorming.
Mathieu Heemelaar

4. Seksuele en relationele voorlichting en vorming

Samenvatting
In dit hoofdstuk komt de seksuele en relationele voorlichting en vorming bij negen (doel)groepen aan de orde. Onder seksuele voorlichting wordt verstaan het overdragen van kennis over seksualiteit. Seksuele en relationele vorming betreft het ontwikkelen van competenties en het overdragen van normen en waarden. De lezer verwerft basisinformatie over voorlichtingskunde en teamsamenwerking en leert een effectief voorlichtingsprogramma te ontwerpen en uit te voeren. Er is speciale aandacht voor begeleiding van gebruik van sociale media en voor preventie- en voorlichtingsmethodiek op het gebied van soa en hiv en pornografie, voorlichting en hulpverlening voor prostitués/prostituees en begeleiding bij seksuele contacten van gedetineerden. Professionele vorming is erop gericht dat cliënten bevredigende intieme en seksuele relaties kunnen hebben. Ook cliënten hebben seksuele rechten. In dit hoofdstuk is er veel aandacht voor seksuele contacten van cliënten. Naast de problematische kant is er ook aandacht voor leuke en lekkere seks.
Mathieu Heemelaar

5. Seksueel misbruik

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt seksueel misbruik behandeld. Als we spreken over het niet respecteren van andermans grenzen in het seksuele verkeer, zijn er drie belangrijke begrippen in de Nederlandse vakliteratuur: seksueel geweld, seksueel misbruik en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hoe hanteert de hulpverlener signalen van misbruik? Hoe begeleidt de hulpverlener de cliënt met misbruikervaring in de leefsituatie? Nogal wat cliënten in de hulpverlening zijn slachtoffers of plegers van seksueel geweld. Welke gevoelens kan het werken met slachtoffers en plegers oproepen bij de hulpverlener? Welke functie kan de hulpverlener vervullen, wanneer verwijst hij door? Hoe werkt de hulpverlener samen met gespecialiseerde therapeuten als er sprake is van traumatische problematiek? Effecten en signalen van seksueel misbruik, behandelmethoden en preventie krijgen volop aandacht, alsmede loverboys en jongensprostitués. Een reflectie op ‘ja’ en ‘nee’ bij seks sluit het hoofdstuk af.
Mathieu Heemelaar

6. De hulpverlener

Samenvatting
In dit hoofdstuk staat de relatie hulpverlener-cliënt centraal. Welke intieme en seksuele gevoelens kunnen er spelen in het contact tussen hulpverleners en cliënten? Waar liggen de grenzen van seksualiteit en intimiteit in de hulpverleningsrelatie? Er wordt ingegaan op de toelaatbaarheid van seksuele contacten tussen hulpverleners en cliënten: de wet- en regelgeving bij strafbare seksuele contacten. Ook de toelaatbaarheid van seksuele contacten tussen jongeren en volwassenen wordt behandeld. Hoe spelen overdracht en tegenoverdracht een rol in de relatie tussen cliënt en hulpverlener? Wat zijn voor- en nadelen van gedragsprotocollen? Seksueel misbruik door hulpverleners komt aan de orde. Centraal staat, naast kennisoverdracht, vooral bewustwording van risico’s, de reflectie op eigen normen en grenzen en die van anderen. Het boek wordt afgerond met een epiloog en register. De literatuurlijst, de themataken, het websiteoverzicht en verdiepingsteksten staan op de website.
Mathieu Heemelaar

Nawerk

Meer informatie