Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Segmentale verschijnselen zijn manifeste weerspiegelingen van orgaanafwijkingen aan het lichaamsoppervlak. Ze kunnen een belangrijke rol spelen in diagnostiek en therapie in de (para) medische praktijk. In deze vierde herziene editie wordt ingegaan op de precieze oorsprong van segmentale verschijnselen. Segmentale verschijnselen biedt een heldere en overzichtelijke inleiding bij de segmentale diagnostiek en therapie. Het boek gaat daarnaast specifiek in op reflexsymptomen. De vierde druk is geheel geactualiseerd aan de hand van recente literatuur op het gebied van pijn en neurowetenschappen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Een orgaanstoornis kan zich behalve via structurele en functionele symptomen ook uiten via segmentale verschijnselen. Deze zijn eenvoudig en direct met onze zintuigen waarneembaar (voelbaar, zichtbaar). Met behulp van enkele heldere regels kan een goede analyse gemaakt worden van deze verschijnselen. Dit kan een belangrijke bijdrage leveren aan de diagnostiek. Helaas is er een achterstand wat wetenschappelijk onderzoek betreft.
Ben van Cranenburgh

2. Wat zijn segmentale relaties?

Tussen de ingewanden, het verborgene, en het waarneembare lichaam bestaan relaties en interacties die hun basis hebben in de segmentale innervatie. Een aandoening van een intern orgaan kan zich weerspiegelen aan het lichaamsoppervlak: segmentale diagnostiek. Ook bij de neurologische diagnose wordt gebruikgemaakt van de segmentale ordening. Bij segmentale therapie gebruikt men de segmentale interactiewegen om via stimulatie van buitenaf orgaanfuncties te beïnvloeden: acupunctuur, needling, osteopathie en manuele therapie zijn voorbeelden van therapieën waarbij het effect mogelijk mede tot stand komt via segmentale reflexwegen.
Ben van Cranenburgh

3. Embryologie, de wortel van de segmentale samenhang

De oorsprong van de segmentale relaties is te vinden in de vorming van somieten en het ontstaan van innervatie vroeg in de embryonale periode. Ondanks ingrijpende verschuivingen van de drie embryonale lagen (ecto-, meso- en entoderm) en verplaatsing van anatomische structuren, blijft de oorspronkelijke segmentale innervatie tot op volwassen leeftijd behouden. De discrepantie in groei tussen wervelkolom en ruggenmerg en het ontstaan van de extremiteiten dragen verder bij aan de ogenschijnlijke complexiteit van de segmentale relaties. Aandoeningen van het hart kunnen samengaan met symptomen aan pupil, aangezicht, onderkaak, nek, linkerschouder, midden op de borst en linker ulnaire onderarm en pink: op het eerste gezicht onbegrijpelijk, maar gezien vanuit segmentaal perspectief zonneklaar.
Ben van Cranenburgh

4. Het menselijk lichaam in dermatomen, myotomen en sclerotomen

De segmentale opbouw van ons lichaam manifesteert zich in de vorm van specifieke innervatiepatronen van huid en bewegingsapparaat: dermatomen (huid), myotomen (spieren) en sklerotomen (botten en banden). Met behulp van dermatoomkaarten en myotoomtabellen kan men vaststellen welk segment betrokken is (door activatie of laesie) bij een bepaald gelokaliseerd symptoom (bijv. pijn of spieratrofie). Het is verwonderlijk dat er veel, onderling behoorlijk verschillende dermatoomkaarten in omloop zijn: in dit hoofdstuk worden de meest gebruikte kaarten getoond. Besproken wordt waarop de verschillen teruggevoerd zouden kunnen worden.
Ben van Cranenburgh

5. Somatisch en autonoom zenuwstelsel, een onterechte splitsing?

Het is gebruikelijk een onderscheid te maken tussen het somatische en het autonome of vegetatieve zenuwstelsel. Het zenuwstelsel functioneert echter altijd als geheel, hetgeen blijkt uit talrijke praktische voorbeelden (actie, mictie, pijn, seksuele functies). Het somatische zenuwstelsel is vooral gericht op de interactie met de omgeving (via actie en waarneming), het autonome zenuwstelsel staat ten dienste van de homeostase. Er zijn somatische en autonome reflexen, die beide tot stand komen via afferente en efferente vezels en een of meer centrale synapsen. Het efferente deel van het autonome zenuwstelsel kan verdeeld worden in het sympathische en parasympathische zenuwstelsel voor respectievelijk ergotrope en trofotrope functies.
Ben van Cranenburgh

6. Hoe zijn de ingewanden met het zenuwstelsel verbonden?

De innervatie van ingewanden is complex. Er zijn 4 afferente wegen: afferenten die de sympathische route volgen, nn. phrenici, nn. pelvici en n. vagus. Via een of meer van deze wegen kunnen ruggenmergssegmenten geactiveerd worden, hetgeen zich kan uiten in segmentale verschijnselen die een diagnostische betekenis kunnen hebben. Via parasympathische en sympathische efferenten kan de orgaanfunctie worden gereguleerd. Deze efferente activiteit kan ook beïnvloed worden door stimulatie aan het lichaamsoppervlak. Dit kan therapeutisch worden toegepast. De ordening van somatische en sympathische innervatie is nogal verschillend. Dit kan ertoe leiden dat sympathische verschijnselen een andere lokalisatie kunnen hebben dan de somatische verschijnselen.
Ben van Cranenburgh

7. Reflexrelaties binnen één segment

Somatisch en autonoom zenuwstelsel zijn eigenlijk niet te scheiden. Dit blijkt ook op het segmentale reflexniveau: viscero-somatische en somato-viscerale reflexen zijn een realiteit. Deze reflexen kunnen een belangrijke diagnostische en therapeutische betekenis hebben. Wetenschappelijk onderzoek naar deze reflexen is schaars. Viscero-somatische reflexen kunnen een betekenis hebben voor de vroegdiagnostiek, somato-viscerale reflexen kunnen een rol spelen bij stimulatietherapieën. Het is de vraag in hoeverre deze segmentale reflexen geïsoleerd geactiveerd kunnen worden; waarschijnlijk zijn steeds ook in zekere mate hersenprocessen betrokken.
Ben van Cranenburgh

8. Segmentale diagnostiek

Segmentale diagnostiek berust erop dat de toestand van interne organen zich weerspiegelt aan het lichaamsoppervlak. Het gaat om eenvoudig zichtbare en voelbare verschijnselen, die te verdelen zijn in drie categorieën: (1) pijn, (2) hypertonie, en (3) sympathische verschijnselen. Pijnzones volgen kenmerkende patronen per orgaan: zones van Head. Hypertone zones in spieren vormen een vroeg symptoom bij orgaanaandoeningen. Sympathische verschijnselen hebben vaak een andere lokalisatie dan spier- of huidzones. Het gaat om pupilgrootteverandering, vasomotore verschijnselen, zweetsecretie en pilomotoriek. Door toepassing van de Seitenregel en de Segmentregel komt men tot een zogenaamde segmentdiagnose. Bij de betreffende segmenten horen meestal meerdere organen: kandidaat-organen.
Ben van Cranenburgh

9. Segmentale therapie?

Segmentale therapie wil zeggen dat men doelbewust invloed uitoefent op neurale activiteit/prikkelbaarheid binnen een ruggenmergssegment. Meestal betreft het een of andere vorm van stimulatietherapie (acupunctuur, manuele therapie, vibratie etc.). Bij het tot stand komen van eventuele therapie-effecten kunnen diverse wegen een rol spelen. Bij de segmentale weg worden gatecontrol-achtige mechanismen en somato-viscerale reflexen in gang gezet. Er zal echter zelden sprake zijn van geïsoleerde segmentale effecten: meestal spelen tegelijk andere mechanismen een rol, o. a. effecten via pijnmodulerende systemen in de hersenstam en placebo-effecten. De schaarste aan wetenschappelijk onderzoek staat in contrast met de grote populariteit van allerlei stimulatietherapieën.
Ben van Cranenburgh

10. Vicieuze cirkels

De in dit boek beschreven reflexwegen kunnen leiden tot het ontstaan van vicieuze cirkels. Via een uitlokkende factor kan een reeks van veranderingen/klachten in gang gezet worden. Het resultaat is een complex klachtenpatroon waar we moeilijk wijs uit kunnen worden. Een interessante gedachte is dat door het ontstaan van dergelijke vicieuze cirkels klachten/aandoeningen van ingewanden gekoppeld kunnen worden aan veranderingen aan rug en langs wervelkolom. Een zorgvuldige anamnese kan bijdragen aan het ontrafelen van de wijze waarop zo’n complex klachtenpatroon zich ontwikkeld heeft. Het concept van de vicieuze cirkel heeft zowel diagnostische als therapeutische implicaties.
Ben van Cranenburgh

11. Psychosomatische samenhang en summatie van factoren

Bij het ontstaan van klachten, bijvoorbeeld chronische pijn, spelen vaak somatische, psychologische en sociale factoren een rol. Een lokale segmentale activatie, zoals een nekletsel (whiplash), kan in combinatie met een machteloze stresssituatie (bijvoorbeeld ontslagdreiging) tot een manifeste klacht leiden. De vraag of de oorzaak van de klachten somatisch of psychisch is, is dan niet relevant: het is juist de combinatie. Het lijkt goed om de manifestatie van segmentale symptomen ook in deze context te bezien.
Ben van Cranenburgh

12. Eenvoudig segmentaal onderzoek

Onderzoek van segmentale verschijnselen wordt met eenvoudige middelen verricht: onze eigen zintuigen, de tactiele en visuele waarneming. Er komen geen technologische middelen aan te pas. De waargenomen verschijnselen hebben een diagnostische waarde. Sommige verschijnselen hebben vooral een links-rechtsbetekenis (bijv. pupilverwijding, glansoog), andere zeggen ook iets over het segmentniveau (bijv. hypertone spierzones). Het waarnemen van de soms subtiele verschijnselen vergt enige oefening, maar kan een belangrijke bijdrage leveren aan de vroegdiagnostiek van interne aandoeningen.
Ben van Cranenburgh

13. De essentialia in het kort

Het gedachtegoed van de segmentale relaties kan op drie manieren worden toegepast:
  • Pathofysiologisch: welke segmentale verschijnselen ontstaan bij een orgaanaandoening?
  • Diagnostisch: hoe kan analyse van segmentale verschijnselen bijdragen aan het diagnostische proces?
  • Therapeutisch: hoe kan men segmentale wegen gebruiken om klachten respectievelijk orgaanfuncties te beïnvloeden?
Ben van Cranenburgh

14. Tot slot

Bij het uitvoeren van segmentaal onderzoek in de praktijk zal men zich steeds moeten realiseren dat de verschijnselen nooit geïsoleerd beschouwd mogen worden. Eén enkel teken, symptoom of zone zegt niet zoveel, het is vooral de combinatie van verschillende segmentale verschijnselen die de waarschijnlijkheid van een bepaalde orgaanaandoening vergroot.
Wanneer zou blijken dat door middel van segmentaal onderzoek soms vroegere en betere diagnoses gesteld kunnen worden, zou dergelijk onderzoek natuurlijk een aanwinst zijn. Echter, inventarisatie en toetsing van de waarde van segmentale verschijnselen heeft tot op heden nooit plaatsgevonden. Een instrument dat van groot praktisch belang zou kunnen zijn, wordt daarmee nog steeds verwaarloosd. De technologie is dominanter dan ooit.
Ben van Cranenburgh

Nawerk

Meer informatie