Ga naar de hoofdinhoud
Top

Schematherapie bij ouderen met persoonlijkheidsproblematiek

  • 2025
  • Boek

Over dit boek

Dit boek laat zien hoe je schematherapie kunt toepassen bij ouderen met persoonlijkheidsproblematiek. Het kan gebruikt worden voor zowel individuele als groepstherapie. Het boek biedt veel praktische handvatten, voor zowel de ggz als het verpleeghuis.

Schematherapie bij ouderen met persoonlijkheidsproblematiek laat aan de hand van casuïstiek uit de klinische praktijk en onderbouwd met actuele wetenschappelijke evidentie zien dat schematherapie een waardevolle behandeling is, ongeacht leeftijd.

Wanneer kies je voor een behandeling in een groep of individueel? Hoe betrek je naasten? Wat is de meerwaarde van de inzet van vaktherapie? Hoe motiveer je ouderen en wat kun je doen als een schematherapiebehandeling stagneert? Hoe beleeft een oudere zelf een langdurig therapietraject? Niet eerder verscheen er een boek over het jonge vakgebied van schematherapie bij ouderen.

Het boek is bestemd voor psychologen, psychiaters, vaktherapeuten en andere professionals, die werkzaam zijn in de ggz of in een verpleeghuis. 

De redactie, prof. dr. Arjan Videler, Anne-Aurore de Hertog, Kim Turksma en prof. dr. Bas van Alphen werkt al jaren met schematherapie bij ouderen en is actief als clinicus, docent en onderzoeker.

Inhoudsopgave

  1. Voorwerk

  2. 1. Schematherapie: een nieuw perspectief voor ouderen

    Arjan Videler, Kim Turksma, Anne-Aurore den Hertog, Bas van Alphen
    Samenvatting
    Het wetenschappelijk onderzoek naar schematherapie bij ouderen toont eerste, bemoedigende bevindingen. Schematherapie blijkt goed toepasbaar en effectief als behandeling voor ouderen met persoonlijkheidsstoornissen. Schematherapie wordt in toenemende mate toegepast bij ouderen, zowel in de ggz als in verpleeghuizen. De tijd is rijp voor een praktijkboek schematherapie bij ouderen, dat een bredere toepassing – en doorontwikkeling – van schematherapie voor ouderen met persoonlijkheidsstoornissen stimuleert.
  3. 2. Hoe herken je persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen?

    Bas van Alphen, Arjan Videler
    Samenvatting
    Persoonlijkheidsstoornissen worden vaak niet of laat herkend bij ouderen. Velen zijn terughoudend met het stellen van de diagnose en onthouden zo ouderen het perspectief op behandeling door middel van schematherapie. Voor een goede indicatiestelling voor schematherapie bij ouderen is het waardevol om signalen van een persoonlijkheidsstoornis tijdig te herkennen. Persoonlijkheidsstoornissen kennen verschillende beloopsvarianten, mede onder invloed van biopsychosociale aspecten van veroudering. Het bespreken van de diagnose ‘persoonlijkheidsstoornis’ met ouderen en naasten is essentieel om een gericht behandelperspectief te bieden.
  4. 3. Basisbehoeften, schema’s en schemamodi bij ouderen

    Loes van Donzel
    Samenvatting
    Basisbehoeften zoals veiligheid, verbondenheid en autonomie vormen de kern van persoonlijkheidsontwikkeling volgens het schematherapiemodel. Maladaptieve schema’s zijn hardnekkige patronen die bestaan uit herinneringen, gedachten en emoties die ontstaan wanneer deze basisbehoeften onvoldoende vervuld worden in de jeugd. Mensen ontwikkelen copingmechanismen om met deze schema’s om te gaan. Maladaptieve schema’s bij ouderen kunnen veranderen, verminderen of opnieuw geactiveerd worden door levensfasegebonden aspecten. Er bestaan ook positieve schema’s, ofwel gezonde patronen, die ontstaan wanneer emotionele behoeften wel vervuld worden. Positieve schema’s kunnen specifiek voor ouderen een therapeutisch aangrijpingspunt zijn, omdat zij vaak eerder in hun leven beter gefunctioneerd hebben en gebruik kunnen maken van deze ervaring. Schemamodi zijn tijdelijke gemoedstoestanden die bestaan uit actieve sets van schema’s en copingstijlen. Ze kunnen functioneel of disfunctioneel zijn en kunnen verschillende gedragingen en emoties omvatten.
  5. 4. Diagnostiek en indicatiestelling bij ouderen in de praktijk

    Machteld Ouwens, Silvia van Dijk
    Samenvatting
    In de diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen wordt, ook bij ouderen, onderscheid gemaakt tussen classificeren en diagnosticeren. Diagnostiek betreft een bredere beschrijving van de cliënt dan alleen de classificatie in een van de persoonlijkheidsstoornissen volgens de DSM-5. Het alternatieve DSM-5-model voor persoonlijkheidsstoornissen (AMPD) maakt onderscheid tussen persoonlijkheidsfunctioneren en persoonlijkheidstrekken. Dit geeft een genuanceerder beeld en is klinisch bruikbaarder dan het categoriale model. Er zijn verschillende Nederlandstalige instrumenten om persoonlijkheidsstoornissen, het persoonlijkheidsfunctioneren en persoonlijkheidstrekken in kaart te brengen. Bij de indicatiestelling voor schematherapie wordt, bijvoorbeeld aan de hand van een diagnostische imaginatie, toegewerkt naar een casusconceptualisatie en een behandelplan. Voor de groepsschematherapie, deeltijdschematherapie, klinische schematherapie en individuele schematherapie worden in- en exclusiecriteria besproken. De theorie wordt toegelicht door middel van een vignet.
  6. 5. Schematherapie in de ggz

    Arjan Videler, Kim Turksma, Anne-Aurore den Hertog, Bas van Alphen
    Samenvatting
    Schematherapie is een passende interventie om de levenslange niet-helpende patronen en problemen van ouderen met persoonlijkheidsstoornissen in de ggz te begrijpen en te veranderen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat schematherapie effectief is bij ouderen. Er is een aantal aanpassingen van schematherapie voor ouderen, waaronder veel aandacht voor de uitleg over en motivatie voor schematherapie, extra sessies om zowel de schemataal als de cognitieve technieken te leren en het heractiveren van positieve schema’s. Voor een succesvolle behandeling is het belangrijk om naasten tijdig te betrekken en veel aandacht te besteden aan het afronden van de schematherapie.
  7. 6. Motivatie en stagnatie in schematherapie met ouderen

    Kim Turksma, Sylvia Heijnen-Kohl, Therese Pistorius, Ellen Gielkens
    Samenvatting
    Schematherapie kan effectief zijn bij ouderen, maar het succes ervan hangt af van factoren zoals de ernst van de disfunctionele schema’s, de therapeutische relatie en de motivatie van de cliënt. Motivatie kan negatief beïnvloed worden door leeftijdsgebonden opvattingen en stereotypen, wat kan leiden tot stagnatie of drop-out. Het herkennen en overwinnen van deze barrières is cruciaal. Negatieve opvattingen over ouderdom kunnen leiden tot onderbehandeling en verkeerde diagnoses, terwijl ouderen vaak over waardevolle veerkracht beschikken. Het betrekken van naasten kan de therapie ondersteunen. Stagnatie kan ontstaan door verschillende factoren, waaronder een onvoldoende stevige therapeutische relatie of interfererende comorbiditeit. Het herstellen van de therapeutische relatie met empathie en respect is belangrijk om de effectiviteit van de therapie te verbeteren.
  8. 7. Schematherapie in het verpleeghuis

    Leon Botter, Arjan Videler, Bas van Alphen
    Samenvatting
    Schematherapie in het verpleeghuis is een nieuwe ontwikkeling. De eerste wetenschappelijke verkenningen laten zien dat de inzet van individuele schematherapie een haalbare interventie is die ingezet kan worden bij verpleeghuisbewoners met persoonlijkheidsstoornissen. Cognitieve stoornissen zijn geen absolute contra-indicatie. Best practices laten zien dat het belangrijk is om rekening te houden met de specifieke setting van het verpleeghuis en thema’s die bij de bewoners leven, zoals omgaan met autonomieverlies en doodsangst. Extra aandacht voor het gebruik van praktische compensatiestrategieën ondersteunt de therapie als er sprake is van cognitieve stoornissen. Daarnaast is het leggen van nadruk op het modusmodel en op de inzet van experiëntiële technieken te verkiezen boven de inzet van meer cognitieve schematherapeutische interventies. Het betrekken van naasten, rekening houdend met hun mogelijke rol als wettelijk vertegenwoordiger en aandacht voor de afrondende fase zijn van belang in de schematherapie. Mediatieve schematherapie is een vorm van behandeling waarbij het zorgteam als medium gebruikt wordt voor ouderen met een persoonlijkheidsstoornis die geen individuele schematherapie wensen of aankunnen.
  9. 8. Combinatie vaktherapie en schematherapie bij ouderen

    Anna-Eva Prick, Loeke Leenheer, Yosheva van der Meulen, Anne-Aurore den Hertog
    Samenvatting
    Vaktherapie is een behandelvorm voor mensen met een psychische stoornis of psychosociale problematiek waarbij een vaktherapeut methodisch gebruikmaakt van een ervaringsgerichte werkwijze door de inzet van beeld, spel, muziek, drama, dans en/of beweging. Vanwege het experiëntiële en non-verbale karakter is vaktherapie goed toepasbaar bij ouderen.
    Schematherapie en vaktherapie versterken elkaar, omdat beide therapieën gebaseerd zijn op de wisselwerking tussen denken, voelen en handelen. Zo kunnen vaktherapie en schematherapie geïntegreerd worden binnen een sessie. Daarnaast is het waardevol om vaktherapie als verlengde sessie van schematherapie in te zetten. Hierbij is goede samenwerking tussen vaktherapeuten en schematherapeuten essentieel, waarbij het van belang is om elkaars taal te leren spreken.
  10. 9. Cliënt aan het woord

    Suzanne
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk komt Suzanne aan het woord. Zij schetst summier haar achtergrond en neemt ons vervolgens mee in de wijze waarop zij de schematherapie heeft ervaren, vanaf het behandelplan tot en met een terugblik nadat de therapie voorbij was. Ze illustreert onder meer haar modusmodel en de wijze waarop zij de stoelentechnieken en imaginaire oefeningen heeft ervaren. Ze beschrijft haar dieptepunten, haar omslagmoment in de therapie en blikt terug op haar schematherapie. Als voormalig cliënt heeft ze ook een aantal adviezen voor de schematherapeuten die met ouderen werken. Ze eindigt haar verhaal met: ‘Maar voor nu: dankzij de therapie, waar ik veel van geleerd heb, kan ik met een positieve blik vooruitkijken.’
  11. Nawerk

Titel
Schematherapie bij ouderen met persoonlijkheidsproblematiek
Redacteuren
Arjan Videler
Anne-Aurore den Hertog
Kim Turksma
Bas van Alphen
Copyright
2025
Uitgeverij
BSL Media & Learning
Elektronisch ISBN
978-90-368-3094-2
Print ISBN
978-90-368-3093-5
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-3094-2