Skip to main content
Top
Gepubliceerd in:

25-01-2019 | Wetenschappelijk artikel

Samenwerken met Veilig Thuis: wat gaat goed en wat kan er beter?

Auteurs: Anne Custers, Laurien Oosterwijk, Paul Beker, Dr. Thea van Zeben-van der Aa

Gepubliceerd in: TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen | Uitgave 3-4/2019

Log in om toegang te krijgen
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Bij een vermoeden van kindermishandeling moeten medische professionals (MP’s) handelen conform het stappenplan uit de KNMG-meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Uit de registratie van Veilig Thuis (VT) blijkt dat MP’s weinig meldingen van kindermishandeling doen. Zowel terughoudendheid vanwege persoonlijke barrières als de kwaliteit van de samenwerking met VT lijkt hierbij een rol te spelen. In dit onderzoek hebben wij deze samenwerking geanalyseerd, met als doel deze te verbeteren. Verder zijn de ervaringen van MP’s met het signaleren van kindermishandeling en hun handelen daarbij in kaart gebracht. Via online vragenlijsten werden 623 MP’s en alle 13 medewerkers van VT Zuid-Limburg benaderd. Het responspercentage was respectievelijk 20% en 87%. MP’s gaven aan behoefte te hebben aan meer kennis over VT, naast een 24/7-bereikbaarheid. VT-medewerkers vonden de bereikbaarheid van MP’s en kennis van zowel de KNMG-meldcode als de taken en functies van VT de belangrijkste verbeterpunten. Op basis van de resultaten werd een structureel overleg tussen MP’s en VT-medewerkers geïnitieerd, met als einddoel verlaging van de drempel om contact op te nemen met VT. Daarnaast zal regionale scholing georganiseerd worden die beter aansluit bij de wensen van MP’s.
Literatuur
1.
go back to reference Ministerie van Veiligheid en Justitie. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden: Wet van 14 maart 2013. 2013. Ministerie van Veiligheid en Justitie. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden: Wet van 14 maart 2013. 2013.
2.
go back to reference Ministerie van Veiligheid en Justitie. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: artikel 5.2.6. 2015. Ministerie van Veiligheid en Justitie. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: artikel 5.2.6. 2015.
3.
go back to reference Artsenfederatie KNMG. De Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Utrecht: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG); 2015. Artsenfederatie KNMG. De Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Utrecht: Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG); 2015.
4.
5.
go back to reference Inspectie voor de Gezondheidszorg. Huisartsenposten onvoldoende alert op kindermishandeling. Inventariserend onderzoek naar de kwaliteit van de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten. Den Haag: Inspectie voor de Gezondheidszorg; 2010. Inspectie voor de Gezondheidszorg. Huisartsenposten onvoldoende alert op kindermishandeling. Inventariserend onderzoek naar de kwaliteit van de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten. Den Haag: Inspectie voor de Gezondheidszorg; 2010.
6.
go back to reference Inspectie voor de Gezondheidszorg. Signalering van kindermishandeling op de huisartsenposten is verbeterd, maar nog niet voldoende. Vervolgonderzoek naar de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten. Utrecht: Inspectie voor de Gezondheidszorg; 2012. Inspectie voor de Gezondheidszorg. Signalering van kindermishandeling op de huisartsenposten is verbeterd, maar nog niet voldoende. Vervolgonderzoek naar de signalering van kindermishandeling op huisartsenposten. Utrecht: Inspectie voor de Gezondheidszorg; 2012.
7.
go back to reference Burik AE van, Geldorp M. Signaleren en melden van kindermishandeling. Een onderzoek naar kenmerken van (potentiële) melders. DSP: Amsterdam; 1997. Burik AE van, Geldorp M. Signaleren en melden van kindermishandeling. Een onderzoek naar kenmerken van (potentiële) melders. DSP: Amsterdam; 1997.
8.
go back to reference Baeten P, Berge I ten, Geurts E, et al. Jonge kinderen in de knel. De aanpak van kindermishandeling bij 0‑ tot 4‑jarigen onderzocht. Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn; 2001. Baeten P, Berge I ten, Geurts E, et al. Jonge kinderen in de knel. De aanpak van kindermishandeling bij 0‑ tot 4‑jarigen onderzocht. Utrecht: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn; 2001.
9.
go back to reference Hoefnagels C. Met recht van spreken: enkele theoretische en empirische bijdragen ten behoeve van de secundaire preventie van kindermishandeling. Amsterdam: SWP; 2001. Hoefnagels C. Met recht van spreken: enkele theoretische en empirische bijdragen ten behoeve van de secundaire preventie van kindermishandeling. Amsterdam: SWP; 2001.
10.
go back to reference Wolf M. Gevallen of geslagen? Kindermishandeling in de publieke opinie. Amsterdam: NSS/interview; 2004. Wolf M. Gevallen of geslagen? Kindermishandeling in de publieke opinie. Amsterdam: NSS/interview; 2004.
11.
go back to reference Nederlands Jeugd instituut. Wegwijs in de Transities van het jeugdstelsel. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut; 2014. Nederlands Jeugd instituut. Wegwijs in de Transities van het jeugdstelsel. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut; 2014.
12.
go back to reference Ministerie van VWS. Inspectie Jeugdzorg en Inspectie voor de Gezondheidszorg. De kwaliteit van Veilig Thuis Stap 1 – Landelijk beeld. Utrecht: Ministerie van VWS; 2016. Ministerie van VWS. Inspectie Jeugdzorg en Inspectie voor de Gezondheidszorg. De kwaliteit van Veilig Thuis Stap 1 – Landelijk beeld. Utrecht: Ministerie van VWS; 2016.
13.
go back to reference Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ministerie van Veiligheid en Justitie. Wettekst Jeugdwet. Den Haag: Ministerie van VWS en Ministerie van V en J; 2014. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ministerie van Veiligheid en Justitie. Wettekst Jeugdwet. Den Haag: Ministerie van VWS en Ministerie van V en J; 2014.
14.
go back to reference Baeten P, Willems J. De maat van kindermishandeling. Meldcode en criteria van kindermishandeling. Amsterdam: SWP; 2004. Baeten P, Willems J. De maat van kindermishandeling. Meldcode en criteria van kindermishandeling. Amsterdam: SWP; 2004.
15.
go back to reference Tiyyagura G, Gawel M, Koziel JR, et al. Barriers and facilitators to detecting child abuse and neglect in general emergency departments. Ann Emerg Med. 2015;66:5.CrossRef Tiyyagura G, Gawel M, Koziel JR, et al. Barriers and facilitators to detecting child abuse and neglect in general emergency departments. Ann Emerg Med. 2015;66:5.CrossRef
16.
go back to reference Rossum J van, Wolzak A. Meldplicht kindermishandeling: een toegevoegde waarde? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut; 2008. Rossum J van, Wolzak A. Meldplicht kindermishandeling: een toegevoegde waarde? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut; 2008.
17.
go back to reference Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Rapportage quickscan meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Den Haag: Ministerie van VWS; 2015. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Rapportage quickscan meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Den Haag: Ministerie van VWS; 2015.
18.
go back to reference KNMG. Dreigende aanpassing meldcode kindermishandeling helpt kind in nood niet. Utrecht: KNMG; 2015. KNMG. Dreigende aanpassing meldcode kindermishandeling helpt kind in nood niet. Utrecht: KNMG; 2015.
19.
go back to reference Veilig Thuis BP. VNG-Model Handelingsprotocol voor het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Den Haag: Vereniging van Nederlandse Gemeenten; 2014. Veilig Thuis BP. VNG-Model Handelingsprotocol voor het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Den Haag: Vereniging van Nederlandse Gemeenten; 2014.
20.
go back to reference Berge I ten, Addink A, Baat M de, et al. Stoppen en helpen. Een adequaat antwoord op kindermishandeling. Amsterdam: Nederlands Jeugdinstituut; 2012. Berge I ten, Addink A, Baat M de, et al. Stoppen en helpen. Een adequaat antwoord op kindermishandeling. Amsterdam: Nederlands Jeugdinstituut; 2012.
21.
go back to reference Rutte F, Pijpers F, Timmermans M. Samenwerken aan het gezond en veilig laten opgroeien van kinderen. Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid; 2013. Rutte F, Pijpers F, Timmermans M. Samenwerken aan het gezond en veilig laten opgroeien van kinderen. Utrecht: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid; 2013.
22.
go back to reference Delden PJ van. Ketensamenwerking: interne krachten bepalen het externe resultaat. Manag Organ. 2010;3:5–20. Delden PJ van. Ketensamenwerking: interne krachten bepalen het externe resultaat. Manag Organ. 2010;3:5–20.
Metagegevens
Titel
Samenwerken met Veilig Thuis: wat gaat goed en wat kan er beter?
Auteurs
Anne Custers
Laurien Oosterwijk
Paul Beker
Dr. Thea van Zeben-van der Aa
Publicatiedatum
25-01-2019
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen / Uitgave 3-4/2019
Print ISSN: 1388-7491
Elektronisch ISSN: 1876-8776
DOI
https://doi.org/10.1007/s12508-019-0210-1

Andere artikelen Uitgave 3-4/2019

TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen 3-4/2019 Naar de uitgave