Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: Bijblijven 3-4/2018

21-03-2018

Samenwerken aan veilig medicijngebruik bij laaggeletterde patiënten in de eerste lijn

Auteurs: Dr. Gudule M. Boland, Drs. Jolanda J. C. van der Velden

Gepubliceerd in: Bijblijven | Uitgave 3-4/2018

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

Meer dan de helft van de patiënten in de apotheek heeft moeite met het begrijpen en onthouden van informatie over medicatie verstrekt door huisarts en apotheker(sassistente). Een onderliggende oorzaak is dat veel van deze patiënten laaggeletterd zijn of beperkte gezondheidsvaardigheden hebben. Het is belangrijk dat zorgverleners deze patiënten herkennen en hun communicatie zo aanpassen dat die beter aansluit bij de patiënt. Begrijpelijke uitleg en goede follow-up zijn belangrijk om medicatiefouten en therapieontrouw te voorkomen. Samenwerking tussen huisarts, apotheker en wijkverpleegkundige is daarbij van belang voor continuïteit van zorg.
Opmerkingen
Bij het schrijven van dit artikel is gebruikgemaakt van Jessica Maas. Alertheid geboden, aandacht gewenst (Pharos: 2017; nog niet gepubliceerd) en van Veronique Huijbregts. Niet elke patiënt begrijpt de bijsluiter (Mediator 2017).

Therapieontrouw en laaggeletterdheid

Er zijn 700 redenen waarom mensen therapieontrouw zijn. In een artikel in de Volkskrant beschreef Ellen de Visser er een flink aantal [1].1 Een belangrijke verklaring voor therapieontrouw ontbrak in dat artikel: de patiënt begrijpt de uitleg van de arts, apotheker(sassistente) of verpleegkundige niet. Veel van die patiënten zijn laaggeletterd of hebben beperkte gezondheidsvaardigheden. Voor algemene informatie over laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden verwijzen we graag naar andere artikelen in dit nummer. Kort samengevat is rond de 29 % van de Nederlandse bevolking beperkt gezondheidsvaardig en zijn ouderen, laagopgeleiden en niet-westerse migranten oververtegenwoordigd in deze groep. Binnen deze groep verdienen de 2,5 miljoen laaggeletterden extra aandacht.
In deze bijdrage schetsen we de problemen met medicatiegebruik en de uitleg daarover en geven we praktische adviezen voor communicatie die wel aansluit. Ook de samenwerking in de eerste lijn komt aan bod. U kunt echt het verschil maken voor een kwetsbare patiënt.

Verkeerd medicijngebruik

In fig. 1 is te zien dat het medicijngebruik in het laagopgeleide deel van de Nederlandse bevolking behoorlijk hoger ligt dan in de groep met een hogere opleiding. In deze groep worden ook meer voorgeschreven medicijnen gebruikt, en dat is ook logisch gezien het meer voorkomen van chronische aandoeningen bij lager opgeleiden[2], maar ook zorgelijk.
Jaarlijks belanden bijna 50.000 mensen in het ziekenhuis door verkeerd medicijngebruik [3]. Uiteraard zijn deze ziekenhuisopnames niet alleen te wijten aan laaggeletterdheid. Verkeerd medicijngebruik komt echter bij laaggeletterde patiënten vaker voor, omdat ze mondelinge uitleg of schriftelijke instructies niet goed begrijpen. De gevolgen van verkeerd medicijngebruik kunnen groot zijn. Het voorbeeld van de patiënt aan wie de diabetesverpleegkundige vertelde op één dag zeven keer zijn bloedwaarde te bepalen, is veelzeggend. ‘Hij stond bij de deur en vatte de boodschap zoals hij hem had opgevat samen: “Dus zeven keer per dag insuline spuiten?”’.2
Ik wil wel eens weten wat het eigenlijk is, want je vraagt mij waar zijn die pillen allemaal voor, dan weet ik het eigenlijk niet. Een laaggeletterde patiënt over haar medicijngebruik [4].
Onderzoek door het NIVEL en IQ Health Care in opdracht van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) liet zien dat 85 % van de verpleegkundigen en verzorgenden in hun werk te maken heeft met patiënten die hun medicijnen niet goed gebruiken. Ook zij signaleren vooral problemen bij laagopgeleide patiënten en daarnaast bij ouderen en patiënten met psychische problemen [5].
Zieker door verkeerd medicijngebruik
Verkeerd medicijngebruik kan grote gevolgen hebben, zo ondervond een taalambassadeur van Stichting ABC. Ze vertelt erover in een filmpje [www.​pharos.​nl/​patientenaanhetw​oord] op de website van Pharos: ‘Mijn zoon heeft voor zijn eczeem twee zalven. Ik heb het erger gemaakt, doordat ik de hormoonzalf op zijn hele lichaam smeerde. Hij kon niet meer naar school, had de hele avond pijn en kon niet meer slapen. Dat heeft jaren geduurd, tot hij een keer zelf naar de apotheek ging – hij was toen 9 – en de mevrouw hem uitlegde wat hij moest doen. Binnen twee weken was hij genezen! Als iemand mij in simpele vorm had uitgelegd wat ik moest doen, dan hadden we al die ellende niet gehad.’
Volgens Koster et al. heeft 52 % van de patiënten in de apotheek moeite om informatie te begrijpen en Maghroudi vond in onderzoek over etiketteksten in 2017 zelfs 56 % patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden [3, 6, 7].
Etiketteksten zijn voor deze groep mensen niet specifiek genoeg: 3×per dag 1 tablet geeft onvoldoende aan wanneer je een tablet moet innemen. Daarnaast bevatten etiketteksten moeilijke woorden, zoals aanbreken en reactievermogen. In het onderzoek zijn aan apotheekbezoekers etiketteksten voorgelegd en is gevraagd naar de betekenis. Respondenten legden uit hoe zij gebruiksadviezen (zoals ‘Voor gebruik minstens 5 × omzwenken’) en gebruikswaarschuwingen (zoals ‘Kan het reactievermogen beïnvloeden’) interpreteerden. De dosering en doseermomenten van een geneesmiddel gaven ze aan met snoepjes op een tijdschema. Op die manier zijn begripsproblemen in kaart gebracht. Een van de resultaten is dat de etikettekst ‘2 × per dag 2 capsules’ geïnterpreteerd werd als ‘ik moet per dag in totaal twee capsules innemen’. De tekst ‘ochtend: 2 capsules en avond: 2 capsules’ werd daarentegen door een grote meerderheid van de apotheekbezoekers goed begrepen. Hieruit trekken de onderzoekers de conclusie dat het toevoegen van dagdelen aan de innamefrequentie, zoals ochtend, middag, avond en voor de nacht, het begrip bevordert [8].
In 2016 interviewde Kamisetti in het kader van het project ‘Samenwerken aan veilig medicijngebruik bij laaggeletterde patiënten in de eerste lijn’ laaggeletterde medicijngebruikers (zie ook het kader over dit project voor meer informatie) [4]. Aan het begin van het interview vroeg Kamisetti om alle medicijnverpakkingen op tafel te leggen. Tijdens het gesprek bleek dan regelmatig dat nog een medicijn vergeten was: ‘Dat ligt nog ergens anders in huis of in een andere verpakking’. Uit de gesprekken bleek dat respondenten vaak niet meer konden vertellen wie hen uitleg had gegeven over hun medicatie en ook de uitleg zelf waren ze vergeten. ‘Het is voor mij lang geleden dat de dokter met mij is gaan zitten om te vertellen waarvoor ik medicijnen moet gebruiken. Ik ben vergeten waarom ik van de dokter deze medicatie moet innemen.’ De namen van medicijnen bleken ook ingewikkeld en dat leverde problemen op bij het telefonisch herhalen van recepten. Apothekersassistentes zien daarom vaak dat patiënten liever een leeg doosje komen brengen dan dat ze bellen of via de computer een medicijn herhalen.
In 2017 interviewde Abdi in het kader van haar afstudeeronderzoek COPD-patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden [9]. Ook zij kwam veel situaties op het spoor van niet-begrepen instructies en therapieontrouw. Inhalatiemedicatie staat bekend als erg lastig en schattingen van het percentage patiënten dat die medicatie niet goed gebruikt lopen uiteen van 30–40 % [10]. Voor COPD-patiënten ligt dat percentage nog veel hoger: 70 % maakt fouten met hun inhalatiemedicijnen. Het percentage patiënten dat stopt met medicatie (zowel onderhoudsmedicatie (luchtwegbeschermers) als aanvalsmedicatie (luchtwegverwijders)) is hoog (34 % van de nieuwe gebruikers) [11]. In Abdi’s onderzoek kon maar een beperkt aantal respondenten hun doseringen correct uitleggen. De meerderheid vertelde bovendien dat ze geen uitleg gehad hadden over het gebruik van hun inhalator (of ze waren het vergeten). Alleen respondenten die begeleid werden door een longverpleegkundige, POH of longarts hadden wel goede uitleg gehad: ‘Zij (de longverpleegkundige) gaat pas weg als ze gezien heeft dat ik het goed doe’, zei een respondent en een andere: ‘Zij (de longverpleegkundige) vraagt me altijd om het haar te laten zien. Ik vond dat eerst niet leuk, maar nu vind ik het niet erg meer.’

Herkennen van laaggeletterde patiënten

‘Iedereen herkent het, maar we doen er eigenlijk weinig mee’, vat de Amsterdamse apotheker Ed de Roo de problematiek mooi samen. De Roo was een van de deelnemers aan het Pharos-project ‘Samenwerken aan veilig medicijngebruik bij laaggeletterde patiënten in de eerste lijn’. ‘Een eyeopener’, zegt De Roo. ‘Het is heel goed om je bewust te zijn van deze problematiek. We kennen allemaal de patiënt die ontwijkende antwoorden geeft of wat glazig kijkt bij een uitleg. Zaak is om dan te handelen’, stelt De Roo. ‘Begin het gesprek nog een keer. Pas het taalgebruik aan en laat iemand de boodschap herhalen.’
Laaggeletterdheid in Nederland wordt nog erg onderschat. ‘Dat is heel hardnekkig. Vaak wordt alleen gedacht aan de oudere migrant, maar twee derde van de laaggeletterden heeft een Nederlandse achtergrond. Zij zijn wel naar school gegaan, maar zijn door de mazen van het onderwijssysteem geglipt. En later hebben ze nauwelijks meer gelezen.’ De groep laaggeletterden neemt bovendien toe: er komen meer (jonge) laaggeletterden bij. Taalarmoede wordt net als materiële armoede van generatie op generatie doorgegeven. Jongeren die alleen met een startkwalificatie van school komen, lopen een groot gevaar laaggeletterd te worden, want ook voor lezen en schrijven geldt: use it or you lose it [12].
Bij zorgverleners blijkt de handelingsverlegenheid rondom het thema laaggeletterdheid erg groot. Uit angst iemand verkeerd in te schatten of te beledigen, wordt het onderwerp daarom gemeden. Maar met een zin als ‘Veel mensen vinden het lastig om formulieren in te vullen, heeft u dat ook?’ of ‘Veel mensen hebben moeite met het lezen van bijsluiters, heeft u dat ook?’, zegt u niets verkeerd. Patiënten kunnen dan gemakkelijker toegeven dat ze daar moeite mee hebben. Overigens doet niet elke patiënt dat meteen en niet elke patiënt beseft dat hij of zij laaggeletterd is. Daarom is het belangrijk om er twee of drie keer opnieuw naar te vragen. Als het geheim eenmaal op tafel ligt, zijn mensen vaak erg opgelucht.

Begrijpelijke communicatie, een aantal adviezen

Nog even samengevat wat een laaggeletterde lastig vindt aan medicijngebruik: het lezen en begrijpen van het etiket en de bijsluiter; het begrijpen van de uitleg door arts en apotheker(sassistente); plannen, organiseren en bijhouden; inzicht in de ziekte en het begrijpen van het doel van het medicijn. Dat levert een flink lijstje met mogelijke problemen op:
  • het moment van innemen en de dosering;
  • moeite met herinneren wanneer de volgende dosis ingenomen moet worden (of dat een dosis al ingenomen is);
  • moeite met een ander uiterlijk van het medicijn (‘die roze moet ’s ochtends’, en dan is die pil opeens wit);
  • na veranderingen: zowel oude als nieuwe medicijn innemen;
  • herhaalrecepten worden te vroeg, te laat of niet opgehaald;
  • stoppen met medicijnen als symptomen verdwijnen en het niet-afmaken van de kuur.
Meer begeleiding en tijd zijn nodig om laaggeletterde patiënten beter te helpen. Die tijdsinvestering wint u waarschijnlijk terug doordat de patiënt minder snel weer in de spreekkamer zit. Migranten zitten nu vaak korter bij de huisarts dan de gebruikelijke tien minuten [13]. Maar ze komen wel steeds terug op het spreekuur. Wij adviseren bij laaggeletterden en bij patiënten met een taalbarrière een dubbel consult te plannen of hen apart te nemen in de spreekkamer van de apotheek. Gebruik die tijd om begrijpelijke uitleg te geven over het gezondheidsprobleem en het juiste gebruik van de voorgeschreven medicijnen. Check of uw uitleg begrepen is en vraag terug hoe de patiënt de medicijnen gaat gebruiken. Merkt u dat hij plannen lastig vindt, neem dan de dag met hem door en ga op zoek naar herkenbare momenten om medicijnen in te nemen. Driemaal daags wordt dan: ’s morgens bij het koffiedrinken met de buurvrouw, ’s middags na het uitlaten van de hond en ’s avonds bij het kijken naar programma X op televisie. Stem ook de uitleg van huisarts en apotheker op elkaar af.

Uiterlijk van medicijnen en korte uitleg

Veel patiënten hebben moeite met een ander uiterlijk van hun medicijnen [14]. De kleur en vorm van het medicijn zijn geheugensteuntjes voor het moment van innemen. Het komt veel voor dat patiënten na een verandering zowel het oude als het nieuwe medicijn innemen. Benoem het andere uiterlijk expliciet en leg uit dat het medicijn hetzelfde is.
Het is ook belangrijk dat de zorgverlener niet te veel boodschappen in zijn uitleg stopt. Houd die kort, beperk het aantal boodschappen tot maximaal drie en herhaal deze. Laat ook gerust details zoals bijwerkingen weg. Een laaggeletterde patiënt heeft baat bij een directieve uitleg: Niet ‘U zou kunnen beginnen’, maar ‘Begin met’.

Terugvraagmethode en verdere communicatie

Het is ook belangrijk dat zorgverleners keer op keer checken of hun uitleg wel goed is overgekomen. We noemen dat de terugvraagmethode: ‘Ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd, kunt u me vertellen hoe u het medicijn gaat gebruiken?’
Communicatie vindt natuurlijk niet alleen mondeling plaats alhoewel dit voor laaggeletterden erg belangrijk is. Er zijn allerlei initiatieven gaande rondom etiketteksten, bijsluiters, wachtkamerfilmpjes en patiëntenfolders. Ook e‑health is, mits samen met de doelgroep ontwikkeld, een optie. In het kader vindt u een klein overzicht van materialen voor medicatie-uitleg.
Eenvoudige materialen rond medicatiegebruik
Samenwerken aan veilig medicijngebruik bij laaggeletterde patiënten in de eerste lijn
In het project ‘Samenwerken aan veilig medicijngebruik bij laaggeletterde patiënten in de eerste lijn’ werkten in 2016 professionals aan herkennen van en communiceren met laaggeletterden en aan een betere registratie en uitwisseling over deze patiënten om zo te komen tot veilig medicijngebruik. In totaal werden in Amsterdam, Utrecht en Amersfoort 135 professionals getraind, werd met behulp van rollenspellen de problematiek inzichtelijk gemaakt en werd laaggeletterdheid opgenomen in de zorginformatiesystemen – HIS voor huisartsen en AIS voor apothekers. Het project werd uitgevoerd samen met het Farmaceutische Bureau Amsterdam (FBA), Apothekersvereniging Midden-Nederland en Cliëntenbelang Amsterdam. De aanpak is verwerkt in een stappenplan voor praktijken en apotheken (www.​pharos.​nl/​stappenplan) en in FTO-materiaal (beschikbaar via FTO-online en via de website van Pharos).

Samenwerking in de eerste lijn

Het loont de moeite om in het overleg tussen huisarts en apotheker, en liefst ook met de wijkverpleegkundige, afspraken te maken over de manier waarop laaggeletterden en patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden instructies krijgen. Herhaling is belangrijk, dus én uitleg door de huisarts én door de apothekersassistente en als de wijkverpleging in beeld is ook door die zorgverlener. Maak er een gewoonte van bij de tweede uitgifte te vragen hoe het gebruik is gegaan en leg vervolgens opnieuw het juiste gebruik uit. Zeker bij inhalatiemedicatie, maar ook bij andere chronische medicatie, is dat erg belangrijk. Bespreek ook onderling welke informatie gegeven wordt en of er geen tegenstrijdige informatie wordt gegeven door huisarts en apotheek. Maak laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden een bespreekpunt bij het farmacotherapeutisch overleg en bij medicatiereviews. Voor therapietrouw is het immers belangrijk dat de patiënt snapt waarom, hoe en wanneer medicijnen genomen moeten worden.
Noteer (met toestemming van de patiënt) laaggeletterdheid in het Huisartsinformatiesysteem (HIS) (Z07.01 voor laaggeletterdheid en Z04 voor een taalbarrière) en Apotheekinformatiesysteem (AIS). Op die manier zijn collega’s op de hoogte en popt voor apothekersassistentes een herinnering op als ze het dossier van de patiënt openen.3
Ook over het uitwisselen van informatie over laaggeletterdheid tussen huisartsen en apothekers zijn in het eerdergenoemde project afspraken gemaakt. Op een aantal locaties is gebruikgemaakt van een extra regel op het recept met de code ETT (extra therapietrouw) of de ICPC-code. Andere locaties hebben eens per maand nieuw geregistreerde patiënten door middel van een Excel-sheet aan elkaar doorgegeven; gebeld als er een nieuwe patiënt geregistreerd was of tijdens een regulier overleg uitgewisseld. Belangrijk is dat het past bij de werkzaamheden en de gebruikelijke momenten waarop huisartsen en apothekers elkaar treffen.
De wijkverpleegkundige maakt bij de intake van nieuwe patiënten in veel regio’s gebruik van het BEM-formulier (Beheer Eigen Medicatie). Normaal gesproken geeft de wijkverpleegkundige alleen aan de apotheker door wanneer zij deels of helemaal het beheer van de medicatie overneemt. Het formulier biedt echter ook de mogelijkheid om signalen van problemen met medicatie te noteren en stelt ook expliciet een aantal vragen over mogelijke laaggeletterdheid. Het zou goed zijn als die bevindingen doorgegeven zouden worden aan zowel huisarts als apotheker. Op dit moment wordt nog weinig informatie over laaggeletterdheid doorgegeven binnen de eerste lijn. De resultaten van het project laten gelukkig zien dat er voorzichtig meer uitwisseling over laaggeletterde patiënten ontstaat.
Op weg naar een toegankelijke praktijk of apotheek
Op de website van Pharos staat een stappenplan [www.​pharos.​nl/​stappenplan] om uw praktijk geschikt te maken voor laaggeletterden. Dat loopt van bewustwording van het probleem en de signalen, via stappen als informatie ophalen over laaggeletterdheid, training, aanpassen van de communicatie, registratie en uitwisseling, tot borging. Dat houdt bijvoorbeeld in dat ook nieuw personeel de training krijgt en laaggeletterdheid een vast onderwerp is tijdens het werkoverleg. Tel bijvoorbeeld regelmatig hoeveel laaggeletterden er geregistreerd staan.
Pharos heeft een module laaggeletterdheid ontworpen om het onderwerp tijdens een farmacotherapeutisch overleg te bespreken; hier worden dan afspraken gemaakt tussen huisartsen en apothekers op welke wijze de zorg voor laaggeletterden gezamenlijk kan worden verbeterd. Deze module vindt u hier: http://​www.​fto.​nl (zoek op laaggeletterdheid).

Aanbevelingen

  • Verkeerd gebruik van medicatie en therapieontrouw komen dikwijls voor. Vaak wordt uitleg over het gebruik van medicijnen niet goed begrepen. Wees u bewust van het grote aantal laaggeletterden en patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden in uw praktijk.
  • Door alert te zijn op signalen van laaggeletterdheid en dit onderwerp bespreekbaar te maken, kunnen patiënten beter worden geholpen.
  • Registreer laaggeletterdheid in het HIS en AIS, wissel gegevens uit tussen huisarts, apotheker en wijkverpleegkundige en werk samen rond deze patiënten.
  • Goede uitleg over medicatiegebruik, gebruik van de terugvraagmethode en follow-up na de eerste uitgifte van medicatie en bij herhaalmedicatie voorkomen medicatiefouten en vergroten de therapietrouw.
  • De aanpak van laaggeletterdheid doet u samen. Er is onderwijsmateriaal beschikbaar voor het organiseren van een training voor uw team en/of het farmacotherapeutisch overleg. Laat het thema laaggeletterdheid regelmatig terugkeren in het werkoverleg en het farmacotherapeutisch overleg.
  • Maak afspraken met uw team, tussen huisartsen en apothekers en met andere zorgverleners over de gegevensuitwisseling en samenwerking rondom laaggeletterde patiënten.
  • Plan vaker een medicatiebeoordeling bij patiënten met polyfarmacie en laaggeletterdheid. Besteed bij medicatiereviews en patiëntbesprekingen aandacht aan mogelijk beperkte gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Voetnoten
1
In het artikel van De Visser wordt verwezen naar Canadees onderzoek door Cynthia Jackenisius; dat is echter nergens terug te vinden.
 
2
Mondelinge mededeling door een POH tijdens een training ‘Herkennen van en communiceren met laaggeletterden’.
 
3
Dit geldt voor Pharmacom. Andere systemen geven op andere manieren meldingen.
 
Literatuur
1.
go back to reference Visser E de. Huisartsen worden soms wanhopig van patiënten die medicijnen slecht innemen. 2017. Visser E de. Huisartsen worden soms wanhopig van patiënten die medicijnen slecht innemen. 2017.
2.
go back to reference Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Een gezonder Nederland. Bilthoven: RIVM; 2014. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Een gezonder Nederland. Bilthoven: RIVM; 2014.
3.
go back to reference Erasmus MC (Rotterdam), NIVEL (Utrecht), Radboudumc (Nijmegen), PHARMO (Utrecht). Eindrapport: Vervolgonderzoek medicatieveiligheid. 2017. Erasmus MC (Rotterdam), NIVEL (Utrecht), Radboudumc (Nijmegen), PHARMO (Utrecht). Eindrapport: Vervolgonderzoek medicatieveiligheid. 2017.
4.
go back to reference Kamisetti S. Interviews over veilig medicijngebruik met laaggeletterde respondenten met een chronische aandoening. Niet gepubliceerd rapport in opdracht van Pharos. 2016. Kamisetti S. Interviews over veilig medicijngebruik met laaggeletterde respondenten met een chronische aandoening. Niet gepubliceerd rapport in opdracht van Pharos. 2016.
5.
go back to reference Dijk L van, Huis A, Groot K de, Vervloet M, Lescure D, Francke A. Bevorderen van medicatietrouw door verpleegkundigen en verzorgenden: knelpuntenanalyse. Utrecht: NIVEL; 2017. Dijk L van, Huis A, Groot K de, Vervloet M, Lescure D, Francke A. Bevorderen van medicatietrouw door verpleegkundigen en verzorgenden: knelpuntenanalyse. Utrecht: NIVEL; 2017.
6.
go back to reference Koster ES, Philbert D, Bouvy ML. Health literacy among pharmacy visitors in the Netherlands. Pharmacoepidemiol Drug Saf. 2015;24(7):716–21. CrossRefPubMed Koster ES, Philbert D, Bouvy ML. Health literacy among pharmacy visitors in the Netherlands. Pharmacoepidemiol Drug Saf. 2015;24(7):716–21. CrossRefPubMed
7.
go back to reference Maghroudi E, Borgsteede S, Dijk L van, Rademakers J, Boland G, Velden J van der, et al. Begrijpelijkheid van instructies op de etiketten van geneesmiddelen. 2018. Paper VIOT. Maghroudi E, Borgsteede S, Dijk L van, Rademakers J, Boland G, Velden J van der, et al. Begrijpelijkheid van instructies op de etiketten van geneesmiddelen. 2018. Paper VIOT.
8.
go back to reference Maghroudi E, Hooijdonk C van, Journée-Gilissen M, Borgsteede S. Etiketteksten op de schop voor beter begrip van patiënt. Pharm weekbl. 9 maart 2018;10:153. Maghroudi E, Hooijdonk C van, Journée-Gilissen M, Borgsteede S. Etiketteksten op de schop voor beter begrip van patiënt. Pharm weekbl. 9 maart 2018;10:153.
9.
go back to reference Abdi A. Approaches and Communication Techniques to Improve Selfmanagement and Safe Medication Use in COPD Patients with Limited Health Literacy. Master Thesis. Amsterdam: VUmc; 2017. Abdi A. Approaches and Communication Techniques to Improve Selfmanagement and Safe Medication Use in COPD Patients with Limited Health Literacy. Master Thesis. Amsterdam: VUmc; 2017.
10.
go back to reference Brink-Muinen A van den, Dulmen AM van. Factoren gerelateerd aan farmacotherapietrouw van chronisch zieken – resultaten van studies uitgevoerd in Nederland sinds 1990. Utrecht: NIVEL; 2004. Brink-Muinen A van den, Dulmen AM van. Factoren gerelateerd aan farmacotherapietrouw van chronisch zieken – resultaten van studies uitgevoerd in Nederland sinds 1990. Utrecht: NIVEL; 2004.
11.
go back to reference Long Alliantie Nederland. Goed gebruik Inhalatiemedicatie. Astma en COPD. 2014. Long Alliantie Nederland. Goed gebruik Inhalatiemedicatie. Astma en COPD. 2014.
12.
go back to reference Overmars M. Use it or lose it geldt óók voor lezen en schrijven. UA. 2016;6:10–1. Overmars M. Use it or lose it geldt óók voor lezen en schrijven. UA. 2016;6:10–1.
13.
go back to reference Meeuwesen L, Harmsen J. Valkuilen in de multiculturele huisartsenpraktijk: het ‘stille’ gesprek. Mod Med. 2017;2:34–8. Meeuwesen L, Harmsen J. Valkuilen in de multiculturele huisartsenpraktijk: het ‘stille’ gesprek. Mod Med. 2017;2:34–8.
Metagegevens
Titel
Samenwerken aan veilig medicijngebruik bij laaggeletterde patiënten in de eerste lijn
Auteurs
Dr. Gudule M. Boland
Drs. Jolanda J. C. van der Velden
Publicatiedatum
21-03-2018
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
Bijblijven / Uitgave 3-4/2018
Print ISSN: 0168-9428
Elektronisch ISSN: 1876-4916
DOI
https://doi.org/10.1007/s12414-018-0300-z