Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Samen werken aan perspectief beschrijft een praktisch bruikbare methode voor het werken met jeugdigen die opgenomen zijn in een behandelgroep en hun ouders. De methode is gebaseerd op de meest recente theoretische inzichten en op de inzichten van evidence-based werken in de jeugdzorg. Er zijn drie pijlers voor de hulpverlening: het werken aan perspectief, doelgericht werken en samen werken met en ten behoeve van ouders en jeugdigen. De behandeling wordt in fasen aangeboden. Per fase worden doelen gesteld. De auteurs beschrijven vele behandelingsmiddelen en hoe het gewenste groepsklimaat en de begeleiding van de ouders vorm krijgen. Zij geven advies over aanvullende trainingsmodules, de inrichting van de ruimte, de samenwerking met ketenpartners en de houding en competenties van de medewerkers.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Abstract
Instellingen voor residentiële jeugdzorg worden geconfronteerd met jeugdigen met een verscheidenheid aan stoornissen, externaliserende en internaliserende gedragsproblemen. Bij velen van hen is sprake van (kenmerken van) ADHD, hechtingsproblematiek, (oppositioneel-opstandige) gedragsstoornissen, autisme, angstklachten, depressieve klachten en/of agressief en zelfbeschadigend gedrag.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

1. Definiëren van de doelgroep

Abstract
De doelgroep van de residentiële jeugdzorg is breed. In de Inleiding is deze diversiteit al aangegeven. Wanneer een instelling overgaat tot het ontwikkelen of implementeren van een methode, is helderheid nodig over de doelgroep waarvoor de methode wordt ingezet. Elke doelgroep heeft immers eigen kenmerken die richtinggevend zijn voor het helder krijgen van de hulpvraag en daaruit voortkomende behandeldoelen. Tevens zijn de kenmerken van de doelgroep mede bepalend voor de keuze van in te zetten elementen in de aanpak en voor de behandeldoelen. Stap 1 is dus het definiëren van de doelgroep, waarbij het belangrijk is de indicaties en contra-indicaties voor opname zo concreet mogelijk te formuleren.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

2. Theorie en visie

Abstract
Voor het opstellen van een goed doordacht programma voor residentiële behandeling in de jeugdzorg is het belangrijk om de inzichten over wat evidence-based werken is als basis te nemen. Allereerst is daarvoor nodig dat duidelijkheid bestaat over de doelgroep waarop het programma gericht is en de factoren die de problematiek van de doelgroep verklaren of in stand houden (Van Yperen e.a., 2008). Wanneer deze factoren bekend zijn, kan worden nagegaan welke effectieve (be-) handelingsmiddelen voor het veranderen van deze factoren beschikbaar zijn.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

3. Opzet van het programma

Abstract
In de inleiding zijn de drie pijlers beschreven die richting geven aan de vormgeving van het programma.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

4. Screening en diagnostiek

Abstract
Bureau Jeugdzorg indiceert voor een verblijf in de behandelgroep. Op basis van dossiergegevens en de criteriumlijst die over de doelgroep is opgesteld (zie kader), voert een gedragswetenschapper een eerste toets uit. Passen de jeugdige en zijn gezin in de behandelgroep? Dit is van belang om geen onhaalbare verwachtingen te wekken bij cliënten. Als van tevoren duidelijk is dat een jeugdige en zijn gezin op basis van de criteria niet passen in de behandelgroep, heeft een startonderzoek geen zin.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

5. Behandelgroep

Abstract
In de groep vindt de kern van de behandeling plaats. De behandeling moet doelgericht zijn. Dat betekent dat de pedagogisch medewerkers al hun handelingen moeten kunnen verantwoorden en zich bewust moeten zijn van het doel van hun gedrag. De behandeling van alle jeugdigen is gericht op het creëren van perspectief: perspectief op een zinvolle dagbesteding en perspectief op de toekomst, met als doel re-integratie in de maatschappij.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

6. Behandelingsmiddelen

Abstract
In dit hoofdstuk worden de behandelingsmiddelen beschreven die in het vorige hoofdstuk genoemd zijn. Ze dienen als concreet hulpmiddel bij de behandeling en kunnen door pedagogisch medewerkers worden ingezet. Ze geven richting aan het handelen van medewerkers. Dit hoofdstuk heeft het karakter van een naslagwerk. Uiteraard is dit hoofdstuk niet volledig. Elke instelling kan behandelingsmiddelen toevoegen.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

7. Modules en activiteiten buiten de groep

Abstract
Het hulpaanbod voor jeugdigen in een residentieel behandelprogramma dat gericht is op het in kaart brengen en vergroten van het perspectief, strekt verder dan het hulpaanbod in de behandelgroep en de hulp die de ambulant begeleiders bieden. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de activiteiten die de jeugdigen buiten de behandelgroep krijgen aangeboden. Allereerst wordt ingegaan op groepsgerichte trainingsmodules die zijn gericht op het uitbreiden van gewenste vaardigheden van de jeugdigen.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

8. Begeleiding van ouders

Abstract
Voor het welslagen van de behandeling in de groep is het essentieel dat ouders bij de behandeling worden betrokken. De rol van ouders en hun intensieve betrokkenheid bij de behandeling van hun kind is van wezenlijk belang om de geleerde vaardigheden te kunnen generaliseren naar de thuissituatie. Ook bij de ouders zal er iets in gang moeten worden gezet.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

9. Competenties van de medewerkers

Abstract
Het werken met jeugdigen in een residentieel behandelprogramma dat werkt aan perspectief vraagt veel van de pedagogisch medewerkers, hun leidinggevende, de ambulant hulpverlener en de gedragswetenschapper. Het is van belang dat zij over een behoorlijk opleidingsniveau beschikken, bijgeschoold zijn in het werken met de methode en dat zij daarnaast over een aantal basiscompetenties beschikken.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

10. Ondersteuning en begeleiding van het team

Abstract
De kwaliteit van de behandeling in een residentiële voorziening staat of valt met een kwalitatief goed team. De benodigde competenties van de teamleden zijn in hoofdstuk 9 beschreven. Het is belangrijk dat de kwaliteit van de medewerkers wordt ‘onderhouden’. Dit gebeurt in de vorm van deskundigheidsbevordering. Het teamfunctioneren hangt ook sterk samen met de geboden ondersteuning en begeleiding.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

11. Voorwaarden aan de gebouwen

Abstract
Om residentiële behandeling te kunnen bieden op een voor de jeugdige en medewerkers veilige en overzichtelijke manier, dienen de gebouwen aan een aantal voorwaarden te voldoen op het gebied van locatie en architectuur.
Monique van de Mortel, Marije Valenkamp

Nawerk

Meer informatie