De ronddraaiende transversale magnetisatie is de bron van het MRI-signaal. Het is belangrijk om te kunnen herkennen uit welk deel van het lichaam het signaal afkomstig is. Hiervoor moet het lichaam in slices en voxels (volume-elementen) worden opgedeeld en moet je kunnen herkennen uit welk volume-element een signaal afkomstig is. Dat doe je door het signaal per voxel een unieke code te geven door middel van gradiënten in het magneetveld. Er zijn drie gradiënten die voor deze codering zorgen: slice-selectiegradiënt, frequentiecoderingsgradiënt en fasecoderingsgradiënt. Gradiënten hebben ook nog een andere functie, namelijk het meten en wegschrijven van echo’s in de K-ruimte. De grootte van deze ruimte is variabel en wordt beïnvloed door de resolutie.