Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen 1/2022

Open Access 01-03-2022 | Forum

Ruimte voor ontmoeting

Een zoektocht naar de sociale waarde van de leefomgeving

Auteurs: Prof. dr. M. Bussemaker, MSc Tim ’S Jongers, MSc Evert J. J. Schot, Ir. Milou Joosten

Gepubliceerd in: TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen | bijlage 1/2022

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

In het Nederlandse zorgbeleid staat een beweging naar meer zorg ‘thuis’ centraal. Daarbij is er echter weinig aandacht voor een goede thuisomgeving. Terwijl juist de leefomgeving van groot belang is voor gezondheid en welzijn. In een gezamenlijk adviestraject pleiten de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving en het Atelier Rijksbouwmeester voor meer aandacht voor de sociale waarde van de leefomgeving door het faciliteren van ontmoeting en onderlinge verbondenheid. Dat is wel een weerbarstige opgave: ontmoeting laat zich niet zomaar ‘sturen’ of ‘ontwerpen’. Toch zien we een rol voor nationale en lokale overheden: door betere verbindingen te maken met andere beleidsopgaven en door de kracht van de verbeelding te benutten bij het vormgeven van ruimte voor ontmoeting en het proces daarnaartoe. In een gezamenlijk adviestraject werken we dit thema komend jaar verder uit.

Inleiding

Het Nederlandse zorgbeleid kenmerkt zich de afgelopen jaren door een beweging naar meer zorg ‘thuis’, of in ieder geval ‘in de wijk’, dichtbij huis. In de ouderenzorg, de geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg, het sociaal domein en ook in visies op een meer digitale curatieve en chronische zorg – steeds komt de thuisomgeving naar voren als de meest geschikte plek om kwaliteit van leven te behouden. Aan dat beleidsdiscours ligt een ‘belofte van nabijheid’ ten grondslag [1]: het beeld van thuis als een vertrouwde en bekende omgeving met informele hulp en sociale contacten binnen handbereik.
Het motto achter deze beweging is het organiseren van de juiste zorg op de juiste plek. De meeste beleidsinzet richt zich op de eerste helft ervan: het organiseren van de juiste zorg, bijvoorbeeld via nieuwe kaders en samenwerkingsverbanden voor professionele zorgverlening. Er is minder aandacht voor de thuisomgeving als de juiste plek, en dan vooral voor de vraag hoe deze omgeving kwaliteit van leven kan bevorderen.
Volgens ons als Raad voor Volksgezondheid & Samenleving en Rijksbouwmeester vraagt juist deze omgeving om meer aandacht – al is het maar in het licht van de tegenvallende resultaten van het beleid naar meer zorg thuis [2]. De leefomgeving van wijk, buurt, dorp of straat en de aanwezige voorzieningen op loopafstand maken van een huis immers een ‘thuis’ en zijn belangrijk voor onze gezondheid en ons welzijn. Dan gaat het zowel om fysieke kwaliteiten als voldoende groen, water en schone lucht, maar vooral ook om de minder tastbare sociale waarde, zoals (mogelijkheden tot) goed contact met buren en buurtgenoten, en een thuisgevoel. En het geldt in het bijzonder voor mensen in kwetsbare posities of met een beperkte mobiliteit. Voor hen vormt de directe leefomgeving voor een belangrijk deel ook hun leefwereld.
Tegelijkertijd zijn Nederlandse buurten vaak onvoldoende toekomstbestendig in het licht van een groeiende ongelijkheid en een vergrijzende bevolking. Een opgave die breder is dan de noodzaak van voldoende of meer passende woonvormen. De leefbaarheid in kwetsbare wijken en de toegang tot voorzieningen in de stad staan immers onder druk [3, 4]. Ook wonen juist ouderen vaak in buurten met beperkte mogelijkheden tot sociaal contact en onvoldoende toegankelijke voorzieningen, zoals buurtwinkels en gemeenschapsgebouwen [5]. Deze situatie vergroot het maatschappelijke risico op toenemende eenzaamheid en toenemende scheidslijnen.
Het is dan ook terecht dat er in zowel ruimtelijk beleid als gezondheidsbeleid meer aandacht komt voor de manier waarop de leefomgeving gezondheid kan beschermen én bevorderen. Zowel de Nationale Omgevingsvisie als de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid (beide uit 2020) stippen ook de sociale waarde ervan aan. Steeds duidelijker wordt hoe sociale relaties in wijken bijdragen aan individuele gezondheid, zeker voor mensen met een beperking of in een kwetsbare levenssituatie [6]. Toch zijn we er daarmee nog niet. Hoe die relatie precies ligt, is nog onvoldoende bekend. Ook de relatie tussen fysieke omgeving en sociale effecten is niet eenduidig: ‘ruimte maken voor ontmoeting’ is geen sinecure.
In dit artikel zetten we een eerste stap om beleidsmakers en andere betrokkenen te voeden om werk te maken van de sociale waarde van de leefomgeving. Daarbij richten we ons meer specifiek op de manier waarop de buurt kan bijdragen aan ontmoeting en het versterken van de sociale verbanden tussen buurtgenoten, en welke rol de overheid daarbij kan spelen. Waar liggen moeilijkheden en mogelijkheden? Dit doen we vanuit eerste inzichten van het adviestraject Ruimte voor ontmoeting waaraan wij dit jaar werken.

Het belang van sociale verbindingen

Burgers met een zorgbehoefte kunnen een beroep doen op professionele zorg en hulp. Aan die zorg dragen we allemaal ons steentje bij via de zorgpremie en belastingen – een teken van solidariteit. Het is wel een koude, onpersoonlijke solidariteit. Je hoeft er elkaar niet voor te kennen, het vraagt weinig inlevingsvermogen in of empathie voor de ander.
De belofte van nabijheid onder het huidige zorgbeleid stoelt op een warmere, meer directe vorm van solidariteit. Het veronderstelt dat familie en vrienden, buren en buurtgenoten actief naar elkaar (gaan) omzien, ook als daar niets tegenover staat. In eigen kring, maar dus ook tussen buurtgenoten met wie we geen emotionele of persoonlijke band hebben [7]. Een bekend gezegde luidt: it takes a village to raise a child. Dat gaat dus ook op voor oud worden in de wijk, of thuis wonen met een beperking: het vraagt iets van een buurt als gemeenschap. Op wijkniveau valt het bijvoorbeeld op dat een hoog sociaal kapitaal leidt tot een betere individuele gezondheid [8].
Die verbondenheid blijkt ook in onderzoek essentieel voor welzijn in brede zin [9] en begint bij het ontmoeten en leren kennen van elkaar – door contact te leggen met anderen kan sociaal kapitaal ontstaan [10]. Uiteenlopende varianten van verbondenheid kunnen zich zo ontwikkelen – passend bij diverse omgevingen. Van het ideaaltypische naoberschap van actieve, wederzijdse hulprelaties, tot luchtigere varianten als ‘alledaagse attentheid’ tussen ‘bekende vreemden’ [11]. Een zoektocht naar zorgzaamheid vraagt zo ook aandacht voor het evenwicht tussen gemeenschap en autonomie, bemoeien en loslaten, tussen de waarde van ‘beleefde oplettendheid’ en ‘beleefde onoplettendheid’. Een mismatch tussen hoogdravend ideaal en behoeften van bewoners in een bepaalde buurt kan mensen doen afhaken of juist als voedingsbodem dienen voor sociale conflicten.
De opgave van meer onderlinge verbondenheid is dan ook geen gemakkelijke, gezien de groeiende scheidslijnen en de grotere diversiteit in onze samenleving. Zeker in grote steden heeft meer dan de helft van de inwoners een migratieachtergrond en ook binnen die groep is de verscheidenheid groot. Daarbij kunnen de verschillen tussen jong en oud, praktisch en theoretisch geschoolden, verbondenheid in de weg staan. Ook praktische zaken kunnen een belemmering vormen, zoals de moeite die veel mensen ondervinden om in de huidige woningmarkt een passend huis in gewilde buurten te vinden. Het afgelopen coronajaar wees ons zo op een dieperliggende opgave: om elkaar actief op te blijven zoeken, ook als we vaker (alleen) thuis zitten, in eigen bubbels leven of elkaar niet automatisch meer tegenkomen en kennen.

Het belang van ruimte maken voor ontmoeting

Door het verkondigen van een gewenste participatiesamenleving en meer samenredzaamheid heeft de overheid burgers de afgelopen jaren aangespoord tot actieve inzet voor de gemeenschap. Dit idee werd echter al snel overschaduwd doordat de bezuinigingen het maatschappelijke debat domineerden. Hierdoor werd de gewenste open en sociale opstelling uit het oog verloren.
Niet top-down, maar bottom-up heeft de fysieke omgeving van de buurt de potentie om uit te nodigen tot ontmoeting en contact, zonder dit dwingend op te leggen. Niet voor niets spreekt de Nationale Omgevingsvisie van een leefomgeving die ‘verleidt’ en ‘uitnodigt’ om activiteiten buitenshuis te ondernemen en elkaar te ontmoeten. Zowel in de openbare ruimte in algemene zin, als via specifieke plekken en voorzieningen, zoals scholen, kerken, horeca en bibliotheken. Mogelijke plekken voor ontmoeting bestaan in de buurt immers in soorten en maten. Naast formele ontmoetingsruimten als buurthuizen gaat het ook om een ruimte die ‘terloopse’ ontmoetingen faciliteert, op bankjes en in portieken, of de waarde die bijvoorbeeld bibliotheken hebben voor de sociale infrastructuur van een buurt.
Net als het stimuleren van onderlinge verbondenheid is ook het aanspreken van deze potentie van de fysieke leefomgeving weerbarstig. De publieke ruimte en toegang tot voorzieningen staan immers onder druk [4]. Dorpen krimpen en steden verdichten. Laagdrempelige ontmoetingsplekken als buurtwinkels en gemeenschapsgebouwen verdwijnen, al komen daar op verschillende plekken ook weer nieuwe plekken voor in de plaats, zoals buurtmoestuinen. Toch blijft het vaak bij lokale initiatieven. Gemeenten hebben hun handen vol aan de nasleep van de decentralisaties, grond is vaak schaars, corporaties hebben zich (gedwongen) teruggetrokken op hun kerntaken. Lang heeft ook het Rijk het wijkbeleid in de ijskast gezet, al tekent zich daar nu verandering in af met het nieuwe Volkshuisvestingsfonds. Vooral op het platteland en in kwetsbare wijken ontstaat de dreiging van een publieke ruimte als niemandsland, dat in theorie van velen is, maar waar niemand zich geroepen voelt om er werk van te maken.
Er is ook een dieperliggende, inherent complexe relatie tussen de fysieke omgeving en sociale verbondenheid. Daarop wijst de Amerikaanse socioloog Richard Sennett met het onderscheid dat hij maakt tussen de buurt als plek en als gemeenschap [12]. Ruimtelijk ontwerp en goede architectuur kunnen sociaal verkeer faciliteren en ervoor zorgen dat mensen zich ergens thuis voelen. Tegelijkertijd kunnen sociaal initiatief, actief burgerschap en professioneel ‘gastheerschap’ een plek tot gemeenschap vormen. Maar er bestaat ook een inherente spanning tussen plek en gemeenschap. Immers, bewoners verhuizen of worden ouder. Dat maakt het lastig om een plek in te laten spelen op de steeds veranderende behoeften van bewoners. Zo zal de huidige vergrijzingsgolf rond 2040 weer over zijn piek heen zijn, terwijl dat helemaal niet zo ver vooruit is gedacht in termen van ruimtelijke inrichting. Ook laten de grootstedelijke naoorlogse wijken zien hoe modieuze ruimtelijke inzichten al na enkele decennia achterhaald kunnen zijn, terwijl juist buiten de grote stad nieuwe vormen van zorgzaamheid ontstaan zónder een vooropgezet ontwerp. Ruimte maken voor ontmoeting is dus iets anders dan het uit de grond stampen van nieuwe plekken of ‘wijken van de toekomst’. Die sluiten niet vanzelf aan op de gebruikers en bewoners van nu en straks. Flexibiliteit en multifunctionaliteit zijn nodig om in te kunnen spelen op veranderende behoeften.

Hoe verder?

Samenvattend laat het bovenstaande zien hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor ontmoeting, maar ook hoe taai en complex het kan zijn om die ruimte te ‘ontwerpen’ en er op te ‘sturen’. Dat maakt de vraag relevant op welke manier de overheid er toch een passende rol in kan vervullen. Hoe kan worden voorkomen dat beleidsidealen in de praktijk verwateren, of dat overheden en andere stakeholders vooral voor burgers gaan denken?
Vanuit die vragen zijn wij dit jaar aan de slag gegaan. Daarmee willen we bijdragen aan de ontluikende aandacht in beleidsvisies, door mee te zoeken naar manieren om visies in de praktijk te brengen. We publiceerden al een beeldende digitale bundel, waarin we het thema vanuit de perspectieven van denkers, makers en doeners belichtten. Die inzichten vertalen we later dit jaar naar een concreet advies voor nationale en lokale beleidsmakers.
Op basis van de gesprekken die we al voerden en voorbeelden die we zien denken we dat er op drie fronten vooruitgang is te boeken. Ten eerste in het vergroten van het vertrouwen van beleidsmakers in de burgerkracht die ze willen aanspreken. Dat betekent niet alleen burgers betrekken bij raadplegingen of ontwerpplannen, maar hen ook beslissings- en uitvoeringsmacht gunnen, en ruimte om eigenaarschap van en verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte op zich te nemen en deze zelf vorm te geven [4].
Ook is er winst te behalen door de kracht van verbeelding beter te benutten. Ontwerpers kunnen onze blik naar voren richten en zo de gewenste verandering in gang zetten. Door flexibel en multifunctioneel te ontwerpen kunnen zij bijdragen aan duurzame verbindingen, bijvoorbeeld door ‘halteplaatsen’ te creëren op looproutes van ouderen of bestaande voorzieningen nieuw leven in te blazen, zoals nieuwe bibliotheken ontworpen als ‘huiskamers van de stad’. Ook kan verbeelding helpen bij het vormgeven van een effectiever en vertrouwensvol samenspel tussen overheid en bewoners, bijvoorbeeld door burgers via beeldend ontwerp een actieve rol te geven in een beleidswereld van plannen, schotten en budgetten die ver van hen afstaat [13].
Ten slotte zien we winst in het leggen van verbindingen met andere beleidsopgaven, zoals smart cities en duurzame wijken. Hoe kan een slimme stad bijvoorbeeld ontmoeting helpen ontstaan, en hoe kan verduurzaming buurtgenoten bij elkaar brengen? Op een abstract niveau kan daarbij een wervend narratief van waarde zijn, dat betrokkenen actief voor langere tijd weet te binden, en waarin bewoners meedenken én meebeslissen. We zien daarnaast heel concrete voorbeelden: hoe de Participatiekeuken vanuit een sociale maaltijdservice ook zoekt naar manieren om ontmoeting te faciliteren, door bijvoorbeeld met woningcorporaties moestuintjes aan te leggen. Of, zoals de Zorgvrijstaat in Rotterdam probeert, door bestaande initiatieven letterlijk bij elkaar te brengen, zodat er niet langs elkaar heen wordt gewerkt. De aanschuifmaaltijden bijvoorbeeld, waardoor er niet langer verschillende eetinitiatieven zijn die alle een eigen kok en vrijwilligers nodig hebben, maar nu een maandelijkse kalender wordt op opgesteld met plekken waar bewoners kunnen aanschuiven. Interessant is ook hoe de werelden van bewoners, onderzoekers en beleidsmakers samenkomen via nieuwe organisatievormen als hubs, labs en werkplaatsen.

Meedenken

Wij leggen ook zelf graag verbindingen. Wilt u met ons meedenken over hoe de leefomgeving gezondheid en welzijn van de wijkbewoners kan verbeteren? Over hoe plekken in de buurt kunnen bijdragen aan onderlinge verbondenheid en ontmoeting? Hebt u een mooi voorbeeld of inspirerende ideeën? We horen het graag!
Open Access This article is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License, which permits use, sharing, adaptation, distribution and reproduction in any medium or format, as long as you give appropriate credit to the original author(s) and the source, provide a link to the Creative Commons licence, and indicate if changes were made. The images or other third party material in this article are included in the article’s Creative Commons licence, unless indicated otherwise in a credit line to the material. If material is not included in the article’s Creative Commons licence and your intended use is not permitted by statutory regulation or exceeds the permitted use, you will need to obtain permission directly from the copyright holder. To view a copy of this licence, visit http://​creativecommons.​org/​licenses/​by/​4.​0/​.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Literatuur
1.
go back to reference Bredewold F, Duyvendak D, Kampen T, et al. De verhuizing van de verzorgingsstaat. Hoe de overheid nabij komt. Amsterdam: Van Gennep; 2018. Bredewold F, Duyvendak D, Kampen T, et al. De verhuizing van de verzorgingsstaat. Hoe de overheid nabij komt. Amsterdam: Van Gennep; 2018.
2.
go back to reference Kromhout M, Echelt P van, Feijten P. Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid. Den Haag: SCP; 2020. Kromhout M, Echelt P van, Feijten P. Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid. Den Haag: SCP; 2020.
3.
go back to reference Leidelmeijer K, Frissen J, Iersel J van. Veerkracht in corporatiebezit. De update: een jaar later, twee jaar verder. Amsterdam: RIGO; 2020. Leidelmeijer K, Frissen J, Iersel J van. Veerkracht in corporatiebezit. De update: een jaar later, twee jaar verder. Amsterdam: RIGO; 2020.
4.
go back to reference Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Toegang tot de stad: hoe publieke voorzieningen, wonen en vervoer de sleutel voor burgers vormen. Den Haag: Rli; 2020. Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Toegang tot de stad: hoe publieke voorzieningen, wonen en vervoer de sleutel voor burgers vormen. Den Haag: Rli; 2020.
6.
go back to reference Waverijn G. The benefit of neighbourhood social capital for health of people with chronic illness. Utrecht: Nivel; 2017. Waverijn G. The benefit of neighbourhood social capital for health of people with chronic illness. Utrecht: Nivel; 2017.
7.
go back to reference Blokland T. Goeie buren houden zich op d’r eigen: buurt, gemeenschap en sociale relaties in de stad. Den Haag: Dr. Gradus Hendriks-stichting; 2005. Blokland T. Goeie buren houden zich op d’r eigen: buurt, gemeenschap en sociale relaties in de stad. Den Haag: Dr. Gradus Hendriks-stichting; 2005.
8.
go back to reference Mohnen SM, Groenewegen PP, Völker BGM, Flap HD. Neighborhood social capital and individual health. Social Sci Med. 2010;72:660–7. CrossRef Mohnen SM, Groenewegen PP, Völker BGM, Flap HD. Neighborhood social capital and individual health. Social Sci Med. 2010;72:660–7. CrossRef
9.
go back to reference Whitehead M, Dahlgren G. What can be done about inequalities in health? Lancet. 1991;338(8774):1049–63. CrossRef Whitehead M, Dahlgren G. What can be done about inequalities in health? Lancet. 1991;338(8774):1049–63. CrossRef
10.
go back to reference Mohnen SM, Völker B, Flap H, Groenewegen PP. Health-related behavior as a mechanism behind the relationship between neighborhood social capital and individual health—a multilevel analysis. Bmc Public Health. 2012;12(1):116. CrossRefPubMedPubMedCentral Mohnen SM, Völker B, Flap H, Groenewegen PP. Health-related behavior as a mechanism behind the relationship between neighborhood social capital and individual health—a multilevel analysis. Bmc Public Health. 2012;12(1):116. CrossRefPubMedPubMedCentral
11.
go back to reference Kremer M, Parys A, Verplanke L. Alledaagse attentheid in een superdiverse wijk. Amsterdam: Ben Sajetcentrum; 2019. Kremer M, Parys A, Verplanke L. Alledaagse attentheid in een superdiverse wijk. Amsterdam: Ben Sajetcentrum; 2019.
12.
go back to reference Sennett R. Building and dwelling. Ethics for the city. Londen: Penguin Books; 2020. Sennett R. Building and dwelling. Ethics for the city. Londen: Penguin Books; 2020.
13.
go back to reference Bussemaker J. Ministerie van Verbeelding: idealen en de politieke praktijk. Amsterdam: Uitgeverij Balans; 2021. Bussemaker J. Ministerie van Verbeelding: idealen en de politieke praktijk. Amsterdam: Uitgeverij Balans; 2021.
Metagegevens
Titel
Ruimte voor ontmoeting
Een zoektocht naar de sociale waarde van de leefomgeving
Auteurs
Prof. dr. M. Bussemaker
MSc Tim ’S Jongers
MSc Evert J. J. Schot
Ir. Milou Joosten
Publicatiedatum
01-03-2022
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen / Uitgave bijlage 1/2022
Print ISSN: 1388-7491
Elektronisch ISSN: 1876-8776
DOI
https://doi.org/10.1007/s12508-021-00320-z