Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft u een actueel beeld van de behandeling van chronische obstructieve longziekten (COPD). Deze editie, van Rik Gosselink en Marc Decramer, is de opvolger van het eind jaren tachtig verschenen boek Fysiotherapie bij CARA. Sinds die eerste druk hebben er binnen het vakgebied aanzienlijke ontwikkelingen plaatsgevonden die bijvoorbeeld ertoe leidden dat het begrip CARA verdween. Momenteel wordt een onderscheid gemaakt tussen astma en COPD op het gebied van etiologie, pathofysiologie en de behandeling.

Dergelijke essentiële veranderingen leverden een compleet nieuw boek op. De behandelingen zijn gewijzigd en de medicamenteuze therapie komt uitvoerig aan bod. De revalidatie van de COPD-patiënt staat evenwel centraal. In deze uitgave is dan ook een belangrijke plaats ingeruimd voor diagnostiek en behandeling met het oog op dat verbeterde revalidatieproces.

Bij de behandeling van COPD zijn meerdere disciplines betrokken. Dit multidisciplinaire karakter maakt Revalidatie bij patiënten met chronisch obstructieve longziekten interessant voor fysiotherapeuten, longartsen, revalidatieartsen, huisartsen, internisten, verpleegkundigen, ergotherapeuten, maatschappelijk werkers, diëtisten en psychologen.

Beide auteurs zijn hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Prof.dr. R. Gosselink (fysiotherapeut) is hoofd van de afdeling Kinesitherapie aan de Universitaire ziekenhuizen Leuven.
Prof.dr. M. Decramer (long- en revalidatiearts) is kliniekhoofd Longziekten aan de Universitaire ziekenhuizen Leuven. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Chronic obstructive pulmonary disease (COPD)

Samenvatting
Patiënten met longziekten komen in het algemeen voor fysiotherapeutische behandelingen in aanmerking, hetzij voor behandelingen die het opgeven van sputum vergemakkelijken, die het gevoel van dyspneu reduceren of die de spierfunctie of de algehele conditie verbeteren. Dit geldt voor patiënten met obstructieve longziekten zoals chronic obstructive pulmonary disease (copd) en astma, maar ook voor patiënten met mucoviscidose, bronchiëctasieën, interstitiële en restrictieve longziekten, kwaadaardige aandoeningen en ziekten van de pulmonale circulatie. Dit geldt tevens voor respiratoire aandoeningen in het algemeen. Ook patiënten met kyfoscoliose of neuromusculaire aandoeningen stellen immers goede indicaties voor een fysiotherapeutische behandeling. Dit geldt voor alle ziekten die tot respiratoire insufficiëntie aanleiding geven. Deze aandoeningen zijn samengevat in tabel 1-1.
R. Gosselink, M. Decramer

2 Klinische diagnostiek

Samenvatting
Doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in het functioneren van de patiënt met zijn longziekte. De gezondheidstoestand kan volgens de Wereldgezondheidsorganisatie op drie niveaus worden gedefinieerd: stoornissen of (orgaan)disfuncties, activiteiten of vaardigheden (beperkingen) en de participatie of sociale interactie (handicaps; fig. 2-1). Een stoornis of (orgaan)disfunctie is een afwijking in de specifieke werking van weefsels, organen, orgaanstelsels of van organen uit meerdere orgaanstelsels tezamen. Met activiteit of vaardigheid wordt het gedrag bedoeld van een persoon dat ontstaat bij het toepassen van een basisvaardigheid of een bundeling van basisvaardigheden in de context van de fysieke, sociale en culturele omgeving. Participatie of sociale interactie wordt gedefinieerd als een binnen een groep mensen vigerend complex van normen en verwachtingen met betrekking tot het gedrag van een individu in een bepaalde sociale positie. Door de longziekte ontstaan er functiestoornissen in de longen en luchtwegen, het (adem)bewegingsapparaat en het fysieke prestatievermogen. Dit kan leiden tot beperkingen in vaardigheden zoals de activiteiten van het dagelijks leven (adl), en de kwaliteit van leven kan verminderen waarbij de sociale rol van de persoon in het geding is.
R. Gosselink, M. Decramer

3 Functioneel onderzoek

Samenvatting
Met longfunctietests kan men een aantal aspecten van de pathofysiologie van copd en astma objectiveren. Deze aspecten zijn met verschillende longfunctietests te kwantificeren, evenals het beloop in de tijd, al dan niet onder invloed van interventies. De luchtwegobstructie komt vooral tot uiting in een afname van de dynamische longfunctieparameters die worden gemeten tijdens een geforceerde expiratie. Hyperinflatie vindt men terug in de statische longfunctieparameters volumen. Diffusiestoornissen door weefselverlies en ventilatie-inhomogeniteit worden gekwantificeerd met diffusiemeting. Het elasticiteitsverlies uit zich in een gestoorde compliancemeting. Hierna worden deze longfunctiemetingen besproken. Voor een meer gedetailleerde bespreking wordt verwezen naar gespecialiseerde handboeken.1
R. Gosselink, M. Decramer

4 Behandeling van COPD

Samenvatting
In hoofdstuk 1 is copd gedefinieerd als een aandoening gekenmerkt door irreversibele en progressieve luchtwegobstructie. Hoewel dit op het eerste gezicht doet vermoeden dat voor een dergelijke aandoening maar weinig behandeling bestaat, is dat eigenlijk niet het geval. Weliswaar is er maar één echte behandeling, namelijk stoppen met roken, die de progressie van de ziekte afremt.1 Daarnaast is er in de laatste twintig jaar een reeks andere behandelingen ontwikkeld die de symptomen verlichten, de levenskwaliteit en de overleving verbeteren en patiënten beter met hun ziekte leren omgaan.2 Deze behandelingen worden in dit hoofdstuk besproken. Ten slotte is er een hele reeks nieuwe farmacologische en immunologische behandelingen in studie die zeer waarschijnlijk het aanzien van de behandeling in de komende tien jaar fundamenteel zal veranderen.3
R. Gosselink, M. Decramer

5 De revaliderende behandeling: algemeen kader

Samenvatting
copd vormt in verschillende opzichten een indicatie voor revaliderende behandeling. Dit kan het geval zijn omdat er een probleem is met opgeven en overproductie van sputum. In dat geval vormt het een indicatie voor behandelingsmethoden die het mucociliair transport bevorderen. Deze methoden worden in hoofdstuk 6 besproken.
R. Gosselink, M. Decramer

6 Behandeling van stoornissen in het mucustransport

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de fysiotherapeutische mogelijkheden om de obstructie in de luchtwegen te verminderen. Veelal wordt door fysiotherapeuten alleen gedacht aan mucus als oorzaak voor obstructie, maar er zijn ook andere factoren die luchtwegobstructie tot gevolg kunnen hebben (zie hoofdstuk 1). Voor de fysiotherapeut is het van belang ze te kennen. Enerzijds zijn zij aangrijpingspunten voor een causale (verwijderen van mucus) of symptomatische benadering (voorkomen van collaps van de luchtwegen). Anderzijds wordt daardoor duidelijk welke factoren niet door fysiotherapie worden beïnvloed, al moet er bij de behandeling wel rekening mee gehouden worden (bijvoorbeeld bronchospasme). Daarnaast zijn er factoren waarvan gebruikgemaakt wordt bij de behandeling (bijvoorbeeld collaterale ventilatie en een lage inspiratoire flow om lucht achter de mucus te krijgen). Kennis van deze factoren is ook belangrijk om de beperkingen van bepaalde fysiotherapeutische technieken te begrijpen en de technieken aan te kunnen passen aan de individuele patiënt. Een te grote expiratiekracht bijvoorbeeld kan bij een patiënt met verlies van elastische retractiekracht van de longen een collaps van de luchtwegen veroorzaken; hierdoor wordt een ‘krachtige’ hoest ineffectief, terwijl een minder krachtige geforceerde expiratie (een huff, zie later) er juist wel voor zorgt dat het secreet in de luchtwegen verplaatst wordt.
R. Gosselink, M. Decramer

7 Kinesiologie en pathokinesiologie van het adembewegingsapparaat

Samenvatting
De adembeweging, als gevolg waarvan veranderingen in het longvolume optreden, bestaat uit ritmische opeenvolgende bewegingen van de thorax en de buikwand (inspiratie en expiratie; fig. 7-1). Het adembewegingsapparaat (thorax, abdomen en ademspieren) is, als het hart bij de bloedsomloop, de vitale pomp voor de ventilatie. De ademspieren veroorzaken vormveranderingen en daardoor een volumeverandering van de thorax en het abdomen.* Het gevolg daarvan is een volumeverandering van de longen en daarmee ontstaat ventilatie. Op deze wijze bestaat er een nauwe relatie tussen het adembewegingsapparaat en de longen. Veranderingen van de mechanische eigenschappen van het ene systeem hebben consequenties voor het functioneren van het andere systeem. Wanneer als gevolg van longziekten de longmechanica verandert, zullen de eisen die aan het adembewegingsapparaat worden gesteld, veranderen en treedt er aanpassing op. Inzicht in het normale functioneren van het adembewegingsapparaat is essentieel voor een goed begrip van de aanpassingen ervan bij longziekten. Pas dan is ook een adequate bewegingstherapeutische behandeling van het adembewegingsapparaat mogelijk.
R. Gosselink, M. Decramer

8 Behandeling van het adembewegingsapparaat

Samenvatting
Als gevolg van copd ondergaat het adembewegingsapparaat een aantal veranderingen. Er is een toegenomen belasting op de adembeweging als gevolg van de veranderde longmechanica en de inspiratiestand van de thorax. De kracht van de ademspieren, vooral van het diafragma, neemt af als gevolg van de inspiratiestand van de thorax en ook algemene invloeden als ondervoeding, inactiviteit en medicatie spelen een rol. Dit heeft tot gevolg dat de belastbaarheid van het adembewegingsapparaat afneemt, wat bijdraagt aan de symptomatologie van de patiënt: dyspneu en beperkt inspanningsvermogen.
R. Gosselink, M. Decramer

9 Behandeling van het algemeen uithoudingsvermogen

Samenvatting
Patiënten met copd en astma hebben klachten van kortademigheid, beperkt inspanningsvermogen en een afgenomen levenskwaliteit. De verminderde inspanningscapaciteit heeft slechts een zwak verband met de ernst van de luchtwegobstructie (zie fig. 5-1).1 Spierzwakte, deconditionering en een gestoorde diffusiecapaciteit van de longen blijken vooral de afname van het inspanningsvermogen te bepalen.2 Bovendien dragen spierzwakte en verminderd inspanningsvermogen bij aan de toegenomen medische consumptie, zoals bezoek aan de longarts en ziekenhuisverblijf3,4 en aan de mortaliteit.5
R. Gosselink, M. Decramer

Nawerk

Meer informatie