Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het vakgebied van de psychotherapie is een lappendeken van allerlei therapierichtingen. Voor (aspirant)therapeuten is het dan ook een hele klus om door de bomen het bos nog te zien, laat staan dat het lukt om een keuze te maken tussen de gespecialiseerde therapiescholen.

Psychotherapie; Van theorie tot praktijk is een onmisbare wegwijzer in het onoverzichtelijke landschap van de moderne psychotherapie. Op heldere en toegankelijke wijze worden de meest gangbare therapiescholen besproken en voorzien van kanttekeningen. De therapiescholen worden op eenvormige wijze behandeld:

ontstaan en ontwikkeling: historische wortels, invloedrijke vertegenwoordigers en belangrijke evolutielijnen; theorie: algemene mensvisie en opvatting (verklaring) van problemen (stoornissen);therapie: praktische werkwijze en bijzondere strategieën of technieken; beschouwing: een kritische doorlichting (sterke en zwakke punten) van theorie en praktijk.

Door deze systematische aanpak krijgt de lezer handvatten om de verschillende therapierichtingen onderling te vergelijken. Het geheel is bovendien voorzien van pittige citaten en kritische noten. Kortom, Psychotherapie in de praktijk is een handig overzichtswerk voor een ieder die zich meer dan oppervlakkig wil oriënteren op het terrein van de psychotherapie.

Deze derde herziene druk is geactualiseerd en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de psychotherapie zijn in deze uitgaven opgenomen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Variaties op een thema: wat is ‘echte’ psychotherapie?

Hoofdstuk 1 Variaties op een thema: wat is ‘echte’ psychotherapie?
Onder psychotherapie verstaan we een vorm van hulpverlening die, via het methodisch aanwenden van psychologische middelen door gekwalificeerde personen, beoogt mensen te helpen hun gezondheid te verbeteren. Er bestaan tal van therapievormen, die meestal worden ingedeeld volgens twee hoofdkenmerken: het cliëntsysteem en de werkwijze. Spiegelend aan het medische model verloopt de psychotherapeutische werkwijze in drie grote stappen: probleemverkenning, probleemontleding en probleemoplossing. Ondanks kritiek (teveel gericht op tekorten en toestanden en te zeer individugericht) maken vele therapeuten bij de psychiatrische diagnostiek gebruik van de dsm. Bij de indicatiestelling is het belangrijk dat de cliënt zo getrouw mogelijk wordt geïnformeerd, zodat deze op basis daarvan toestemming kan geven voor een bepaalde therapeutische interventie (regel van ‘informed consent’). Een en ander wordt opgenomen in een behandelplan (behandelovereenkomst of therapiecontract). De rechten en plichten van de cliënt zijn vastgelegd in de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (wgbo).
R. van Deth

2. Onbewuste scenario’s: psychodynamische therapie psychodynamische therapie

Hoofdstuk 2 Onbewuste scenario’s: psychodynamische therapie
Volgens de grondlegger van de psychoanalyse, Sigmund Freud, zou het onbewuste bepalend zijn voor het functioneren van mensen. Zijn psychodynamische therapie beoogt niet het behandelen van klachten of symptomen, maar wil de ontstaansgeschiedenis ervan in de vroege jeugd achterhalen. De belangrijkste techniek is de vrije associatie: de cliënt krijgt de opdracht om alles te melden wat er in hem/haar opkomt. Daarnaast krijgt de relatie tussen cliënt en therapeut grote aandacht. Op deze manier kan intensieve, langdurige therapie de persoonlijkheid van de cliënt ingrijpend veranderen. Mede omdat bekostiging van dergelijke langdurende therapie steeds meer ter discussie kwam te staan, zijn de laatste decennia verschillende kortdurende psychodynamische behandelvormen ontwikkeld. Deze hebben de teloorgang van de psychodynamische therapie echter niet kunnen voorkomen. Toenemende kritiek vooral op het gebrek aan wetenschappelijk gehalte van de psychodynamische benadering en de opkomst van andere therapievormen zijn daarvan de belangrijkste oorzaken.
R. van Deth

3. In contact met jezelf: cliëntgerichte therapie cliëntgerichte therapie

Hoofdstuk 3 In contact met jezelf: cliëntgerichte therapie
De cliëntgerichte benadering van Carl Rogers is de meest invloedrijke humanistische vorm van therapie. Een belangrijk uitgangspunt is dat de cliënt zelf zijn problemen het beste kent en daarom zelf de richting en invulling van zijn leven kan bepalen. Een cliëntgericht therapeut beperkt zich tot een therapeutische grondhouding gekenmerkt door onvoorwaardelijke aanvaarding, echtheid en empathie. De cliënt ontdekt geleidelijk wie hij werkelijk is, wat hij wil en wat hem belemmert in zijn leven. Het proces van persoonlijke groei en ontwikkeling komt op gang en de cliënt kan zijn problemen zelfstandig oplossen. Zowel Rogers’ theorie als zijn psychotherapeutische aanpak zijn op tal van punten gekritiseerd. Van het belang van een goed therapeutisch klimaat als basis voor behandeling zijn hedendaagse therapeuten – ook uit andere stromingen – inmiddels overtuigd. Desondanks heeft de oorspronkelijke Rogeriaanse behandelingsvorm de laatste jaren aanzienlijk aan invloed verloren.
R. van Deth

4. Al doende leren: gedragstherapie gedragstherapie

Hoofdstuk 4 Al doende leren: gedragstherapie
Gedragstherapeuten leggen de nadruk op leerprocessen, actuele concrete klachten, observeerbaar gedrag en het nauwgezet volgen van het effect van therapie. Het doel is gedragsverandering, waarbij technieken worden gebruikt die zijn gebaseerd op een aantal leerprincipes. Voorbeelden daarvan zijn sociale-vaardigheidstrainingen, systematische desensitisatie en flooding. In het begin van de therapie streeft de therapeut naar een concrete beschrijving van het gedrag, wat eraan voorafgaat en erop volgt. Vervolgens probeert hij een bepaald patroon vast te stellen (functieanalyse), waarna met concrete technieken het gedrag wordt bewerkt. Doorlopend wordt samen met de cliënt beoordeeld of de aanpak effectief is en bijstelling behoeft. Met name bij angststoornissen werden met gedragstherapeutische technieken al gauw goede resultaten behaald. Ook al doordat de gedragstherapie uitstekend aansluit op de vraag naar kortdurende, wetenschappelijk onderbouwde behandelingsmethoden, behoort zij tegenwoordig tot de toonaangevende therapievormen. De laatste jaren wordt vooral een aanpak toegepast die ook oog heeft voor cognitieve processen: vandaar de naam cognitieve gedragstherapie.
R. van Deth

5. Anders denken: cognitieve therapie cognitieve therapie

Hoofdstuk 5 Anders denken: cognitieve therapie
Albert Ellis en Aaron Beck staan aan de basis van de cognitieve therapie. Ellis kreeg bekendheid met zijn rationeel-emotieve therapie (ret). Psychische problemen zouden grotendeels voortkomen uit onlogische en irrationele gedachten. Vooral door overreding worden deze gedachten door de therapeut aangepakt. Becks behandelvorm gaat er vanuit dat psychische problemen te wijten zijn aan de wijze waarop mensen informatie verwerken. Onjuiste automatische gedachten en cognitieve schema‘s beïnvloeden de informatieverwerking, waardoor een vertekend beeld van zichzelf en de werkelijkheid ontstaat. De cognitief therapeut probeert in een beperkt aantal zittingen de geloofwaardigheid van de verkeerde automatische gedachten te ondermijnen. Vooral door een bepaalde vraagstelling (Socratische dialoog) ontdekt de cliënt geleidelijk zelf dat zijn oorspronkelijke gedachten niet kloppen of hem niet verder helpen. Vervolgens wordt de cliënt ertoe aangezet meer houdbare of bruikbare cognities te ontwikkelen en die te toetsen in de praktijk. In de loop van de therapie worden de onderliggende denkschema’s op soortgelijke wijze aangepakt.
R. van Deth

6. Lief en leed samen: systeemtherapie systeemtherapie

Hoofdstuk 6 Lief en leed samen: systeemtherapie
Relatie- en gezinstherapeuten richten zich op problemen die te maken hebben met interacties in het gezin of tussen partners. Afhankelijk van de problematiek gaat de therapeut in op de gezinsstructuur, de communicatie of het verleden. Zo kan de therapeut proberen verstarring in gezinsstructuren te doorbreken door bepaalde subsystemen (ouders, kinderen) binnen het gezin te stimuleren tot activiteiten. Veelvuldig voorkomende communicatieproblemen tracht hij te verhelpen door betrokkenen een constructievere manier van communiceren aan te leren. Onopgeloste conflicten, te wijten aan negatieve ervaringen met gezinsleden (in het huidige gezin of het gezin van oorsprong), worden uitgesproken en verwerkt. Naast deze systeemtheoretisch geïnspireerde technieken maken therapeuten ook gebruik van andere benaderingen. De moderne relatie- en gezinstherapie heeft de systeemtheorie verlaten en een sterk eclectisch-pragmatisch karakter gekregen. Problematisch blijft het feit dat de werkzaamheid van relatie- en gezinstherapie moeilijk te testen is volgens de gangbare regels van het vergelijkend therapie-onderzoek.
R. van Deth

7. Therapie op maat: wat meten en weten we?

Hoofdstuk 7 Therapie op maat: wat meten en weten we?
Men spreekt van wetenschappelijk verantwoorde of beproefde (‘evidence-based’) behandeling wanneer onderzoek heeft aangetoond dat de therapie ‘werkt’. Hierbij worden drie begrippen onderscheiden: efficacy (het effect van therapie bij degenen die de behandeling daadwerkelijk kregen en beëindigden); effectiveness (effect bij de hele onderzoeksgroep); efficiency (effectiviteit in het Kader van een kosten/batenanalyse). Steeds vaker wordt de psychotherapeutische praktijk aan de hand van behandelprotocollen (standaard, richtlijn, aanbeveling) gestroomlijnd. In de praktijk echter wordt de keuze van een behandeling veeleer bepaald door de opleiding en voorkeur van de hulpverlener en de min of meer toevallige beschikbaarheid van therapeuten binnen een regio of instelling. Veel therapeuten combineren elementen uit verschillende therapieën (eclecticisme, integratie en synthese). Een ongemotiveerd, eenzijdig accent op psychotherapie dan wel farmacotherapie kan het geloof in, of de therapietrouw aan, de andere benadering ondermijnen. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor het motiveren (cognitief overtuigen en emotioneel stimuleren) van de cliënt door de therapeut.
R. van Deth

8. Valkuilen en vangnetten: in goede handen?

Hoofdstuk 8 Valkuilen en vangnetten: in goede handen?
Psychotherapie kan ongewenste of schadelijke gevolgen hebben. Vaak gaat het om een fout in de indicatiestelling en/of het onjuist uitvoeren van de therapie. De emotionele investering, die het omgaan met cliënten vraagt, kan bij therapeuten op verschillende manieren zijn tol eisen. Cliënt en therapeut kunnen ook de therapie misbruiken. Valse motieven, verborgen bedoelingen of geheime agenda’s blijven daardoor vaak lange tijd niet onderkend. Opleiding, leertherapie of supervisie bieden geen garanties voor de kwaliteit van therapeuten. Idealiter scherpt het therapeutisch werk de zelfkritiek aan bij de therapeut en zoekt deze zelf tijdig hulp voor persoonlijke problemen. De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet big) regelt in Nederland de zorgverlening voor beroepsbeoefenaren. Deze beroepsbescherming van psychotherapeut impliceert ook de onderwerping aan een eigen tuchtrecht en een beroepscode met de rechten van de cliënt en de plichten van de therapeut. Allerlei beroepsverenigingen komen op voor de belangen van psychotherapeuten en stellen specifieke kwaliteitseisen aan zijn werk.
R. van Deth

Nawerk

Meer informatie