Skip to main content
main-content

11-09-2017 | Psychologie | Nieuws

Er is veel meer suïcidaliteit onder jongeren dan vermoed

Interview met Ad Kerkhof

Ad Kerkhof is sinds 1979 betrokken bij wetenschappelijk onderzoek naar suïcidepreventie. Sinds 1996 als hoogleraar aan de VU. Eén van zijn drijfveren is de kennis over suïcidale processen en de behandeling van suïcidaliteit, zo snel en breed mogelijk verspreiden in de gezondheidszorg en in de preventie. 

BSL Testweb vroeg hem wat meer te vertellen over het meetinstrument VOZZ (Vragenlijst over Zelfdoding en Zelfbeschadiging), dat hij samen met Annemiek Huisman ontwikkelde. De VOZZ meet de ernst van suïcidaliteit bij jongeren van 12 t/m 21 jaar.


Wat doet u bij de VU op gebied van suïcide-onderzoek?

Wij ontwikkelen aan de VU meetinstrumenten voor het opsporen en van suïcidaliteit en ontwikkelen (online) behandeling. Daarbij richten we ons specifiek op de behandeling van het suïcidale proces over verschillende patiëntengroepen heen. Op dit moment ben ik bezig met onderzoek naar de effectiviteit van Gatekeepers in suïcidepreventie, naar de effectiviteit van EMDR bij de behandeling van suïcidale intrusies en naar een safety app voor suïcidale depressieve patiënten in ggz behandeling. 

Wat is de VOZZ en wat kan men met dit instrument?

De VOZZ is een screening en diagnostisch instrument voor het opsporen en vaststellen van verhoogd suïciderisico bij jongeren. Afname van de VOZZ kan levens redden en helpen voorkomen dat ouders moeten rouwen om de onnodige suïcide van hun kind. Het instrument helpt bij signalering en bespreking van suïcidaliteit bij jongeren.

Het ontwikkelen van de VOZZ was een heel logische en noodzakelijke stap in het verbeteren van de preventie van suïcide op jonge leeftijd. De behoefte daaraan en noodzaak daartoe werd gevoeld in het veld, in de wetenschap, eigenlijk overal. Het was zelfs het eerste waar de Tweede Kamer om vroeg bij de beraadslagingen over een suïcidepreventiebeleid. Toen de politiek zich erover ontfermde kwam er geld beschikbaar voor het opzetten van onderzoek en het ontwikkelen van een instrument.

Hoe liep de ontwikkeling de VOZZ?

Het was een moeizaam proces waarbij we te maken kregen met de volle kracht van het taboe rond suïcide en de angst voor suïcidaliteit bij jongeren in het bijzonder. Dat kwam bijvoorbeeld naar voren bij de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC), die stelde dat het afnemen van een vragenlijst over suïcidaliteit bij jongeren mogelijk gevaarlijke effecten zou kunnen hebben. Dat het jongeren op een idee zou kunnen brengen. Ondanks overtuigend wetenschappelijk bewijs dat dat niet zo is, bleef de METC vasthouden aan deze gedachte.

Het METC eiste vooraf informed schriftelijk consent van beide ouders voordat de adolescenten mee mochten doen met het onderzoek. De procedure van de METC volgend kregen we op scholen een response van 4%. Jongeren wilden het niet aan hun ouders voorleggen, wat het moeilijk maakte onderzoek te doen. 

Wat kan men met de VOZZ wat voorheen niet kon?

Leerkrachten en hulpverleners hadden altijd al de mogelijkheid om op voorzichtige wijze naar suïcidale gedachten van de aan hun toevertrouwde adolescenten te vragen. Maar in de praktijk kwam het daar niet altijd van. Het afnemen en bespreken van de VOZZ is een manier om met de jongere hun wanhoop bespreekbaar te maken. Afname kan leiden tot een gesprek met een leerkracht, mentor, poh-ggz, hulpverlener of andere vertrouwenspersoon.

Nieuw is de mogelijkheid om dit instrument als ROM-meetinstrument in te zetten: een snelle blik op suïcidaliteit bij begin en einde van een behandeling. Onze aanbeveling is om de VOZZ aan het begin van elke behandeling in de ggz af te nemen. Er is veel meer suïcidaliteit onder jongeren in de ggz dan dat we vermoeden. Meting aan het einde van de behandeling geeft zekerheid dat het suïciderisico inderdaad is afgenomen. De kans is namelijk aanwezig dat de suïcidaliteit blijft voortbestaan ook al lijkt de behandeling van de depressie goed geholpen te hebben. Bij de volgende tegenslag kan de suïcidaliteit dan weer explosief opflakkeren.

Hoe ervaren cliënten en hulpverleners het gebruik van de VOZZ?

Jongeren bij wie de vragenlijst wordt afgenomen ervaren dit veelal als prettig. Ze voelen zich daarmee begrepen en ze voelen het niet als belasting om de vragenlijst in te vullen. De jongeren met suïcidaliteit voelen zich serieus genomen en de jongeren bij wie het niet speelt begrijpen dat het belangrijk is dat er naar gevraagd wordt. Door de VOZZ wordt niemand op het idee gebracht suïcide te plegen. Ook voor de leerkracht of hulpverlener is afname daardoor niet belastend, alleen de uitslag kan wel belastend zijn en uitnodigen tot vervolgactie. Maar dat is juist de bedoeling van de screener. Hulpverleners en leerkrachten zien met de gebruik van de VOZZ meer suïcidaliteit dan ze verwacht hadden.

Zet u de VOZZ ook in bij uw eigen werk?

Altijd en ook bij oudere cliënten. De VOZZ werkt ook uitstekend bij volwassenen, alleen daar is hij niet voor genormeerd. Maar dan bespreken we de antwoorden op de inviduele items en dat is vaak heel onthullend.

Zijn er uitdagingen bij het gebruik van de VOZZ?

De uitdaging is wanneer er een verhoogde score wordt aangetroffen, en je daar als afnemer iets mee moet doen, een vervolgactie ondernemen. De suïcidaliteit moet verder worden uitgezocht in een persoonlijk gesprek en indien nodig moeten ook de ouders worden ingelicht. Wat daar allemaal bij komt kijken staat in de handleiding van de VOZZ, of kun je vinden op www.mentalhealthonline.nl.

Wat zouden we met zijn allen beter kunnen doen in Nederland?

Bij de behandeling van suïcidaliteit zouden, overigens niet alleen bij jongeren, de ouders of andere naasten betrokken moeten worden. Ook bij jongeren van 20 jaar zouden hulpverleners zich niet moeten verschuilen achter het beroepsgeheim. Een beroep op een hulpverlener om de ouders niet op de hoogte te stellen van suïcidegedachten dient nooit gerespecteerd te worden. Denk maar eens wat er gebeurt als je de ouders op de begrafenis tegenkomt en zij vragen of je op de hoogte was van de suïcidegedachten van hun zoon of dochter. Wat zeg je dan?

Wat gaat er al beter dan voorheen?

Er is de laatste tijd meer aandacht voor suïcidaliteit in de gezondheidszorg, mede ook vanwege acties en 113 Zelfmoordpreventie.

Welk advies geeft u iemand die te maken heeft met een suïcidale cliënt?

Praat erover. Probeer je te verplaatsen in de gedachtegang van de ander. Ga niet onmiddellijk redden, want dan luister je niet meer.

Dhr. prof. dr. A.J.F.M. (Ad) Kerkhof is klinisch psycholoog (BIG), hoogleraar klinische psychologie, psychopathologie en suïcidepreventie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, faculteit Psychologie en Pedagogiek, afdeling klinische psychologie. Hij verricht wetenschappelijk onderzoek op het gebied van suïcidepreventie en behandeling van suïcidaal gedrag en werkt tevens als psychotherapeut in eigen praktijk.

Vragenlijst over Zelfdoding en Zelfbeschadiging | VOZZ
Meet: ernst van suïcidaliteit bij jongeren
Leeftijdsbereik: normering: 18 t/m 21 jaar, afneembaar va 12 jaar
Afname- en scoringsduur: 5 – 10  minuten
Toepasbaar in: POH-GGZ, GGZ, Jeugd-GGZ, jeugdzorg, onderwijs, GGD

VOZZ factsheet >>

VOZZ bestelinformatie >> ​​​​​​​






Onze productaanbevelingen

BSL Psychologie Totaal

Met BSL houdt u eenvoudig en efficiënt uw vak bij. Met een online abonnement heeft u toegang tot een groot aantal boeken, tijdschriften en online nascholing. Denk hierbij aan e-learnings en web-tv's. Zo kunt u op uw gemak en wanneer het u het beste uitkomt verdiepen in uw vakgebied.