Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het beroep van kinderverpleegkundige stelt specifieke eisen aan je vakkennis. Je moet niet alleen op de hoogte zijn van het medisch/verpleegkundig handelen, ook kennis van de psychologische ontwikkeling van kinderen is onontbeerlijk. Een goede begeleiding van een kind in het ziekenhuis draagt ertoe bij dat negatieve gevolgen van een opname voor een kind voorkomen, of in ieder geval beperkt worden.

Deze vijfde druk is geheel aangepast aan de actuele ontwikkelingen binnen de kinderverpleegkunde. Het geeft (toekomstige) kinderverpleegkundigen inzicht in de kinder- en jeugdpsychologie die nodig is voor een optimale begeleiding van jonge patiënten. De opzet is driedelig. Het eerste deel beschrijft de algemene en psychologische ontwikkeling van het kind gedurende de verschillende leeftijdsfasen. Daarna komt de professionele begeleiding van het opgenomen kind door de kinderverpleegkundige aan de orde. Het derde deel behandelt een aantal specifieke thema's, zoals allochtone kinderen, heimwee, angst en spelsituaties. Ook communicatie tussen verpleegkundige, kind en ouders, zoals bijvoorbeeld het 'slecht-nieuws gesprek' wordt hier besproken. Bij elk hoofdstuk zijn leerdoelen geformuleerd. De vele casussen maken de praktijk helder.

Deze uitgave is een leerboek voor studenten die de specialistische vervolgopleiding kinderverpleegkunde volgen, en een naslagwerk voor gediplomeerde kinderverpleegkundigen.

Hans Heyster is pedagoog, en heeft jarenlange onderwijservaring op het gebied van pedagogiek, omgangskunde en psychologie. Van zijn hand verschenen verschillende uitgaven binnen het vakgebied.
Henk Verheijen was lange tijd docent pedagogiek/psychologie voor de specialistische vervolgopleiding kinderverpleegkunde. Hij is tevens werkzaam als docent aan een Pabo.

Inhoudsopgave

Voorwerk

De ontwikkeling van het kind

Voorwerk

1. Algemene oriëntatie

Zodra kinderen zijn geboren, zijn ze op opvoeding aangewezen. Er zou weinig van het kind terechtkomen als het na zijn geboorte aan zijn lot zou worden overgelaten.
Hans Heyster, Henk Verheyen

2. De prenatale fase

Ons lichaam bestaat uit een ontelbaar aantal cellen die allemaal zijn ontstaan uit slechts één cel, negen maanden voor de geboorte. Ze hebben verschillende taken toegewezen gekregen. De ‘werktekening’ om uit te groeien tot een dergelijk complex en gedifferentieerd geheel lag opgesloten in nog geen miljoenste milligram van de stof die we dna noemen. Deze hoeveelheid stof is samengebracht door beide ouders.
Hans Heyster, Henk Verheyen

3. De zuigeling

Als het kind geboren is, is de lichamelijke scheiding tussen moeder en kind definitief. De geestelijke scheiding zal veel meer tijd vergen. Moeder en kind voelen zich nog lange tijd verbonden door een hechte band die men het ‘wij-gevoel’ noemt. Zodra de navelstreng is doorgeknipt, is de zuigeling gedwongen zelf adem te halen, zelf te eten en zelf de omgeving te waarschuwen wanneer er iets is waardoor hij zich niet prettig voelt, bijvoorbeeld bij pijn, koude enzovoort.
Hans Heyster, Henk Verheyen

4. De peuter

De belangrijkste verandering in deze periode is het zich zelfstandig kunnen verplaatsen in de ruimte.
Hans Heyster, Henk Verheyen

5. De kleuter als schoolkind

Als je naar de kleuter kijkt valt direct de gedrongen houding van het kind op; de buik steekt vooruit en de taille ontbreekt. Het is duidelijk dat de kleuter voornamelijk in de breedte groeit. Armen en benen groeien minder snel in vergelijking met de romp, en om de gewrichten ontwikkelen zich vetkussentjes, wat de kleuter een mollig aanzien verschaft. De vingers zijn kort en dik en de knietjes staan enigszins naar binnen toe. Het hoofd neemt nog steeds een relatief grote plaats in en het melkgebit is meestal al compleet.
Hans Heyster, Henk Verheyen

6. Het oudere schoolkind

Als kinderen een jaar of zes zijn, verdwijnt de mollige kleutergestalte. Ze gaan nu vooral in de lengte groeien, de tanden vallen uit en maken plaats voor het blijvende gebit. Schoolkinderen ervaren hun lichaam als iets vanzelfsprekends. Je kunt ermee klimmen, rennen, springen en bewegen.
Hans Heyster, Henk Verheyen

7. De puber

De lichamelijke veranderingen die in de puberteit optreden, vinden hun oorzaak onder andere in een vergrote activiteit van de hypofyse, een endocriene klier aan de onderkant van de grote hersenen.
Hans Heyster, Henk Verheyen

Begeleiding in het ziekenhuis door de kinderverpleegkundige

Voorwerk

8. Voorbereiding op de ziekenhuisopname

Zodra ouders gehoord hebben dat hun kind in het ziekenhuis moet worden opgenomen, kunnen er spanningen in het gezin ontstaan. Daaraan is nauwelijks te ontkomen. Zieke kinderen vragen meer aandacht dan gezonde en dit kan in sommige gevallen ten koste gaan van de overige gezinsleden. Gevoelens van irritatie kunnen worden afgewisseld met gevoelens van medelijden. Het voortdurend klaar moeten staan voor de een zonder te morren kan een onredelijke uitval tegenover de ander tot gevolg hebben. Toch blijft het moeilijk precies aan te geven hoe ouders zich uiten als zij weten dat hun kind naar het ziekenhuis moet.
Hans Heyster, Henk Verheyen

9. Het verblijf in het ziekenhuis

Na jarenlang voornamelijk een migratieland te zijn geweest, werd Nederland tijdens de jaren zestig een immigratieland. Vooral uit de landen rondom de Middellandse Zee kwamen veel werknemers naar Nederland toe. Velen van hen zijn voorgoed in Nederland gebleven en lieten hun familie overkomen. Maar ook door de komst van veel vluchtelingen en asielzoekers is Nederland een multiculturele en multi-etnische samenleving geworden.
Hans Heyster, Henk Verheyen

10. Allochtone kinderen in het ziekenhuis

Na jarenlang voornamelijk een migratieland te zijn geweest, werd Nederland tijdens de jaren zestig een immigratieland. Vooral uit de landen rondom de Middellandse Zee kwamen veel werknemers naar Nederland toe. Velen van hen zijn voorgoed in Nederland gebleven en lieten hun familie overkomen.
Hans Heyster, Henk Verheyen

11. Ouderparticipatie

Onder ouderparticipatie verstaan we de deelname van de ouders aan de verzorging van hun kind gedurende een groot deel van de ziekenhuisopname.
Hans Heyster, Henk Verheyen

12. Kinderen met psychosomatische klachten

Eenvoudig gesteld slaat de term psychosomatische ziekte alleen op die ziekten die veelal door psychische fricties ontstaan en die zich lichamelijk uiten. Het is nog steeds moeilijk aan te geven hoe en waardoor een psychosomatose ontstaat.
Hans Heyster, Henk Verheyen

13. Kinderen met kanker

Over hoe kinderen hun ziek zijn beleven is in zijn algemeenheid niet zo heel veel bekend. Het is vaak een zeer persoonlijk en uniek beleven, waarbij een complex geheel van factoren een rol speelt: aard van de ziekte, gezinssituatie, de persoonlijkheid van het patiëntje, zijn leeftijd, het verloop van de ziekte, wel of geen ziekenhuisopname enzovoort.
Hans Heyster, Henk Verheyen

14. Het kind en de dood

Vroeger was de confrontatie met de dood een zaak die bij het leven hoorde. De mensen hadden zich toen een bepaalde manier eigen gemaakt om met de dood om te gaan. Het sterven vond thuis plaats in de vertrouwde omgeving, net als het afleggen en het opbaren van het lijk. Tegenwoordig wordt de dood vaak verdrongen.
Hans Heyster, Henk Verheyen

15. Overbrengen van slecht nieuws

Wanneer men besloten heeft iemand op de hoogte te brengen van slecht nieuws, is het aan te raden dit direct aan het begin van het gesprek te doen en er geen doekjes om te winden, waardoor de patiënt moet gissen naar de bedoeling. Natuurlijk mag je best laten merken dat het moeilijk is het bericht door te geven. Belangrijk is hierbij dat de stem warm en echt klinkt.
Hans Heyster, Henk Verheyen

Thematiek rondom het kind in het ziekenhuis

Voorwerk

16. Het kind en het gezin

Het gezin bestaat in de meeste gevallen uit een vader, moeder en een of meer kinderen. Het is een kleine relatief permanent samenlevende groep mensen met een gemeenschappelijke traditie. Het is een universeel verschijnsel; het is van alle tijden en het komt in een of andere vorm in vrijwel alle culturen voor. Het gezin is voor het kind de eerste en belangrijkste sociale primaire groep waarvan het deel uitmaakt: een kleine groep waarin de contacten veelvuldig en persoonlijk zijn. Vaak zijn de gezinsvormen traditioneel bepaald.
Hans Heyster, Henk Verheyen

17. Het kind en de godsdienst

Het godsdienstig aspect vormt een onmiskenbaar element in de persoonlijkheid van veel mensen. Voor velen is de godsdienstige overtuiging het leidend beginsel voor hun doen en laten. Op de kinderafdeling kan dit gegeven niet zonder meer genegeerd worden. Het gedrag van kinderen en ouderen zal men, ook in het ziekenhuis, vaak vanuit deze achtergrond moeten beschouwen. Hierbij gaat het dan niet in de eerste plaats om de gevoelens die de verpleegkundige heeft, maar wel om die van het patiëntje en zijn familie.
Hans Heyster, Henk Verheyen

18. Het kind en zijn spel

In de loop van de tijd hebben veel psychologen zich de vraag gesteld waarom kinderen eigenlijk spelen. Sommigen zeggen dat kinderen in hun spel hun overschot aan energie ontladen, anderen zien in het spel een vooroefening voor het latere leven. De Amerikaanse psycholoog Stanley Hall meende dat het kind in zijn spel een versnelde ontwikkelingsgang van de mensheid doormaakt.
Hans Heyster, Henk Verheyen

19. Het kind en zijn angst

Iemand die angstig is, ervaart een engte ten opzichte van zichzelf en zijn omgeving. Hij ervaart zijn bestaan op zijn smalst. Angst zou men kunnen omschrijven als een gevoelstoestand die ontstaat door een frictie tussen de fundamentele menselijke behoeften en een omgeving die de bevrediging van deze behoeften belemmert of verhindert.
Hans Heyster, Henk Verheyen

Nawerk

Meer informatie