Psychiatrie
Van diagnose tot behandeling
- 2026
- Boek
- Auteur
- Ron van Deth
- Uitgeverij
- BSL Media & Learning
Over dit boek
Dit boek geeft je een helder, actueel en praktisch overzicht van de psychiatrie. Je leert de belangrijkste kenmerken, verklaringen en behandelingen van psychische problematiek kennen én ontdekt hoe je deze kennis kunt toepassen in de praktijk.
Deze 7e druk van Psychiatrie: Van diagnose tot behandeling is uitgebreid en geactualiseerd. Je leest niet alleen over klassieke diagnostiek en behandeling, maar ook over actuele thema’s zoals innovatieve organisatievormen in de ggz, het gebruik van psychedelica in psychotherapie en de kansen en beperkingen van kunstmatige intelligentie (AI) in de zorg. Daarnaast wordt er meer aandacht besteed aan de samenhang van psychische problematiek en transdiagnostische alternatieven voor de DSM.
De duidelijke structuur met korte blokken tekst, nieuwe schema’s, tabellen en figuren maakt de stof overzichtelijk en toegankelijk. Als student werk je met:
reflectie- en discussievragen die je uitdagen om je eigen ervaringen en meningen erbij te betrekken; casusopdrachten waarmee je leert de leerstof toe te passen en een eigen standpunt te ontwikkelen;
Daarnaast biedt het online studieblok samenvattingen, kernbegrippen, leerdoelen, een begrippentrainer en 260 vernieuwde multiplechoicevragen. Zo kun je je kennis en inzicht zelfstandig oefenen en toetsen. Voor verdieping vind je verwijzingen naar video’s, podcasts, websites en films.
Inhoudsopgave
-
Voorwerk
-
Diagnostiek en benadering
-
Voorwerk
-
1. Psychiatrie en maatschappij
Ron van DethSamenvattingOpvattingen over ‘gek’ of ‘gestoord’ gedrag zijn sterk tijd- en cultuurgebonden. Vergeleken met lichamelijke ziekten is psychische problematiek moeilijker objectief, wetenschappelijk te benaderen. De psychiatrie volgt over het algemeen het medisch model. Na een beschrijving en ordening van de kenmerken van de stoornis (diagnose) wordt gezocht naar mogelijke verklaringen en een geschikte behandeloptie. Daarbij veronderstelt men dat het verdere verloop van de stoornis (prognose) gunstig wordt beïnvloed. In het beste geval worden maatregelen getroffen om de stoornis te voorkomen (preventie). Inmiddels wordt in de psychiatrie het medisch model geleidelijk aangepast. Op basis van een gelijkwaardige werkrelatie tussen zorgverlener en cliënt komt de zorgvraag centraler te staan, groeit het belang van de context, het cliëntperspectief en de regie die cliënten over hun leven en hun zorg voeren. Herstelondersteunende zorg speelt daarin een hoofdrol. De grote meerderheid van cliënten komt terecht bij allerlei vormen van ambulante zorg. Afhankelijk van de ernst van de problematiek is dat de huisarts/poh-ggz, de basis-ggz of de specialistische ggz. -
2. Diagnose
Ron van DethSamenvattingHet Amerikaanse classificatiesysteem DSM (met de nieuwste versie DSM-5-TR) ordent (‘classificeert’) de psychische problematiek. Het systeem vat de symptomen van psychische problemen vooral samen, maar geeft geen verklaring. Al geruime tijd groeit de kritiek op de DSM. Zo zou het leiden tot toenemende psychiatrisering en kan de etikettering nadelige gevolgen hebben voor cliënten. In de praktijk komt bovendien comorbiditeit veel voor en hebben stoornissen veel meer gemeen dan de DSM doet vermoeden. Daarom worden alternatieve, transdiagnostische modellen ontwikkeld. Diagnosticeren is veel méér dan classificeren. Een goede diagnose geeft antwoord op vragen als: wat is er aan de hand, hoe ernstig is het, hoe is het verloop, hoe komt dat, wat is eraan te doen, wat betekent dat voor het dagelijks leven van deze cliënt? De kennis, ervaring en verwachtingen van cliënten en hun naasten worden daar nauw bij betrokken. In het diagnostisch interview worden allereerst gegevens over het leven van cliënten verzameld (anamnese). Daarnaast is de interviewer gericht op beoordeling van hun psychische toestand. Om deze informatie volledig te maken, is vaak lichamelijk onderzoek (o.a. hersenonderzoek) noodzakelijk en/of psychodiagnostisch onderzoek. Dit wordt vaak aangevuld met informatie van naasten en/of andere zorgprofessionals (heteroanamnese). -
3. Verklaring
Ron van DethSamenvattingVerklaringen in de psychiatrie berusten meestal op een biopsychosociale zienswijze: psychische ontregeling als resultaat van een interactie tussen lichamelijke, psychische en sociale factoren. Die factoren kunnen een kwetsbaarmakende, uitlokkende, onderhoudende of beschermende rol spelen. Biologische verklaringen zoeken de biologische verstoring (aangeboren of verworven) bij psychische problematiek vooral in een verstoorde prikkeloverdracht tussen zenuwcellen van specifieke hersendelen. Daarvoor zijn scheikundige stoffen nodig: de neurotransmitters. Tegenover deze biologische verklaringen staan psychologische opvattingen over het ontstaan van psychische problematiek. De belangrijkste zijn: leertheorie (conditionering) en cognitieve theorie (onhoudbare of onbruikbare denkpatronen). Sociale verklaringen richten zich op relatie en gezin (systeemtheorie) en de maatschappelijke en culturele context (sociaal-culturele theorie). De verschillende theorieën zijn elk afzonderlijk niet voldoende om psychische problematiek te kunnen verklaren. -
4. Behandeling
Ron van DethSamenvattingWanneer biologische factoren een belangrijke rol spelen bij psychische ontregeling, worden vaak (eerst) biologische behandelopties overwogen. De meest gebruikte bestaan uit psychofarmaca: antipsychotica (bij psychosen), antidepressiva (bij depressies), lithium (bij bipolaire stoornissen) of benzodiazepinen (bij angst). Psychotherapie is behandeling van psychische problematiek met behulp van psychologische methoden door daarvoor opgeleide deskundigen. De vier belangrijkste psychotherapierichtingen zijn: psychodynamische, persoonsgerichte experiëntiële, cognitieve gedrags- en systeemtherapie. De meest ingezette vorm is de cognitieve gedragstherapie. Hiervan zijn allerlei varianten ontwikkeld. Sociaalpsychiatrische zorg is vooral gericht op de wisselwerking tussen psychische ontregeling en maatschappelijke verhoudingen. Bij acute psychische problematiek is een snelle interventie in de concrete leefsituatie van de persoon-in-crisis nodig. Met name bij cliënten met ernstige of chronische psychische stoornissen wordt herstelondersteunende zorg bepleit: mensen voeren zo veel mogelijk de regie over hun leven, benutten hun mogelijkheden in hun directe omgeving en de maatschappij. -
5. Verloop en preventie
Ron van DethSamenvattingEpidemiologie is de studie naar het vóórkomen van een ziekte of stoornis in een bepaalde bevolkingsgroep. De uitkomsten zijn niet alleen nuttig voor verder onderzoek, maar ook voor het beleid in de gezondheidszorg. Als sommige stoornissen langer dan zes maanden blijven bestaan, spreken we van een chronisch verloop. Dat kan progressief, statisch of intermitterend verlopen. Bij chronische problematiek zijn er meestal beperkingen in de sociale aanpassing van betrokkenen. Streven kan dan zijn de resterende functies optimaal te benutten via herstelondersteunende zorg (tertiaire preventie). Beter is het om snel en effectief in te grijpen zodra de problematiek optreedt (secundaire preventie). Nog beter is dat het zover niet komt en de stoornis wordt voorkómen (primaire preventie). De begeleiding van mensen met een migratieachtergrond vereist van westerse zorgverleners een cultuursensitieve aanpak. Ze tonen respectvolle, onbevooroordeelde nieuwsgierigheid. Veel kinderen van ouders met psychische- en/of verslavingsproblemen (KOPP/KOV) hebben specifieke ondersteuning nodig, naast het verbeteren van de interactie met de ouders.
-
-
Psychische stoornissen
-
Voorwerk
-
6. Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
Ron van DethSamenvattingBij neurobiologische ontwikkelingsstoornissen gaat het om problemen in de ontwikkeling, waarbij hersenafwijkingen een belangrijke rol spelen. Ze beginnen in de kindertijd en blijven vaak tot in de volwassenheid. De belangrijkste zijn: verstandelijke beperking, autisme, ADHD en ticstoornissen. Mensen met een verstandelijke beperking hebben een lager IQ en hebben in meer of mindere mate moeite zich zelfstandig te handhaven in de samenleving. Een verstandelijke beperking kan tal van oorzaken hebben. Autisme gaat samen met een andere vorm van sociale communicatie, beperkte, stereotiepe gedragspatronen en/of eenzijdige interesses. Cognitief-gedragstherapeutische technieken leren cliënten vooral om te gaan met de beperkingen. Mensen met ADHD zijn onrustig, chaotisch en ongeorganiseerd, waardoor zij dikwijls negatieve reacties oproepen. Cognitieve gedragstherapie kan – in combinatie met medicatie en een helder gestructureerde omgeving – het verloop gunstig beïnvloeden. Ticstoornissen (waaronder tourette) worden gekenmerkt door onopzettelijke, herhaalde motorische bewegingen en/of verbale uitingen. Naast antipsychotica worden vaak cognitief-gedragstherapeutische technieken geadviseerd. -
7. Schizofrenie en andere psychotische stoornissen
Ron van DethSamenvattingVooral door hallucinaties en wanen is bij een psychose de relatie met de werkelijkheid sterk verstoord. Bij hallucinaties menen mensen iets waar te nemen wat er in werkelijkheid niet is. Wanen zijn niet te corrigeren, onjuiste overtuigingen, die behoren tot de inhoudelijke denkstoornissen. De belangrijkste psychosen zijn schizofrenie en andere psychotische stoornissen zoals: de waanstoornis, kortdurende psychotische stoornis, schizofreniforme stoornis en gedeelde psychotische stoornis. Schizofrenie wordt gekenmerkt door uiteenlopende verstoringen op het gebied van cognitie, emotie en gedrag. De symptomen worden verdeeld in ‘positieve’, zoals hallucinaties en wanen, en ‘negatieve’, zoals verminderde emotionele expressie, initiatiefverlies en spraakarmoede. Bij schizofrenie is vaak sprake van genetische kwetsbaarheid. Verder berust de stoornis op structurele en biochemische hersenafwijkingen, mogelijk een gevolg van geboortecomplicaties of virusinfecties. De voornaamste behandelopties zijn antipsychotica, in combinatie met een brede psychologische en sociale aanpak in de vorm van cognitieve gedragstherapie en herstelondersteunende zorg. -
8. Depressieve en bipolaire stemmingsstoornissen
Ron van DethSamenvattingBij depressieve- en bipolaire stemmingsstoornissen is de stemming langdurig en ernstig ontregeld. Een depressie behoort tot de depressieve stemmingsstoornissen en wordt gekenmerkt door abnormale neerslachtigheid en lusteloosheid. Veelal zijn cliënten met de dood bezig en sommige doen ook daadwerkelijk suïcidepogingen. Hierbij spelen zowel biologische als psychologische en sociale factoren een rol. In de praktijk worden met name bij de ernstige vormen dan ook verschillende behandelingen gecombineerd. Naast biologische behandeling met antidepressiva wordt onder andere gebruikgemaakt van cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke psychotherapie of elektroconvulsietherapie (ECT). Een manische periode wordt gekenmerkt door uitzonderlijke energie, vrolijkheid, zelfoverschatting en grote prikkelbaarheid. Manische periodes wisselen vrijwel altijd af met depressieve periodes (bipolaire-stemmingsstoornissen). Afhankelijk van de mate waarin de verschillende depressieve en (hypo)manische periodes voorkomen, worden onderscheiden: bipolaire I-stoornis, bipolaire II-stoornis en cyclothyme stoornis. De stoornissen worden vooral langdurig behandeld met lithium. Daarnaast is cognitieve gedragstherapie en ondersteuning vanuit de directe omgeving voor cliënten onmisbaar. -
9. Angststoornissen
Ron van DethSamenvattingAngst is een transdiagnostische factor en komt bij veel lichamelijke en psychische problematiek voor. Bij angststoornissen is angst het kernsymptoom. Deze stoornissen behoren tot de meest voorkomende psychische aandoeningen. Onderscheiden worden: specifieke fobieën, sociale-angststoornis, selectief mutisme, separatieangststoornis, gegeneraliseerde-angststoornis (GAS), paniekstoornis en agorafobie. Bij angststoornissen spelen biologische, psychologische en sociale factoren een rol. Psychologische factoren krijgen de meeste nadruk. De stoornissen zijn volgens de leertheorie geconditioneerde reacties, waarbij vooral het vermijdingsgedrag de stoornis in stand houdt. De cognitieve theorie benadrukt de rol van irrationele gedachten bij angstproblematiek. Cognitieve gedragstherapie is de belangrijkste behandeloptie bij angststoornissen. Om het vermijdingsgedrag te doorbreken, wordt vooral gebruikgemaakt van blootstelling (exposure) aan de angstsituatie en het corrigeren van de onredelijke denkpatronen van cliënten. Andere behandelopties zijn onder andere socialevaardigheidstraining, ontspanningsoefeningen, mindfulness, ACT en emotieregulatietraining. -
10. Dwangstoornissen
Ron van DethSamenvattingMensen met dwangstoornissen slagen er niet in herhaalde, ongewilde gedachten en/of handelingen te onderbreken of te stoppen. Dwanggedachten roepen hevige angst en spanning op, die ze met dwanghandelingen proberen te verminderen. Daardoor blijven op de langere termijn de dwanggedachten echter in stand. Tot de dwangstoornissen behoren: de obsessieve-compulsieve stoornis (OCD), excoriatiestoornis (huidpulkstoornis), trichotillomanie (haaruittrekstoornis), morfodysfore stoornis (ingebeelde lelijkheid of BDD) en verzamelstoornis (dwangmatig verzamelen). De belangrijkste behandeloptie bij OCD is cognitieve gedragstherapie. Een essentieel onderdeel daarvan is exposure met responspreventie: blootstelling aan situaties die dwanggedachten oproepen zonder dat mensen de dwanghandelingen mogen uitvoeren. Bij een excoriatiestoornis en trichotillomanie staat het aanleren van zelfcontrole centraal, waardoor ze hun ongewenste gewoonte beter leren beheersen. -
11. Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen
Ron van DethSamenvattingSpanningsbronnen of stressoren stellen de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van mensen op de proef. Vooral wanneer stressoren als bedreigend worden ervaren, kan stress ontstaan. Dan zijn er tal van symptomen zoals een verstoord gevoelsleven en allerlei lichamelijke klachten. Bij trauma- en stressorgerelateerde stoornissen is er een hevige reactie op een stressor. Daartoe behoren onder andere aanpassingsstoornissen en PTSS. Naast de ernst en duur van de stressor bepalen vooral de wijze waarop betrokkenen hiermee omgaan (coping), bepaalde persoonlijkheidskenmerken en sociale ondersteuning of er een aanpassingsstoornis (waaronder burn-out) ontstaat. Bij de behandeling worden veelal eerst de spanningsklachten aangepakt en vervolgens het copinggedrag en de stressor zelf. Na een psychotrauma (blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld) kan PTSS (posttraumatische-stressstoornis) ontstaan. Mensen kunnen uiteenlopende stressklachten vertonen en hebben last van herbelevingen van de schokkende ervaring. Traumagerichte cognitieve gedragstherapie en EMDR zijn dan belangrijke behandelopties. -
12. Dissociatieve stoornissen
Ron van DethSamenvattingBij dissociatie is de samenhang van het bewustzijn tijdelijk verstoord. Dat kan zijn weerslag hebben op het geheugen en de ervaring van de eigen persoon (zelfgevoel). Bij dissociatieve stoornissen is dat het kernsymptoom. Voorbeelden zijn: dissociatieve amnesie en depersonalisatiestoornis, maar de belangrijkste is de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS). Hierbij bepalen regelmatig twee – maar vaak meer - deelpersoonlijkheden, identiteiten of ‘alters’ het gedrag. Dissociatie zou een overlevingsstrategie zijn door pijnlijke ervaringen geheel of gedeeltelijk uit het bewustzijn te verdringen. Bij het ontstaan van DIS wordt daarbij ook gewezen op de suggestieve rol van therapeuten. In therapie moeten cliënten leren omgaan met spanningen en conflicten zonder te dissociëren. Daarnaast wordt gewerkt aan traumaverwerking en (bij DIS) integratie van de identiteiten. Vaak is de opbouw van een evenwichtig sociaal netwerk daarbij onmisbaar. -
13. Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen
Ron van DethSamenvattingAanhoudende lichamelijke klachten zijn ondergebracht in de hoofdgroep somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen. Tot deze hoofdgroep behoren de somatisch-symptoomstoornis, ziekteangststoornis en conversiestoornis.Bij een somatisch-symptoomstoornis is sprake van aanhoudende overbezorgdheid bij ten minste matige lichamelijke klachten. Mensen met de ziekteangststoornis zijn uitzonderlijk bezorgd dat zij aan een ernstige lichamelijke ziekte (gaan) lijden. Zij bezoeken allerlei artsen voor hoogstens lichte lichamelijke klachten. Bij een conversiestoornis is – meestal na een ingrijpende gebeurtenis – op medisch onverklaarbare wijze de werking van spieren of zintuigen verstoord.Veel cliënten met deze stoornissen staan niet (meteen) open voor een psychologische benadering. In hun ogen is dit een miskenning van hun aanhoudende lichamelijke problemen. Grondig medisch onderzoek is zeker noodzakelijk, maar mag niet nodeloos worden herhaald, omdat dit het ziektegedrag versterkt.Met cognitieve gedragstherapie worden de onderliggende overtuigingen en gedachten aangepakt en wordt de aandacht verlegd naar andere onderwerpen. Het doel is dat cliënten beter leren omgaan met hun overbezorgdheid en (de gevolgen van) de lichamelijke problemen. Een multidisciplinaire aanpak met verschillende vormen van (ook lichaamsgerichte) therapie is vaak nodig. -
14. Voedings- en eetstoornissen
Ron van DethSamenvattingBij jonge kinderen treden voedingsstoornissen op die je zelden ziet bij volwassenen. Daartoe behoren pica, ruminatiestoornis en vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis (ARFID).Tot de eetstoornissen behoort anorexia nervosa met twee vormen: het beperkende type (dat ‘vast’) en het eetbuien-/purgerende type (dat ‘overeet-braakt-purgeert’). Dit laatste type is soms lastig af te bakenen van boulimia nervosa of vraatzucht. Bij deze laatste eetstoornis is er echter geen opvallende vermagering. Daarnaast wordt de eetbuistoornis onderscheiden, die tot overgewicht kan leiden.Cognitieve gedragstherapie leert mensen met anorexia nervosa stapsgewijs met een stijgend gewicht om te gaan. Bij boulimia nervosa en de eetbuistoornis gaan mensen leren controle over hun eetgedrag te houden. Daarnaast probeert men de irrationele opvattingen over voeding, gewicht en uiterlijk te corrigeren. In de praktijk worden verschillende therapieën gecombineerd om zowel de eet- en gewichtsproblemen als de lichaamsbeleving, het negatief zelfbeeld en het sociaal functioneren te veranderen. -
15. Slaapstoornissen
Ron van DethSamenvattingMensen met een aanhoudende slapeloosheid (insomniastoornis) hebben last van in- of doorslaapproblemen of worden ’s ochtends heel vroeg wakker. Daardoor voelen zij zich overdag niet uitgeslapen. Naast biologische factoren kunnen onrealistische verwachtingen rond slaap, bepaalde leerervaringen, stress en verkeerde slaapgewoontes de problemen verergeren.Mensen met aanhoudende slaperigheid (hypersomnolentiestoornis) hebben last van grote slaperigheid. Bij narcolepsie zijn er onbedwingbare slaapaanvallen overdag. Andere slaapstoornissen zijn de circadianeritmestoornis, non-remslaap-arousalstoornissen (slaapwandelen en pavor nocturnus) en slaapapneu.Benzodiazepinen worden bij slaapproblemen veel voorgeschreven, maar moeten vanwege het risico van afhankelijkheid hoogstens korte tijd worden gebruikt. Goede slaaphygiëne – met leefregels voor vaste slaaptijden, voldoende beweging overdag en beperking van middelen als koffie en alcohol – is bij alle slaapproblemen een belangrijke behandeloptie. -
16. Stoornissen rond seksualiteit en sekse
Ron van DethSamenvattingBij seksuele disfuncties of seksuele stoornissen doen zich problemen voor in een fase van de seksuele responscyclus. Onderscheiden worden verminderd seksueel verlangen, erectiestoornis, seksuele-interesse-/opwindingsstoornis, orgasmestoornis, voortijdige ejaculatie en pijn bij het vrijen. De meeste disfuncties worden behandeld met sekstherapie, waarbij de seksuele activiteiten bij het vrijen eerst sterk beperkt worden en vervolgens geleidelijk worden uitgebreid.Mensen met een parafiele stoornis hebben een ongewone seksuele voorkeur, waarvan zijzelf en/of anderen last ondervinden. De meest voorkomende zijn de exhibitionisme-, fetisjisme-, transvestie-, voyeurisme-, pedofiele, seksueel-sadisme- en seksueel-masochismestoornis. Naast medicijnen die de seksuele drang onderdrukken, wordt vaak cognitieve gedragstherapie voorgesteld.Bij mensen met genderdysforie past hun genderidentiteit (het gevoel man of vrouw te zijn) niet (helemaal) bij hun biologische sekse. Ze ondervinden daarvan veel hinder. Hiervoor kunnen zij een genderbevestigende behandeling ondergaan. Lang niet alle mensen met ongewone gendergevoelens willen of kunnen echter kiezen tussen man- of vrouw-zijn en/of hebben behoefte aan zo’n behandeling. -
17. Impulsbeheersingsstoornissen en gedragsstoornissen
Ron van DethSamenvattingBij sommigen faalt de bewuste beheersing van hun impulsen en overheerst een bepaalde drang. Dat kan leiden tot kleptomanie, pyromanie en de periodiek explosieve stoornis. Deze impulsbeheersingsstoornissen zijn vrij zeldzaam, maar kunnen aanzienlijke sociale en maatschappelijke problemen veroorzaken.Mensen met kleptomanie kunnen moeilijk weerstand bieden aan de drang tot stelen, zonder overigens belang te hechten aan de gestolen spullen. Pyromanie is de onweerstaanbare drang tot brandstichten. Bij de periodiek explosieve stoornis gaat het om onverwachte woede-uitbarstingen. Veel impulsbeheersingsstoornissen worden behandeld met cognitieve gedragstherapie en zijn vooral gericht op het vergroten van zelfcontrole.Tot de gedragsstoornissen (of gedragsproblemen) behoort de normoverschrijdend-gedragsstoornis (CD). De stoornis komt vooral bij jongens voor en velen van hen begeven zich op het criminele pad. Zij hebben geen enkel respect voor de rechten van anderen en kunnen zich moeilijk verplaatsen in anderen. Een ongunstige gezinssituatie kan bepalend zijn of hun genetische kwetsbaarheid zich ontwikkelt tot deze gedragsstoornis. In plaats van medicatie en een harde aanpak zijn cognitieve gedrags- en systeemtherapie zinvoller. -
18. Stoornissen in het gebruik van alcohol en drugs
Ron van DethSamenvattingDrugs of psychoactieve stoffen kunnen vergiftiging (intoxicatie), tolerantie, psychische en fysieke afhankelijkheid of verslaving veroorzaken. Er worden drie groepen onderscheiden:a. bewustzijnsverlagende middelen (alcohol en opiaten, zoals opium, morfine, heroïne, methadon en oxycodon);b. stimulerende middelen (zoals amfetaminen, cocaïne, cafeïne en nicotine);c. bewustzijnsveranderende middelen (zoals cannabis en psychedelica als lsd). Middelen als GHB en lachgas zijn in deze driedeling moeilijk onder te brengen vanwege gemengde effecten.Bij het ontstaan van stoornissen in het gebruik van alcohol en drugs spelen vooral genetische kwetsbaarheid, neurobiologische factoren en leerprocessen een rol. Tolerantie, ontwenningsverschijnselen, psychologische en sociale factoren leiden tot instandhouding of verergering van de verslaving.De behandeling van verslavingen bestaat allereerst uit ontgifting en aanpak van medische complicaties. Naast motiverende gespreksvoering wordt een zelfcontroleprogramma ingezet. De sociale druk tot alcohol- of drugsgebruik leren mensen weerstaan in socialevaardigheidstrainingen. Verandering van leefstijl is een andere belangrijke optie. Naast systeemtherapie voor relatie- en gezinsproblemen vereisen problemen op het gebied van werk, financiën en justitie vaak sociaal-maatschappelijke begeleiding. -
19. Neurocognitieve stoornissen
Ron van DethSamenvattingBij neurocognitieve stoornissen is er sprake van vooral cognitieve achteruitgang, die door hersenafwijkingen op latere leeftijd ontstaat.Een delier behoort tot deze stoornissen. Kenmerkend zijn een vrij plotseling veranderd bewustzijnsniveau, concentratie- en oriëntatiestoornissen, hallucinaties en wanen. Een delier komt vooral voor bij oudere patiënten in algemene ziekenhuizen. De behandeling richt zich op de onderliggende (lichamelijke) oorzaak en meestal verdwijnt het delier dan binnen enkele dagen of weken.Daarnaast onderscheidt men al naargelang de oorzaak de volgende andere belangrijke neurocognitieve stoornissen: vasculaire dementie, frontotemporale dementie (FTD) en lewy-bodydementie. De meest voorkomende neurocognitieve stoornis is echter alzheimerdementie.Bij alzheimerdementie is er geleidelijke achteruitgang van vooral het cognitieve functioneren. De aandoening wordt gekenmerkt door ophoping van eiwitten in en tussen de zenuwcellen in de hersenen. Voor alzheimerdementie bestaat geen effectieve behandeling. Cliënten en naasten leren omgaan met de toenemende beperkingen. Naast realiteitsoriëntatie- en geheugentrainingen worden validatie en life review ingezet. -
20. Persoonlijkheidsstoornissen
Ron van DethSamenvattingHet begrip persoonlijkheid verwijst naar iemands unieke duurzame emotionele, denk- en gedragspatronen. Bij jongeren met een bepaalde genetische kwetsbaarheid in combinatie met een ongunstige leefsituatie kunnen zich persoonlijkheidsstoornissen ontwikkelen. Deze stoornissen worden in drie groepen verdeeld:a.Cluster A met vooral vreemde of excentrieke gedragingen: paranoïde-, schizoïde- en schizotypische-persoonlijkheidsstoornissen.b.Cluster B met vooral dramatische, emotionele, of onvoorspelbare gedragingen: de antisociale-, borderline-, histrionische- en narcistische-persoonlijkheidsstoornissen.c.Cluster C met vooral angst en/of vermijding: de vermijdende-, afhankelijke- en dwangmatige-persoonlijkheidsstoornissen.Specifieke psychotherapievormen voor deze stoornissen zijn: psychodynamisch (overdrachtsgerichte en mentaliseren bevorderende therapie), cognitief-gedragstherapeutisch (dialectische gedragstherapie) en integraal (schematherapie). Daarmee zijn de effecten van behandeling bij persoonlijkheidsstoornissen verbeterd. Blijvende veranderingen in de persoonlijkheid vragen echter vaak langdurige, intensieve therapie.
-
-
Nawerk
- Titel
- Psychiatrie
- Auteur
-
Ron van Deth
- Copyright
- 2026
- Uitgeverij
- BSL Media & Learning
- Elektronisch ISBN
- 978-90-368-3166-6
- Print ISBN
- 978-90-368-3165-9
- DOI
- https://doi.org/10.1007/978-90-368-3166-6