Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek beschrijft op heldere en toegankelijke wijze de vele aspecten van de psychiatrie die relevant zijn voor de verpleegkundige en agogische beroepsuitoefening. Allereerst worden zienswijzen en ontwikkelingen in de psychiatrie en de wet- en regelgeving behandeld. Vervolgens worden de psychische functies (symptomenleer), het psychiatrisch onderzoek en de behandelingen, inclusief psychofarmacologie, beschreven. Deze drie onderdelen zijn belangrijke elementen om de hoofdstukken over de psychiatrische ziektebeelden te kunnen begrijpen. De psychiatrische ziektebeelden worden volgens een vast stramien behandeld. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de persoonlijkheidsstoornissen, waarbij kort stilgestaan wordt bij de persoonlijkheidsontwikkeling. Aan de hand van casuïstiek worden de oorzaken, het beloop, het diagnostisch kader (DSM-IV-TR) en behandelmogelijkheden van de diverse ziektebeelden beschreven. Het onderdeel speciële psychiatrie behandelt de meest relevante thema's uit de kinder- en jeugdpsychiatrie, psychiatrische stoornissen bij mensen met een verstandelijke beperking, ouderenpsychiatrie en transculturele psychiatrie De beschrijving van de symptomen en ziektebeelden is geïllustreerd met veel casuïstiek om de transfer naar de praktijk te bevorderen. Daarbij is er aandacht voor observeren, signaleren en redeneren. Vanuit het behandelkader worden richtlijnen gegeven voor verpleegkundigen en beg leiders. Om begrippen snel te kunnen opzoeken is in het boek Psychiatrie een verklarende woordenlijst en register opgenomen. Het boek is allereerst bestemd voor studenten die een verpleegkundige of agogische opleiding volgen op mbo-niveau. Daarnaast is het boek uitermate geschikt als naslagwerk voor verpleegkundigen, begeleiders en overige medewerkers die op mbo-niveau werkzaam zijn in instellingen voor geestelijke, algemene en maatschappelijke gezondheidszorg.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Wet- en regelgeving in de psychiatrie

Inleiding
Wat nu? Kan mevrouw Braat nu toch opgenomen worden? Het antwoord op deze vraag hangt van verschillende factoren af. Er moet in ieder geval een rechter aan te pas komen om deze beslissing te nemen. Voor een nauwkeuriger antwoord moeten we de Wet BOPZ raadplegen.
S.I. Fonds

2. Stoornissen in het psychisch functioneren

Inleiding
In dit hoofdstuk worden de stoornissen in de psychische functies (bijvoorbeeld waarnemen, geheugen) beschreven. We spreken ook wel van symptomen. Deze worden behandeld in de psychopathologie. Om de psychopathologie te kunnen beoordelen, moet je zowel kennis hebben van de gezonde als van de ongezonde (gestoorde) werking van de psychische functies. Zo wordt bijvoorbeeld de werking van het gezonde geheugen beschreven, maar ook de stoornissen. Bijvoorbeeld geheugenverlies als een van de symptomen van een zware hersenschudding of dementie.
E.R. de Groot

3. Het psychiatrisch onderzoek

Inleiding
In het psychiatrisch onderzoek worden op een samenhangende, systematische en consequente wijze de oorzaken, de symptomen, het beloop en de gevolgen van een mogelijke psychiatrische stoornis bij een patiënt geëvalueerd. Dit onderzoek moet leiden tot een gericht behandelvoorstel voor een stoornis.
J.A.M. Kerstens

4. Behandelingen

Inleiding
In dit hoofdstuk zullen de verschillende behandelingen besproken worden. In de paragrafen waarin de verschillende ziektebeelden worden besproken, zal specifiek per ziektebeeld op de behandeling worden ingegaan. Dit hoofdstuk richt zich op de behandelprincipes. Eerst zal worden ingegaan op de verschillende vormen van psychotherapie. Vervolgens wordt de belangrijkste biologische therapievorm behandeld: de behandeling met psychofarmaca: de antipsychotica, antidepressiva, stemmingsstabilisatoren en anxiolytica. Naast de werking, bijwerkingen en interacties komen ook praktische zaken aan de orde. Aan het einde van het hoofdstuk komen nog enkele andere biologische therapievormen aan bod: de elektroconvulsietherapie (ECT), de transcraniële magnetische stimulatie (TMS) en de neurochirurgische behandeling.
IJ.D. Jüngen

5. Psychiatrische ziektebeelden

Inleiding
Psychoactieve stoffen beïnvloeden de werking van het centrale zenuwstelsel, met als gevolg verandering van psychische functies. Afhankelijk van de dosis, de duur van het gebruik, de leeftijd, het geslacht, de erfelijke aanleg en de gezondheidstoestand hebben ze een giftige (toxische) werking op het zenuwstelsel en/of een verslavend effect.
IJ.D. Jüngen, R. Keet, P.F.J. Schulte, Ch. van Boeijen, R. Vroon, T.A. Kuut, T. de Man, A. van der Laan, G.A. Kerkhof, E. Beld, C. van der Heiden, E.S.J. Roorda

6. Persoonlijkheidsstoornissen

Inleiding
Patiënten in de geestelijke gezondheidszorg melden zich meestal aan met symptomen of klachten die ‘nieuw’ voor hen zijn. Het zijn klachten die aangeven dat de bestaande situatie veranderd is. Een patiënt is plotseling angstig geworden. Vaak is dat naar aanleiding van een specifieke gebeurtenis. Ook kan het voorkomen dat reeds bestaande klachten in korte tijd verergerd zijn. Iemand kan bijvoorbeeld depressief worden na al geruime tijd boos of geprikkeld (dysfoor) te zijn geweest. Klachten kunnen voor de patiënt nieuw zijn, maar ook al langere tijd aanwezig zijn. Soms worden die niet eens door patiënten als zodanig herkend. Zij zijn eraan ‘gewend’ geraakt. Zij weten vaak zelfs niet anders. Men kan patiënten uitspraken horen doen als: ‘Ach, dat hoort gewoon bij me’ of: ‘Zo ben ik nu eenmaal.’ Dit is doorgaans het geval bij patiënten bij wie sprake is van persoonlijkheidsproblematiek.
E.R. de Groot

7. Speciële psychiatrie

Inleiding
In deze paragraaf komen de hoofdlijnen van de diagnostiek en behandeling van de belangrijkste kinder- en jeugdpsychiatrische stoornissen aan bod, geïllustreerd door korte casussen.
L.M. Dil, J.E.L. van der Nagel, K.M. Kamperman, M.T. van den Berg

Nawerk

Meer informatie