Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In dit boek worden de meest voorkomende psychiatrische stoornissen beschreven conform de DSM-5-classificatie. Bij elke stoornis wordt ingegaan op de bejegening en begeleiding van de cliënt en zijn naaste omgeving, geïllustreerd met levendige casuïstiek. Het boek biedt daarmee zowel een theoretische basis als een praktische handreiking voor studenten en hbo-professionals sociaal werk.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het biopsychosociale model

De psychiatrie is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met de behandeling van psychiatrische ziekten. Deze simpele, voor de moderne westerse mens vanzelfsprekende opvatting, het zogenoemde ‘ziektemodel’, is historisch gezien van betrekkelijk recente datum (zie ook Van Tilburg 2005). De geboorte van de psychiatrie als medisch specialisme heeft plaatsgevonden in het Europa van de tweede helft van de achttiende eeuw, dus in de tijd van de verlichting.
W. van Tilburg

2. Autismespectrumstoornis

In dit hoofdstuk wordt de autismespectrumstoornis (ASS) besproken. Er zal worden ingegaan op de diagnostiek van ASS en de toekomstige ontwikkelingen hierin. Ook de oorzaken van autisme, verklaringsmodellen en bijkomende problemen van ASS zullen worden besproken, evenals prevalentie en epidemiologie. Verder zal worden stilgestaan bij de invloed van ASS op de gehele levensloop en de invloed die ASS kan hebben op het maatschappelijk functioneren. Als laatste zal het klinische beeld van ASS worden beschreven en wat dit betekent voor de hulpverlener die werkt met personen met ASS.
J. P. W. M. Teunisse, I. P. I. de Gruijl

3. Persoonlijkheidsstoornissen

Bij ‘moeilijke’ cliënten wordt al snel gezegd dat zij lijden aan een persoonlijkheidsstoornis. Het gaat dan bijvoorbeeld om cliënten die in discussie gaan met sociotherapeuten en behandelaars, die zich niet houden aan afspraken, die het met sommige teamleden heel goed en met andere helemaal niet kunnen vinden; cliënten die nogal eens van mening veranderen en snel kunnen wisselen van stemming. Hebben deze cliënten inderdaad een persoonlijkheidsstoornis? En als dat het geval is, wat maakt hen zo moeilijk, hoe zijn ze zo geworden, wat roepen ze op bij anderen en wat is een goede benadering van deze cliënt door de groepsleiding?
M. Thunnissen

4. Angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornissen

Angst is een normale reactie op een angstopwekkende prikkel. Angst is een van onze emoties, zoals ook boosheid, schaamte, verdriet en blijdschap dat zijn. Emoties worden gekenmerkt door specifieke gedachten en gevoelens, lichamelijke verschijnselen en gedragingen. Wanneer na een angstprikkel een ongewoon heftige of langdurige angst ontstaat, of wanneer angst zonder angstprikkel aanwezig is, wordt wel gesproken van ‘pathologische angst’. Angststoornissen zijn psychiatrische aandoeningen waarbij pathologische angst het belangrijkste symptoom is.
A. J. L. M. van Balkom, I. M. van Vliet, Y. G. van der Leest-Tijmense

5. Stress, trauma en dissociatie

De acute stressstoornis (ASS) en de posttraumatische-stressstoornis (PTSS) werden voorheen opgevat als angststoornissen. De oorzaak, de symptomen en ook de prognose van deze stoornissen werden als relatief vaststaand beschouwd. Toenemende maatschappelijke en medische interesse in psychotraumatisering heeft geresulteerd in een navenante toename van wetenschappelijk onderzoek naar stress- en traumagerelateerde stoornissen. Onderzoek wijst uit dat er verschillende concepten zijn van waaruit stressreacties en traumatisering kunnen worden begrepen. Onder andere sociale context, biologische processen, pre-existente en comorbide psychiatrische stoornissen blijken van invloed op het ontstaan, de verschijningsvorm en het beloop van stress- en traumagerelateerde stoornissen.
A. J. Oortwijn, S. L. Maduro

6. Stemmingsstoornissen

Stemmingsstoornissen zijn langer durende ontregelingen van de gemoedstoestand. Het gaat hierbij om toestanden van neerslachtigheid of juist overmatige opgewektheid die veel intenser zijn en langer duren dan de gemiddelde schommelingen in het humeur die ieder mens van dag tot dag heeft.
M. Clijsen, W. Garenfeld, C. G. A. M. Jacobs

7. Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen

Schizofrenie is een complexe psychiatrische stoornis met vaak ernstige psychische en sociale gevolgen. Schizofrenie kenmerkt zich door psychotische perioden met zogenoemd ‘positieve’ symptomen als wanen, hallucinaties en verwardheid en negatieve symptomen zoals mentale uitputting, vertraging en vervlakking van mimiek, emoties en sociale teruggetrokkenheid. Het verloop van schizofrenie is niet eenduidig: bij sommige mensen gaat het over, terwijl andere niet herstellen of juist verder achteruitgaan. Dit verschil kan zich zelfs binnen een en dezelfde familie voordoen.
M. S. van der Wal

8. Eetstoornissen

Eetstoornissen zijn psychiatrische aandoeningen met ernstige gevolgen voor het lichamelijke, psychische en sociale functioneren. Eetstoornissen kunnen zich op verschillende manieren manifesteren.
J. A. Bloks, C. van den Brink

9. Begeleiding en behandeling bij verslavingsproblematiek

Het gebruik van psychoactieve stoffen is eeuwenoud, wijdverspreid en ruim geaccepteerd. Voor de meeste mensen is het gebruik ervan onschuldig.
H. Kisjes, C. A. G. Verbrugge, C. A. J. de Jong

10. Neurocognitieve stoornissen

Cognitieve stoornissen (Latijn: cognoscere = kennen of weten) zijn stoornissen in het (her)kennen van de omgeving. Daaronder vallen ook stoornissen in aandacht en concentratie, inprenting, geheugen, planning, overzicht, initiatief en diverse aangeleerde vaardigheden. Deze stoornissen werden binnen de DSM-IV-TR geclassificeerd als delier, dementieën, amnestische stoornissen en andere cognitieve stoornissen. In de DSM-5 worden ze samengevat als ‘neurocognitieve stoornissen’.
T. Verdonschot, M. Kat

11. Psychiatrie, somatische aandoeningen, somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen

Behalve met psychische symptomen komt de sociaal werker ook vaak in aanraking met somatische klachten en de somatische problematiek van cliënten. Psychiatrische aandoeningen en het gebruik van psychofarmaca kunnen bijvoorbeeld aanleiding geven tot allerlei somatische klachten en complicaties. Anderzijds kunnen somatische aandoeningen aanleiding geven tot een scala aan psychiatrische symptomen.
W. Garenfeld, M. A. G. B. van Piere

12. Seksuologie

In het dagelijks leven komt iedereen in aanraking met intimiteit en seksualiteit, bijvoorbeeld door billboards, reclame op de televisie, maar ook door een verliefd stel op straat of het zoenen van een jarige.
J. G. Griffioen

13. Disruptieve impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen

In dit hoofdstuk worden de disruptieve impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen besproken. Deze categorie van stoornissen omvat de oppositionele-opstandige stoornis, de periodiek explosieve stoornis, de normoverschrijdend-gedragsstoornis, pyromanie en kleptomanie.
H. van Andel

14. Diagnostiek en behandeling van volwassenen met ADHD

ADHD-kenmerken worden al vanaf 1902 beschreven door George Still. Van 1937 dateert de ontdekking van Bradley dat stimulantia drukke kinderen rustig kunnen maken. Sinds 1960 wordt minimal brain damage (MBD), voorloper van de diagnose ADHD, in Nederland in toenemende mate vastgesteld; eerst alleen bij kinderen en adolescenten.
J. J. S. Kooij

15. Ouderenpsychiatrie

Ouderenpsychiatrie is gericht op de behandeling van psychiatrische aandoeningen bij oudere mensen. Het betreft een aparte tak binnen de psychiatrie, die tevens een onderdeel is van de multidisciplinaire geestelijke gezondheidszorg voor oudere mensen.
W. Garenfeld

16. Forensische psychiatrie

Forensische psychiatrie is het deel van de psychiatrie dat het grensgebied van psychiatrie en recht bestrijkt. Het woord ‘forensisch’ is afkomstig van het Romeinse woord ‘forum’ (markt), de plaats waar in de oudheid recht werd gesproken. De forensische psychiatrie staat in feite in dienst van de rechtspraak. Dit kan op verschillende manieren gebeuren.
W. J. Canton, S. Peeters

17. Verstandelijke beperking en psychiatrie

De zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is, evenals de terminologie, in de loop van de jaren meermaals ingrijpend veranderd. Vroeger sprak men over ‘debielen’, ‘idioten’, ‘zwakzinnigen’, ‘mentaal geretardeerden’ en ‘verstandelijk gehandicapten’.
J. Wieland, P. Leidelmeijer

18. Omgaan met cultuurverschillen

Culturele, psychiatrische en psychosociale hulpverlening in de praktijk
De gezondheidszorg krijgt in toenemende mate te maken met cliënten uit verschillende culturen.
F. A. M. Kortmann

Nawerk

Meer informatie