Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft handvatten voor het diagnostisch proces en de behandeling van extreme prikkelbaarheid bij kinderen en adolescenten. Het beschrijft de ontwikkeling van abnormale toestanden van woede en de gevolgen daarvan voor de latere ontwikkeling. Hiermee is het zeer nuttig voor professionals in bijvoorbeeld de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en de wetenschap.

Kennis over en begrip van de mechanismen die een rol spelen bij extreme vormen van woede zijn essentieel voor een goede diagnose en behandeling. Prikkelbaarheid bij kinderen en adolescenten biedt deze kennis. De inhoud is gebaseerd op recent onderzoek en bekijkt prikkelbaarheid vanuit een klinisch én wetenschappelijk perspectief. Het boek gaat bijvoorbeeld in op de onderliggende transdiagnostische factor: prikkelbaarheid komt voor bij kinderen die lijden aan verschillende stoornissen zoals autisme, ADHD en biopolaire stoornissen. Tegelijkertijd is Prikkelbaarheid bij kinderen en adolescenten een toegankelijk boek, omdat het beknopt is en het gemakkelijk leest.

Prikkelbaarheid bij kinderen en adolescenten is de vertaling van Disruptive Mood, een uitgave van Oxford University Press. Het boek werd internationaal zeer lovend beoordeeld en kreeg in 2016 een eervolle vermelding in de categorie ‘Psychiatrie’ van de British Medical Association Book Awards.

De auteurs van het boek zijn kinder- en jeugdpschyiaters en wetenschappers Argyris Stringaris en Eric Taylor. Inez Buyck, van de Vakgroep Experimenteel-klinische en Gezondheidspsychologie in Leuven, bewerkte en vertaalde het boek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Prikkelbaarheid: overzicht en introductie

Prikkelbaarheid komt heel frequent voor bij kinderen die worden verwezen naar instellingen voor jeugd-ggz en kan een bron zijn van ernstige psychosociale beperkingen. Toch vormt prikkelbaarheid ook een onderdeel van de normale menselijke ervaring. De schijnbare spanning daartussen zorgt sinds enige tijd voor breed debat in de psychiatrie, maar heeft ook wetenschappelijk onderzoek gestimuleerd naar prikkelbaarheid als gemoedstoestand. Dit hoofdstuk brengt wetenschappelijke en klinische kennis uit verschillende bronnen samen, met als doel clinici te helpen het ontstaan van en het omgaan met prikkelbare stemmingen bij kinderen en adolescenten te begrijpen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe dit boek de hoofdvragen over prikkelbaarheid en de afbakening ervan ten opzichte van normaliteit en andere aandoeningen benadert.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

2. Terminologie

Prikkelbaarheid kan worden gedefinieerd als een toestand van neiging tot woede. In dit hoofdstuk wordt deze definitie als uitgangspunt genomen en wordt geprobeerd ze uit te breiden en aan te scherpen. Met prikkelbaarheid wordt, hier en in de bredere psychiatrische en psychologische literatuur, verwezen naar een emotioneel gekleurde toestand. Het is echter onduidelijk of prikkelbaarheid moet worden beschouwd als een stemming, een emotie of een temperamentsdispositie. Prikkelbaarheid wordt vaak gebruikt als synoniem van termen zoals woede, stemmingsinstabiliteit of stemmingsdisregulatie. In dit hoofdstuk worden de oorsprong van sommige van deze termen en hun overlapping met elkaar besproken, samen met de vaak impliciete theoretische aannames die de term ‘disregulatie’ onderbouwen en hoe dit klinische overwegingen en onderzoeksplannen beïnvloedt. Het hoofdstuk eindigt met een heuristisch schema dat de termen in de belangrijkste huidige theorieën over stemming en emotie kadert.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

3. Beoordeling van kinderen met prikkelbaarheid

Hoewel prikkelbaarheid een van de meest voorkomende redenen is voor verwijzing van kinderen naar de geestelijke gezondheidszorg, is het lang een van de minst beoordeelde klinische presentaties geweest. Dit hoofdstuk beschrijft een systematische aanpak voor het beoordelen van prikkelbaarheid bij kinderen en hun families. Dit gaat van het begrijpen hoe gezinnen het probleem kunnen communiceren tot hoe clinici prikkelbaarheid op een betrouwbare manier kunnen meten, met inbegrip van het gebruik van screeningsinstrumenten. Er wordt gesproken over waarom de duur en frequentie van prikkelbaarheid, woede-uitbarstingen en driftbuien belangrijk zijn voor de differentiële diagnose en hoe de context belangrijke aanwijzingen kan geven voor het kiezen van werkzame behandelingen.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

4. De ontwikkeling van woede

Woede ontwikkelt zich gedurende de kindertijd langs afzonderlijke ontwikkelingslijnen, sommige daarvan zijn zichtbaar, andere zijn verborgen. Openlijke expressie heeft betrekking op de frequentie en intensiteit van woede-uitbarstingen, de omgeving die deze uitbarstingen uitlokt en het gemak waarmee dat gebeurt, het vermogen van het kind om zijn woede te beheersen en de invloed van anderen op de woede door deze af te zwakken en er consequenties aan te verbinden. Verborgen woede ontwikkelt zich als een blijvende toestand van vijandigheid of wrok. Het vermogen van kinderen en jongeren om emotionele toestanden van zichzelf en anderen te herkennen en te verwerken, ontwikkelt zich ook door de tijd. Dit hoofdstuk beschrijft het verloop van deze afzonderlijke ontwikkelingslijnen en de sociale en culturele invloeden die erop worden uitgeoefend.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

5. Prevalentie, comorbiditeit, en ontwikkelingsverloop

Prevalentieschattingen van prikkelbaarheid variëren met de definitie die eraan wordt gegeven. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste studies beschreven die prikkelbaarheid van kinderen en adolescenten in verschillende landen hebben onderzocht. Zowel bij klinische populaties als bij de algemene bevolking is vastgesteld dat kinderen met prikkelbaarheid een verhoogd risico hebben op een of meer psychiatrische aandoeningen, waaronder emotionele stoornissen (bijvoorbeeld depressie) en gedragsstoornissen (bijvoorbeeld ADHD). Kinderen met prikkelbaarheid hebben ook een verhoogd risico op toekomstige emotionele problemen, met name depressie, dysthymie en gegeneraliseerde angst en waarschijnlijk zelfmoord. Ze hebben naast hun psychopathologische problemen tevens meer kans op slechte sociale aanpassing.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

6. De neurowetenschap van prikkelbaarheid

Pas recentelijk is menselijke prikkelbaarheid het onderwerp van neurowetenschappelijk onderzoek geworden. Decennia van onderzoek naar woede en modellen van agressie bij dieren kunnen nuttig zijn om te begrijpen hoe prikkelbaarheid wordt opgewekt bij mensen. In dit hoofdstuk wordt besproken hoe bevindingen over het dreigingsnetwerk verband houden met woede en waarom nog weinig wordt begrepen van de neurale onderbouwing van het onderscheid tussen woede en andere negatieve emoties. Er worden bevindingen gepresenteerd over cognitieve flexibiliteit en frustrerende non-beloning en over hoe omgevingsomstandigheden die in de orbitofrontale cortex worden berekend de expressie van woede kunnen beïnvloeden. Niettemin komt prikkelbaarheid naar voren als een stemming en is deze dus een langdurige neiging tot emotionele reacties. Er worden tevens mogelijke neurochemische veranderingen besproken die kunnen leiden tot interindividuele verschillen en hun huidige beperkingen in de klinische praktijk.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

7. ADHD en prikkelbaarheid

Emotionele labiliteit is een kenmerk dat zeer veel voorkomt bij ADHD en dat meestal tot uiting komt in prikkelbaarheid. Verschillende factoren kunnen er de grondslag van vormen: evocatieve transacties met verzorgenden, waarbij ADHD vijandigheid oproept bij anderen die dan op haar beurt weer een effect heeft op het kind; gebrek aan beheersing en remming als gevolg van ADHD; gemeenschappelijke genetische en omgevingsrisicofactoren voor zowel prikkelbaarheid als ADHD; en effecten van comorbide aandoeningen. De beoordeling moet zijn gebaseerd op een beeldvorming van de ontwikkeling. Interventies beginnen gewoonlijk met de controle van ADHD – doorgaans met stimulerende medicatie. Psycho-educatie, manipulatie van omgevingsomstandigheden, aandacht voor details van beloning, en eenvoud van instructies en eisen worden ook beschreven.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

8. Prikkelbaarheid bij autismespectrumstoornissen

Prikkelbaarheid is een algemeen probleem bij kinderen met een autismespectrumstoornis of een verwante aandoening en kan het gevolg zijn van verschillende ontwikkelingsfactoren. Frustratie komt vaak voort uit het doorbreken van het rigide verlangen naar onveranderlijkheid van de kinderen. Gebrek aan communicatief vermogen versterkt de bronnen van frustratie. De reacties van andere mensen zijn voor personen met een autismespectrumstoornis vaak mysterieus en kunnen verkeerd worden geïnterpreteerd als vijandigheid. Een gebrek aan cognitieve flexibiliteit en een afwijkende reactie op stress kan ook een rol spelen in het genereren van prikkelbaarheid in deze groep. Dit hoofdstuk beschrijft de beoordeling, de farmacologische behandeling en psychologische interventies voor prikkelbaarheid bij autismespectrumstoornissen.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

9. Prikkelbaarheid en disruptieve gedragsstoornissen

De oppositioneel-opstandige gedragsstoornis wordt gekenmerkt door aanhoudend ongehoorzaam gedrag en een negatieve stemming die niet passen bij de ontwikkelingsfase en problemen veroorzaken; prikkelbaarheid maakt deel uit van de definitie. Er kunnen afzonderlijke ontwikkelingslijnen worden onderscheiden: een prikkelbare dimensie die voornamelijk depressieve aandoeningen en een gegeneraliseerde angststoornis voorspelt; een koppigheidsdimensie die gerelateerd is aan ADHD en niet-agressieve gedragsstoornis; en een kwetsende dimensie die geassocieerd is met agressieve gedragsproblemen en harteloze/ongevoelige eigenschappen. Het verloop van de afwijkende gedragsstoornissen wordt beschreven en hun relatie met andere aandoeningen wordt toegelicht. De verschillen tussen en het gebruik van de belangrijkste huidige diagnostische schema’s worden belicht en de behandeling wordt besproken.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

10. Prikkelbaarheid en de bipolaire stoornis

Prikkelbaarheid vormde de kern van de controverse rond de bipolaire stoornis bij kinderen. Clinici in de Verenigde Staten zijn veel eerder geneigd om de diagnose bipolaire stoornis te stellen, zelfs bij zeer jonge kinderen, en dit is de laatste vijftien jaar een groeiende trend. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het probleem en de gevolgen ervan, en stelt voor dat het onderscheiden van chronische en episodische prikkelbaarheid kan helpen bij het verminderen van het foutief diagnosticeren van chronische prikkelbaarheid als bipolaire stoornis. Verder wordt besproken hoe episodische prikkelbaarheid, een algemeen symptoom van de bipolaire stoornis, effectief kan worden behandeld bij jongeren. Het hoofdstuk eindigt met een beschrijving van het belangrijkste onderzoek dat is uitgevoerd naar het onderscheid tussen ernstige chronische prikkelbaarheid en de bipolaire stoornis.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

11. Prikkelbaarheid bij depressieve stoornissen

Recent onderzoek heeft aangetoond dat prikkelbaarheid sterk verbonden is met depressie. Dit is in overeenstemming met reeds lang bestaande opvattingen over een mogelijk gemeenschappelijke oorsprong van deze twee klinische presentaties. Bij het bespreken van deze verbanden is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen episodische en chronische prikkelbaarheid. Episodische prikkelbaarheid verwijst naar woede en lichtgeraaktheid die niet in overeenstemming zijn met de gebruikelijke presentatie van een persoon, terwijl chronische prikkelbaarheid verwijst naar hoe een persoon zich meestal presenteert; deze wordt ook vaak beschouwd als een karaktertrek. Ongeveer een derde van de kinderen of volwassenen met een depressie heeft intense episodische prikkelbaarheid en deze personen hebben vaak ook meer gedragsproblemen. In dit hoofdstuk bespreken we de longitudinale continuïteit tussen prikkelbaarheid en depressie en hun gemeenschappelijke genetische oorsprong. Verder wordt de huidige kennis over de behandeling van prikkelbaarheid bij depressie samengevat en wordt besproken wat het uitgangspunt voor nieuwe behandelingen zou kunnen zijn.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

12. Prikkelbaarheid en de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis

Chronische prikkelbaarheid en frequente driftbuien die aanvangen in de vroege kindertijd zijn (samen met dysforie) de kenmerken van de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis. Het is een van de nieuwe categorieën in de DSM-5 en is geclassificeerd als een stemmingsstoornis. De ontwikkeling van deze aandoening van ernstige stemmingsdisregulatie wordt beschreven, en de fundamenten voor het tot stand komen ervan samengevat. Het kernkenmerk is aanhoudende prikkelbaarheid die zowel chronisch als ernstig is. Een kind moet gedurende minstens 12 maanden de combinatie van ernstige driftbuien en een aanhoudende stemming van woede of prikkelbaarheid – zelfs tussen de uitbarstingen – vertonen. De behandeling richt zich op de comorbide aandoeningen, ouderinterventies en cognitieve gedragstherapie. Medicatie is mogelijk, maar adequaat onderzoek hiernaar ontbreekt nog.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

13. Prikkelbaarheid bij hersenaandoeningen en hersenletsel

Spontane uitbarstingen van agressie komen vaak voor als een van de gedragsveranderingen die het gevolg zijn van hersenletsel. In de vroege stadia van het herstel, vaak in het ziekenhuis, gaan ze gepaard met desoriëntatie en verwarring. In de latere stadia van het herstel kunnen ze een ernstige storende invloed hebben op de revalidatie. In dit hoofdstuk wordt abnormale woede bij zowel neurologische letsels als aandoeningen belicht. Zowel niet-aangeboren hersenletsel als chronische hersensyndromen worden behandeld. Specifieke syndromen zijn onder meer het syndroom van Gilles de la Tourette, pseudobulbaire paralyse, het syndroom van Smith-Magenis en dementie. Bij epilepsie worden emotionele aanvallen, automatismen, interictale kwetsbaarheid en de effecten van anticonvulsiva besproken. Uitdagend gedrag bij kinderen met een verstandelijke beperking neemt een relatief andere vorm aan dan bij een typische gedragsstoornis, en de behandeling legt meer nadruk op individuele functionele analyse, bevordering van sociale competentie en farmacotherapie.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

14. Klinische behandeling van prikkelbaarheid en disruptieve stemming

Boze gemoedstoestanden worden als abnormaal beschouwd (‘prikkelbaarheid’) als ze buitensporig intensief en/of frequent zijn, niet in verhouding staan tot enige provocatie, niet in lijn zijn met de ontwikkelingsleeftijd van het kind zijn en schade toebrengen aan het kind of andere mensen. In diagnostische termen kunnen ze een aandoening op zichzelf zijn, een criterium voor een bredere diagnose zijn of niet-specifiek samengaan met een lichamelijke of geestelijke stoornis. Het proces van diagnostische formulering wordt beschreven om een onderscheid te maken tussen de verschillende omstandigheden die leiden tot prikkelbaarheid en disruptieve stemming. De psychologische behandeling omvat de verandering van de omgeving, psycho-educatie, oudertraining, cognitief werk en de behandeling van onderliggende aandoeningen. De mogelijke rollen van anti-epileptica, antipsychotica en andere geneesmiddelen worden samen met veiligheidsoverwegingen en aangewezen monitoring beschreven.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

15. Toekomstige richtingen en een model voor prikkelbaarheid

Dit hoofdstuk komt terug op enkele hoofdthema’s van het boek om te bepalen wat de meestbelovende onderzoeksgebieden zijn om prikkelbaarheid en de onderliggende mechanismen ervan te begrijpen. Toekomstig onderzoek zou zich in het bijzonder kunnen richten op hoe prikkelbaarheid kan worden onderscheiden van andere emoties, hoe we de heterogeniteit en hersenmechanismen ervan kunnen begrijpen en hoe we de duur ervan kunnen vertalen naar klinisch relevante tijdschalen. Het bewijsmateriaal tot nu toe suggereert dat prikkelbaarheid een dimensie is die bij verschillende stoornissen voorkomt. Zij is gecorreleerd met andere dimensies van psychopathologie (bijvoorbeeld angst), maar is er ook van te onderscheiden. Bovendien lijkt zij haar eigen ontwikkelingsverloop te volgen met een aanzienlijke stabiliteit door de tijd heen. Daarnaast voorspelt prikkelbaarheid onafhankelijk van de aanwezigheid van andere aandoeningen toekomstige psychopathologie en beperkingen. Het blijft onduidelijk of de prikkelbaarheid die men bijvoorbeeld bij ADHD aantreft, dezelfde etiologie heeft als die van een kind met depressie.
Argyris Stringaris, Eric Taylor, Inez Buyck

Nawerk

Meer informatie