Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft iedereen die met ouders of kinderen omgaat, inzicht in de theorie over en praktijk van de preventie van kindermishandeling. Het boek is geschikt voor behandelaars, wijkteams, beleidsmakers, leerkrachten, verloskundigen, CJG-medewerkers, kraamverzorgenden en omstanders. Zij hebben allemaal een verantwoordelijkheid in de preventie van kindermishandeling.

In Preventie van kindermishandeling. Wie doet wat? staan interviews met beroepskrachten die vanuit verschillende disciplines de praktijk of theorie verhelderen. Omdat het thema veel vragen oproept, heeft het boek een onderzoekende opzet. Is een complex probleem als kindermishandeling te voorkomen? Door wie? Wat gebeurt er al op het gebied van preventie? Waarom blijven de cijfers alarmerend hoog? Deze en andere vragen komen in dit boek uitgebreid aan bod.

Drs. Sandra van Gameren is gezondheidspsycholoog. Ze houdt zich voornamelijk bezig het met het voorkomen van geestelijke gezondheidsklachten en komt op voor kinderen in nood. Van Gameren werkt bij Stichting Kinderbelang en Transparant Training. Ze is auteur vanLeven met een psychisch zieke ouder, dat eerder verscheen bij BSL.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Vragen over kindermishandeling

Dit hoofdstuk centreert zich rond drie vragen: Wat ís kindermishandeling? Weten we over hoeveel kinderen we kunnen spreken in Nederland? Hoe kan kindermishandeling worden verklaard? Kindermishandeling is een containerbegrip. We onderscheiden incidenteel ouderlijk mis-handelen van een patroon van onveiligheid. Een situatie van langdurige onveiligheid of verwaarlozing komt jaarlijks bij XXX kinderen in Nederland voor, hoewel dit cijfer een onderschatting is van het werkelijke aantal mishandelde kinderen. Een verklaring voor dit hardnekkige maatschappelijke probleem wordt gevonden in een multifactorieel verklaringsmodel. Aan de hand van twee standaardwerken uit de vorige eeuw bekijken we de invloed van de ouderlijke factor nader en gaan in op de vraag via welk proces onmacht en onkunde tot kindermishandeling kunnen leiden. Een ervaringsdeskundige ouder vertelt hoe zijn onvermogen en onmacht tot een neerwaartse spiraal van partnergeweld en kindermishandeling heeft geleid.
Sandra van Gameren

2. Preventie van kindermishandeling

In dit hoofdstuk staan de volgende vragen centraal: Welke vormen van preventie zijn er? Welke factoren beïnvloeden de kans dat kindermishandeling optreedt? Wie is de probleemeigenaar als het gaat om preventie? Preventie is een breed begrip. De uitroep dat we meer moeten doen aan preventie van kindermishandeling vraagt dan ook om een specificatie. Je kunt verschillende preventiedoelen nastreven en verscheidene doelgroepen bedienen met preventieve interventies of activiteiten. Het is belangrijk zicht te hebben op de beїnvloedende factoren: welke factoren verhogen het risico dat kindermishandeling ontstaat en welke factoren beschermen daarbij? Preventie van kindermishandeling is sinds de decentralisatie de verantwoordelijkheid van lokale gemeenten. We bekijken innovatieve projecten en hun opbrengsten en spreken een uitvoerende partij bij een innovatief project: de Wijkacademie in Rotterdam. Tegelijk moeten we constateren als we naar de landelijke praktijk kijken dat preventie van kindermishandeling in veel gemeenten in Nederland nog geen prioriteit heeft.
Sandra van Gameren

3. De ouders

Dit hoofdstuk richt zich op de volgende vragen: Mogen we spreken over risico-ouders? Welke (effectieve) interventies zijn er ontwikkeld voor (aanstaande) ouders en zijn ze beschikbaar? Ook wordt de combinatie psychiatrie en ouderschap uitgebreid behandeld. De implementatie van de kindcheck als onderdeel van de meldcode heeft binnen de geestelijke gezondheidszorg nogal wat voeten in de aarde, zo blijkt uit twee interviews. Hoe we psychisch zieke ouders kunnen ondersteunen in hun ouderschap en waarom dat belangrijk is, lezen we in een interview met de deskundige die een interventie voor deze doelgroep ontwikkelde. Het hoofdstuk eindigt bij (vroeg)hulp aan mishandelende ouders. Om allerlei redenen blijkt het niet gemakkelijk geweld naar kinderen structureel een halt toe te roepen. Dat gegeven maakt de roep om preventieve interventies in eerdere stadia van kwetsbaarheid alleen nog maar groter.
Sandra van Gameren

4. De kinderen

In dit hoofdstuk staan twee vormen van preventieve steun aan kinderen centraal: het mishandelde kind helpen door het de kans te geven te onthullen en vroeghulp te bieden zodat voorkomen wordt dat problemen verergeren of chronisch worden. Kinderen maken een risicotaxatie voordat ze onthullen dat er bij hen thuis sprake is van een vorm van mishandeling. Scholen maken nauwelijks gebruik van het (beperkte) aanbod op het gebied van secundaire preventie. Mishandelde kinderen hebben recht op hulp, ook als zij in een opvangcentrum verblijven, maar die hulp is nog geen gemeengoed. Hoe moeilijk het voor een kind kan zijn een onthulling te doen en hoe pijnlijk het proces is om te herstellen van de schade die kindermishandeling kan aanrichten, zien we terug in het interview met ervaringsdeskundige Erik.
Sandra van Gameren

5. De omgeving

Formele en informele steungevers hebben een belangrijke rol in het leven van ouders en kinderen. Tegelijk zijn het feilbare mensen. Formele steungevers voelen weerstand en handelingsverlegenheid bij het doorlopen van de stappen van de meldcode, zeker als zij in gesprek moeten met ouders. Informele steungevers die kindermishandeling vermoeden, ervaren ook belemmeringen. We interviewen een onderzoeker die na zeventien jaar terugblikt op zijn eigen aanbevelingen. Verder kijken we naar de omgeving in de breedste zin van het woord. Draagkrachtig ouderschap blijkt een maatschappelijke dimensie te hebben; hoe de samenleving aankijkt tegen ouderschap en worstelende ouders heeft invloed op het vroegformuleren van zorgen en opvoednood. Drie deskundigen beantwoorden vragen over een solidaire samenleving; hoe solidair zijn we en waar willen we naartoe? Een solidaire gemeenschap buffert, net als die andere van de vier buffers uit het buffersysteem van Alice van de Pas dat doet: sociale steun. Alle buffers zijn nodig, maar in de praktijk wordt er stevig geleund op sociale steun. Dat bezuinigingen een solidaire samenleving niet altijd ten goede komen, lezen we terug in het laatste interview van het boek.
Sandra van Gameren

6. Eindconclusie: wie doet wat?

In dit laatste hoofdstuk reflecteert de auteur op de verschillende doelgroepen en preventieve perspectieven die in het boek zijn besproken. Zowel de positie van het mishandelde kind, de mishandelende ouder als de mogelijkheden en onmogelijkheden van de verschillende hulpverleners(instanties) en mensen uit het sociale netwerk komen daarbij aan bod. Ze noemt een aantal speerpunten die nodig zijn om kindermishandeling in alle stadia van ernst te voorkomen of eerder onder de radar te brengen bij hulpverlenende instanties. Het voorkomen van kindermishandeling vraagt lef, compassie en een lange adem van de gehele Nederlandse samenleving: omstanders, ouders, beroepskrachten en politici.
Sandra van Gameren

Nawerk

Meer informatie