Preventie en behandeling van angststoornissen bij kinderen en jongeren
Denken + Doen = Durven
- 2025
- Boek
- Auteurs
- Susan M. Bögels
- Anke M. Klein
- Ellin Simon
- Bonny F.J.A. van Steensel
- Uitgeverij
- BSL Media & Learning
Over dit boek
Dit boek is een praktische gids voor het voorkomen en behandelen van angststoornissen bij kinderen en jongeren van 8 t/m 18 jaar. Het beschrijft hoe deze stoornissen kunnen ontstaan, waarom ze niet spontaan overgaan, het belang van vroegsignalering en preventie, en hoe ze door middel van cognitieve gedragstherapie behandeld kunnen worden.
Het boek is geschreven voor psychologen, orthopedagogen, psychiaters en andere hulpverleners.
In Preventie en behandeling van angststoornissen bij kinderen en adolescenten wordt de behandelmethode Denken + Doen = Durven beschreven. Dit is een bewezen (kosten)effectieve CGT-interventie. In het boek wordt uitvoerig stilgestaan bij verschillende onderdelen waarmee de interventie ‘op maat’ kan worden gemaakt: psycho-educatie, exposure, cognitieve technieken, coping vaardigheden, de rol van ouders, etc. Daarnaast worden verschillende protocollen beschreven: een preventief groepsprotocol voor 8 t/m 12 jaar en voor 12 t/m 18 jaar, en een individueel en groepsprotocol, en een modulaire interventie voor de curatieve (jeugd-ggz) setting. Kinderen en jongeren gebruiken het bijbehorende werkboek Denken + Doen = Durven. Ook is er online aanvullend materiaal beschikbaar én een online werkboek voor ouders.
In deze volledig herziene tweede editie zijn de nieuwste ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten verwerkt. Nieuw zijn de preventieve vorm en de modulaire, flexibele vorm, waarbij hulpverlener en kind zelf de onderdelen/technieken en het aantal bijeenkomsten kiezen.
Inhoudsopgave
-
Voorwerk
-
Preventie en behandeling van angst(stoornissen) in de kindertijd
-
Voorwerk
-
1. Angst en angststoornissen
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingIn dit hoofdstuk behandelen we wat angst is en welke beschermende functies angst heeft. We beschrijven welke angsten vaak voorkomen bij kinderen en hoe die zich ontwikkelen in de kindertijd. Het verschil tussen normale angst en angststoornissen wordt besproken, welke angststoornissen kinderen hebben, hoe vaak de verschillende angststoornissen voorkomen in de kindertijd, waardoor angststoornissen ontstaan en wat de in stand houdende factoren zijn waardoor ze vaak niet spontaan overgaan. Ook gaan we in op de toename van angst en angststoornissen in dit tijdperk, en hoe dat zou kunnen komen, waarbij de rol van internet, sociale media, en klimaatverandering aan bod komt. Tot slot bespreken we in hoeverre kinderen met angststoornissen geholpen worden, en specifiek de beschikbaarheid van hulp in Nederland. -
2. Effectiviteit van CGT voor kinderen en jongeren met angststoornissen
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingDit hoofdstuk behandelt de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie (CGT) voor kinderen en jongeren met angststoornissen. Er wordt vervolgens ingegaan op de effectiviteit van individuele versus groeps-CGT, face-to-face versus online CGT, en CGT met en zonder ouderlijke betrokkenheid. -
3. Preventief versus curatief
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingIn dit hoofdstuk staan we stil bij preventieve versus curatieve angstinterventie. Allereerst bespreken we welke soorten preventieve interventies er zijn en hun effectiviteit. Daarna vergelijken we die met de effectiviteit van curatieve angstinterventies. Vervolgens zoomen we in op de interventie Denken + Doen = Durven (DDD). We bespreken de verschillen tussen de preventieve en curatieve DDD en presenteren een stroomdiagram waarin de hulpverlener een leidraad krijgt hoe te kiezen tussen de preventieve en curatieve interventie, en binnen de curatieve context voor groep versus individueel. -
4. Protocollair versus modulair werken
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingDit hoofdstuk gaat over modulair versus protocollair behandelen van kinderen met een angststoornis. De meeste cognitieve gedragstherapie (CGT-)programma's voor angst bij kinderen volgen een vast protocol, waarbij ieder kind dezelfde technieken leert en evenveel sessies volgt. Modulair werken betekent dat het protocol niet in zijn geheel wordt gevolgd, maar dat samen met het kind en de ouders wordt besloten welke onderdelen wel en niet gedaan worden, en hoelang de interventie duurt. We bespreken de effectiviteit van modulair werken, de voor- en nadelen, en de wijze waarop beslissingen worden genomen over welke onderdelen gebruikt worden en hoelang er met die onderdelen gewerkt wordt. -
5. Diagnostiek en monitoring
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingDe diagnostiekfase vormt een belangrijk onderdeel van het zorgproces. Zonder duidelijk beeld van de symptomen en oorzaken van de angst van het kind kan geen goed behandelplan opgesteld worden. Ook tijdens de behandeling blijft het belangrijk om het proces goed te monitoren en waar nodig bij te sturen. Dit hele proces wordt ook wel de diagnostische cyclus genoemd. Voor meer informatie over de diagnostische cyclus verwijzen we graag naar de GGZ-zorgstandaarden. Dit hoofdstuk beschrijft het belang van zowel beschrijvende als verklarende diagnostiek en het monitoren van het proces gedurende de behandeling. Daarnaast beschrijven we in dit hoofdstuk instrumenten die behulpzaam zijn bij de diagnostiek en monitoring van het zorgproces. -
6. Opleiding, intervisie, supervisie, therapeutische relatie en zelfreflectie
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingKan een hulpverlener na lezing van dit boek en met behulp van het werkboek (en/of online materiaal) voor kinderen en eventueel ouders, DDD succesvol uitvoeren, met genezingspercentages die vergelijkbaar zijn met die we in het onderzoek vonden? Welke vooropleiding heeft een hulpverlener nodig, en is training, intervisie en supervisie raadzaam? Wat is het belang van zelfreflectie? En hoe hanteert de hulpverlener de therapeutische relatie? Deze vragen behandelen we in dit hoofdstuk. -
7. Valkuilen en andere overwegingen
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingIn dit laatste hoofdstuk van deel 1 bespreken we factoren die de behandeling negatief kunnen beïnvloeden als daar geen rekening mee wordt gehouden. Het gaat om comorbide stoornissen, leeftijd en intelligentie, cultuur, en valkuilen. We bespreken deze factoren en hoe hier rekening mee te houden. Daarnaast bespreken we in dit hoofdstuk hoe te handelen als de behandeling niet of niet voldoende effectief is.
-
-
DDD-technieken en oefeningen
-
Voorwerk
-
8. Voorbereiding en start
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingEr is meer nodig dan een inhoudelijk programma, wil een interventie succesvol zijn. Zo heeft een kind bijvoorbeeld een veilige (leer)omgeving nodig, is het nodig dat er afspraken gemaakt worden en dient het kind (gezin) goed te worden voorbereid op de interventie. In dit hoofdstuk staan we daarom stil bij de voorbereiding, de oriëntatie en de start van de interventie. We leggen de specifieke oefeningen uit die de hulpverlener kan inzetten en we bespreken het belang van huiswerk. -
9. Psycho-educatie
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingPsycho-educatie is een belangrijk onderdeel van elke interventie. Het kind (en andere betrokkenen) krijgt uitleg over angst en angststoornissen, en hoe ze te overwinnen. In dit hoofdstuk staan we stil bij het belang van psycho-educatie en bespreken we de wetenschappelijke evidentie over de (positieve) effecten van psycho-educatie. Vervolgens behandelen we de verschillende psycho-educaties die binnen Denken + Doen = Durven ingezet worden: emoties in het algemeen, gezonde en ongezonde angst, hoe angst voelt in je lichaam (lichaamssignalen van angst), het uitleggen van het GGGG-schema (Gebeurtenis-Gedachte-Gevoel-Gedrag), en psycho-educatie over specifieke angststoornissen, bijvoorbeeld sociale angststoornis of paniekstoornis. -
10. Doen
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingBlootstelling aan de angstige situatie, ook wel exposure genoemd, is een belangrijk onderdeel van Denken + Doen = Durven. In dit hoofdstuk behandelen we allereerst de theorie en het wetenschappelijke bewijs voor de effectiviteit van exposure en de verschillende vormen. We onderscheiden drie vormen: 1) exposure: de blootstelling aan angstige situaties zonder het expliciet uitdagen van angstige verwachtingen, 2) experimenten: blootstelling aan angstige situaties in combinatie met het expliciet toetsen van angstige verwachtingen, en 3) intensiveren: een intensievere vorm van exposure en/of experimenten waarbij de duur van de sessie langer is zodat er meerdere oefeningen kunnen worden gedaan en/of voor een langere tijdsduur. We staan vervolgens stil bij hoe deze drie vormen uit te voeren. We gaan tevens in op wanneer gekozen kan worden voor welke vorm, de rationale, en illustreren dit met praktijkvoorbeelden. Ook veiligheidsgedrag, zelfredzaamheid, voorbeeldleren (modeling), en positieve bekrachtiging (belonen) komen aan bod. -
11. Denken
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingDit hoofdstuk gaat over cognitieve therapie. Cognitieve technieken kunnen worden ingezet om de negatieve (angstige) gedachten van kinderen aan te pakken. We staan eerst stil bij de theorie en het onderzoek naar negatieve gedachten, vertekeningen in de manier waarop kinderen dingen interpreteren (ook wel interpretatiebias genoemd) en denkfouten bij angstige kinderen. Vervolgens worden verschillende cognitieve technieken die de hulpverlener kan gebruiken om de negatieve gedacht te onderzoeken uitgebreid toegelicht: uitdagen, kansberekening, het maken van een taartdiagram, meerdimensionaal evalueren, en het formuleren van de helpende gedachte. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een uiteenzetting van de oefeningen die binnen de Denken + Doen = Durven interventie kunnen worden ingezet. -
12. Aandacht
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingAandacht is een belangrijke in stand houdende factor van angst. Wanneer kinderen bijvoorbeeld moeilijk in staat zijn om met open aandacht naar stimuli te kijken, wanneer zij moeilijk hun aandacht weg kunnen leiden van de angstige stimuli, of wanneer hun aandacht telkens getrokken wordt door angstige stimuli, kunnen dit soort aandachtprocessen bijdragen aan de instandhouding van de angstklachten. In dit hoofdstuk bespreken we verschillende methoden waarmee aandachtsprocessen kunnen worden aangepakt. Allereerst gaan we in op de theorie en het onderzoek naar aandachtsystemen, mindfulness, zelfcompassie en taakconcentratie. Daarnaast beschrijven we uitgebreid de verschillende aandachtoefeningen die binnen Denken + Doen = Durven ingezet kunnen worden. -
13. Helpend gedrag
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingDit hoofdstuk staat in het teken van helpend gedrag (‘anxiety management strategies’). Het begrip is heel breed gedefinieerd en kan allerlei strategieën omvatten die voor het kind helpend (kunnen) zijn voor het reguleren van het angstige gevoel, en het aangaan van de gevreesde situatie. We staan stil bij verschillende vormen van helpend gedrag en de theorie en de wetenschappelijke evidentie erachter, namelijk helpend gedrag versus veiligheidsgedrag, ontspanningsoefeningen, contraconditionering en gecontroleerd piekeren. Daarna beschrijven we de verschillende oefeningen die binnen Denken + Doen = Durven ingezet kunnen worden om het angstige gevoel te reguleren. -
14. Jezelf in relatie tot anderen
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingEen kind groeit op in een omgeving waar het voortdurend in interactie met anderen is. Angst kan hierin voor sommige kinderen een belemmering zijn. Denk bijvoorbeeld aan de angst om anderen om hulp te vragen. Vandaar dat we in dit hoofdstuk stilstaan bij de belangrijke anderen voor het kind. Bij wie kan het kind sociale steun zoeken, en hoe kan het dat doen? En hoe kan het kind op een goede manier diens grenzen aangeven? We behandelen de theorie en onderzoek over sociale steun en sociale vaardigheden, en presenteren een aantal oefeningen die binnen het Denken + Doen = Durven programma kunnen worden ingezet om met sociale situaties, en interacties met anderen te oefenen. -
15. Ouders
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingOuders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van hun kind. Maar is het ook voordelig om hen te betrekken in de interventie? We behandelen in dit hoofdstuk uitgebreid de theorie en het onderzoek naar ouderfactoren en we bespreken de (beperkte) toegevoegde waarde van het betrekken van ouders bij de angstinterventie voor het kind. We bespreken welke ouderfactoren verondersteld worden een rol te spelen in de ontwikkeling en/of instandhouding van angst bij kinderen, en welke evidentie hiervoor is gevonden. Tevens komen resultaten van het onderzoek naar ouderlijke betrokkenheid binnen angstgerichte interventies voor kinderen aan bod. Er blijkt tot nu toe in het algemeen weinig bewijs voor een toegevoegde waarde van het betrekken van ouders, behalve bij specifieke subgroepen, zoals kinderen met comorbiditeit. Tot slot beschrijven we de oefeningen die voor ouders kunnen worden ingezet tijdens de interventie Denken + Doen = Durven. -
16. Afsluiting en terugvalpreventie
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingEen behandeling dient zorgvuldig afgerond te worden, zodat kinderen (en ouders) stilstaan bij wat ze geleerd hebben, en zelf verder kunnen met het geleerde. Een follow-up bijeenkomst is doorgaans onderdeel van een zorgvuldige afronding. Daarnaast is het belangrijk kind (en ouders) voor te bereiden op hoe ze om kunnen gaan met terugval. Terugval houdt in dat de angstklachten of angststoornis bij het kind – na een tijdlang afwezig te zijn geweest – weer terugkeert. Het kan zijn dat het gaat om dezelfde angstklachten of angststoornissen, maar er kunnen ook nieuwe angsten of angststoornissen ontstaan. In dit hoofdstuk gaan we in op afronding en terugval. We bespreken de theorie en onderzoek naar afronding, terugval en terugvalpreventie, en beschrijven afrondings- en de terugvalpreventie oefeningen binnen Denken + Doen = Durven.
-
-
Richtlijnen uitvoering DDD-programma’s
-
Voorwerk
-
17. DDD curatief individueel: protocollair
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingIn dit hoofdstuk behandelen we het programma van de protocollaire curatieve individuele DDD-interventie voor kinderen van 8 tot en met 18 jaar met één of meerdere angststoornissen. De interventie omvat in totaal 15 sessies van 45–60 minuten, waarvan 12 sessies gericht zijn op het kind, en drie sessies op de ouders, en daarna een follow-up sessie met kind en ouders. We beschrijven de agenda per sessie van het programma, een opsomming van verschillende oefeningen die inhoudelijk behandeld zijn in deel II, maar nu met volgorde, tijden en benodigdheden. Ingrediënten van de interventie zijn: psycho-educatie, het uitdagen van gedachten, helpend gedrag, taakconcentratie, het uitvoeren van exposure oefeningen en experimenten, en terugvalpreventie. -
18. DDD curatief individueel: modulair
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingDit hoofdstuk gaat over de modulaire vorm van Denken + Doen = Durven. De modulaire vorm is bedoeld voor individuele trajecten in de curatieve setting: dus voor kinderen van 8 tot en met 18 jaar die verwezen zijn naar de hulpverlening vanwege één of meerdere angststoornissen. In een modulaire aanpak wordt de interventie ‘op maat’ gemaakt, toegesneden op de behoeften en mogelijkheden van het kind en gezin. Hulpverlener en kind/gezin beslissen samen welke modules gevolgd worden, en hoe lang, met behulp van ‘shared decision making’. Maar hoe doe je dat: modulair werken? Welke modules worden gekozen en op basis van welke afwegingen? In dit hoofdstuk staan we hierbij stil. We bespreken het onderzoek op basis waarvan vier modules standaard aan bod dienen te komen binnen een traject: Voorbereiding en start, Psycho-educatie, Doen (exposure/experimenten/intensiveren), en Afsluiting en terugvalpreventie. Een stroomschema biedt ondersteuning bij het kiezen van de andere modules, alsmede onderzoeksbevindingen naar wat werkt bij wie. -
19. DDD curatief groep: protocollair
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingDit hoofdstuk behandelt de groepsvariant van de protocollaire Denken + Doen = Durven voor kinderen van 8 tot en met 18 jaar met één of meerdere angststoornissen. De interventie omvat in totaal acht bijeenkomsten van ieder 90 minuten voor de kindergroep, en twee bijeenkomsten van ieder 90 minuten voor de oudergroep, en wordt gegeven in groepen van 6–8 kinderen of 8–10 jongeren. We gaan in op de inclusiecriteria, de voor- en nadelen van de groepsvariant, en het wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van groeps-DDD. We beschrijven de agenda per sessie van het programma, een opsomming van verschillende oefeningen die inhoudelijk behandeld zijn in deel II, maar nu met volgorde, tijden en benodigdheden. Ingrediënten van de interventie zijn: psycho-educatie, het uitdagen van gedachten, helpend gedrag, taakconcentratie, het uitvoeren van exposure oefeningen en experimenten, en terugval. -
20. DDD preventief groep: protocollair
Susan M. Bögels, Anke M. Klein, Ellin Simon, Bonny F.J.A. van SteenselSamenvattingIn dit hoofdstuk beschrijven we het groepsprogramma van de preventieve protocollaire Denken + Doen = Durven interventie. Deze interventie is bedoeld voor kinderen van 8 tot en met 18 jaar met verhoogde angstniveaus. De interventie bestaat uit acht bijeenkomsten voor het kind. Ouders worden in deze preventieve interventie niet (standaard) betrokken. We beschrijven de agenda van alle sessies van het programma, een opsomming van verschillende oefeningen die inhoudelijk behandeld zijn in deel II, maar nu met volgorde, tijden en benodigdheden. Ingrediënten van de interventie zijn: psycho-educatie, het uitdagen van gedachten, helpend gedrag, taakconcentratie, het uitvoeren van exposure oefeningen, het versterken van sociale vaardigheden, en terugvalpreventie.
-
-
Nawerk
- Titel
- Preventie en behandeling van angststoornissen bij kinderen en jongeren
- Auteurs
-
Susan M. Bögels
Anke M. Klein
Ellin Simon
Bonny F.J.A. van Steensel
- Copyright
- 2025
- Uitgeverij
- BSL Media & Learning
- Elektronisch ISBN
- 978-90-368-3063-8
- Print ISBN
- 978-90-368-3062-1
- DOI
- https://doi.org/10.1007/978-90-368-3063-8