Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

01-02-2011 | Uitgave 1/2011

Tijdschrift voor Kindergeneeskunde 1/2011

Prevalentie van schisis in Nederland en Noord-Nederland in 1997-2007

Trendanalyse van gegevens uit drie Nederlandse registraties

Tijdschrift:
Tijdschrift voor Kindergeneeskunde > Uitgave 1/2011
Auteurs:
Mevr. drs. A.M. Rozendaal, Mevr. dr. A.D. Mohangoo, Dhr. drs. A.J.M. Luijsterburg, Mevr. dr. M.K. Bakker, Dhr. Drs. E.M Ongkosuwito, Mevr. dr. C. Vermeij-Keers
Belangrijke opmerkingen
promovenda
epidemioloog
plastisch chirurg en promovendus
epidemioloog en registratieleider Eurocat Noord-Nederland
orthodontist
artsembryoloog en registratieleider NVSCA

Samenvatting

Doel. Om inzicht te krijgen in de frequentie van schisis in Nederland werden trends in de prevalentie onder levendgeborenen in Nederland en Noord-Nederland (NNL) geanalyseerd. Tevens werden deze trends gestratificeerd naar categorie schisis (lip/kaakspleten ± gehemeltespleten; en gehemeltespleten zonder lip/ kaakspleten).
Patiënten en methoden. Patiënten met schisis die levend geboren werden in Nederland tijdens de periode 1997-2007, afkomstig uit drie Nederlandse registraties voor aangeboren afwijkingen en/of schisis. Met behulp van Poisson-regressie werd het geschatte percentage jaarlijkse verandering (EAPC) van de prevalentie berekend.
Resultaten. De prevalentie van schisis per 10.000 levendgeborenen was 16,6 in Nederland en 21,4 in NNL. Gedurende 1997-2007 daalde de nationale prevalentie van schisis significant met 2,0% per jaar (95%-BI: –3,0% tot –0,90%), doordat de prevalentie van lip/kaakspleten ± gehemeltespleten daalde (EAPC –2,1%; 95%-BI: –3,4% tot –0,80%). In NNL werden hiervoor geen significante trends geconstateerd. Voor gehemeltespleten zonder lip/kaakspleten werden noch nationaal noch regionaal significante trends waargenomen.
Discussie. Als mogelijke verklaring voor de prevalentiedaling blijken twee hypothesen plausibel te zijn: 1) de toegenomen prenatale detectie van aangeboren afwijkingen inclusief schisis heeft geleid tot een toename in zwangerschapsafbrekingen in het tweede trimester; 2) het toegenomen periconceptioneel foliumzuurgebruik heeft het risico op schisis verlaagd. Beide hypothesen zijn van toepassing op lip/kaakspleten, omdat deze, anders dan gehemeltespleten, via de 2D-echo prenataal gediagnosticeerd kunnen worden en ontstaan tijdens de periode aanbevolen voor foliumzuurgebruik.
Conclusie. De prevalentie van schisis in Nederland is significant gedaald, omdat de prevalentie van lip/kaakspleten ± gehemeltespleten gedaald is. In de regio NNL waren de prevalenties beduidend hoger, maar werden er geen significante trends gevonden.
Summary
Objective. To investigate the prevalence of oral cleft live births in the Netherlands, we analyzed time-trends in the Netherlands and Northern Netherlands (NNL) over the period 1997-2007 and stratified these trends by cleft category (cleft lip/alveolus ± cleft palate: CL±P; cleft palate only: CP).
Methods. Patients born alive with oral clefts in the Netherlands during 1997-2007 were included from three Dutch registries on congenital anomalies/oral clefts. The estimated annual percentage change (EAPC) in prevalence was calculated using Poisson regression.
Results. The overall prevalence of oral clefts per 10,000 live births was 16.6 in the Netherlands and 21.4 in NNL. During 1997-2007, the live-birth prevalence of oral clefts in the Netherlands decreased significantly (EAPC –2.0%; 95% CI: –3.0% to –0.90%), as did the CL±P prevalence (EAPC –2.1%; 95% CI: –3.4% to – 0.80%), while no significant trend in CP was found. The rates of the region NNL showed no significant trends.
Discussion. The national decrease in prevalence may be explained by two hypotheses: 1) greater prenatal detection of congenital anomalies including oral clefts has led to more pregnancy terminations; and 2) increased periconceptional folic acid use has reduced the risk of oral clefts. Both hypotheses would mainly apply to the category CL±P, since, unlike CP, this category can be detected prenatally by 2D ultrasound and develops during the period recommended for folic acid use.
Conclusion. Because the CL±P prevalence in the Netherlands decreased, that of all oral clefts decreased. Although the rates in the region NNL were higher, they showed no significant trends.

Log in om toegang te krijgen

Met onderstaand(e) abonnement(en) heeft u direct toegang:

Tijdschrift voor kindergeneeskunde

Het tijdschrift voor kindergeneeskunde is een zeer gedegen wetenschappelijk vakblad waarin alle ontwikkelingen op dit zeer uitgebreide medische deelgebied aan de orde komen. Het tijdschrift verschijnt zes maal per jaar, waaronder minimaal één themanummer.

Literatuur
Over dit artikel

Andere artikelen Uitgave 1/2011

Tijdschrift voor Kindergeneeskunde 1/2011 Naar de uitgave

ingezonden brief

ingezonden brief