Ga naar de hoofdinhoud
Top

Praktische verloskunde

  • 2025
  • Boek

Over dit boek

In deze geheel herziene vijftiende editie vinden studenten en zorgverleners in de geboortezorg de nieuwste inzichten en praktische handvatten om zwangere vrouwen en pasgeborenen optimale zorg te bieden. De inhoud is aangepast aan de actuele ontwikkelingen in de Nederlandse geboortezorg, met een sterke focus op preventie van complicaties en een gezonde start van de zwangerschap. Na het bestuderen van dit boek ben je beter uitgerust om klinisch te redeneren en beleid te individualiseren, altijd in samenspraak met de cliënt. Deze editie bevat een nieuw hoofdstuk over prenatale screening en diagnostiek, en biedt dieper inzicht in respectvolle zorg en het belang van relationele zorg tijdens de bevalling. De code in het boek geeft toegang tot het online boek, de toetsvragen en de geraadpleegde referenties.

Wat het boek Praktische verloskunde onderscheidt, is de combinatie van preventieve, ondersteunende zorg met up-to-date (patho)fysiologische kennis met specifieke aandacht voor de Nederlandse geboortezorg.

Of je nu student bent of ervaren zorgprofessional, het leerboek Praktische verloskunde is het standaardwerk over normale zwangerschap en bevalling en ondersteunt je bij het maken van complexe beslissingen en het bieden van hoogwaardige, respectvolle zorg aan moeder en kind.

De auteurs van dit boek zijn allen experts in het vakgebied en actief, in onderwijs, onderzoek, en/of de dagelijkse klinische praktijk.

Inhoudsopgave

  1. Voorwerk

  2. 1. Maatschappelijke en organisatorische aspecten van de verloskunde

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Wereldwijd vinden jaarlijks naar schatting 140 miljoen geboorten plaats. Het doel van de geboortezorg is over de hele wereld hetzelfde: de geboorte van een gezond kind uit een gezonde moeder. De omstandigheden waaronder dit proces zich voltrekt, variëren echter aanzienlijk in verschillende delen van de wereld. Dat is onder meer af te leiden uit de wereldwijde perinatale statistieken, waarin door de Wereldgezondheidsorganisatie gegevens worden verzameld over abortus, geboorten, maternale en perinatale morbiditeit en mortaliteit.
  3. 2. Preconceptiezorg

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Preconceptiezorg is het geheel van maatregelen dat gestart wordt vóór de conceptie ter bevordering van de gezondheidstoestand van de zwangere en haar kind. In dit hoofdstuk komen de verschillende onderdelen van individuele preconceptiezorg aan de orde: de structuur van het preconceptioneel adviesgesprek; risico-inventarisatie; gezondheidbevorderende maatregelen; counseling en leefstijladvies.
  4. 3. De ongecompliceerde zwangerschap

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Iedere vrouw start haar vruchtbare levensfase met ongeveer een half miljoen geslachtscellen en heeft in haar vruchtbare leven ongeveer 450 ovulaties. Slechts een aantal malen zal een eicel bevrucht worden en ontstaat een zwangerschap. Dit hoofdstuk gaat over de fysiologie van de voortplanting, foetale groei en ontwikkeling, de functie van de placenta, vliezen en navelstreng en fysiologische aanpassingen aan de zwangerschap.
  5. 4. Prenatale zorg

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Prenatale zorg, een vorm van preventieve geneeskunde, is de verloskundige zorg aan zwangeren voorafgaand aan de geboorte van het kind. De hoofddoelen van de prenatale zorg zijn: opbouwen van een vertrouwensrelatie met de aanstaande ouders, de ouders vertrouwen geven in de zwangerschap, bevalling en het ouderschap, bevorderen van een goede gezondheid en psychisch welbevinden van de vrouw, bevorderen van een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind, voorkómen van een gecompliceerd verloop van de zwangerschap en de bevalling door het geven van voorlichting en advies, vroegtijdig herkennen van complicaties en het inschatten of nader onderzoek, specialistische begeleiding en behandeling noodzakelijk zijn (risicoselectie) en counselen bij beslissingen in de zwangerschap. In dit hoofdstuk worden de routinematige prenatale zorg, de voorlichting en het advies bij veelvoorkomende klachten in de zwangerschap en de mogelijkheden voor screening en diagnostiek besproken.
  6. 5. Prenatale screening en diagnostiek

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Dit nieuwe hoofdstuk over prenatale screening en diagnostiek geeft een duidelijk overzicht van de manier waarop afwijkingen tijdens de zwangerschap opgespoord en beoordeeld worden. Het gaat in op erfelijke en niet-erfelijke aandoeningen, zoals chromosoomafwijkingen, en multifactoriële aandoeningen. Ook wordt uitgelegd welke diagnostische methoden, zoals echoscopie en invasieve tests, beschikbaar zijn. Verder bespreekt het de rol van zorgverleners bij het adviseren van zwangere vrouwen, inclusief de relevante wet- en regelgeving. Dit hoofdstuk helpt verloskundigen om ouders beter te informeren en begeleiden bij moeilijke keuzen rond de gezondheid van hun ongeboren kind. Het biedt daarmee praktische inzichten voor een empathische en effectieve aanpak in de prenatale zorg.
  7. 6. Foetale bewaking

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Het doel van foetale bewaking is het opsporen van een niet-optimale foetale conditie. Meestal is daarbij sprake van onvoldoende overdracht van zuurstof via de placenta naar de foetus. Dat leidt tot hypoxie, een lage zuurstofspanning in het foetale bloed die veelal samengaat met een lage zuurgraad (pH) in het bloed (‘acidose’). De oudste vorm van foetale bewaking is geïntroduceerd door de Fransman Adolphe Pinard (1844–1934), die in 1895 met de houten monoauriculaire stethoscoop voor het eerst foetale hartactie waarnam. Pas in de beginjaren van de vorige eeuw legde de Engelsman Joseph Bancroft (1872–1947) in Cambridge door dierexperimenteel onderzoek de relatie tussen de foetale hartactie, de functie van de placenta en de O2-transportcapaciteit en de foetale conditie. Dit vormde de basis voor de moderne foetale bewaking, zoals het cardiotocogram dat in de jaren zestig werd geïntroduceerd. Min of meer onafhankelijk hiervan ontwikkelde Erich Saling in Berlijn in 1961 de methode om via een druppel bloed uit de foetale hoofdhuid de O2-spanning te meten en daarmee de foetale conditie te bepalen. Vanaf de jaren tachtig werden de doptone en naast het echografisch onderzoek, ook het doppler-ultrageluid voor het onderzoek van de foetale circulatie geïntroduceerd.
  8. 7. De ongecompliceerde baring

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het ongecompliceerde baringsproces verloopt en welke factoren daarop van invloed zijn. Achtereenvolgens komen aan de orde: anatomie van het baringskanaal en de foetale schedel; fysiologische en biochemische processen die de baring in gang zetten en doorzetten; baringspijn; begeleiding van de barende (en haar partner) en de bewaking van de foetus tijdens de ontsluiting, de uitdrijving en het nageboortetijdperk; observatie van moeder en kind de eerste uren post partum.
  9. 8. De ongecompliceerde kraamperiode

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    De kraamperiode of het puerperium beslaat een periode van 6 weken na de geboorte. In die tijd vindt de ontzwangering plaats: de uterus is na 6 tot 8 weken volledig geïnvolueerd. De weefsels in het kleine bekken en de bekkenbodem hebben na 3 tot 4 maanden hun normale consistentie weer bereikt. Veel vrouwen voelen zich pas een jaar na de bevalling weer helemaal hersteld. Het woord ‘kraambed’ stamt uit de tijd dat de kraamvrouw de eerste 10 dagen na de bevalling in bed doorbracht. Dat is allang niet meer het geval. Integendeel: vroegtijdige mobilisatie van de kraamvrouw wordt algemeen als gunstig beschouwd ter preventie van trombose en bevordering van de mictie en defecatie. In dit hoofdstuk worden de processen besproken die in de kraamperiode centraal staan: herstel van het lichaam naar de niet-zwangere status; (op gang komen van) de lactatie; aanpassing van de pasgeborene aan het extra-uteriene leven; aanpassing van de ouders aan de nieuwe situatie.
  10. 9. De gecompliceerde zwangerschap en complicaties die door de zwangerschap worden veroorzaakt

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk gaat in op de belangrijkste zwangerschapscomplicaties en de mogelijke problemen bij de moeder die door de zwangerschap veroorzaakt worden, zoals afwijkingen in de duur van zwangerschap, hyperemesis en hypertensie in de zwangerschap, afwijkingen in de foetale groei en afwijkingen in de placenta. Ten slotte is er voor gekozen om in dit hoofdstuk ook aandacht te besteden aan de gecompliceerde zwangerschap bij meerlingen.
  11. 10. Ziekten en afwijkingen die de zwangerschap compliceren

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk worden frequent voorkomende ziekten en afwijkingen besproken die de zwangerschap kunnen compliceren. Zowel maternale als perinatale morbiditeit en mortaliteit zijn gerelateerd aan deze ziekten. Kennis over de invloed hiervan op de zwangerschap en over de invloed van zwangerschap op de ziekten is nodig om deze zwangeren goed te begeleiden en te behandelen. Vaak is een multidisciplinaire samenwerking tussen de huisarts, internist, chirurg, anesthesist, cardioloog of psychiater nodig voor optimale begeleiding.
  12. 11. Complicaties bij de baring

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Een ongecompliceerde baring, zoals beschreven is in H. 7, wordt over het algemeen niet van het ene op het andere moment een gecompliceerde baring. Geleidelijk doen zich een of meer symptomen voor die extra monitoring, diagnostiek of interventie vereisen. Het aantal verwijzingen tijdens de bevalling is hoog, maar is de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven en ligt rond de 46 %. Dit komt deels door nieuwe medische inzichten, maar ook door ongeduld bij zowel de barende vrouw als de verloskundige. Met enige medicamenteuze ondersteuning, zoals weeënstimulatie of pijnbestrijding, verloopt de bevalling voor de meeste vrouwen verder zonder complicaties. Nederland behoort tot een van de weinige hogelonenlanden met een sectiopercentage < 20 %. In dit hoofdstuk komen de stoornissen aan de orde die het verloop van het eerste, tweede, derde en vierde tijdperk van de baring kunnen compliceren, alsook de acute verloskundige situaties.
  13. 12. Complicaties in de kraamperiode

    Ank de Jonge, Corine Verhoeven, Esther Feijen-de Jong, Jeroen van Dillen, Petra Bakker
    Samenvatting
    Na een ongecompliceerde baring verloopt de kraamperiode vaak ook zonder complicaties. Een afwijkend verloop van de kraamperiode komt vaker voor na een langdurige baring en na een sectio caesarea. In dit hoofdstuk worden de infecties aan het urogenitale stelsel, trombose en fluxus alsmede post partum thyroïditis en psychopathologie besproken. Een aantal complicaties bij de neonaat komt ook aan de orde.
  14. Nawerk

Titel
Praktische verloskunde
Auteurs
Ank de Jonge
Corine Verhoeven
Esther Feijen - de Jong
Jeroen van Dillen
Petra Bakker
Copyright
2025
Uitgeverij
BSL Media & Learning
Elektronisch ISBN
978-90-368-3142-0
Print ISBN
978-90-368-3141-3
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-3142-0