Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Praktische verloskunde besteedt onder andere ruimschoots aandacht aan risicobeoordeling, begeleiding van een normale zwangerschap en een normale bevalling thuis, borstvoeding en anticonceptie post partum. Ook kleine en grote problemen van de pasgeborene, direct post partum in de eerste levensweek, komen aan de orde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Maatschappelijke en organisatorische aspecten van de verloskunde

Samenvatting
Wereldwijd vinden jaarlijks naar schatting 140 miljoen geboorten plaats. Het doel van de verloskundige zorg is over de hele wereld hetzelfde: de geboorte van een gezond kind uit een gezonde moeder. De omstandigheden waaronder dit proces zich voltrekt, variëren echter aanzienlijk in verschillende delen van de wereld. Dat is onder meer af te leiden uit de wereldwijde perinatale statistieken, waarin door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gegevens worden verzameld over abortus, geboorten, maternale en perinatale morbiditeit en mortaliteit.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

2. Preconceptionele zorg

Samenvatting
Preconceptionele zorg is het geheel van maatregelen dat gestart wordt vóór de conceptie ter bevordering van de gezondheidstoestand van de zwangere en haar kind. In dit hoofdstuk komen de verschillende onderdelen van preconceptionele zorg aan de orde:
  • risico-inventarisatie;
  • gezondheidbevorderende maatregelen;
  • counseling en leefstijladvies.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

3. De ongecompliceerde zwangerschap

Samenvatting
Iedere vrouw start haar vruchtbare levensfase met ongeveer een half miljoen geslachtscellen en heeft in haar vruchtbare leven ongeveer 450 ovulaties. Slechts een aantal malen zal een eicel bevrucht worden en ontstaat een zwangerschap.
Dit hoofdstuk gaat over de:
  • fysiologie van de voortplanting;
  • foetale groei en ontwikkeling;
  • functie van de placenta, vliezen en navelstreng;
  • fysiologische aanpassingen aan de zwangerschap.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

4. Prenatale zorg

Samenvatting
Prenatale zorg, een vorm van preventieve geneeskunde, is de verloskundige zorg aan zwangeren voorafgaand aan de geboorte van het kind.
De hoofddoelen van de prenatale zorg zijn:
  • bevorderen van een goede gezondheid en psychisch welbevinden van de vrouw;
  • bevorderen van een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind;
  • voorkómen van een gecompliceerd verloop van de zwangerschap en de bevalling door het geven van voorlichting en advies;
  • vroegtijdig herkennen van complicaties en het inschatten of nader onderzoek, specialistische begeleiding en behandeling noodzakelijk zijn (risicoselectie);
  • opbouwen van een vertrouwensrelatie met de aanstaande ouders;
  • voorlichten over en counselen bij beslissingen in de zwangerschap.
In dit hoofdstuk worden de routine prenatale zorg, de voorlichting en het advies bij veelvoorkomende klachten in de zwangerschap en de mogelijkheden voor screening en diagnostiek besproken.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

5. Foetale bewaking

Samenvatting
Het doel van foetale bewaking is het opsporen van een niet-optimale foetale conditie. Meestal is daarbij sprake van onvoldoende overdracht van zuurstof via de placenta naar de foetus. Dat leidt tot hypoxie, een lage zuurstofspanning in het foetale bloed die veelal samengaat met een lage zuurgraad (pH) in het bloed (‘acidose’). De oudste vorm van foetale bewaking is geïntroduceerd door de Fransman Adolphe Pinard (1844–1934), die in 1895 met de houten monoauriculaire stethoscoop voor het eerst foetale hartactie waarnam. Pas in de beginjaren van de vorige eeuw legde de Engelsman Joseph Bancroft (1872–1947) in Cambridge door dierexperimenteel onderzoek de relatie tussen de foetale hartactie, de functie van de placenta en de O2-transportcapaciteit en de foetale conditie. Dit vormde de basis voor de moderne foetale bewaking [1], zoals het cardiotocogram dat in de jaren zestig werd geïntroduceerd. Min of meer onafhankelijk hiervan ontwikkelde Erich Saling in Berlijn in 1961 de methode om via een druppel bloed uit de foetale hoofdhuid de O2-spanning te meten en daarmee de foetale conditie te bepalen. Vanaf de jaren tachtig werden de doptone en naast het echografisch onderzoek ook het doppler-ultrageluid voor het onderzoek van de foetale circulatie geïntroduceerd.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

6. De ongecompliceerde baring

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het ongecompliceerde baringsproces verloopt en welke factoren daarop van invloed zijn. Achtereenvolgens komen aan de orde:
  • anatomie van het baringskanaal en de foetale schedel;
  • fysiologische en biochemische processen die de baring in gang zetten en doorzetten;
  • baringspijn;
  • begeleiding van de barende en de bewaking van het kind tijdens de ontsluiting, de uitdrijving en het nageboortetijdperk;
  • observatie van moeder en kind de eerste uren post partum.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

7. De ongecompliceerde kraamperiode

Samenvatting
De kraamperiode of het puerperium beslaat een periode van 6 weken na de geboorte. In die tijd vindt de ontzwangering plaats: de uterus is na 6 tot 8 weken volledig geïnvolueerd. De weefsels in het kleine bekken en de bekkenbodem hebben na 3 tot 4 maanden hun normale consistentie weer bereikt. Veel vrouwen voelen zich pas een jaar na de bevalling weer helemaal hersteld. Het woord ‘kraambed’ stamt uit de tijd dat de kraamvrouw de eerste 10 dagen na de bevalling in bed doorbracht. Dat is allang niet meer het geval. Integendeel: vroegtijdige mobilisatie van de kraamvrouw wordt algemeen als gunstig beschouwd ter preventie van trombose en bevordering van de mictie en defecatie. In dit hoofdstuk worden de processen besproken die in de kraamperiode centraal staan:
  • herstel van het lichaam naar de niet-zwangere status;
  • (op gang komen van) de lactatie;
  • aanpassing van de pasgeborene aan het extra-uteriene leven;
  • aanpassing van de ouders aan de nieuwe situatie.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

8. Meervoudige zwangerschap

Samenvatting
We hebben er in dit hoofdstuk voor gekozen om de van het begin van de vorige eeuw daterende term ‘meervoudige zwangerschap’ te handhaven [9, 10]. De indeling van een- en meereiigheid wordt besproken, hoewel het huidige belang vooral gelegen is in het herkennen van de chorioniciteit [3].
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

9. De gecompliceerde zwangerschap en complicaties die door de zwangerschap worden veroorzaakt

Samenvatting
In dit hoofdstuk komen de belangrijkste zwangerschapscomplicaties aan de orde en complicaties bij de moeder die door de zwangerschap veroorzaakt worden zoals:
  • afwijkingen in de duur van de zwangerschap;
  • hyperemesis gravidarum;
  • hypertensie in de zwangerschap;
  • stoornissen in de ontwikkeling van de placenta en in de groei van de foetus;
  • intra-uteriene vruchtdood;
  • afwijkende bevindingen bij prenatale screening en diagnostiek;
  • abortus provocatus;
  • afwijkingen van het vruchtwater en de vliezen;
  • bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap;
  • zwangerschapsdermatosen.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

10. Ziekten en afwijkingen die de zwangerschap compliceren

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden frequent voorkomende ziekten en afwijkingen besproken die de zwangerschap kunnen compliceren. Zowel maternale alsook perinatale morbiditeit en mortaliteit zijn gerelateerd aan deze ziekten. Kennis over de invloed hiervan op de zwangerschap en kennis over de invloed van zwangerschap op de ziekten zijn nodig om deze zwangeren goed te begeleiden. Vaak is een multidisciplinaire behandeling met internist, chirurg, anesthesist, cardioloog of psychiater nodig voor optimale begeleiding. Daarmee zijn tegenwoordig veel van deze ziekten goed behandelbaar en kunnen vrouwen met bijvoorbeeld congenitale hartziekten of kanker na behandeling alsnog zwanger worden.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

11. Complicaties bij de baring

Samenvatting
Een ongecompliceerde baring, zoals beschreven is in H. 6, wordt over het algemeen niet van het ene op het andere moment een gecompliceerde baring. Geleidelijk doen zich één of meerdere symptomen voor die extra monitoring, diagnostiek of interventie vereisen. Nog elk jaar neemt het aantal verwijzingen durante partu toe. Dat komt gedeeltelijk door nieuwe medische inzichten, maar ook door ongeduld bij de barende vrouw en de verloskundig professional. Met enige medicamenteuze ondersteuning, zoals bijstimulatie of pijnbehandeling, maken de meeste vrouwen een verder ongecompliceerde baring door. Nederland behoort tot een van de weinige hogelonenlanden met een sectiopercentage < 20 %. In dit hoofdstuk komen de stoornissen aan de orde die het verloop van het eerste, tweede, derde en vierde tijdperk van de baring kunnen compliceren, alsook de acute verloskundige situaties.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

12. Complicaties in de kraamperiode

Samenvatting
Na een ongecompliceerde baring verloopt de kraamperiode vaak ook zonder complicaties. Een afwijkend verloop van de kraamperiode komt vaker voor na een langdurige baring en na een sectio caesarea. In dit hoofdstuk worden de infecties aan het urogenitale stelsel, trombose en fluxus alsmede post partum thyroïditis en psychopathologie besproken. Een aantal complicaties bij de neonaat komt ook aan de orde.
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Yvonne Smit, Sicco Scherjon, Jeroen van Dillen

Nawerk

Meer informatie

Extra’s