Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In dit boek worden de diagnostische en therapeutische vaardigheden die medische studenten in hun de opleiding tot basisarts onderwezen krijgen en waarbij instrumentarium nodig is, beschreven. Voorbeelden zijn arteriepunctie, infuus aanleggen, katheteriseren en hechten. De nadruk ligt op de wijze waarop de vaardigheid moet worden uitgevoerd, met aandacht voor diverse methoden en voor de diversiteit van patiënten. Daarnaast komen hygiëne, (contra) indicaties, materialen, mogelijke complicaties en nazorg aan de orde.

Praktische vaardigheden vormt met Leerboek anamnese en Fysische diagnostiek een serie boeken die de totale consultvoering met klinische vaardigheden beschrijven en aan veel faculteiten voor het vaardigheidsonderwijs aan medische studenten wordt gebruikt.

Dit naslagwerk geeft u kosteloos toegang tot een speciale website. Hierop vindt u ruim 90 films waarop de uitvoering van bijna alle vaardigheden nauwgezet in beeld is gebracht. Onontbeerlijk voor het zich eigen maken van die vaardigheden.

In de tweede grondig herziene druk is de indeling gewijzigd en zijn een aantal nieuwe onderwerpen opgenomen zoals botnaald en MRSA-kweken. De redactie heeft, in overleg met leden van de NVMO-werkgroep Klinische vaardigheden, consensus bereikt over de voor de coschappen relevante onderwerpen. Dit boek vormt nog meer een breed gedragen richtlijn voor het vaardigheidsonderwijs in Nederland.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Professioneel handelen

Voorwerk

1. Voor u begint

Samenvatting
Voordat u een vaardigheid gaat uitvoeren, is het zinvol om aan de volgende punten aandacht te besteden:
  • Wat is de beste manier om een vaardigheid aan te leren?
  • Is het wel verantwoord dat ik deze handeling uitvoer, ben ik wel bevoegd en bekwaam?
  • Is het wel veilig voor mij en voor de patiënt als ik dit nu doe?
  • Welke hygiënische maatregelen moet ik nemen voor ik met deze handeling begin?
F. J. Jongen-Hermus, I. de Klerk-van der Wiel, H. J. C. Smink, A. Thijs, I. P. Leistikow, A. Molendijk, D. L. M. Zwart, B. J. J. W. Schouwenberg

2. Systematisch handelen

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt een aantal praktische punten besproken die u moet overwegen bij het uitvoeren van een vaardigheid. Dit zijn aandachtspunten voorafgaand aan, tijdens en na afloop van de handeling.
I. de Klerk-van der Wiel, F. J. Jongen-Hermus

Hart/longen

Voorwerk

3. Beoordeling acuut of niet

Samenvatting
Het herkennen en stabiliseren van een patiënt in een levensbedreigende toestand is een cruciale basisvaardigheid voor iedere basisarts. U kunt als arts geconfronteerd worden met vitaal bedreigde patiënten op de spoedeisende hulp, maar ook op de afdeling, of als gevolg van complicaties tijdens de behandelingen die elders in dit boek zijn beschreven.
P. Schober, L. A. Schwarte, R. Krage

4. Ecg maken

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de techniek beschreven van het afnemen van een ecg. De interpretatie van het ecg en de betekenis van de gevonden afwijkingen worden niet besproken.
R. A. Tio

5. Zuurstofsaturatiemeting

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de perifere zuurstofsaturatiemeting met behulp van de pulsoxymeter. Deze kan op meerdere lokalisaties toegepast worden, zoals de vingers, de oorlel of het voorhoofd. In dit hoofdstuk zullen de twee meest toegepaste lokalisaties, te weten de vingers en de oorlel, besproken worden. Ook de normaalwaarden en mogelijke meetfouten worden besproken.
M. J. Tip

6. Beademing

Samenvatting
De hoofdfunctie en indicatie van een kunstmatige beademing is het overnemen van een insufficiënte spontane respiratie van de patiënt met waarborging van alveolaire (of pulmonale) oxygenatie en ventilatie. Kunstmatige beademing kan, afhankelijk van de situatie, met of zonder hulpmiddelen zoals een ballon, masker en verschillende tubes.
L. A. Schwarte, P. Schober, R. Krage

7. Longfunctieonderzoek

Samenvatting
Longfunctieonderzoek gebeurt met behulp van een piekstroommeter of een spirometer. Een piekstroommeter is eenvoudiger te hanteren, maar levert veel minder informatie op. De klinische betekenis van de bevindingen wordt besproken.
T. O. H. de Jongh, E. Oostveen

Bloedvaten

Voorwerk

8. Arteriepunctie

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de arteriepunctie. Het gaat hierbij om een eenmalige punctie van de arteria radialis ter plaatse van de pols. Het doel is meestal een perifere bloedgasanalyse.
H. Kramer

9. Venapunctie

Samenvatting
Een venapunctie verricht men voor een diagnostische bloedafname, meestal in de onderarm bij de elleboogsplooi. De juiste uitvoering en de problemen die daarbij kunnen optreden, worden in dit hoofdstuk besproken, de betekenis van de uitslagen niet.
M. J. Tip, A. E. W. de Haas-van Bommel

10. Capillaire bloedafname

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de capillaire bloedafname zoals deze toegepast wordt voor het bepalen van de plasmaglucosewaarde door middel van een vingerprik. Tevens wordt de capillaire bloedafname in het kader van de hielprik behandeld.
M. J. Tip

11. Botnaald

Samenvatting
Botnaalden zijn een waardevol alternatief binnen de acute geneeskunde. Wanneer intraveneuze toediening niet snel mogelijk of succesvol is, kan via een alternatieve intraossale toedieningsweg een breed scala aan infuusvloeistoffen en medicamenten worden gegeven. Tevens kan het eventueel secundair verkregen beenmerg gebruikt worden voor beperkte laboratoriumbepalingen. Hoewel complicaties van een botnaaldplaatsing niet frequent voorkomen, kunnen ze wel potentieel ernstig verlopen. Adequate kennis en training is noodzakelijk om deze techniek correct toe te passen. Dit wordt in dit hoofdstuk nader toegelicht.
L. P. W. Mommers

12. Perifeer infuus

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt het inbrengen van een perifeer infuus, het controleren van de ligging en het aansluiten van een infuussysteem. De mogelijke problemen bij het puncteren van de vene en het functioneren van het infuussysteem worden besproken.
M. J. Tip, A. E. W. de Haas-van Bommel

13. Enkel-armindex bepalen met dopplerapparaat

Samenvatting
De enkel-armindex vergelijkt de systolische bloeddruk aan de armen met die aan een been en is een maat voor de arteriële circulatie in de benen. De meting van de systolische bloeddruk aan de benen gebeurt met een handdopplerapparaat. De techniek van de meting en de interpretatie van de uitkomsten worden in dit hoofdstuk besproken.
J. J. A. M. van den Dungen

Huid

Voorwerk

14. Verbanden aanleggen

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt vooral de techniek besproken van het aanleggen van verbanden. De verbanden die worden beschreven, zijn: wondbedekkende verbanden, ondersteunende verbanden, compressieverbanden, immobiliserende verbanden, en speciale verbanden.
R. Zonneveld, E. J. Habets, Th. G. Schäpe

15. Wondverzorging

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de verzorging van huidwonden. Achtereenvolgens bespreken we de beoordeling en de behandeling van acute traumatische wonden, bijt- en steekwonden, brandwonden, chronische wonden en decubitus.
R. Zonneveld, E. J. Habets

16. Abces behandelen

Samenvatting
Een abces is een plaatselijke ophoping van pus in een niet-gepreformeerde ruimte als gevolg van afsterving en vervloeiing van weefsel, gewoonlijk veroorzaakt door een pyogene bacterie. Als een abces rijp is en fluctuatie aanwezig, dan is een incisie de therapie. Deze incisie en de mogelijke problemen daarbij worden in dit hoofdstuk beschreven.
T. O. H. de Jongh, E. C. T. H. Tan

17. Corpus alienum in de huid verwijderen

Samenvatting
Een corpus alienum in het huid kan al dan niet boven de huid uitsteken en variëren van een kleine splinter tot een vishaakje met meerder haken De technieken om deze voorwerpen weer te verwijderen worden in dit hoofdstuk beschreven.
T. O. H. de Jongh, E. C. T. H. Tan

18. Huidaanhangsel verwijderen

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de verwijdering van kleine, goedaardige huidaanhangsels zoals poliepjes of fibromen. Doe dit als student niet zonder toestemming van de supervisor en laat voor het verwijderen altijd de tumor door hem beoordelen om er zeker van te zijn dat het geen kwaadaardigheid betreft. Speciale aandacht wordt gegeven aan de manieren waarop verdoving kan worden gegeven.
T. O. H. de Jongh, E. C. T. H. Tan

19. KOH-preparaat maken

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de techniek beschreven van het maken van een KOH-preparaat van huid, haren of nagels. Een KOH-preparaat wordt gemaakt indien men op basis van de anamnese en het dermatologische onderzoek denkt aan een schimmel- of een gistinfectie of een infectie met mijten, zoals scabiës.
K. A. Vogelaar-Burghout, C. J. G. Sanders

KNO

Voorwerk

20. Afname perianaal-, rectum- en neuskweek voor bijzonder resistente micro-organismen (BRMO)

Samenvatting
Kweken van het rectum en/of het perineum, al of niet in combinatie met een keel- en neuskweek, worden vooral toegepast indien de verdenking bestaat op de aanwezigheid van een bijzonder resistent micro-organisme, zoals een meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA). In dit hoofdstuk wordt de techniek van de afname besproken.
B. J. J. W. Schouwenberg

21. Otoscopie

Samenvatting
Onderzoek van de uitwendige gehoorgang en het trommelvlies vindt plaats met een otoscoop. Een otoscoop is een lichtbron, met daarop een oorspeculum. In dit hoofdstuk wordt de techniek van otoscopie bij volwassenen en kinderen beschreven.
R. J. Stokroos, L. de Rozario

22. Afname kweek oor

Samenvatting
Bij een langdurig bestaande otitis media perforata of otitis externa kan materiaal worden afgenomen uit de gehoorgang om de verwekker (bacterie of schimmel) te identificeren en de gevoeligheid voor antibiotica of antimycotica vast te stellen. Middels het voorzichtig insteken en ronddraaien van een wattenstok in de buitenste gehoorgang wordt de aanwezige afscheiding opgevangen en in een transportcontainer verzameld.
R. J. Stokroos, F. W. G. Gruintjes

23. Cerumen verwijderen

Samenvatting
Cerumen (oorsmeer) heeft een waterafstotende functie in de uitwendige gehoorgang. Te veel cerumen leidt tot slechthorendheid, een drukgevoel op het oor en soms tot infecties. Overmatig oorsmeer kan verwijderd worden door oorsmeeroplossende middelen in de buitenste gehoorgang te druppelen, door het uitspuiten van het cerumen middels de oorspuit met handwarm water richting de achterwand van het oor of middels een cerumenlusje, dat met de otoscoop met opzijgeschoven lens wordt ingebracht om de cerumenprop te verwijderen.
R. J. Stokroos, F. W. G. Gruintjes

24. Corpus alienum oor

Samenvatting
Allerlei voorwerpen kunnen in de uitwendige gehoorgang gestopt worden of terechtkomen. Deze kunt u verwijderen met een pincet, paktangetje, cerumenhaakje of uitspuiten.
R. J. Stokroos, L. de Rozario

25. Rhinoscopie

Samenvatting
Rhinoscopia anterior is geïndiceerd bij klachten van neusobstructie, hoofdpijn, rhinorrhoea of post nasal drip. Deze klachten hebben een brede differentiaaldiagnose. De binnenkant van de neus is goed te onderzoeken met behulp van goede verlichting, enkele instrumenten en op indicatie, een lokaal decongestivum om het neusslijmvlies te doen slinken.
R. J. Stokroos, F. W. G. Gruintjes, L. de Rozario

26. Bloedneus behandelen

Samenvatting
Van de neusbloedingen bij kinderen en volwassenen ontstaat 90 % in het voorste deel van de neus. Het gaat dan om een anterieure epistaxis uitgaande van de locus Kiesselbachi op het neusseptum. Dit type neusbloedingen kunnen vaak goed gestopt worden door de neus dicht te knijpen of de plek te etsen. Ongeveer 10 % van de neusbloedingen ontstaat in het achterste deel van de neus. Dan is vaak een behandeling met een tampon noodzakelijk.
R. J. Stokroos, L. de Rozario

27. Corpus alienum neus

Samenvatting
Vooral door peuters kunnen allerlei voorwerpen in de neus worden gestopt, deze dienen altijd te worden verwijderd. Dit gebeurt onder goede belichting met een paktang, bajonetpincet of cerumenhaakje.
R. J. Stokroos, L. de Rozario

28. Afname materiaal wangslijmvlies

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over het afnemen van wangslijmvlies voor DNA-onderzoek. DNA wordt meestal gebruikt voor forensisch onderzoek, verwantschapsonderzoek en erfelijkheidsonderzoek.
T. O. H. de Jongh

29. Afname kweek keel

Samenvatting
Het afnemen van een keelkweek is geïndiceerd bij ernstige bacteriële infectie van de keel, bij controle op dragerschap bijvoorbeeld van MRSA en bij ernstige virale luchtweginfecties bij patiënten met een verminderde weerstand. Hiervoor worden wattenstok en transportcontainer met medium en een tongspatel bij patiënten met hoogliggende tong gebruikt. De tip van de wattenstok wordt over de tonsillen en achterwand van de orofarynx gestreken, waarna de wattenstok in de transportcontainer wordt gedeponeerd.
R. J. Stokroos, F. W. G. Gruintjes

30. Laryngoscopie

Samenvatting
Indirecte laryngoscopie kan een beeld geven van de mucosa van de larynx en van de stembanden. Ook de beweeglijkheid van de stembanden kan worden beoordeeld. Het onderzoek kent beperkingen, zodat bij twijfel over de beoordeelbaarheid, bijvoorbeeld bij heesheid of slikklachten, verwezen moet worden naar de KNO-arts.
R. J. Stokroos, L. de Rozario

Oog

Voorwerk

31. Fundoscopie

Samenvatting
Fundoscopie of oogspiegelen onderzoekt het achterste segment van het oog, de oogfundus. Beoordeeld worden de papil, de retinale bloedvaten, de retina zelf en de maculaire regio naar beeld, vorm en kleur. Daarnaast is er aandacht voor de betekenis van de gevonden afwijkingen.
P. W. M. Dieleman, J. J. I. Van den Heurck

32. Spleetlamponderzoek

Samenvatting
De spleetlamp is een binoculaire microscoop gekoppeld aan een sterke verlichtingsbron (halogeen of led) die een spleetvormige lichtbundel produceert van homogene helderheid. Met de spleetlamp kunnen zo goed als alle onderdelen van het oog met vergroting en in detail onderzocht worden: oogleden, conjunctiva, sclera, cornea, voorste oogkamer, iris en pupil, voorste glasvochtmembraan, glasvocht en netvlies.
J. J. I. Van den Heurck, P. W. M. Dieleman

33. Corpus alienum oog

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de behandeling besproken van een vreemd voorwerp dat aanleiding geeft tot beschadiging van de cornea. Een vastzittend corpus alienum is vaak lastig te verwijderen en een perforatietrauma van de cornea dient met spoed onderkend te worden en doorgestuurd naar een oogarts.
T. O. H de Jongh, P. W. M. Dieleman

Urogenitaal systeem

Voorwerk

34. Katheteriseren

Samenvatting
Blaaskatheterisatie wordt meestal toegepast indien gecontroleerde spontane mictie niet mogelijk is. Dit kan een eenmalige katheterisatie zijn,of er kan een langdurige blaaskatheter worden ingebracht. Ook het vervangen van een suprapubische verblijfskatheter wordt in dit hoofdstuk besproken.
T. O. H. de Jongh, R. Zonneveld

35. Urineonderzoek

Samenvatting
Om betrouwbare informatie te krijgen is de manier van urine verzamelen belangrijk, waarbij ook het doel van het onderzoek een grote rol speelt. Behalve de manier van verzamelen kan ook het bewaarsysteem en de manier van verzenden van belang zijn. Urine kan eenmalig worden verzameld of over langere tijd.
E. G. W. M. Lentjes

36. Afname en diagnostiek fluor vaginalis

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de afname van fluor vaginalis en de techniek van het diagnostische onderzoek. Dit betreft met name de microscopische diagnostiek van candidiasis, bacteriële vaginose, Trichomonas en Chlamydia trachomatis en het verzenden van materiaal voor soa-onderzoek.
T. O. H. de Jongh, A. Timmermans, E. M. Bour, T. van Gerwen

37. Cervixuitstrijkje

Samenvatting
Een cervixuitstrijkje wordt gemaakt om (pre)maligne cervixafwijkingen op te sporen. De techniek van het maken van een uitstrijkje met een cervexbrush en cytobrush wordt in dit hoofdstuk beschreven.
T. O. H. de Jongh, A. Timmermans

Digestivus

Voorwerk

38. Fecesonderzoek

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt het verzamelen en verzenden van feces voor verder onderzoek beschreven. Fecesonderzoek is vooral nuttig voor het opsporen van bloed of pathogene bacteriën en bij de diagnostiek van malabsorptie.
E. G. W. M. Lentjes

Overige

Voorwerk

39. De principes van medicatie toedienen

Samenvatting
Alvorens medicatie voor te schrijven of toe te dienen is het zinvol u af te vragen of dit medicament in deze dosering wel geïndiceerd en rationeel is bij deze patiënt. In dit hoofdstuk wordt het rationeel voorschrijven van medicatie besproken aan de hand van het 6-stappenplan van de WHO. Ook de achtergronden van de toediening zelf en de nazorg komen aan de orde.
J. Tichelaar, M. C. Richir, S. J. A. Pans, Th. P. G. M. de Vries

40. De techniek van medicatie toedienen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden stapsgewijze instructies gegeven voor de belangrijkste door artsen gebruikte systemische en lokale toedieningsvormen van medicatie. Aan de orde komen de volgende toedieningsvormen: oraal, sublinguaal, rectaal (zetpil, rectiole/klysma), inhalaties (aerosol met voorzetkamer, poederinhalator), injecties (intracutaan, subcutaan, intramusculair, intraveneus), oogdruppels, -zalf, neusdruppels en oordruppels.
J. Tichelaar, M. C. Richir, S. J. A. Pans, E. Hageraats, Th. P. G. M. de Vries

Nawerk

Meer informatie