Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft tandartsassistenten in opleiding de basis- en achtergrondkennis om zich vaardigheden en praktische handelingen eigen te maken. Het helpt je om proactief te kunnen denken en doen tijdens het assisteren bij tandheelkundige behandelingen én bij het uitvoeren van zelfstandige handelingen, zoals genoemd in het Kwalificatiedossier Tandartsassistent (B1-K1-W1 t/m W3, B1-K2-W1 t/m 4 en B1-K3-W1 t/m W3).
Het eerste deel van Praktische vaardigheden voor tandartsassistenten behandelt de wetgeving en richtlijnen die gelden als een tandartsassistent voorbehouden of risicovolle handelingen uitvoert. Deel twee van het boek gaat in op praktijkhygiëne, ergonomie en instrumenteertechnieken. In het derde, en laatste, deel komt het assisteren bij de verschillende tandheelkundige behandelingen aan bod, net als de zelfstandige handelingen die een tandartsassistent uit kan voeren.
Ieder hoofdstuk bestaat uit een theoretisch deel, een uitgebreide uitleg over de praktische toepassing van die kennis en veel praktische en verdiepingsopdrachten. Full color afbeeldingen ondersteunen de tekst. Op de website vind je toetsen, samenvattingen en een tiental video's.
Drs. Berry Duizendstra geeft lessen tandheelkundige kennis aan de opleiding voor tandartsassistenten van ROC Friese Poort. Daarnaast werkt ze als tandarts in de algemene praktijk. Elly Hogeveen is van oorsprong tandarts-/ preventieassistent en werkt nu als docent aan dezelfde opleiding en verzorgt de vaardigheids- en omgangskundige lessen. Daarnaast is ze werkzaam als redactielid van Standby, het vakblad voor assistenten in de tandheelkunde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. De wettelijke basis

Hoewel de tandartsassistent onder supervisie van een tandarts werkt, moet ook een assistent de praktijkrichtlijnen en wetgeving kennen die geldt in mondzorgpraktijken en zich hieraan houden. Met deze wet- en regelgeving wordt veiligheid gegarandeerd voor patiënten en behandelend personeel. Ook wordt de kwaliteit van behandelingen hiermee gewaarborgd. In dit hoofdstuk worden de praktijkrichtlijnen en wetten uitgelicht die van belang zijn voor de tandartsassistent. We bespreken: de wet BIG, de WGBO, de Richtlijn Infectiepreventie in Mondzorgpraktijken en de Richtlijn Tandheelkundige Radiologie.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

2. Grootinstrumentarium

Grootinstrumentarium is alles in de behandelkamer wat te groot is om met de vingers te kunnen hanteren. De term wordt gebruikt om een onderscheid te kunnen maken met de instrumenten die meestal direct in de mond gebruikt worden. Die noemen we kleininstrumentarium. Van alle genoemde onderdelen wordt in dit hoofdstuk een voorbeeld getoond, zodat goed inzicht kan ontstaan.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

3. Ergonomie

Ergonomie is de wetenschap die zich bezighoudt met de menselijke arbeid. Aan de hand van deze wetenschap kan de mens zo goed mogelijk leren functioneren tijdens zijn werk. Optimaal functioneren kun je bereiken door de werkomstandigheden aan te passen aan de mogelijkheden van het menselijke lichaam en door training. In dit hoofdstuk worden de oefeningen behandeld die men moet beheersen om ergonomisch verantwoord te kunnen werken.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

4. Infectiepreventie

In dit hoofdstuk gaan we nader in op de manier waarop de instrumenten en de apparatuur verzorgd en onderhouden moeten worden. Vanwege de grote belangstelling voor hygiëne en steriliteit is dit een actueel onderwerp. Iedereen is zich nu meer bewust van besmettingsgevaar dan enige jaren geleden. Waren goede sterilisatie en desinfectie vroeger al van belang, dan geldt dat tegenwoordig des te meer.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

5. Instrumenteren

In dit hoofdstuk gaan we nader in op hoe op een ergonomisch verantwoorde manier met de instrumenten gewerkt moet worden. De instrumenten vakkundig hanteren leer je door veel in de praktijk te oefenen, met klasgenoten en collega’s, maar beter nog met de tandarts zelf.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

6. Assisteren bij diagnostiek

Een periodiek mondonderzoek is een preventief onderzoek van het gebit en overige structuren in de mondholte om symptomen van cariës, gingivitis, parodontitis en overige pathologie op te sporen. Röntgenfoto’s zijn daarbij een onmisbaar hulpmiddel. Omdat tanden voor een groot deel bestaan uit calcium en het omgevende bot, geven röntgenfoto’s van dit gebied goede beelden. De tandarts bepaalt wanneer er een foto genomen moet worden en beslist welke techniek daarbij gebruikt wordt.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

7. Assisteren bij preventie en parodontologie

Preventie (en parodontologie) is de basis van alle tandheelkundige behandelingen. Over het algemeen zal er begonnen worden met een poetsinstructie, zodat de patiënt zijn mond goed leert schoonhouden. Vervolgens wordt het tandsteen verwijderd ten behoeve van de conditie van het tandvlees en parodontium.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

8. Assisteren bij restauratieve tandheelkunde

Wanneer in een element cariës is ontstaan, zal het gerestaureerd moeten worden. Dit kan alleen maar duurzaam gebeuren als alle carieuze weefsel goed is weggehaald. We kunnen de caviteit vullen met composiet (plastisch) of met een gegoten vulling (inlay). Elementen met grote caviteiten of restauraties kunnen worden gerestaureerd met kronen. Een kroon is geen vulling, maar een nieuw porseleinen of metalen omhulsel over de tand of kies.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

9. Assisteren bij endodontische behandelingen

Tanden en kiezen hebben een pulpaholte met daarin bloedvaten en bind- en zenuwweefsel. Wanneer door een breuk of door cariës deze holte geopend is, kunnen micro-organismen erin doordringen. Omdat de weerstand op deze plaats niet groot is, betekent dit bijna altijd dat het weefsel in de pulpaholte ontstoken raakt en na een soms pijnlijke periode afsterft. Om verdergaan van de ontsteking in het bot rondom de wortelpunt te voorkomen moet de pulpaholte worden opengemaakt, schoongemaakt en opgevuld. Deze behandeling wordt wel een zenuwkanaalbehandeling genoemd, maar beter is het om te spreken van een wortelkanaalbehandeling of een endodontische behandeling.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

10. Assisteren bij kaakchirurgische behandelingen

Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie is dat gedeelte van de tandheelkunde waarbij bloedige ingrepen worden verricht. Meestal komt er een chirurgisch mes (scalpel) aan te passen en wordt er na de ingreep gehecht. Veel voorkomende kaakchirurgische ingrepen zijn de apexresectie en de verwijdering van een moeilijk liggende verstandskies. Maar het ‘eenvoudig’ extraheren van een tand is ook al een chirurgische ingreep.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

11. Assisteren bij prothetische behandelingen

Hoewel het maken van kronen en bruggen ook wel tot de prothetische tandheelkunde wordt gerekend, spreken we hier van protheses als het uitneembare voorzieningen betreft. In dit hoofdstuk bespreken we het vervaardigen van een kunstgebit (prothese), dat gedeeltelijk (partieel) of volledig kan zijn. Ook frames rekenen we tot de prothetische voorzieningen.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

12. Assisteren bij orthodontische behandelingen

Iedereen kent in zijn omgeving wel iemand die een beugel heeft. Zo’n orthodontische behandeling is gespecialiseerd werk waarvoor veel kennis en inzicht nodig is. Hoewel tegenwoordig ook voor volwassenen orthodontisch veel mogelijk is, zijn het vooral kinderen die deze behandeling ondergaan. Het is onmogelijk in kort bestek alle behandelingsmethoden uit te leggen. Alleen een paar grote lijn zullen we behandelen.
B. Duizendstra-Prins, E. Hogeveen

Nawerk

Meer informatie

Extra’s