Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Deze praktijkgids biedt alles wat Social Workers nodig hebben om cliënten écht op weg te helpen naar kansrijker gedrag. De gids beschrijft een evidence based aanpak voor het versterken van motivatie voor duurzame aanpassing van houding en gedrag. Het boek is zeer geschikt als introductie in de uitgangspunten van motiverende gespreksvoering én helpt om de gespreksvaardigheden die hiervoor nodig zijn te ontwikkelen.

Deze tweede editie van Praktijkgids Motiverende Gespreksvoering Social Work - Coachen bij veranderen is de opvolger van Motiverende gespreksvoering voor sociaalagogisch werk. In deze editie is het begrippenkader geactualiseerd en afgestemd op de derde editie van de methode motiverende gespreksvoering van William R. Miller en Stephen Rollnick. De gids biedt een uitstekend overzicht van en uitgebreide toelichting op motiverende vaardigheden. Ook gaan de auteurs uitgebreid in op de algemene counselingsvaardigheden die de grondslag vormen voor alle hulpverlening en coaching.

Praktijkgids Motiverende Gespreksvoering Social Work - Coachen bij veranderen is toegankelijk geschreven en beschrijft voorbeelden uit verschillende werkvelden. Bovendien bevat de gids oefeningen om vaardigheden in de praktijk te brengen. Bij de gids hoort een website met videomateriaal.

Drs. Michaela van der Veen is pedagoog en psycholoog NIP, bij bureau XChange. Als coach ondersteunt zij persoonlijke en professionele ontwikkeling. Ze helpt professionals en leidinggevenden op weg naar het goede gesprek met training motiverende gespreksvoering en is aangesloten bij MINT, het internationale netwerk van trainers.

Drs Frank Goijarts is psycholoog. Hij is partner bij Forzes en adviseert en begeleidt organisaties bij complexe veranderopgaves. Hij geeft trainingen motiverende gespreksvoering en ontwikkelt educatief (online- en video-) materiaal rondom het versterken van motivatie en dialoogvaardigheden.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Motiverende gespreksvoering: een introductie

Samenvatting
Motiverende gespreksvoering (MG) gaat over stimuleren van motivatie voor verandering. Verandering gaat vaak gepaard met tegenstrijdige gevoelens die maken dat mensen vastlopen. Met MG werk je aan vermindering van die tegenstrijdige gevoelens en versterk je de eigen motivatie van de cliënt. Je ontlokt verandertaal bij de cliënt, die een goede voorspeller is voor actie. De doelgerichte, coachende aanpak stimuleert de innerlijke drang tot positieve zelfontwikkeling. Motivatie is veranderlijk en de kwaliteit van de interactie met de professional kan het verschil maken bij het versterken van de eigen motivatie voor verandering. Het is een Sterke Punten Aanpak die de eigen mogelijkheden van de cliënt versterkt. De werking en werkzaamheid van MG is goed onderzocht bij een breed scala aan werkvelden (‘evidence-based’). MG is ook geschikt voor cliënten die minder openstaan voor contact met de professional, die niet graag praten over hun problemen of die de hoop opgegeven hebben. De methode kan als korte en opzichzelfstaande interventie worden gebruikt of als voorbereiding op andere interventies, waardoor de kans op succes daarvan toeneemt. De aanpak sluit goed aan bij kernwaarden en hedendaagse trends en aanpakken in ‘social work’.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

2. Grondhouding en werkingsprocessen

Samenvatting
De motiverende benadering van gedragsverandering stoelt op bepaalde uitgangspunten over de grondhouding van de professional. Deze bestaat uit acceptatie, een samenwerkingsrelatie, een compassievolle houding en het ontlokken van motivatie en mogelijkheden die de cliënt al in zich heeft. Het omarmen hiervan is een belangrijke voorwaarde voor de effectiviteit van je interventies. Wie de grondhouding weet te integreren in zijn handelen, hoeft minder na te denken over de technieken. Een motiverende benadering is veel meer dan slechts gesprekstechniek. Wie deze benadering vooral als techniek of zelfs als truc gebruikt, zal merken dat de cliënt hier minder voor openstaat. In dit hoofdstuk gaan we ook in op de verschillende fasen en processen rondom het begeleiden van gedragsverandering en de rol van de begeleider daarin.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

3. Verschillende contexten en communicatiestijlen

Samenvatting
Binnen het brede werkveld van ‘social work’ functioneert de professional in zeer verschillende omgevingen. Afhankelijk daarvan kun je variëren in de vormgeving van je motiverende gespreksstijl. Dit resulteert in drie verschillende varianten van MG, die vooral van elkaar verschillen in de mate van sturing die je de cliënt biedt: richting geven, gidsen en volgen. Wie kan schakelen tussen deze stijlen, kan zijn handelen optimaal laten aansluiten op zowel de doelen en eisen van de context als de behoeften en wensen van de cliënt, die daar soms mee conflicteren. De ‘richtinggevende stijl’ past bij situaties waarin sprake is van dwang of (tijds)druk, of als de professional een sterk sturende rol of ‘expertrol’ kiest. Met een ‘volgende stijl’ ondersteunt de professional cliënten, maar hoeft er vooraf geen sprake te zijn van een concreet doel en de uitkomsten kunnen volledig door de cliënt zelf bepaald worden. De ‘gidsende stijl’ is het meest geschikt om toe te werken naar doelen en tegelijkertijd verandering bij de ander te ondersteunen. Deze variant sluit volledig aan op de definitie van MG. De motiverende grondhouding van waaruit de professional werkt, blijft in elke stijl hetzelfde. Wanneer zet je welke stijl in? Daarover gaat dit hoofdstuk.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

4. Engageren

Samenvatting
Een werkbare relatie aangaan is de eerste stap van motiverende gespreksvoering. De eerste ontmoeting is gericht op het engageren van de cliënt voor samenwerking. Op dit fundament bouwen alle vervolgstappen. In de wijze van contact leggen pas je vaardigheden toe uit de cliëntgerichte gespreksvoering. Toegelicht wordt hoe deze basistechnieken doelgerichter toegepast worden om de motivatie van de cliënt te versterken. De basistechnieken bestaan uit gesprekstechnieken zoals open vragen stellen, reflecteren, bevestigen en samenvatten. Je kijkt vanuit het perspectief van de cliënt naar zijn situatie, zijn doelen en waarden daarbinnen. Daar sluit je op aan in de aanpak. Daarmee voelt de cliënt zich gehoord en begrepen. Daarnaast is het doel dat de cliënt zich geaccepteerd en gewaardeerd voelt. Hierdoor groeit zijn bereidheid om zichzelf te laten zien, ook bij onderwerpen waarbij hij zich niet gemakkelijk voelt. Motiverend informeren is aanvullend: het zet aan tot wensen en eigen belangen onderzoeken.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

5. Focus aanbrengen

Samenvatting
Motiverende gespreksvoering  is een doelgerichte aanpak. Door focus aan te brengen, werken zowel cliënt als professional gerichter naar een resultaat. In de gidsende benadering van MG ondersteunt de professional de cliënt bij het formuleren van gewenste uitkomsten en probeert hij de focus vast te houden op weg naar verandering en verbetering in de richting van die uitkomst. Soms worden doelen door anderen dan de cliënt bepaald. Ook bij onvrijwillige hulpverlening heeft de cliënt meestal wel enige invloed op het bepalen van de focus. Ook hier ondersteunt de professional de cliënt bij het vergroten van zijn invloed op de doelen van het traject. Dit is belangrijk voor het ontwikkelen van motivatie. Motiverende doelen zijn doelen die verband houden met wat iemand wil in en met zijn leven. Hoe nauwer een doel aansluit bij iets van persoonlijke waarde en bij een inspirerend toekomstbeeld, hoe groter het belang is voor de cliënt en hoe groter de motivatie om iets te veranderen.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

6. Ontlokken van wensen en mogelijkheden: verandertaal

Samenvatting
Je gedrag veranderen heeft voor- en nadelen. Niet veranderen echter ook. Deze tegenstrijdige gevoelens noemen we ambivalentie. Motiverende gesprekvoering helpt de cliënt om deze natuurlijke twijfel te verminderen, zodat ruimte ontstaat voor verandering. Tegelijkertijd werk je ook aan iemands zelfvertrouwen in de haalbaarheid van de verandering. Dat doe je door het ontlokken en versterken van verandertaal: taal waarmee mensen aangeven dat ze (voorzichtig) nadenken over een andere toekomst. Veranderbereidheid en vertrouwen in de eigen effectiviteit moeten sterk genoeg zijn voor een volgende stap: het maken van een concreet actieplan.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

7. Behoudtaal: de andere kant van ambivalentie

Samenvatting
Verandertaal en behoudtaal vormen twee kanten van dezelfde medaille. Ze maken beide deel uit van ambivalente gevoelens over de wenselijkheid van veranderen en de kans van slagen daarvan. Waar verandertaal een voorspeller is van daadwerkelijke actie, is behoudtaal een teken dat de cliënt obstakels ziet die verandering tegenhouden. Binnen motiverende gespreksvoering worden alle uitspraken over de voorkeur om de bestaande situatie te behouden serieus genomen. Ze bieden informatie over wat de cliënt tegenhoudt. In begin zal de verhouding tussen verandertaal en behoudtaal ongeveer in balans zijn. Hoewel redenen voor het vasthouden aan huidig gedrag serieus verkend worden, is het niet de bedoeling hier actief naar op zoek te gaan. Hoe meer behoudtaal, hoe meer de cliënt zich immers van verandering wegpraat. Dit hoofdstuk schetst de verschillende vormen van behoudtaal en manieren om er als professional mee om te gaan. Door gericht ontlokken zullen de uitgesproken voordelen toenemen en de nadelen afnemen. Aangetoond is dat toenemen van verandertaal en sterk afnemen van behoudtaal samenhangen met daadwerkelijke gedragsverandering.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

8. Weerstand: wrijving in de relatie

Samenvatting
Behoudtaal en weerstand lijken soms op elkaar, maar zijn toch zeer verschillend. Bezwaren tegen veranderen horen bij ambivalentie. Ze hangen samen met het veranderdoel. Weerstand is tegendruk die de cliënt biedt als een ander ongewenste druk op hem uitoefent. Die druk kan afkomstig zijn van het rechtssysteem, gezondheidszorgsysteem of een ander systeem – door doelen of beperkingen die hieruit voortkomen. De cliënt ervaart deze als tegengestelde belangen of een gebrek aan overeenstemming. Als de cliënt tegendruk biedt, heeft dat altijd gevolgen voor de relatie tussen cliënt en professional. Het ontstaan en/of de mate van weerstand in deze situaties is echter ook afhankelijk van hoe de professional ermee omgaat. Wat begint als verzet van de cliënt tegen de druk van de organisatie of tegen regels, kan door de manier waarop de professional ermee omgaat veranderen in weerstand tegen diens bemoeienis. Ook zonder ongewenste doelen of beperkingen van een externe omgeving kan in de werkrelatie tussen de cliënt en de professional wrijving ontstaan. Er ontstaan spanningen in het contact en een verstoring in de relatie. Weerstand – binnen motiverende gespreksvoering (MG) vaak ‘wrijving’ genoemd – staat verandering in de weg. Als professional is het dus je doel om waar mogelijk wrijving te voorkomen of in elk geval zoveel mogelijk te verminderen.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

9. Plannen: voorbereiden op actie

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over het ontwikkelen, implementeren en vasthouden aan een veranderplan. Eerder in het proces ging het over ‘wel of niet’ veranderen en ‘waarom’. Nu ligt de nadruk op ‘hoe en wanneer’. Als de wens en noodzaak om te veranderen vergroot zijn en er bij de cliënt iets losgemaakt is, wordt het belangrijk om hier ook vorm aan te geven. De kans op het nemen van stappen en veranderen wordt daardoor sterk vergoot. Bovendien is het van belang om te voorkomen dat de cliënt in de toekomst meer afhoudend wordt ten aanzien van veranderen als hij merkt dat het alleen bij ‘denken over’ blijft en hij zichzelf geen concrete stappen ziet zetten. Plannen betekent samen met de cliënt vormgeven van stappen. Je vergroot de kans op succes door hier in de stijl van motiverende gespreksvoering (MG) voldoende richting en ondersteuning te bieden. Ook komt het er nu op aan om het vertrouwen van de cliënt te ontwikkelen en te versterken. Hetzelfde geldt voor het ontwikkelen en versterken van commitment. Het commitment van de cliënt moet sterk genoeg zijn om aan de uitvoering van een plan voor concrete verandering te beginnen.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

10. Theorie en achtergronden

Samenvatting
Volgens de Self Determination Theory (SDT) hebben cliënten behoefte aan autonomie, competentie en verbinding. Als hun autonomie bedreigd wordt (reactance theory) of als ze het gevoel hebben dat ze niet in staat zijn om te veranderen (self-efficacy), zullen ze de situatie willen houden zoals ze is. Ze kunnen deze opstelling met argumenten omkleden (uitspreken van bezwaren) en komen in verzet als anderen druk op hen willen uitoefenen om toch te veranderen (weerstand). Zij horen zichzelf vertellen waarom ze niet willen of kunnen veranderen en raken daarvan meer overtuigd (zelfperceptietheorie), of ze maken het onderwerp minder belangrijk voor zichzelf (cognitieve dissonantietheorie). Cliënten die zich gewaardeerd en begrepen voelen in het contact met de professional (cliëntgerichte gespreksvoering), worden gestimuleerd om hun eigen redenen en mogelijkheden om te veranderen uit te spreken en daardoor versterken ze hun eigen motivatie (self-efficacy en zelfperceptietheorie). Hoe meer zij over deze wens en de noodzaak om te veranderen spreken, hoe groter de kans op daadwerkelijke gedragsverandering (zelfperceptietheorie).
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

Nawerk

Meer informatie

Extras