Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Kinderen die kindermishandeling meemaken, voelen zich vaak te weinig gezien en gehoord. Dit boek laat zien hoe je ruimte geeft voor hun verhaal en inbreng en geeft daarmee concrete handreikingen om deze kinderen daadwerkelijk centraal te stellen. Het boek richt zich op jeugdhulpverleners en andere professionals die in hun werk te maken krijgen met kinderen in onveilige thuissituaties.

Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling is geschreven in de overtuiging dat je kinderen en gezinnen veel beter kunt helpen als je weet hoe het kind zijn of haar situatie beleeft. Het maakt duidelijk waar hulpverleners rekening mee moeten houden. Wat maakt het opgroeien in onveiligheid complex en wat betekent dat voor gesprekken met deze kinderen?

Het boek bespreekt wat de ingrediënten zijn van een goed gesprek en hoe je een vertrouwensband opbouwt met het kind. De vele voorbeelddialogen, citaten van jongvolwassen ervaringsdeskundigen en dilemma’s uit de praktijk maken het boek ook erg toegankelijk voor professionals voor wie deze gesprekken geen dagelijkse kost zijn.

Kim: ‘Het gaat er niet om dat iemand ons komt redden, het gaat erom dat iemand mij ziet!’

Marike van Gemert is trainer en deskundige op het gebied van praten met kinderen over kindermishandeling. Vanuit de Academie voor Praten met Kinderen leidt ze professionals hierin op: www.academiepratenmetkinderen.nl

Inhoudsopgave

Voorwerk

Praten over kindermishandeling: waar heb je mee te maken?

Voorwerk

1. Kindermishandeling: definitie, cijfers en gevolgen

Samenvatting
Kinderen die te maken hebben met kindermishandeling verdienen een stem. Iedere professional is het daarmee eens. Toch is het nog lang niet vanzelfsprekend dat kinderen die opgroeien in een onveilige thuissituatie bij iemand hun verhaal kunnen doen en mogen meepraten over wat zij vinden dat er anders zou moeten in het gezin. Vaak wordt vooral of zelfs alleen maar met de ouders gesproken, terwijl het (ook) gaat om de veiligheid van het kind. De vraag is hoe we kinderen laten merken dat ze wel degelijk centraal staan. In hoeverre mogen ze meepraten? Wie biedt hen steun en een luisterend oor? Wat is de rol van de professional daarin? In dit boek staan veel concrete handvatten voor het in gesprek gaan met kinderen over hun onveilige thuissituatie. Kindermishandeling is echter een breed begrip: waar hebben we het eigenlijk over bij de term kindermishandeling? Dit eerste hoofdstuk gaat in op de definitie en de verschillende vormen van kindermishandeling. Daarnaast worden risicofactoren en beschermende factoren beschreven. Tot slot staat dit hoofdstuk stil bij de gevolgen van kindermishandeling voor individu en maatschappij.
Marike van Gemert

2. De complexiteit van opgroeien in onveiligheid

Samenvatting
Om kinderen een stem te kunnen geven, is het belangrijk om te begrijpen wat het voor een kind betekent om op te groeien in onveiligheid en waarom het zo ingewikkeld is voor kinderen om hierover te praten. Een kind dat opgroeit in onveiligheid, staat veel minder onbevangen in het leven en heeft te maken met verwarrende emoties en mechanismen. Dit hoofdstuk gaat in op de belangrijkste veelvoorkomende thema’s die een rol spelen bij het praten met kinderen in een onveilige situatie.
Marike van Gemert

3. Gevolgen van onveiligheid in de kindertijd

Samenvatting
Kindermishandeling heeft grote gevolgen voor individu en maatschappij, zowel voor de korte als de lange termijn. Ook in de kindertijd is de schade vaak al zichtbaar. Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens in op kindermishandeling als bron van problematische gehechtheid, kindermishandeling als veroorzaker van trauma en kindermishandeling als oorzaak van gedragsproblemen. Er wordt beschreven wat je daarvan merkt in de praktijk en hoe je hier als professional op kunt reageren.
Marike van Gemert

4. Valkuilen bij het praten met kinderen

Samenvatting
Iedereen die te maken krijgt met kinderen in onveilige thuissituaties, komt vroeg of laat voor twijfels en dilemma’s te staan. Het gaat vaak om complexe situaties, waarbij er veel op alle betrokkenen afkomt en er veel verschillende dingen tegelijkertijd moeten gebeuren. Twijfels en dilemma’s over je rol en verantwoordelijkheid in de betreffende situatie kunnen dan de kop opsteken. Deze dilemma’s kunnen ervoor zorgen dat je terechtkomt in een patroon dat je ervan weerhoudt om (opnieuw) met het kind in gesprek te gaan. Dit hoofdstuk begint met de dilemmacirkel. Daarna wordt ingegaan op veelvoorkomende valkuilen waar je voor kunt komen te staan in gesprekken met kinderen in een onveilige thuissituatie. Bij elke valkuil wordt ook een oplossingsrichting aangereikt.
Marike van Gemert

5. De wet en jouw taak

Samenvatting
In gesprekken met kinderen over hun thuissituatie heb je ook te maken met de kaders van de wet. Sinds 2013 is de Wet Meldcode van kracht. Vanaf 2019 is het verplicht om bij het doorlopen van de Meldcode gebruik te maken van een beroepsgroepspecifiek afwegingskader. Daarnaast heb je te maken met wetten en regels rondom privacy en informatie-uitwisseling. In dit hoofdstuk vind je de belangrijkste informatie op een rij over de Meldcode, het afwegingskader, informatie-uitwisseling en de taken van verschillende betrokken instanties. Ook gaat dit hoofdstuk in op gespreksvoering met het kind binnen de verschillende stappen van de Meldcode.
Marike van Gemert

De basis voor gesprekken met kinderen over kindermishandeling

Voorwerk

6. Ingrediënten voor een goed gesprek

Samenvatting
In gesprekken met kinderen kun je gebruikmaken van verschillende gespreksmethoden en -technieken. De algemene gesprekstechnieken, gespreksstructuur en de Transactionele Analyse als interactiemodel zijn onder hulpverleners veelal bekend en worden in de praktijk vaak toegepast. Deze staan beschreven in de eerste paragrafen van dit hoofdstuk. In de laatste paragraaf worden drie pijlers geïntroduceerd waar elk gesprek met een kind over kindermishandeling op zou moeten rusten. Deze pijlers worden weergegeven in drie gesprekscirkels (Gemert 2015), die elkaar deels overlappen en beïnvloeden. De drie gesprekscirkels worden, na introductie in dit hoofdstuk, vervolgens in aparte hoofdstukken verder uitgewerkt.
Marike van Gemert

7. Het doel van het gesprek

Samenvatting
De eerste pijler in het model van de gesprekscirkels (Gemert 2015) dat in H. 6 wordt geïntroduceerd, is het doel van het gesprek. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de professionele taak als uitgangspunt voor het doel van het gesprek en hoe je deze vertaalt in je gesprekken met kinderen.
Marike van Gemert

8. Vertrouwen opbouwen en houden

Samenvatting
Voor kinderen die opgroeien in onveiligheid is het niet vanzelfsprekend dat anderen het beste met je voor hebben. Veel van deze kinderen hebben dan ook moeite om volwassenen te vertrouwen. Dit hoofdstuk geeft handvatten voor het opbouwen en houden van vertrouwen wanneer een kind daarin beschadigd is.
Marike van Gemert

9. Transparantie over je verantwoordelijkheid

Samenvatting
Wanneer er sprake is of lijkt van kindermishandeling, ben je als professional verplicht om in actie te komen. In de praktijk betekent dat vaak dat er allerlei processen rondom het kind worden opgestart. Het is aan jou om aan het kind uit te leggen wat je wel en niet voor hem kunt betekenen, wat je gaat doen met wat hij je heeft verteld en waarom je dat doet. Dat betekent dat je zo transparant mogelijk bent over wat jouw verantwoordelijkheid is en over de wijze waarop je die verantwoordelijkheid gaat invullen. Dit hoofdstuk gaat in op hoe je een kind betrekt bij het proces en hoe je ermee omgaat wanneer een kind dat proces niet verder wil doorlopen, wanneer jij juist constateert dat je verder móet.
Marike van Gemert

In de praktijk

Voorwerk

10. Kinderen in specifieke situaties

Samenvatting
Praten over kindermishandeling kan gaan over de onveilige thuissituatie in het algemeen en specifieke gebeurtenissen in het bijzonder. In de voorgaande hoofdstukken heb je kunnen lezen op welke manier de 3 gesprekscirkels als pijlers dienen waar het gesprek op rust. Deze komen terug in elk gesprek dat je voert met een kind over kindermishandeling. Sommige situaties vragen daarnaast op extra punten aandacht en zorgvuldigheid. Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie bij verschillende specifieke situaties.
Marike van Gemert

11. Praten met kinderen van verschillende leeftijden

Samenvatting
Wanneer je met kinderen praat, is het van belang om je af te stemmen op hun cognitieve vermogens en sociaal-emotionele ontwikkelingsleeftijd. Dit hoofdstuk gaat in op de invloed van de leeftijd van het kind op het praten over kindermishandeling en beschrijft hoe je de gesprekstechnieken en de drie gesprekscirkels uit deel 2 van dit boek toepast in gesprekken met jonge kinderen en pubers.
Marike van Gemert

12. Ieder kind is anders

Samenvatting
Ieder kind is anders. Zijn temperament, culturele achtergrond, cognitieve vermogens, emotieregulatie en eventueel trauma of beperking zijn van invloed op hoe je het kind benadert. Stem je altijd af op het kind dat voor je zit. Soms gaat dat afstemmen als vanzelf, soms is het handig om wat extra handvatten te hebben. De tips in dit hoofdstuk zijn bedoeld om wat meer inzicht te geven in hoe je rekening houdt met bepaalde eigenschappen van het kind.
Marike van Gemert

13. In gesprek met de ouders

Samenvatting
Wanneer je te maken hebt met kinderen in een onveilige thuissituatie, kun je niet om de ouders heen. Kinderen zijn verbonden met hun ouders, zijn loyaal aan ze en zijn bovendien afhankelijk van hun zorg. Alleen maar met het kind spreken zal daarom geen of te weinig effect hebben op de veiligheid in het gezin. Om de situatie te verbeteren, dien je het hele systeem te betrekken. Doordat de ouders een andere verantwoordelijkheid hebben in het geheel, hebben de gesprekscirkels op sommige punten een iets andere invulling dan wanneer je ze toepast op gesprekken met kinderen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe je de drie gesprekscirkels toepast op gesprekken met ouders.
Marike van Gemert

14. Jij als professional

Samenvatting
Als je in je werk in aanraking komt met kinderen die kindermishandeling meemaken, gaat je dat niet in je koude kleren zitten. Situaties van kindermishandeling zijn bovendien regelmatig zo complex, dat ze niet zo één, twee, drie te veranderen zijn. Dat kan enorm frustrerend zijn, juist wanneer je je persoonlijk betrokken voelt. Werken aan veiligheid in gezinnen vraagt een lange adem en volharding. Als je onder die omstandigheden niet goed voor jezelf zorgt, loop je het risico dat je langzaam maar zeker ‘leegloopt’. Het is belangrijk om te onderkennen dat ook jij als professional de juiste randvoorwaarden nodig hebt om je werk te kunnen (blijven) doen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe krachtig het kan zijn als je jezelf durft mee te nemen in je werk. Vervolgens wordt beschreven hoe de intensiteit van dit werk van invloed kan zijn op professionals, hun gesprekken met kinderen en op teams. Daarbij wordt ingegaan op hoe je als professional en als team zo goed mogelijk overeind kunt blijven wanneer je werkt met mensen die het moeilijk hebben.
Marike van Gemert

Nawerk

Meer informatie