Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Een begeleider van bewoners met dementie krijgt te maken met hun uiteenlopende stemmingen en gedragingen. Zoals angstig en agressief gedrag, gevoelens van rouw en dwalen.

Dit boek gaat in op deze en andere onderwerpen, en geeft voorbeelden van de mensen die ermee kampen in de vorm van herkenbare portretten. De wisselwerking tussen bewoner en begeleider wordt belicht, waarbij tips volgen om de moeilijkheden in stemming en gedrag te hanteren. Het daarvoor aangereikte stappenplan is een krachtig hulpmiddel bij het opstellen van adviezen en zorgplannen.

De schrijftaal is begrijpelijk, de inhoud gebaseerd op veel praktijkervaring.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Inleiding

Dit boek begint met een portret van een vrouw met de meest voorkomende vorm van dementie: de ziekte van Alzheimer. Naar aanleiding van haar gedragingen volgen algemene adviezen voor de omgang. Beschrijvingen van deze en andere vormen van dementie komen terug in de daaropvolgende hoofdstukken bij de casusbeschrijvingen.
Ronald Geelen

Alzheimerdementie

Voorwerk

Een portret met algemene adviezen

In dit hoofdstuk maken we kennis met mevrouw Rickert, die aan de ziekte van Alzheimer lijdt. Zij reageert vaak gespannen en met wantrouwen, daarnaast is ze bij tijden ongerust. Ze meent dan dat haar kinderen nog klein zijn en al terug hadden moeten zijn van school.
Ronald Geelen

Thema’s in de begeleiding

Voorwerk

1. Achterdochtig gedrag

In de zorg voor iemand met dementie geldt niet altijd: ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’ Het kan makkelijk gebeuren dat iemand je ondanks je goede zorg wantrouwt of zelfs onterecht beschuldigt van diefstal of andere wandaden.
Ronald Geelen

2. Agressief gedrag

In verpleeg- en verzorgingshuizen krijgt bijna de helft van de verzorgenden wekelijks te maken met agressief gedrag. Bewoners laten dit in alle denkbare vormen zien: schelden, bedreigen, slaan, trappen of ander aanvallend gedrag.
Ronald Geelen

3. Angstig gedrag

Angstig gedrag komt veel voor, maar wordt vaak over het hoofd gezien. Dat moet beter, want overmatige angst is zowel lichamelijk als psychisch belastend.
Ronald Geelen

4. Apathie

Veel mensen leven op als er iets te doen is. Dat is anders bij mensen met apathie. Zij kunnen zich nauwelijks zetten tot zelfs eenvoudige dagelijkse activiteiten, blijven onberoerd en niet geïnteresseerd voor de dingen om hen heen.
Ronald Geelen

5. Claimend gedrag

Claimend gedrag vraagt het nodige aan geduld en uithoudingsvermogen. Jij en je collega’s krijgen bij dit gedrag ook zelf een spiegel voorgehouden. Bij sommigen zal het valse snaren raken en zij zullen de persoon mijden of bijvoorbeeld snibbig gaan reageren.
Ronald Geelen

6. Delirant gedrag

Als je na twee weken vakantie weer terugkomt, herken je mevrouw Mus eerst niet; ze is zó veranderd! Ze ziet er rood en koortsig uit; ongezond. Ook doet ze anders dan voorheen.
Ronald Geelen

7. Depressief gedrag

Ongeveer één op de vijf ouderen in het verpleeghuis heeft depressieve kenmerken. De herkenning hiervan is om verschillende redenen van belang. Bij een beter zicht op wat speelt bij de ander, kun je ook de eigen ervaringen in reactie op die persoon beter plaatsen.
Ronald Geelen

8. Eenzaamheid

Als begeleider krijg je onvermijdelijk te maken met eenzame ouderen: thuis, in de zorginstelling en in het ziekenhuis. Het is niet in een oogopslag te zien wie eenzaam is. Sommige mensen zijn veel alleen en varen daar wel bij.
Ronald Geelen

9. Ongewenst intiem gedrag

Ongewenst intiem gedrag kan allerlei vormen aannemen: aanstaren ofwel ‘uitkleden met de ogen’, seksuele opmerkingen, grijpen naar of knijpen in intieme delen.
Ronald Geelen

10. Ontremd gedrag

Ontremd gedrag kan verschillende vormen aannemen. Neem meneer Zon, die de dag kettingrokend doorbrengt en zijn sigaret na enkele halen achteloos op de zachte vloerbedekking wegwerpt – brandend en wel.
Ronald Geelen

11. Psychotische verschijnselen

Het verbaast je dat hij je meermalen per week alarmeert dat mannen hem op zijn kamer beloeren. Hoe kan hij er zo van overtuigd blijven, terwijl je er met hem telkens achterkomt dat er niemand is? Als je met hem naar zijn kamer gaat, zijn ze weg of de beelden verdwijnen als je op de plek gaat staan waar hij ze ‘ziet.’ Later zegt hij stemmen te horen, terwijl het doodstil is.
Ronald Geelen

12. Roepen

Hela zuster! HELA zuster!! HELÁÁÁ!!!
Ronald Geelen

13. Rouw en verlies

Ouderen krijgen veel te verduren. Meestal hebben zij de eigen ouders al verloren en zijn er ook al andere familieleden en kennissen overleden. Ze lopen meer risico op ziekte, afhankelijkheid en opname in een zorginstelling. Kortom, zij krijgen te maken met meer verliezen van verschillende aard.
Ronald Geelen

14. Slaapproblemen

Na drie onderbroken nachten is meneer Manen ontregeld en totaal van slag. Waarom hij ’s nachts zo vaak uit bed komt? In elk geval speelt mee dat de man waarmee hij de slaapkamer deelt hardop in zijn slaap praat.
Ronald Geelen

15. Slecht horen

Je meent dat hij zich niet prettig in de groep voelt: hij houdt zich afzijdig bij het tafelgesprek.
Ronald Geelen

16. Vertraging

Het tempo van je cliënt zal vaak verschillen van dat van jou. Meestal is de oudere minder vlot. Het is algemeen bekend dat veel processen vertragen met de leeftijd, ook het denken en reageren.
Ronald Geelen

17. Verzet bij wassen en kleden

Bij het wassen en kleden, verlang je veel van je bewoner. Deze begrijpt soms niet waarom de wasbeurt nodig is, schaamt zich, heeft het koud of krijgt pijnscheuten bij de verplaatsingen van lijf en leden.
Ronald Geelen

18. Zwerfgedrag; dwalen en weglopen

Mensen met dementie lopen soms overmatig veel; ze ijsberen of vervolgen kriskras hun weg door de instelling, zonder gericht doel. Sommigen glippen zelfs weg uit de zorginstelling om vervolgens te verdwalen.
Ronald Geelen

Nawerk

Meer informatie