Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: Denkbeeld 5/2018

01-10-2018

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen in kaart brengen

De Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS)

Auteur: Theo Hazelhof

Gepubliceerd in: Denkbeeld | Uitgave 5/2018

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

Ouderen met een persoonlijkheidsstoornis kunnen zorgmedewerkers door hun bijzondere gedrag voor een lastige puzzel plaatsen. Psychologen die in zo’n situatie om advies worden gevraagd, zaten tot nu toe met het probleem dat de bestaande diagnostische instrumenten slechts beperkt van toepassing waren op ouderen. Daar is nu verandering in gekomen. Psycholoog Bas van Alphen ontwierp samen met Noud Engelen een schaal om persoonlijkheidsstoornissen op latere leeftijd beter te signaleren. Dit screeningsinstrument is nu ook online af te nemen. Redacteur Theo Hazelhof sprak met Van Alphen.
Opmerkingen
Theo Hazelhof is redacteur van Denkbeeld en psycholoog bij Vitalis WoonZorggroep.
Voor meer informatie over de Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS): www.​testweb.​bsl.​nl/​tests/​GPS; b.van.alphen@mondriaan.eu.
Om te beginnen moeten we even weten waar we het precies over hebben. Wat zijn dat eigenlijk ‘persoonlijkheidsstoornissen’?
Bas van Alphen: ‘Persoonlijkheid wordt omschreven als unieke, relatief stabiele eigenschappen in verschillende situaties. Dit betekent dat we een bepaalde voorspelbaarheid in ons gedrag vertonen. Maar tegelijkertijd zijn mensen juist in staat hun gedrag aan te passen aan veranderende omstandigheden. En dat is nu precies wat mensen met een persoonlijkheidsstoornis niet goed lukt. Zij hebben een duurzaam star gedragspatroon dat afwijkt op het gebied van cognitie (waarnemen en nadenken over jezelf, de ander en de toekomst), affecten (gevoelens), interpersoonlijk functioneren en impulsbeheersing. Hun gedragspatroon is star en varieert slechts beperkt in uiteenlopende situaties. Met andere woorden: mensen met een persoonlijkheidsstoornis vertonen steeds hetzelfde, doorgaans onaangepaste en vaak sterk uitvergrote gedrag. Ook hebben zij vaak moeite zich in te leven in anderen en te leren van situaties; inzicht in het eigen functioneren schiet eveneens dikwijls te kort. Dit starre gedrag kan er al zijn vanaf de jongvolwassenheid en gedurende het hele leven tot problemen leiden.’
‘Ook in de ouderenzorg komen we deze mensen tegen en zijn ze vaak moeilijk in de omgang. Psychologen die verzorgenden willen helpen met een omgangsadvies, gebruiken om inzicht te krijgen in de persoonlijkheid van de oudere dikwijls de Hetero Anamnestische Persoonlijkheidsvragenlijst (HAP) van Barendse en Thissen. Die lijst wordt ingevuld door verwanten van de oudere en dat heeft als nadeel dat nauw betrokkenen vaak niet graag negatieve dingen over hun familielid invullen. Daardoor zijn HAP-profielen niet altijd even betrouwbaar.’
‘Het was tijd dat er in de diagnostiek meer gewicht toegekend werd aan met leeftijd samenhangende klachten’
Tot voor kort dacht men dat deze persoonlijkheidsstoornissen inderdaad gedurende het leven stabiel waren, maar inmiddels is uit onderzoek naar voren gekomen dat de gedragingen van mensen met een persoonlijkheidsstoornis in de loop van het leven toch minder stabiel zijn. Vooral bij borderline en de antisociale persoonlijkheidsstoornis is een sterke verbetering op latere leeftijd geconstateerd.
Bas: ‘Het lijkt meer zo te zijn dat de uitingswijze kan veranderen gedurende de levensloop. Borderline bij adolescenten uit zich vooral in stemmingswisselingen, bij jongere volwassenen staat impulsiviteit centraal en bij ouderen zien we eerder verlatingsangst en somberheid. Oftewel: de onderliggende persoonlijkheidskarakteristieken zijn stabiel, maar de vorm waarin deze zich uiten verandert gedurende het leven. We noemen dit heterotypische continuïteit.’
‘Het probleem voor de ouderenzorg was nu dat weliswaar goed beschreven is wat persoonlijkheidsstoornissen inhouden, maar dat deze stoornissen op latere leeftijd een andere uitingswijze kunnen hebben. Daar komt nog bij dat er op latere leeftijd een overlap ontstaat met psychiatrische stoornissen, stemmings- en angststoornissen en somatoforme klachten. Dat maakt het beeld nog complexer. Het was dus tijd dat er in de diagnostiek meer gewicht toegekend werd aan met de leeftijd samenhangende klachten. Om die reden hebben we de Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS) ontwikkeld.’

Gebruikmaken van gps

‘De GPS bestaat uit twee subschalen: Habitueel gedrag (HAB; 7 vragen) en Biografische gegevens (BIO; 9 vragen). De GPS is op de eerste plaats bedoeld om de criteria die zijn afgeleid uit het gedrag van jongvolwassenen eruit te filteren. Ook wordt er in de schalen meer rekening gehouden met psychiatrische stoornissen, stemmings- en angststoornissen en somatoforme klachten die voorkomen op latere leeftijd. De twee lijsten worden door de oudere zelf en door een naaste ingevuld en het blijkt dat zij het invullen van deze lijsten niet als onprettig ervaren. De schaal is bedoeld als aanvulling op de Hetero Anamnestische Persoonlijkheidsvragenlijst (HAP). Samen geven zij aanwijzingen voor persoonlijkheidsstoornissen die ook valide zijn voor ouderen. De psychometrische eigenschappen (meetkwaliteiten) van de GPS zijn redelijk tot goed.’
‘Psychologen in de ouderenzorg die een omgangsadvies voor een bewoner willen opstellen kunnen met de combinatie van HAP en GPS een goede indicatie krijgen voor de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast kan het instrument ook gebruikt worden in de ggz, de klinische geriatrie en de huisartsenpraktijk. Indien de combinatie van GPS en HAP op een persoonlijkheidsstoornis wijst, is het overigens wel veelal gewenst uitvoeriger vervolgonderzoek te doen met gespecialiseerde onderzoeksmethoden.’
PERSOONLIJKHEIDSSTOORNISSEN IN SOORTEN
  • Cluster A; het vreemde cluster, met als stoornissen: de schizotypische, de schizoïde en de paranoïde persoonlijkheidsstoornis. Bij ouderen met een cluster-A-persoonlijkheidsstoornis is er vaak forse afweer van somatische of psychische zorg omdat zij hulpverleners niet vertrouwen.
  • Cluster B; het impulsieve cluster, met als stoornissen: de antisociale, de borderline, de narcistische en de histrionische persoonlijkheidsstoornis. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis van het B-cluster claimen juist meer zorg en aandacht en dat maakt dat hulpverleners in het contact met hen goed hun grenzen moeten aangeven.
  • Cluster C; het angstige cluster, met als stoornissen; de afhankelijke, de vermijdende en de dwangmatige persoonlijkheidsstoornis. Bij een persoonlijkheidsstoornis uit het C-cluster leidt veroudering tot nog meer onzekerheid en tot angst de controle over lichaam en geheugen te verliezen; in de benadering van deze bewoners zijn structuur bieden en versterken van het ego belangrijke aandachtspunten.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Metagegevens
Titel
Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen in kaart brengen
De Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS)
Auteur
Theo Hazelhof
Publicatiedatum
01-10-2018
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
Denkbeeld / Uitgave 5/2018
Print ISSN: 0926-7182
Elektronisch ISSN: 1876-5653
DOI
https://doi.org/10.1007/s12428-018-0169-8

Andere artikelen Uitgave 5/2018

Denkbeeld 5/2018 Naar de uitgave

Hartenkreet

Ontdekkingstocht

Onder de loep

De weg kwijt?

Redactioneel

Beter luisteren

Kleinbeeld

Kleinbeeld