Skip to main content
main-content
Top

2003 | mbo verpleegkundige/niveau 4 | Boek

Perinatologie

Leerboek neonatologie en verloskunde voor verpleegkundigen

Auteur: M. L. Moore

Redacteuren: Prof. dr. L. A. A. Kollée, Mw. S. L. A. G. Vrancken, Mw. dr. A. N. J. A. de Groot, Prof. dr. P. W. J. van Dongen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

Boekenserie: Perinatologie

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

De perinatologie richt zich op het kind tijdens de ontwikkeling in utero, de geboorte en de eerste levensfase. Snelle ontwikkelingen in de obstetrische en neonatale zorg hebben geleid tot een sterk groeiende belangstelling voor dit vakgebied. Perinatologie is een toegankelijk en praktisch naslagwerk. Aan de orde komen onder meer: kunstmatige voortplantingstechnieken, de embryonale en foetale ontwikkeling, genetische aspecten, de invloed van de omgeving op de foetus, prenatale diagnostiek, HIV-infectie, de bedreigde pasgeborene en tot slot psychosociale en ethische aspecten. Perinatologie is primair geschreven voor verpleegkundigen die werkzaam zijn in de gynaecologie, verloskunde en neonatologie, maar is daarnaast ook voor andere geïnteresseerden een lezenswaardig boek. Perinatologie is gebaseerd op het boek Newborn, family and nurse van M.L. Moore. Dit Amerikaanse boek is vertaald en zorgvuldig aan de Nederlandse gezondheidszorg aangepast. Met deze nieuwe en geactualiseerde uitgave beleeft Perinatologie zijn vierde druk.

Inhoudsopgave

Voorwerk
Hoofdstuk 1. Embryonale en foetale ontwikkeling
Abstract
De ontwikkeling van de foetus speelt zich grotendeels buiten onze directe waarneming af. Het van zijn ouders geërfde erfelijk materiaal (chromosomen) staat onder invloed van het hem omgevende milieu en bepaalt zijn kenmerkende eigenschappen bij de geboorte en tot op zekere hoogte tevens zijn ontwikkeling daarna. Kennis van de normale foetale ontwikkeling is noodzakelijk om de pathologie van de pasgeborene beter te kunnen begrijpen en dus een goed antwoord te kunnen geven op de vele vragen die ouders stellen. Deze kennis is tevens nodig om ziekten en afwijkingen te kunnen voorkomen en behandelen.
M. L. Moore
Hoofdstuk 2. Genetische aspecten
Abstract
De ontwikkeling van één enkele bevruchte eicel tot een uiterst complex menselijk organisme staat onder voortdurende invloed van erfelijke factoren, van het interne milieu van het kind zelf en van de moeder, en van de omgeving. Naast het erfelijke potentieel (vastgelegd in de ei- en de zaadcel) is er dus een voortdurende invloed van de omgeving, die doorgaat van de conceptie tot de dood.
M. L. Moore
Hoofdstuk 3. Invloed van de omgeving op de foetus
Abstract
Chromosomen en genen staan in voortdurende wisselwerking met het foetale milieu. Alles uit die omgeving wat een beschadigende invloed heeft op het ongeboren kind, wordt teratogeen genoemd, dat wil zeggen: met de potentie een aangeboren afwijking te veroorzaken. Teratogeen zijn chemische stoffen, medicijnen, alcohol, straling en sommige micro-organismen. Ofschoon roken niet verantwoordelijk wordt geacht voor congenitale afwijkingen, wordt het wel in verband gebracht met intra-uteriene groeivertraging.
M. L. Moore
Hoofdstuk 4. Onderzoek van het ongeboren kind
Abstract
Het is mogelijk om reeds lang vóór de geboorte informatie omtrent de foetus te verkrijgen. In het eerste trimester van de zwangerschap kan men afwijkingen op het spoor komen, die de prognose kunnen beïnvloeden. Bij een zwangere met bloedverlies in de eerste helft van de zwangerschap bijvoorbeeld zal door middel van echoscopie kunnen worden vastgesteld of de zwangerschap intact is. Als er sprake is van een lege vruchtzak heeft bedrust geen enkele zin. Bij afwijkingen van ernstige aard, bijvoorbeeld anencefalie of trisomie 21, kan door de ouders gekozen worden voor zwangerschapsafbreking.
M. L. Moore
Hoofdstuk 5. Overgang van het intranaar het extra-uteriene leven
Abstract
Ofschoon de exacte mechanismen waardoor de baring op gang komt nog grotendeels onbekend zijn, is het wel duidelijk dat de foetus zelf het startsein geeft. De foetale hypofyse stimuleert door middel van acth de bijnierschors tot productie van cortisol, dat op zijn beurt de prostaglandineproductie doet stijgen. Prostaglandines hebben een stimulerende werking op de uterusactiviteit. Als de foetus ‘rijp’ is, wordt er meer acth gemaakt en derhalve begint dan pas het proces van de ontsluiting, gevolgd door de uitdrijving. Het oxytocine onderhoudt dan de contracties.
M. L. Moore
Hoofdstuk 6. De pasgeborene: gedrag en kenmerken
Abstract
In dit hoofdstuk worden het gedrag en de lichamelijke kenmerken van de pasgeborene beschreven.
M. L. Moore
Hoofdstuk 7. Algemene zorg voor de pasgeborene
Abstract
De algemene verpleegkundige zorg voor de pasgeborene omvat:
M. L. Moore
Hoofdstuk 8. De bedreigde pasgeborene
Abstract
Als een kind prematuur, dysmatuur, macrosoom of serotien geboren wordt, ziek is of een aangeboren afwijking heeft, dan zijn speciale zorg en aandacht nodig. De speciale zorg voor het bedreigde kind wordt in dit hoofdstuk besproken.
M. L. Moore
Hoofdstuk 9. Voeding
Abstract
De voeding voor zowel zieke als gezonde pasgeborenen moet water, elektrolyten en voedingsstoffen bevatten in voldoende maar niet excessieve hoeveelheden.
M. L. Moore
Hoofdstuk 10. Psychosociale en ethische aspecten
Abstract
Een pasgeborene is nog geheel afhankelijk van de zorg van anderen. Sprekend over de pasgeborene dient daarom tevens aandacht te worden geschonken aan de rol van ouders en verzorgers. In dit hoofdstuk gaan we nader in op de wisselwerking tussen de (zieke) pasgeborene en zijn ouders en op de factoren die deze wisselwerking beïnvloeden.
M. L. Moore
Nawerk
Meer informatie
Titel
Perinatologie
Auteur
M. L. Moore
Redacteuren
Prof. dr. L. A. A. Kollée
Mw. S. L. A. G. Vrancken
Mw. dr. A. N. J. A. de Groot
Prof. dr. P. W. J. van Dongen
Copyright
2003
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-9728-0
Print ISBN
978-90-313-3897-9
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-9728-0