Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De perinatologie richt zich op het kind tijdens de ontwikkeling in utero, de geboorte en de eerste levensfase. Snelle ontwikkelingen in de obstetrische en neonatale zorg hebben geleid tot een sterk groeiende belangstelling voor dit vakgebied. Perinatologie is een toegankelijk en praktisch naslagwerk. Aan de orde komen onder meer: kunstmatige voortplantingstechnieken, de embryonale en foetale ontwikkeling, genetische aspecten, de invloed van de omgeving op de foetus, prenatale diagnostiek, HIV-infectie, de bedreigde pasgeborene en tot slot psychosociale en ethische aspecten. Perinatologie is primair geschreven voor verpleegkundigen die werkzaam zijn in de gynaecologie, verloskunde en neonatologie, maar is daarnaast ook voor andere geïnteresseerden een lezenswaardig boek. Perinatologie is gebaseerd op het boek Newborn, family and nurse van M.L. Moore. Dit Amerikaanse boek is vertaald en zorgvuldig aan de Nederlandse gezondheidszorg aangepast. Met deze nieuwe en geactualiseerde uitgave beleeft Perinatologie zijn vierde druk.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. Embryonale en foetale ontwikkeling

Abstract
De ontwikkeling van de foetus speelt zich grotendeels buiten onze directe waarneming af. Het van zijn ouders geërfde erfelijk materiaal (chromosomen) staat onder invloed van het hem omgevende milieu en bepaalt zijn kenmerkende eigenschappen bij de geboorte en tot op zekere hoogte tevens zijn ontwikkeling daarna. Kennis van de normale foetale ontwikkeling is noodzakelijk om de pathologie van de pasgeborene beter te kunnen begrijpen en dus een goed antwoord te kunnen geven op de vele vragen die ouders stellen. Deze kennis is tevens nodig om ziekten en afwijkingen te kunnen voorkomen en behandelen.
M. L. Moore

Hoofdstuk 2. Genetische aspecten

Abstract
De ontwikkeling van één enkele bevruchte eicel tot een uiterst complex menselijk organisme staat onder voortdurende invloed van erfelijke factoren, van het interne milieu van het kind zelf en van de moeder, en van de omgeving. Naast het erfelijke potentieel (vastgelegd in de ei- en de zaadcel) is er dus een voortdurende invloed van de omgeving, die doorgaat van de conceptie tot de dood.
M. L. Moore

Hoofdstuk 3. Invloed van de omgeving op de foetus

Abstract
Chromosomen en genen staan in voortdurende wisselwerking met het foetale milieu. Alles uit die omgeving wat een beschadigende invloed heeft op het ongeboren kind, wordt teratogeen genoemd, dat wil zeggen: met de potentie een aangeboren afwijking te veroorzaken. Teratogeen zijn chemische stoffen, medicijnen, alcohol, straling en sommige micro-organismen. Ofschoon roken niet verantwoordelijk wordt geacht voor congenitale afwijkingen, wordt het wel in verband gebracht met intra-uteriene groeivertraging.
M. L. Moore

Hoofdstuk 4. Onderzoek van het ongeboren kind

Abstract
Het is mogelijk om reeds lang vóór de geboorte informatie omtrent de foetus te verkrijgen. In het eerste trimester van de zwangerschap kan men afwijkingen op het spoor komen, die de prognose kunnen beïnvloeden. Bij een zwangere met bloedverlies in de eerste helft van de zwangerschap bijvoorbeeld zal door middel van echoscopie kunnen worden vastgesteld of de zwangerschap intact is. Als er sprake is van een lege vruchtzak heeft bedrust geen enkele zin. Bij afwijkingen van ernstige aard, bijvoorbeeld anencefalie of trisomie 21, kan door de ouders gekozen worden voor zwangerschapsafbreking.
M. L. Moore

Hoofdstuk 5. Overgang van het intranaar het extra-uteriene leven

Abstract
Ofschoon de exacte mechanismen waardoor de baring op gang komt nog grotendeels onbekend zijn, is het wel duidelijk dat de foetus zelf het startsein geeft. De foetale hypofyse stimuleert door middel van acth de bijnierschors tot productie van cortisol, dat op zijn beurt de prostaglandineproductie doet stijgen. Prostaglandines hebben een stimulerende werking op de uterusactiviteit. Als de foetus ‘rijp’ is, wordt er meer acth gemaakt en derhalve begint dan pas het proces van de ontsluiting, gevolgd door de uitdrijving. Het oxytocine onderhoudt dan de contracties.
M. L. Moore

Hoofdstuk 6. De pasgeborene: gedrag en kenmerken

Abstract
In dit hoofdstuk worden het gedrag en de lichamelijke kenmerken van de pasgeborene beschreven.
M. L. Moore

Hoofdstuk 7. Algemene zorg voor de pasgeborene

Abstract
De algemene verpleegkundige zorg voor de pasgeborene omvat:
M. L. Moore

Hoofdstuk 8. De bedreigde pasgeborene

Abstract
Als een kind prematuur, dysmatuur, macrosoom of serotien geboren wordt, ziek is of een aangeboren afwijking heeft, dan zijn speciale zorg en aandacht nodig. De speciale zorg voor het bedreigde kind wordt in dit hoofdstuk besproken.
M. L. Moore

Hoofdstuk 9. Voeding

Abstract
De voeding voor zowel zieke als gezonde pasgeborenen moet water, elektrolyten en voedingsstoffen bevatten in voldoende maar niet excessieve hoeveelheden.
M. L. Moore

Hoofdstuk 10. Psychosociale en ethische aspecten

Abstract
Een pasgeborene is nog geheel afhankelijk van de zorg van anderen. Sprekend over de pasgeborene dient daarom tevens aandacht te worden geschonken aan de rol van ouders en verzorgers. In dit hoofdstuk gaan we nader in op de wisselwerking tussen de (zieke) pasgeborene en zijn ouders en op de factoren die deze wisselwerking beïnvloeden.
M. L. Moore

Nawerk

Meer informatie