Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Ondersteuning van zelfmanagement wordt steeds belangrijker voor de verpleegkundige en de praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk. Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar zelfmanagement biedt een methodische aanpak van voorlichting, gezamenlijke besluitvorming en ondersteuning van zelfmanagement bij persoonsgerichte zorg. De stappenreeks van gedragsverandering (openstaan – begrijpen – willen – kunnen – doen – blijven doen) is daarbij een praktisch handvat.

Het boek sluit aan bij Bachelor of Nursing 2020 en de daarin uitgewerkte CanMeds-rollen. Nieuw in deze uitgave is de zelfmanagementondersteuning die aansluit bij het concept ‘positieve gezondheid’. Patiëntenvoorlichting en zelfmanagementondersteuning worden besproken in het licht van het chronischezorgmodel, maar ook de klinische zorg en herstelondersteunende zorg in de ggz komen aan bod. Ook is er aandacht voor voorlichting aan mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Het boek bevat toegepaste theorie die wordt toegelicht met voorbeelden uit de verpleegkundige praktijk. Aan het boek zijn interactieve gesprekssimulaties toegevoegd als oefenmateriaal. Ook zijn er video’s van voorlichtings- en ondersteuningsgesprekken.

Dit boek is bestemd voor studenten verpleegkunde (hbo-v), studenten verpleegkundige vervolgopleiding, verpleegkundigen, praktijkondersteuners, nurse practitioners, verpleegkundig specialisten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Voorlichting en zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
Veranderingen in het denken over gezondheid en over eigen regie maken dat voorlichting en zelfmanagementondersteuning steeds belangrijker worden in het verpleegkundig handelen. Voorlichting is onderdeel van meerdere CanMeds-rollen, waarbij het concept positieve gezondheid een leidraad vormt. Positieve gezondheid gaat uit van het vermogen van mensen om zich aan te passen aan nieuwe situaties. Daarbij worden verschillende gezondheidsdomeinen genoemd. Door voorlichting te geven ondersteunt de verpleegkundige de eigen regie van patiënten (zelfmanagement) over hun leven en de zorg. Patiënten en verpleegkundigen vinden voorlichting belangrijk, maar ervaren knelpunten. Shared decision making is een uiting van eigen regie en voorwaarde voor goede zorgverlening. Voor ondersteuning van eigen regie is het van belang dat deze is ingebed in de zorgorganisatie. Samenwerking tussen de patiënt en de zorgverlener en een integrale zorgverlening staan centraal in het chronischezorgmodel. Elementen van dit model zijn ook van toepassing voor voorlichting in de kortdurende zorg, acute zorg en de ggz.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

2. Omgaan met ziekte en verlies

Samenvatting
Mensen gaan verschillend met ziekte en verlies om. Door de verschillen te herkennen en te begrijpen, kan de verpleegkundige ondersteuning op maat bieden. Ziekte stelt mensen voor nieuwe taken. Levenservaringen en gezondheidsvaardigheden bepalen hoe ze hiermee omgaan. Voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden is het lastig gezondheidsinformatie te begrijpen en te bespreken. Hun zelfmanagement is daarom vaak minder adequaat. Bij gezondheidsproblemen zoeken mensen een nieuw evenwicht. Dat vraagt om adaptieve opgaven. Dit proces heet coping. Coping wordt onderscheiden in actieve, passieve, probleemgerichte en emotiegerichte coping. Mensen beschikken daarbij over verschillende strategieën. Meestal levert probleemgerichte, actieve coping het meeste op. Denkpatronen kunnen adequate coping belemmeren. De Rationeel-Emotieve Therapie (RET) is een techniek om belemmerende denkgewoonten te bespreken en te helpen vervangen door zinvollere gedachten. Soms zijn nieuwe vaardigheden nodig. Denkers en doeners leren die op een eigen manier. Ziekte en verlies leiden tot verdriet en rouw met verschillende rouwtaken.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

3. Gesprekken over zelfmanagement

Samenvatting
Dit hoofdstuk biedt een theoretisch kader voor persoonsgerichte en gedragsgerichte zelfmanagementondersteuning door de verpleegkundige. Bij zelfmanagement of eigen regie gaat het om gedrag: dagelijkse beslissingen nemen en aanpassen van gedrag. Verschillende modellen beschrijven het gedragsveranderingsproces. Het determinantenmodel (ASE-model) beschrijft de determinanten van de intentie (motivatie), barrières en vaardigheden en de uiteindelijke gedragsverandering. Het stages of change-model beschrijft de stadia precontemplatie, contemplatie, preparatie, actie en behoud. Voor de verpleegkundige beroepsuitoefening is de stappenreeks ontwikkeld: Openstaan, Begrijpen, Willen, Kunnen, Doen en Blijven doen. De stappenreeks beslaat het gehele traject vanaf het zich (nog niet) bewust zijn van een probleem tot en met volhouden van de gedragsverandering. Soms doorloopt de patiënt alle stappen in een gesprek, soms een of enkele stappen. De verpleegkundige bespreekt met de patiënt zijn wensen en mogelijkheden voor zelfmanagement en zorg. Zij werkt daarbij vanuit shared decisionmaking. Motiverende gespreksvoering helpt om te reageren op weerstand van de patiënt en het vergroten van de ambivalentie.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

4. De stap Openstaan

Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft handvatten voor de eerste en meest essentiële stap van blijvende gedragsverandering en zelfmanagement: de stap Openstaan. Openstaan is op elk moment in een contact van belang, niet alleen bij het begin. Openstaan verwijst naar de bereidheid om van gedachten te wisselen over de gezondheid en naar oplossingen te zoeken. Behoeften van de patiënt, emoties, drukte en de manier waarop de verpleegkundige de samenwerking vormgeeft kunnen het openstaan beïnvloeden. De verpleegkundige observeert voortdurend signalen van aandacht of afhaken. Persoonlijke aandacht is van groot belang. De verpleegkundige informeert welke vragen de patiënt heeft en waar hij behoefte aan heeft. Ze biedt ruimte voor emoties van de patiënt. Samen stellen ze de agenda op voor het gesprek. Tijdens het contact kan de verpleegkundige andere mensen inschakelen om de communicatie te ondersteunen, zoals een zorgconsulent of tolk. Een open gesprek en een goede samenwerkingsrelatie helpen bij het deze stap.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

5. De stap Begrijpen

Samenvatting
Dit hoofdstuk biedt de verpleegkundige handvatten om de stap Begrijpen te ondersteunen. Begrijpen omvat het opnemen en onthouden van informatie en is van belang voor gedragsverandering. Weten wat er aan de hand is of wat je zelf kunt doen geeft controle. Verschillende factoren zijn van invloed op de stap: voorkennis, behoefte aan informatie, soorten informatie en de hoeveelheid informatie. Gaandeweg het contact ontwikkelt de verpleegkundige inzicht daarin. Essentieel in haar ondersteuning is aan te sluiten bij de behoeften van de patiënt. Zij heeft in de stap Openstaan al samen met de patiënt een agenda opgesteld. Bij het geven van informatie is interactie van belang. Andere criteria worden genoemd in de 5 B’s van de stap Begrijpen. De informatie is Belangrijk, Bruikbaar en Betrouwbaar. De verpleegkundige bespreekt de informatie zo dat de patiënt de informatie Begrijpt en kan onthouden (Beklijft). Ze gebruikt passende hulpmiddelen. Wanneer een gemeenschappelijke taal ontbreekt, schakelt de verpleegkundige ondersteuning in.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

6. De stap Willen

Samenvatting
Dit hoofdstuk biedt de verpleegkundige praktische handvatten voor ondersteuning bij de stap Willen. Daarin ontwikkelt en vergroot de patiënt motivatie om zijn probleem aan te pakken (gedrag) en om een oplossing te kiezen. Attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit (ASE) bepalen samen de uitkomst: de keuze voor een aanpak. Attitude verwijst naar denkbeelden (opvattingen, waarden, voor- en nadelen). Sociale invloed geeft de steun aan uit de omgeving. Eigen effectiviteit is het vertrouwen in eigen kunnen. De verpleegkundige oriënteert zich op de ASE-factoren en stemt haar aanpak daarop af. Samen met de patiënt onderzoekt ze de zienswijze van de patiënt en nodigt hem uit voor- en nadelen van oplossingen af te wegen (attitude). Ze bespreekt hoe de patiënt steun kan vragen en versterkt de eigen effectiviteit door succeservaringen te bieden via kleine, haalbare stappen in de gedragsverandering. Contact met ervaringsdeskundigen of lotgenoten kan een goede bijdrage leveren.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

7. De stap Kunnen

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de verpleegkundige ondersteuning bij het uitvoeren van nieuw gedrag. De stap Kunnen verwijst naar het vermogen een handeling of aanpak in het dagelijks leven uit te voeren. Daarvoor heeft een patiënt specifieke vaardigheden nodig. Het kan gaan om handelingsvaardigheden (motorische, uitvoeringsvaardigheden), planningsvaardigheden, vaardigheden in contact met anderen en probleemoplossende vaardigheden. Tegenover vaardigheden staan barrières: problemen die de patiënt kan tegenkomen zoals gebrek aan tijd, moeheid, gewoonten, moeite met vinden van een balans. De verpleegkundige brengt de vaardigheden en barrières in kaart. Door duidelijke instructies te geven en het nieuwe gedrag in kleine stukjes te laten oefenen biedt de verpleegkundige ondersteuning. Ze bespreekt met de patiënt welke problemen zich mogelijk voor kunnen doen (anticiperen) en helpt bedenken hoe hij die kan oplossen.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

8. De stap Doen

Samenvatting
Dit hoofdstuk biedt de verpleegkundige handvatten voor ondersteuning van een patiënt die een voorgenomen gedragsverandering gaat uitvoeren. Hij staat ervoor open, heeft de motivatie en beschikt over een aantal vaardigheden om de gekozen aanpak van een probleem in zijn dagelijks leven toe te passen. Dat gebeurt vaak buiten het vizier van de verpleegkundige. Dan pas blijkt of de patiënt het geleerde kan toepassen. De stap Doen heeft betrekking op de korte termijn. Factoren die een rol spelen zijn concrete afspraken, maatwerk en een duidelijk doel. Bij de begeleiding houdt de verpleegkundige deze factoren voor ogen. Om de stap Doen te ondersteunen formuleert de verpleegkundige in samenspraak met de patiënt concrete afspraken (goalsetting). Ze zorgt ervoor dat ze haalbaar zijn, op maat voor de patiënt en inpasbaar in zijn dagelijks leven. Zo nodig besteedt ze aandacht aan de voorgaande stappen van gedragsverandering.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

9. De stap Blijven doen

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de verpleegkundige ondersteuning in de laatste stap van gedragsverandering (Blijven doen) met als doel adequaat zelfmanagement. Daar werkt de verpleegkundige vanaf het begin van de zorg naar toe. Feedback op het resultaat werkt stimulerend. Verder is het van belang om het gedrag in te bouwen in het dagelijks leven. Verklaren van falen of slagen (attributies) helpt bij het volhouden van gedrag. De verpleegkundige brengt de relevante factoren van de stap Blijven doen in kaart. Ze werkt met korte- en langetermijndoelen en ondersteunt het inbouwen van het gedrag in het dagelijks leven. Ze besteedt aandacht aan wat goed is gegaan, geeft positieve feedback en helpt de patiënt gemotiveerd te blijven. Ze analyseert samen met de patiënt eventuele terugval. Samen kijken ze vooruit naar risicosituaties en manieren om daarmee om te gaan. Ze leert de patiënt probleemoplossende vaardigheden aan en biedt een vervolgafspraak of nazorg als dat mogelijk is.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

10. Samenwerking bij zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
Zelfmanagementondersteuning vindt vooral plaats in de samenwerking tussen de patiënt en de verpleegkundige/zorgverlener. Het chronischezorgmodel spreekt van productieve interacties tussen patiënt en zorgverlener. Maar er is meer nodig. De patiënt moet beschikken over relevante informatie, toegankelijk en afgestemd op diverse patiëntengroepen. Ook wil de patiënt de informatie over eigen situatie en zorg kunnen inzien (zorgplan, persoonlijk gezondheidsdossier). Het team van zorgverleners moet actief en geschoold zijn in zelfmanagementondersteuning en dit belang onderkennen. Bovendien moet het zorgproces zo ingericht worden dat het zelfmanagement bevordert. Zelfmanagementondersteuning wordt dan een onderdeel van de reguliere zorg. Naast individueel ‘live’ contact, kunnen andere contactvormen worden ingezet om zelfmanagement te ondersteunen. Een belangrijk aandachtspunt is de continuïteit bij transities, zoals ontslag naar huis of een andere instelling. Inzet van intermediairs en technologie kan teams faciliteren bij het bieden van zelfmanagementondersteuning.
Marieke van der Burgt, Renske Mol

Nawerk

Meer informatie

Extras