Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Van patiënten wordt steeds meer zelfmanagement verwacht. Maar als verpleegkundige interventie is patiëntenvoorlichting en ondersteuning van zelfmanagement vaak weinig concreet uitgewerkt.
Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. De stappen naar zelfmanagement biedt hulp.

Ondersteuning van zelfmanagement wordt steeds belangrijker voor de verpleegkundige en de praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk. Samenwerking en gezamenlijke besluitvorming vormen de basis voor daarvoor. De in dit boek geïntroduceerde praktische stappenreeks van gedragsverandering (openstaan - begrijpen - willen - kunnen - doen - blijven doen) bevordert een methodische aanpak bij de voorlichting en ondersteuning van zelfmanagement bij persoonsgerichte zorg.

Nieuw in deze herziene uitgave is de nadruk op ondersteuning van zelfmanagement van chronisch zieken op basis van het zogeheten chronischezorgmodel. Daarnaast is er aandacht voor voorlichting aan mensen met beperkte taal- en informatievaardigheden en bevat het boek video's van voorlichtings- en ondersteuningsgesprekken. Tot slot bevat het boek toegepaste theorie met voorbeelden uit de verpleegkundige praktijk.

Dit boek is bestemd voor studenten verpleegkunde (hbo-v), studenten verpleegkundige vervolgopleiding, verpleegkundigen, praktijkondersteuners, nurse practitioners, verpleegkundig specialisten. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Voorlichting en zelfmanagementondersteuning

Voorlichting aan patiënten maakt een aanzienlijk deel uit van het verpleegkundig handelen. Voorlichting draagt bij aan kennis en vaardigheden om met een gezondheidsprobleem om te gaan en kan bovendien angst verminderen. Dat geldt voor kortdurende zorgsituaties, zoals pre- en postoperatieve zorg. Wanneer patiënten weten wat er gaat gebeuren en wat ze zelf kunnen doen, kunnen zij de situatie of angst voor wat er gaat gebeuren beter hanteren. Ook bij chronische gezondheidsproblemen is voorlichting essentieel. Voorlichting bereidt mensen voor op wat ze tegen kunnen komen en hoe ze daarmee om kunnen gaan. Mensen met een chronische ziekte of met beperkingen zien zich namelijk dagelijks gesteld voor grote en kleine beslissingen om hun leven te organiseren en daarbij zelf de regie te houden.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

2 Persoonlijke bagage

De persoonsgebonden factoren en hun invloed op de manier waarop mensen reageren, staan in dit hoofdstuk op de voorgrond. Mensen verschillen namelijk in hun manier van denken, hun beleving en opvattingen, in wat ze kunnen en denken dat ze kunnen en in hoe ze handelen.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

3 Gesprekken over zelfmanagement

In dit hoofdstuk staat het ondersteunen van zelfmanagement vanuit een persoonsgerichte benadering centraal (zie figuur 1.3). Bij zelfmanagement of eigen regie gaat het om gedrag: dagelijks kleine en grote beslissingen nemen en acties uitvoeren. Omgaan met gezondheidsproblemen vraagt immers keuzes. Veel keuzes, bij steeds voorkomende situaties, zoals medicijnen innemen, maaltijden aanpassen, zorgen voor een balans tussen belasting en rust. Maar ook bij veranderende en onverwachte situaties, zoals het aanpassen van de medicatie-inname en maaltijden tijdens vakanties en bij ziekte, om hulp vragen of zelf meer mantelzorg bieden. Mensen met (chronische) gezondheidsproblemen staan steeds voor de taak keuzes te maken en hun gedrag aan te passen aan veranderende situaties.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

4 De stap Openstaan

Openstaan verwijst naar het vermogen van de patiënt of mantelzorger om aandacht te hebben voor informatie, voor een gesprek over een gezondheidsprobleem, voor het zoeken van oplossingen. Zijn situatie roept emoties, behoeften en vragen op (hoofdstuk 2). Vragen kunnen variëren van: ‘Ik ben bang voor wat er op deze opnamedag gaat gebeuren’, tot: ‘Hoe moet ik verder leven?’ Sommige vragen staan daarbij meer op de voorgrond dan andere.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

5 De stap Begrijpen

De stap Begrijpen omvat het opnemen, verwerken en onthouden van informatie. Daar komt veel bij kijken. Door de gezondheidsproblemen komt er veel op patiënten, ouders of mantelzorgers af. Zij hebben behoefte aan informatie die hen kan helpen de situatie te begrijpen en beter aan te kunnen. Zo zal een patiënt minder schrikken als hij voorbereid is op wat hij tijdens een ingreep hoort en voelt (Van Weert 2008). Of minder angstig zijn als hij weet dat zijn hartkloppingen geen teken zijn van een infarct, maar van inspanning.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

6 De stap Willen

Begrijpen dat het nodig is om iets (op een andere manier) te gaan doen, betekent nog niet dat dit ook gebeurt. Waar ratio, kennis en feiten de stap Begrijpen kleuren, spelen in de stap Willen gevoelens en opvattingen een rol. In deze stap staan de beleving van het probleem en mogelijke oplossingen centraal.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

7 De stap Kunnen

De stap Kunnen verwijst naar het vermogen een handeling of aanpak thuis uit te voeren in het leven van alledag. Hiervoor heeft een patiënt specifieke vaardigheden nodig: motorische (handelings)vaardigheden en probleemoplossende vaardigheden. De verpleegkundige kan anticiperen op voorziene en onvoorziene struikelblokken door te vragen welke problemen de patiënt verwacht. Ze kan eventuele problemen ook ter sprake brengen wanneer de patiënt de vaardigheden oefent. Samen kunnen ze bespreken wat nodig is om problemen het hoofd te bieden.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

8 De stap Doen

Deze stap vindt dikwijls plaats buiten het gezichtsveld van de verpleegkundige. Bij de stap Doen voert de patiënt zijn voornemen thuis uit of past hij thuis de vaardigheden toe die hij geleerd heeft. Dan pas blijkt of de patiënt het geleerde kan toepassen of tegen praktische problemen (barrières) aan loopt (zie de stap Kunnen).
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

9 De stap Blijven doen

De stap Blijven doen verwijst naar volhouden, het steeds opnieuw uitvoeren van een nieuwe handeling of aanpak. De stap vereist meer dan alleen herhaling. Toepassing in het dagelijks leven vereist transfereren, integreren, variëren en aanpassen aan nieuwe situaties, en opnieuw beginnen na terugvallen in oud gedrag. Daarbij spelen patronen en andere factoren een rol. Het gaat erom het patroon en de beïnvloedende factoren te herkennen en in positieve richting te beïnvloeden.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

10 Coördinatie en continuïteit

Zelfmanagementondersteuning wordt vooral geboden in de samenwerking tussen de patiënt en de verpleegkundige/zorgverlener. Het chronischezorgmodel spreekt van productieve interacties tussen de patiënt en de zorgverlener (zie figuur 1.1). Het ‘Huis van persoonsgerichte zorg’ (figuur 1.3) noemt de goedgeïnformeerde patiënten en mantelzorgers naast de zorgprofessional met een coachende rol. De verpleegkundige zet daarom systematische, persoonsgerichte en gedragsgerichte communicatie in om zelfmanagement te ondersteunen. In hoofdstuk 3 is de aanpak van een gesprek aan bod gekomen. In de hoofdstukken 4-9 is de stappenreeks voor gedragsgerichte communicatie besproken. Maar er is meer nodig om patiënten te ondersteunen bij hun zelfmanagement. Het zorgproces moet zo ingericht worden dat dit het zelfmanagement bevordert. In dat kader is het van belang dat zowel de patiënt als de zorgverlener(s) vanuit hetzelfde individuele zorgplan werken en daar toegang toe hebben en dat de patiënt beschikt over relevante informatie (figuur 10.1). Daarnaast vermeldt zowel het chronischezorgmodel als het ‘Huis van persoonsgerichte zorg’ dat de omgeving (van de patiënt) en de zorgorganisatie dusdanig worden ingericht dat ze persoonsgerichte zorg mogelijk maken en ondersteunen. De voorwaarden in de organisatie zijn in hoofdstuk 1 aan bod gekomen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de inrichting van het zorgproces bij persoonsgerichte zorg.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

11 Hulpmiddelen en methoden

Een verpleegkundige heeft verschillende typen hulpmiddelen ter beschikking om haar voorlichting en begeleiding te ondersteunen. Basisinformatie is meestal te vinden op de site van de instelling en uiteraard op de sites van landelijke koepels, kenniscentra en patiëntenorganisaties. Niet iedereen raadpleegt die overigens. Verwijzing naar de sites met een eventuele toelichting blijft wenselijk. Daarnaast zijn andere informatiebronnen door de verpleegkundige te gebruiken: tekst op papier, illustraties, demonstratiematerialen, anatomische modellen, dvd’s, spellen, (andere) internetsites enzovoort.
Marieke van der Burgt, Berty Terra, Els van Mechelen-Gevers

Nawerk

Meer informatie

Extra’s