Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Pathologie en geneeskunde voor fysiotherapie, bewegingstherapie en ergotherapie is het eerste leerboek dat uitgaat van het medisch onderwijs aan studenten van fysiotherapie- en andere paramedische opleidingen. In tegenstelling tot andere boeken besteedt dit boek speciale aandacht aan de typische invalshoeken van de paramedische beroepen. Daar waar anatomie, fysiologie en/of biochemie falen, is een gedegen kennis van de pathologie van groot belang voor een juist begrip van klinische ziektebeelden. Dit boek vormt de optimale basis voor elke paramedicus.

Het boek bestaat uit twee delen: het eerste deel beschrijft de algemene pathologie en geneeskunde, waar ook gekeken wordt naar de oorzaken en processen die het gehele lichaam kunnen betreffen. Het tweede deel, de speciële pathologie en geneeskunde, beschrijft de ziekteprocessen in de verschillende organen. Daarnaast komen hart- en vaatziekten, longproblematiek, aandoeningen van het bewegingsapparaat, huidziekten en niet-medisch ziekmakende factoren uitgebreid aan bod.

In deze vijfde druk zijn de terminologie en de lijst van infectieziekten met meldingsplicht geactualiseerd. Daarnaast zijn een aantal medisch specialistische onderzoeken en de oorzaken bij de diverse aandoeningen toegevoegd. Tenslotte is het hoofdstuk over dermatologie fors uitgebreid.

Elk hoofdstuk wordt afgesloten met toetsvragen (inclusief antwoorden) om kennis en inzicht in de behandelde stof te toetsen. Dit maakt het boek Pathologie en geneeskunde voor fysiotherapie, bewegingstherapie en ergotherapie ideaal als leerboek. Ook is het boek door de overzichtelijke ordening van de inhoud ook zeer geschikt als naslagwerk. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemene pathologie en geneeskunde

Voorwerk

1 Ziekten en haar oorzaken

Samevatting
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de pathologie en het onderscheid dat men hierin kan maken. Vervolgens worden de anatomie en fysiologie van de cel beschreven. Daarna komen aan de orde de oorzaken van ziekten, het homeostatische evenwicht en tot slot de geneeskundige modellen.
J.H. Vrijenhoek

2 Regressieve veranderingen

Samevatting
Regressieve veranderingen zijn te definiëren als stoornissen in de structuur en functie van cellen, weefsels of organen, als gevolg van een schadelijke prikkel (noxe) en waarbij regressie (achteruitgang) optreedt.
J.H. Vrijenhoek

3 Afweerreacties

Samevatting
Om gezond te blijven zal de mens zich steeds moeten aanpassen aan allerlei veranderingen om hem heen. Sterker nog, hij moet zich verweren tegen allerlei verschillende soorten prikkels. Deze prikkels vormen namelijk vaak een bedreiging. Denk maar aan schadelijke bacteriën, sterke temperatuurveranderingen, luchtverontreiniging, zware metalen in het water enzovoort. De mens wordt constant bedreigd vanuit land, zee en lucht.
J.H. Vrijenhoek

4 Infectieziekten

Samevatting
In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat de mens zich tegen velerlei soorten prikkels kan beschermen door middel van ontstekings- of immuunreacties. In dit hoofdstuk wordt besproken welke veranderingen in het lichaam plaatshebben indien de noxe bestaat uit micro-organismen.
J.H. Vrijenhoek

5 Circulatiestoornissen

Samevatting
De mens bestaat voor 60% uit water. Hiervan zit circa 3/7 buiten de cellen, in bijvoorbeeld het plasma, skelet en secreet, en circa 4/7 in de cellen.
J.H. Vrijenhoek

6 Groeistoornissen

Samevatting
Groeistoornissen zijn te onderscheiden in gecontroleerde algemene en lokale groeistoornissen en ongecontroleerde groeistoornissen. De eerstgenoemde stoornissen zijn niet-autonoom en reversibel. De ongecontroleerde groeistoornissen zijn autonoom en irreversibel. Tot deze vorm behoren de benigne en maligne tumoren, vallend onder de oncologie. In dit hoofdstuk komen met name de maligne tumoren uitgebreid aan de orde.
J.H. Vrijenhoek

7 Aangeboren afwijkingen

Samevatting
Hoewel de mensheid eeuwenlang bezorgd is geweest voor het nageslacht, krijgt men de laatste tijd pas echt belangstelling voor aangeboren afwijkingen. Hiervoor zijn verschillende factoren aan te wijzen:
  • in onze westerse wereld sterven weinig kinderen meer aan infectieziekten en voedingsstoornissen waardoor aangeboren afwijkingen relatief meer voorkomen,
  • tegenwoordig doet men meer aan gezinsplanning, men wil een beperkt aantal kinderen, maar deze moeten dan wel gezond zijn,
  • de enorme ontwikkelingen in de genetica waardoor men beter inzicht heeft gekregen in het ontstaan en deels ook in de preventie van aangeboren afwijkingen.
J.H. Vrijenhoek

8 Stofwisselingsstoornissen

Samevatting
Stoornissen in de stofwisseling veroorzaken velerlei aandoeningen. In dit hoofdstuk worden de stoornissen en de daaruit voortvloeiende aandoeningen beschreven.
J.H. Vrijenhoek

Speciële pathologie en geneeskunde

Voorwerk

9 Aandoeningen van hart en bloedvaten

Samevatting
Om aandoeningen van het hart en de bloedvaten goed te kunnen begrijpen is het noodzakelijk de in hoofdstuk 5 besproken ziektebeelden te beheersen.
J.H. Vrijenhoek

10 Aandoeningen van luchtwegen en longen

Samevatting
Aandoeningen van de luchtwegen en de longen verdienen, ook van de fysiotherapeut, extra aandacht. Operaties zijn slechts mogelijk indien een goede ventilatie en circulatie aanwezig is; longcomplicaties zijn niet zelden de oorzaak van een postoperatieve fatale afloop.
J.H. Vrijenhoek

11 Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel

Samevatting
Het spijsverteringsstelsel bestaat uit vele organen, ieder met een eigen functie en pathologie.
J.H. Vrijenhoek

12 Aandoeningen van de nieren en urinewegen

Samevatting
Een van de taken van de nieren is het filtreren van het bloed. Falen de nieren hierin, dan spreken we van nierinsufficiëntie. Een nierinsufficiëntie heeft een aantal, soms ernstige gevolgen, zoals hypertensie, oedemen, decompensatio cordis en zelfs coma.
J.H. Vrijenhoek

13 Aandoeningen van de endocriene klieren

Samevatting
Van de aandoeningen van de endocriene klieren worden in dit hoofdstuk slechts de meest voorkomende besproken. Van ieder onderdeel van het systeem wordt eerst de anatomie en fysiologie uiteengezet, vervolgens komen de aandoeningen aan de orde. De meeste daarvan liggen op het terrein van stoornissen in de functie: een hyper- en hypofunctie.
J.H. Vrijenhoek

14 Aandoeningen van het bloed en de bloedbereidende organen

Samevatting
Bloed leent zich uitstekend voor het onderzoeken van stoornissen in de lichaamsfuncties. Ook kan het bloed worden onderzocht op bijvoorbeeld de groei en functie van de bloedcellen.
J.H. Vrijenhoek

15 Aandoeningen van het bewegingsapparaat

Samevatting
Om ons lichaam te kunnen bewegen hebben we gewrichten, botten, bindweefsel en spieren. Ze vormen tezamen het bewegingsapparaat. Het skelet bestaat uit ongeveer 208 botten en botjes met daaraan vast 501 willekeurige spieren. Dit systeem stelt de mens in staat om rechtop te staan en zich te bewegen. De beenderen zijn door middel van gewrichten met elkaar verbonden.
J.H. Vrijenhoek

16 Aandoeningen van het zenuwstelsel

Samevatting
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aandoeningen van het zenuwstelsel. Een zekere kennis van de neuro-anatomie en neurofysiologie is daarbij onontbeerlijk. Daarna worden de aandoeningen van het centrale zenuwstelsel behandeld, gevolgd door aandoeningen van de hersenvliezen en van het perifere zenuwstelsel.
J.H. Vrijenhoek

17 Aandoeningen van de huid en de mammae

Samevatting
Na de anatomie, de fysiologie en het onderzoek van de huid worden in dit hoofdstuk diverse afwijkingen van huidfuncties besproken. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op enkele bijzondere huidaandoeningen: eczeem, acne, tumoren, psoriasis, pityriasis rosea en huidinfecties.
J.H. Vrijenhoek

18 Voedingsstoornissen

Samevatting
In de voeding zijn voor een goede gezondheid ongeveer vijftig stoffen onontbeerlijk, te weten de bekende vitamines, de tien essentiële aminozuren (aminozuren die in voldoende mate in de voedseleiwitten aanwezig moeten zijn omdat de lever deze aminozuren niet zelf kan maken) en een groot aantal elementen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste voedingsstoffen besproken: eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines, water en mineralen. Vervolgens komen in het kort enkele voedingsstoornissen aan bod en wordt de mogelijke relatie tussen voeding en kanker weergegeven.
J.H. Vrijenhoek

Nawerk

Meer informatie