Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Over kleine dingen is een uitstekende inleiding voor allen die zich professioneel willen bekwamen in de haptonomie. Daarbij komen onder meer de filosofische en psychologische grondslagen aan de orde. Auteur Dorus Gerritse laat zien dat haptonomie belangrijke wortels heeft in onze cultuur die vooral steunt op Duitse en Franse denkers.
De hoofdschotel van dit boek is het presenteren van de haptonomie als geheel van inzichten. Het uiteindelijke doel is om de haptonomische inzichten daadwerkelijk toe te passen in uw praktijk van zorg- en hulpverlening. Een scala van toepassingen komt aan de orde, zoals de haptotherapie en haptonomische begeleiding bij zwangerschap en bevalling.
De auteur koos in dit boek voor een vijfdeling:
Allereerst uiteraard een oriënterend deel met theoretische achtergronden en uitgangspunten. Achtereenvolgens komen de menselijke lichamelijkheid, het menselijk gevoelsleven en het hart van de haptonomie aan de orde. Het laatste deel bespreekt de toepasbaarheid en toepassingen van de haptonomie.
Dorus Gerritse gaf colleges in wijsgerig-antropologische oriëntatie van de onderwijskunde aan de Universiteit van Nijmegen. Daarna was hij rijksinspecteur van de opleidingen tot leraar. Na een ontmoeting met Frans Veldman, de grondlegger van de haptonomie, ging hij zich verdiepen in zijn theorieën. Hij werd docent in wijsgerige antropologie op de eerste cursussen die Veldman organiseerde in de jaren zestig. Inmiddels heeft hij tientallen publicaties over haptonomie op zijn naam staan. Samen met haptotherapeut Ted Troost gaf hij gastcolleges in haptonomie aan studenten in de psychologie van de Universiteit van Tilburg.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Drie hoofdstukken ter oriëntatie

Voorwerk

1. Het ontstaan van de haptonomie

In dit hoofdstuk beschrijf ik langs welke weg de haptonomie is ontstaan. Hiervoor put ik uit drie bronnen. Ten eerste uit eigen ervaringen tijdens studietijd en docentschap aan de universiteit te Nijmegen in de jaren vijftig en zestig. Ten tweede uit mijn contacten met Frans Veldman. Ten derde uit publicaties van Veldman uit die tijd.
T. A. C. M. Gerritse

2. Vier mensen die op mijn netvlies bleven

Beter dan theoretische verhandelingen kunnen illustraties laten zien en voelbaar maken wat de haptonomie beoogt. Daarom geef ik hier een beschrijving van vier mensen (twee individuen en een echtpaar), die allen in hoge mate waren uitgegroeid overeenkomstig de bedoeling van de haptonomie, hoezeer hun wegen ook verschilden en hoezeer ook de een verschilde van de ander.
T. A. C. M. Gerritse

3. Het fundamentele uitgangspunt van de haptonomie

In de haptonomie wordt heel veel aandacht besteed aan het menselijke gevoelsleven. Zoveel, dat je zou kunnen denken dat zij zich uitsluitend daarom bekommert. Inderdaad, de haptonomie focust het gevoelsleven, maar niet omwille van het gevoelsleven sec. Het gaat haar om de ontwikkeling van de menselijke persoon, en zij focust het gevoelsleven als een aspect van de persoon.
T. A. C. M. Gerritse

De menselijke lichamelijkheid

Voorwerk

4. Over het levende lichaam

Dit hoofdstuk handelt over het levende lichaam zoals we dat in allerhande omstandigheden ervaren.
T. A. C. M. Gerritse

5. Over het tasten

Bij het woord zintuig wordt doorgaans op de eerste plaats gedacht aan het oog, dan volgt het oor en op enige afstand volgen neus en tong. Aan de huid als zintuig voor het tasten wordt nauwelijks gedacht. Het woord tasten hoor je ook maar zelden. In elk geval veel minder dan zien, horen, ruiken en smaken. Je hoeft voor je tastzin ook nooit naar de dokter. Voor oog, oor en neus hebben we medische specialisten, maar niet voor de tastzin. De tastzin leidt dus een heel onopvallend bestaan. Als je iemand zou vragen om situaties te noemen waarin hij aan het tasten is, dan is de kans groot dat hij het betasten noemt, bijvoorbeeld het betasten van een stof tussen je vingertoppen om te onderzoeken of het katoen of linnen is. Dan gaat het over betasten en niet over het tasten sec. Soms hoor je zeggen dat je eens ergens in moet tasten, bijvoorbeeld in je broekzak, om te voelen of je sleutel daar niet in zit. Het woord tasten wordt dan snel ingeruild voor het woord voelen. Het lijkt erop dat het woord tasten voor ons zowat nergens op slaat.
T. A. C. M. Gerritse

6. De sociale aard van ons lichaam

Dit hoofdstuk wil laten zien dat we vanuit ons lichaam, via de tastzin, op de ander zijn betrokken.
T. A. C. M. Gerritse

7. Het gehoor als onze tweede tastzin

Het is mij opgevallen dat de beste gesprekken die ik met mijn collega heb gehad niet plaatsvonden tijdens onze talloze vergaderingen. Evenmin vonden deze plaats toen we tegenover elkaar zaten in een van de werkkamers, of toen we tegenover elkaar zaten in de woonkamer van een van ons. De beste gesprekken vonden plaats in de auto, toen we niet tegenover elkaar zaten, maar naast elkaar. Dan kwamen we te verkeren in elkaars basale wereld, die meer een gemeenschappelijke wereld bleek te zijn naarmate we gelijke noden bij elkaar ontdekten en gelijke vreugden. Kregen deze gesprekken hun kwaliteit doordat ze niet geprogrammeerd waren door een agenda? Doordat wij gezamenlijk genoten van het panorama dat aan ons beiden voorbijgleed of doordat die gesprekken begonnen met het gebruikelijke uitwisselen van de gebruikelijke mededelingen omtrent het wel en wee in onze gezinnen? Zeker, al deze omstandigheden hebben beslist bijgedragen aan het opstijgen (of neerdalen) tot de bedoelde kwaliteit, maar doorslaggevend was de omstandigheid dat onze ogen, doordat we naast elkaar zaten in de auto, niet verleid werden tot het bekijken van elkaar en zelfs aankijken niet mogelijk was. Voor het oog was de collega afwezig, maar des te meer was hij er toen voor mijn oor en voor mijn tast.
T. A. C. M. Gerritse

8. Het haptonomiebegrip basis

Het woord basis heb ik al een keer laten vallen, namelijk toen ik zei dat niet iedereen bezwijkt onder de objectiverende blik van de ander. Dat woord basis verwijst naar een kardinaal begrip in de haptonomie, zij het ook een begrip dat moeilijk te beschrijven is. Je moet voelen wat onder basis wordt verstaan en op een goede cursus haptonomie laat men dit de cursist voelen. Schrijvend kan ik de lezer deze kardinale ervaring niet bezorgen.
T. A. C. M. Gerritse

Het menselijk gevoelsleven

Voorwerk

9. Woorden zijn geen gevoelens

Wanneer je Beethovens Zesde beluistert en je poogt daarbij voortdurend de melodie in noten te benoemen, blijft van het weldadig ondergaan van die melodie niet veel meer over. De melodie moet je ondergaan en niet willen pakken in benoemingen. Iets soortgelijks doet zich voor bij het verwoorden van gevoelens. Als je gaat verwoorden wat je voelt, heb je, minstens tot op zekere hoogte, jezelf teruggetrokken van het pure voelen en is er een zekere distantie tot het voelen. Wie helemaal in zijn voelen is, zwijgt. Het volmaakte samenzijn met een ander is dan ook een samenzijn zonder woorden. Dan laat je het contact met de ander over aan je levende lijf, aan je blik, je mimiek, je gebaren.
T. A. C. M. Gerrits

10. Voelen

In dit hoofdstuk wordt gezocht naar datgene waar het woord voelen op slaat.
T. A. C. M. Gerritse

11. De bevestiging

Zelfaanvaarding is een voorwaarde voor het voelen. Niet voor alle gevoelens. Pijn, dorst, slaap en misselijkheid voel je ook als je jezelf niet accepteert. Maar andere gevoelens, zoals stemmingen, affecten en emoties, veronderstellen zelfaanvaarding. Die zelfaanvaarding danken we aan de ander. Daarover handelt dit hoofdstuk.
T. A. C. M. Gerritse

12. Tederheid binnen menselijke relaties

Tederheid is een vrij zeldzaam verschijnsel. En wanneer we ooit vertederd zijn, is het meestal maar voor enkele momenten. Over die momenten schrijf ik in dit hoofdstuk. Over de aard van die momenten, maar ook over hun betekenis. Dan zal blijken dat het vertederd contact een optimum is in het intermenselijke contact en dat het een optimum aan bevestiging biedt. Daarmee is het voor de haptonomie een belangrijk verschijnsel, dat ik dan ook zorgvuldig en zo herkenbaar mogelijk wil beschrijven.
T. A. C. M. Gerritse

13. Effectiviteit

Voelen is een ondergaan; gevoelens overkomen je. Je kunt gevoelens niet oproepen, maar je kunt ze wel negeren. Je kunt zelfs zodanig heersen over jezelf, over je gemoed, dat er nauwelijks nog gevoelens in je opkomen. Hierover gaat dit hoofdstuk.
T. A. C. M. Gerritse

14. Voelen en niet voelen wie je bent

Honderden keren per dag gebruiken we dat kleine woordje ik, maar wat bedoelen we daar dan mee? Dat woordje blijkt ten minste vijf betekenissen te hebben. Ik bespreek nu die vijf betekenissen. Dat is een wat taai, abstract gebeuren. Maar ik meen dat een helder inzicht in de betekenis van het woordje van groot belang is voor het verstaan van degene die je bent.
T. A. C. M. Gerritse

15. In je lichaam zijn

Je moet goed ‘in je lichaam zijn’ om alles te voelen wat er gevoeld kan worden. De hele haptonomie staat of valt met de juistheid van deze bewering. Ik teken voor de juistheid daarvan op grond van talloze ervaringen, maar ook op grond van directe waarneming. Het is zichtbaar, ervaarbaar, voelbaar, dat omvang, kwaliteit en genuanceerdheid van het voelen samenhangen met de mate waarin je je lichaam bewoont. Ik heb de indruk dat iedereen die goed voelt dit kan onderkennen. Dat wonen in je lichaam is nog geen garantie voor goed voelen, maar het is wel een voorwaarde.
T. A. C. M. Gerritse

16. Het gemoed

Van het voelen kunnen we niet meer zeggen dan dat het een ondergáán is. Over het voelen sec valt verder niet veel meer te zeggen, maar wel is het duidelijk dat het ene voelen niet het andere is. Een aantal woorden wijst ook daarop, zoals aanvoelen, invoelen, meevoelen, doorvoelen en je één voelen met iets. Ook hebben we de woorden medelijden, jaloezie, angst, pijn, dorst, honger, liefde, haat, woede, minderwaardigheidsgevoelen en hartstocht, die alle een bepaald soort voelen aanduiden. In dit en de volgende hoofdstukken besteden we aandacht aan soorten van gevoelens. Daarbij is het ondoenlijk om alles wat benoemd kan worden de revue te laten passeren. Bovendien gaat het in de haptonomie vooral om de gevoelens die hier, in dit boek, affecten worden genoemd.
T. A. C. M. Gerritse

17. De liefde

Met het woord liefde wordt in onze cultuur wat merkwaardig omgesprongen. Meestal wordt er tegenwoordig erotische of seksuele liefde mee bedoeld. Je komt het ook wel tegen in samenstellingen, zoals in de woorden ouderliefde, kinderliefde en naastenliefde. Dan heeft het woord iets verhevens. In naastenliefde heeft het ook een morele geur. In de alledaagse omgang met elkaar, thuis, op de werkvloer of op school, hoor je het woord liefde maar zelden. Daar wordt het vervangen door de uitdrukking houden van. En ook daarmee springen we merkwaardig en zuinig om. Zo zullen we wel zeggen dat we van een borrel houden, maar als we onze buurman graag mogen, zeggen we niet dat we van hem houden, maar dat we hem sympathiek vinden. Je mag weer wel zeggen dat je buurvrouw veel liefde heeft voor haar tuin. Het lijkt erop dat we het woord liefde en de uitdrukking houden van schuwen als het om intermenselijke betrekkingen gaat.
T. A. C. M. Gerritse

18. Verzelfstandigde affecten die ons narigheid bezorgen

Dieren in de natuur eten nooit te veel. Dat doen alleen de mensen en de huisdieren die onder regie van mensen moeten leven. Het verlangen van de dieren in de natuur blijkt dus mooi aangepast te zijn aan hun vitale behoeften. Dit verlangen lijkt bij mensen in dit opzicht nu en dan het spoor bijster te zijn.
T. A. C. M. Gerritse

19. Over het omgaan met pijn en leed

Omgaan met pijn en leed blijkt in onze cultuur een probleem te zijn. Vaak worden pijn en leed genegeerd en ontvlucht. Ik bedoel hier niet de vlucht naar het pijnstillende medicijn of de vlucht naar de dokter, maar de innerlijke vlucht van pijn en leed. Er wordt ook vaak aanbevolen om het leed innerlijk te negeren. Het wegdrukken van leed wordt ook vaak positief gewaardeerd. Daarvan getuigt het respect dat je geniet wanneer je bij een groot leed niets van je lijden laat merken.
T. A. C. M. Gerritse

20. De ontwikkeling van de affectiviteit

De menselijke affecten groeien niet vanuit een natuurlijke noodzaak zoals de haren op je hoofd en ze integreren niet vanzelf met de redelijkheid. Over de ontwikkeling van de affectiviteit zijn bibliotheken volgeschreven. Dit hoofdstuk heeft dus zijn grote beperkingen. De eerste paragraaf bespreekt het wezenlijke van de affectieve ontwikkeling. In de tweede paragraaf worden enkele omstandigheden genoemd waarbij deze ontwikkeling gebaat is. In de derde paragraaf wordt iets gezegd over volwassenheid.
T. A. C. M. Gerritse

Het hart van de haptonomie

Voorwerk

21. Elkaar aankijken

Het aankijken is (bij zienden) doorgaans het eerste intermenselijke contact. Dat zou een reden kunnen zijn om dit deel met dit onderwerp te beginnen. Maar de werkelijke reden is voor mij gelegen in het feit dat de beschouwing van het elkaar aankijken zo’n verrassend inzicht biedt in aard en problematiek van werkelijk intermenselijk contact. We gaan in dit hoofdstuk eerst op zoek naar de aard van het aankijken, onder andere door aankijken te vergelijken met bekijken. Daarna bespreken we het elkaar aankijken.
T. A. C. M. Gerritse

22. Elkaar een hand geven

Na het elkaar aankijken kan er een hand worden gegeven. Dat is dan een tweede vorm van intermenselijk contact.
T. A. C. M. Gerritse

23. Drie vormen van samenzijn

In dit hoofdstuk worden drie vormen van samen zijn beschreven. Hiermee wil ik een aantal factoren laten zien die de kwaliteit van het contact bepalen.
T. A. C. M. Gerritse

24. Aanraken en aangeraakt worden

Niet alles wat in onze omgangstaal aanraken wordt genoemd valt onder het aanraken dat de haptonomie bedoelt. Je kunt zeggen dat je toevallig of per ongeluk iets hebt aangeraakt; dat je de tafel aanraakt als je er met je vingers op trommelt; dat de arts de patiënt aanraakt als hij diens huid betast; dat je de balpen aanraakt als je die oppakt om mee te schrijven. Maar dit is niet het aanraken dat de haptonomie bedoelt. Zij bedoelt met aanraken een aanraken uit waardering, een willen benaderen uit waardering. We maakten daarmee al kennis in hoofdstuk 1, toen moeder haar hand legde op de knie van Jeroen. Zij raakte aan uit liefde. Dat woord liefde klinkt wat zwaar, maar het geeft perfect de drijfveer weer voor dit aanraken. Dus houden we het bij het woord liefde.
T. A. C. M. Gerritse

25. Contact en nabijheid

Het ene intermenselijke contact is het andere niet. Er is bijvoorbeeld een verschil in diepte, waardoor je het ene contact de volgende dag al vergeten bent en het andere je levenslang bijblijft. Wat bepaalt de kwaliteit van het contact, waardoor het ene veel dieper raakt dan het andere? Deze vraag wil ik beantwoorden met de volgende beschouwing.
T. A. C. M. Gerritse

26. Ontvangen en geven

Alle intermenselijke contacten verlopen in een geven en ontvangen. Onder ontvangen versta ik dan méér dan louter een dichtknijpen van je hand als je een geschenk krijgt; méér dan een aanhoren van andermans woorden die een compliment inhouden. Geschenk en compliment worden in de hier bedoelde betekenis pas ontvangen als zij je echt iets doen.
T. A. C. M. Gerritse

27. Problematische liefde

In hoofdstuk 17 schreef ik dat de mens het wezen is dat het meest bij ons past en dat van alle schepselen de grootste weelde in zich heeft, maar dat hij desondanks ook degene is die de meeste afkeer en haat oproept. De liefde voor en tussen mensen is een problematische liefde, anders dan de liefde voor tuin en muziek. Die problematiek komt voort uit het feit dat zij beiden persoon zijn, beiden een eigenheid hebben, beiden behoeften hebben. Wat zij daarbij verlangen is vaak niet gering. In hoofdstuk 26 hebben we enkele problemen besproken die zich daarbij voordoen. In dit hoofdstuk bekijken we de problematiek vanuit een andere hoek, waarbij hooguit inzicht wordt verschaft. In de eerste paragraaf bespreek ik de problematiek van de liefde van ouders voor hun kinderen. De tweede paragraaf handelt over de vriendschap. De derde over liefdesrelaties met een erotische/seksuele component.
T. A. C. M. Gerritse

28. Denkend aan iemand of aan iets

Dit hoofdstuk gaat over een vorm van denken. Dat kan een vreemd onderwerp lijken in een boek dat toch vooral over het gevoelsleven gaat. Het betreft dan ook een merkwaardige en wat veronachtzaamde vorm van denken, namelijk het denken aan iemand of aan iets. De haptonomie noemt dit de meest harmonische vorm van denken.
T. A. C. M. Gerritse

29. Aanzijn

Met de door Veldman geïntroduceerde term aanzijn benoemt de haptonomie die wijze van mens-zijn die haar als ideaal voor ogen staat. De term aanzijn slaat op belangeloze liefde maar wil meer zeggen dan dat alleen.
T. A. C. M. Gerritse

Toepasbaarheid en toepassing van de haptonomie

Voorwerk

30. De toepasbaarheid van de haptonomie

Als je geplaagd wordt door heftige pijn, past de dokter bepaalde inzichten toe en schrijft hij je een bepaalde pil voor die naar zijn weten de pijn wegneemt. Dan doet het er niet toe door wie die pil je wordt toegediend, als het maar gebeurt conform de regels: de juiste pil in de juiste hoeveelheid, voor of na de maaltijd. Die regels betreffen een techniek en doen geen bijzonder appèl op de aard van de persoon en zijn affectieve uitgroei. Als je geopereerd moet worden zijn de toe te passen regels omvangrijker en vragen ze veel technisch kunnen, maar ook daarbij wordt er geen bijzonder appèl gedaan op de aard van de persoon en affectieve uitgroei van de chirurg. Ook als hij, bij wijze van spreken, een notoire nurks is, sluit dit niet uit dat hij de operatie perfect kan uitvoeren.
T. A. C. M. Gerritse

31. Verslag van een haptotherapeutische behandeling

Niemand weet wat er onder de noemer haptotherapie allemaal wordt gedaan; ik dus ook niet. Het predikaat haptotherapeut is wettelijk niet beschermd en iedereen kan zich haptotherapeut noemen. Sterker nog, iedereen mag een opleiding in haptotherapie beginnen en diploma’s uitreiken. Door deze omstandigheid is het waarschijnlijk dat mijn verhaal over de haptotherapie niet alles dekt wat onder deze naam wordt gepresenteerd. Bij mijn beschrijving van de haptotherapie in dit en in het volgende hoofdstuk heb ik uitsluitend die therapie voor ogen die door Frans Veldman werd geëntameerd. Het onderhavige hoofdstuk is een becommentarieerd verslag van een haptotherapeutische behandeling. Met dit verslag meen ik duidelijk en concreet te kunnen laten zien wat deze (Veldmans) haptotherapie behelst en wat zij in huis heeft.
T. A. C. M. Gerritse

32. Haptotherapie

Het is nog niet zo heel lang geleden dat in kranten en tijdschriften de haptotherapie werd beschouwd als een alternatieve bezigheid die op duistere gronden berust. Ted Troost, die eind jaren tachtig topsporters aan nog betere prestaties hielp, werd een goeroe genoemd. Een kwalificatie die aanduidde dat je wel van lotje getikt moest zijn om in haptotherapie te geloven. Haptotherapie is inderdaad een duistere zaak voor het objectiverende denken.
T. A. C. M. Gerritse

33. Haptonomische begeleiding bij Zwangerschap

Roos Ferdinandus is hoofddocent in de haptonomische zwangerschapbegeleiding verbonden aan de Academie voor Haptonomie en Kinesionomie te Doorn. Uit een door haar gehouden referaat citeer ik het volgende.
T. A. C. M. Gerritse

Nawerk

Meer informatie