Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Ouderen en welzijn van nu behandelt de levensloopsociologie, met speciale aandacht voor theoretische stromingen rond ouder worden, levensfasen en levensloopindeling, participatie (netwerk, mantelzorg), zelfstandig wonen en mobiliteit (domotica). Verder gaat het boek in op levenslooppsychologie, successfull ageing, de participatiesamenleving, civil society, de WMO, WNS, hierbij passende methodieken en de rol van de professional. Ook is er ruimte voor bijzondere thema´s over ouderenmishandeling, diversiteit, ondersteuning van mantelzorgers en dementerenden.

Het boek vormt een geronto-specifieke basis voor allerlei vakken en thema's die in de opleiding aan bod komen. Samen met de website die veel extra materiaal biedt, vormt de uitgave een unieke samenvatting van de oudere van nu. Het boek is geschikt voor het curriculum van de opleidingen social work: MWD, CMV, CT en SPH. In de bachelorfase ouderenzorg, maar ook als uitstroomprofiel in de minorfase en voor opleidingen geriatrie en ouderenzorg. Daarnaast biedt het boek een actuele bijdrage voor de sociaal agogische hulpverleners die momenteel werkzaam zijn in sociale wijkteams en de ouderenzorg.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Sociologie en psychologie van het ouder worden

Voorwerk

1. Identiteit en levensloop: generationeel bewustzijn

Leerdoelen
  • Je hebt kennisgenomen van de bevolkingsontwikkeling in de afgelopen eeuw en weet dat de bevolking in omvang is toegenomen en de samenstelling is veranderd: nooit eerder in de geschiedenis maakten ouderen als groep getalsmatig zo’n groot onderdeel uit van de samenleving.
  • Je hebt kennisgemaakt met verschillende indelingen van fasen in de levensloop en de betekenis van die indelingen voor de manier waarop je naar leeftijdsgroepen kijkt.
  • Je kent het verschil tussen een cohort en een generatie en de achtergronden van verschillende generaties.
  • Je bent je ervan bewust dat ouderen hun identiteit gedurende hun levensloop opbouwen en aanpassen.
  • Je weet dat maatschappelijke beelden van de ouderdom stereotypering veroorzaken die een persoonlijke kennismaking met ouderen in de weg zit.
  • Je hebt inzicht in de rol die herkenbare en minder zichtbare rituelen in het persoonlijk leven spelen om de overgang naar nieuwe omstandigheden mogelijk te maken.
Theo Royers

2. De wetenschap over ouder worden: terugtrekken of erbij blijven?

Leerdoelen
  • Je hebt kennisgemaakt met wetenschappelijke theorieën over het ouder worden en de drie stromingen waarin deze zijn onderverdeeld: breuktheorieën, continuïteitstheorieën en maskeradetheorieën.
  • Je kunt in grote lijnen de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen deze theorieën aangeven.
  • Je hebt geleerd dat opvattingen van hulpverleners vaak zijn afgeleid van en beïnvloed door deze theorieën.
  • Je kunt het begrip ‘generationele verbeelding’ toepassen aan de hand van voorbeelden uit je eigen ervaring.
Theo Royers

3. Ouderen en het familieleven: zorg geven en ontvangen

Leerdoelen
  • Je hebt kennisgemaakt met de verschillen in familieverbanden en familienetwerken. Je kunt herkennen met welk type (zorg)netwerk je als hulpverlener te maken krijgt.
  • Je bent je ervan bewust dat familiebanden bestaan uit solidariteit en loyaliteit, en dat ze kunnen knellen of juist niet.
  • Je weet wat ouderen voor hun kinderen en kleinkinderen betekenen in het onderling uitruilen van zorg, aandacht en praktische steun.
  • Je begrijpt welke betekenis gehechtheid speelt bij de kwaliteit van de onderlinge relaties tussen familieleden.
  • Je kent de betekenissen van een erfenis: sociaal, materieel en genetisch.
Theo Royers

4. Vitaliteit en ouder worden

Leerdoelen
  • Je weet dat mentale, religieuze, spirituele en sociale elementen bijdragen aan het subjectief welbevinden van ouderen.
  • Je bent je ervan bewust dat zingeving en levensvragen beginnen met vragen over het geleefde leven, hoe men daarop terugkijkt en daarbij verleden en toekomst kan verbinden.
  • Je weet dat vitaliteit (levenslust) behouden kan blijven ondanks lichamelijk en geestelijk ongemak.
  • Je hebt kennisgemaakt met het verschil tussen religiositeit en spiritualiteit, maar ook met de bijdrage die deze verschijnselen kunnen leveren aan de zin van het leven.
  • Je weet welke verschillende sociale verbindingen en netwerken kunnen bijdragen aan het welbevinden.
Theo Royers

Ontwikkelingen van nu en passende gerontospecifieke methodieken

Voorwerk

5. Van verzorgingsstaat naar verzorgingsstraat

Leerdoelen
  • Je bent op de hoogte van de betekenis van termen als transitie, transformatie, participatiemaatschappij en burgerkracht.
  • Je hebt inzicht in de maatschappelijke veranderingen van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij en de consequenties die deze hebben voor mensen met en zonder hulpvraag en voor professionals in het welzijnsdomein.
  • Je kunt een toelichting geven waarom cliënten in de ene plaats wel en in de andere woonplaats niet de gevraagde hulp krijgen, en je hebt hier ook een mening over.
  • Je bent je als (beginnend) hulpverlener bewust van de wijze waarop hulpverlening en zelfredzaamheid van de cliënt onlosmakelijk verbonden zijn, maar ook van de verantwoordelijkheid die dit met zich meebrengt voor jou als (beginnend) hulpverlener.
Magteld Beun

6. Civil society, informele zorg en zelfredzaamheid

Leerdoelen
  • Je bent bekend met het begrip civil society en kunt dit plaatsen binnen de ontwikkelingen van de Wmo, de trend van zelfredzaamheid en de inzet van het eigen netwerk (samenredzaamheid).
  • Je hebt inzicht in de rol en de betekenis van ouderen als consument en leverancier binnen de civil society en de toekomst van mantelzorg en vrijwilligerswerk.
  • Je bent bekend met de termen kwetsbaarheid, zelfredzaamheid en burgerkracht en hebt hier als professional en burger een mening over.
  • Je hebt een mening over de ideologie rond de bewuste beleidsmatige inzet en introductie van termen als zelfredzaamheid, vrijwilligerswerk en mantelzorg en de bezuinigingen die gepaard gaan met het adagium van de zelfredzaamheid.
  • Je bent je bewust van het feit dat zelfredzaamheid niet alleen een beleidsterm betreft, maar ook daadwerkelijke inhoudelijke implicaties heeft voor het welzijnswerk en voor de verhouding tussen cliënt, diens netwerk en de informele zorg.
Magteld Beun

7. Eigen Kracht-conferenties

Leerdoelen
  • Je kent de werkwijze en het stappenplan van een Eigen Kracht-conferentie, evenals de rol van de hulpverlener.
  • Je kunt een verklaring geven voor de handelingsverlegenheid bij ouderen als het gaat om het vragen van hulp binnen het eigen netwerk en de betrokkenheid van professionele hulpverleners.
  • Je hebt nagedacht op welke wijze de Eigen Kracht-conferenties voor alle soorten ouderen kunnen worden ingezet; in het bijzonder bij de groepen die wij in onze themahoofdstukken beschrijven: roze ouderen (H. 14), migrantenouderen (H. 15), en ouderen met een verslaving (zie website), een verstandelijke beperking (H. 16) of dementie (zie website).
  • Je kent het verschil en de overeenkomsten tussen een Eigen Kracht-conferentie en een Familiezorgconferentie.
Magteld Beun

8. Werken met vrijwilligers

Leerdoelen
  • Je kunt met een nieuw perspectief naar vrijwilligers kijken; niet alleen vanuit competenties, werving of activiteiten, maar ook vanuit generatieperspectieven, levensloop en transitie.
  • Je bent door het aangeboden kader beter in staat om behoeften, wensen en mogelijkheden van vrijwilligers te ‘matchen’ met een goede vrijwilligersorganisatie of -activiteit.
  • Je kent de trends voor de toekomst en hebt ideeën over op welke wijze een sociaal werker een rol kan spelen in het werken met vrijwilligers.
Magteld Beun

9. Outreachend werken: eropaf!

Leerdoelen
  • Je kent de werkwijze van outreachend werken (eropaf) met de doelgroep oudere zorgwekkende zorgmijders evenals de preventieve inzet van het keukentafelgesprek.
  • Je kent het begrip sociaal isolement, evenals de betekenis hiervan voor de doelgroep ouderen en de mogelijkheden die outreachend werken biedt voor deze doelgroep.
  • Je hebt nagedacht over de rol van professionele hulpverlening ten aanzien van mensen die het niet lukt om ‘mee te doen’.
  • Je hebt je een mening gevormd over de preventieve functie van het standaard inzetten van een keukentafelgesprek met alle burgers vanaf zeventig jaar, en de rol van de hulpverlening bij dit gesprek.
Magteld Beun

10. Casemanagement

Leerdoelen
  • Je weet op welke wijze casemanagement dementie en casemanagement als werkwijze (functie) buiten deze setting kunnen worden ingezet.
  • Je kent de stappen van casemanagement en weet hoe ze moeten worden uitgevoerd.
  • Je begrijpt de rol en inbreng van de hulpverlener en van de cliënt bij casemanagement.
Magteld Beun

11. Genogram, ecogram en het relatienetwerk

Leerdoelen
  • Je begrijpt voor welke doeleinden het sociogram, het genogram, het ecogram en het relatienetwerk gebruikt kunnen worden.
  • Je kunt een intake visualiseren via een van deze varianten.
  • Je weet wat de contra-indicaties zijn voor het gebruik van het visualiseren van het netwerk.
Magteld Beun

12. Narratief werken

Leerdoelen
  • Je kent de diverse doelstellingen van het werken met narratieven.
  • Je kent de verschillende creatieve mogelijkheden van het werken met een levensverhaal en weet deze te vertalen naar praktijksituaties.
  • Je kunt de voordelen opnoemen van deze werkwijzen boven hulpverlening die alleen gebruikmaakt van verbale methodieken.
  • Je hebt je eigen levensverhaal in kaart gebracht, waardoor deze vorm van werken niet voor onverwachte verrassingen kan zorgen wanneer toegepast in een hulpverlenend kader aan derden.
Magteld Beun

13. Verlies en rouwverwerking

Leerdoelen
  • Je kent verschillende soorten verlies die een mens tot op hoge leeftijd kan lijden.
  • Je kunt het fenomeen van (inadequate) coping onderscheiden, evenals het verschil tussen gewone en gecompliceerde rouw.
  • Je hebt stilgestaan bij de betekenis van persoonlijke verliezen in verband met de rol als hulpverlener.
  • Je hebt verkend op welke wijze je zelf aankijkt tegen het proces van ouder worden en de mogelijke verliezen die hierbij horen, inclusief je eigen sterfelijkheid.
Magteld Beun

Thema’s die horen bij ‘Ouderen en welzijn van nu’

Voorwerk

14. Thema 1: Kijken door een roze bril

Leerdoelen
  • Je hebt inzicht gekregen in een doelgroep die tot voor kort onzichtbaar was in de Nederlandse samenleving.
  • Je bent je bewust van en hebt begrip voor het feit dat de geschiedenis van lhbt’ers, zoals deze in dit hoofdstuk is samengevat, grote gevolgen heeft gehad voor de openheid waarmee ‘roze ouderen’ hun geaardheid al dan niet hebben geuit.
  • Je kunt de relatie leggen tussen de levensloop van roze ouderen en een aantal specifieke sociaaleconomische kenmerken waarin deze groep zich onderscheidt van andere ouderen.
  • Je bent je bewust van het feit dat de ‘heteronorm’ in onze samenleving leidend is en hebt nagedacht over de wijze waarop jij hier zelf als hulpverlener al dan niet aan bijdraagt.
Magteld Beun

15. Thema 2: Migrantenouderen in Nederland

Leerdoelen
  • Je hebt inzicht in de sociaaleconomische positie die veel oudere migranten in de Nederlandse samenleving innemen.
  • Je kunt de relatie leggen tussen de migratiegeschiedenis, de taal- en leerachterstand in het land van herkomst en de laaggeletterdheid bij veel allochtonen binnen de Nederlandse samenleving.
  • Je begrijpt het verschil tussen de visie op ouder worden en oud zijn van veel allochtone groepen en de Nederlands-westerse opvatting.
  • Je kunt de relatie leggen tussen een aantal moeilijk bespreekbare onderwerpen (taboes), die met name op het terrein van (geestelijke) gezondheid bestaan, bij de doelgroep oudere migranten en het ‘moeilijk bereikbaar’ zijn voor hulpverleners.
  • Je kunt aangeven welke beperkingen de algemeen geldende opvatting dat migrantengroepen ‘zelf voor hun ouderen zorgen’ kent.
Magteld Beun

16. Thema 3: Ouderen met een verstandelijke beperking

Leerdoelen
  • Je hebt inzicht in de definiëring van een verstandelijke beperking, verschillende ontwikkelingsniveaus en de wijze waarop de groep verstandelijk beperkte ouderen zich onderscheidt van andere ouderen.
  • Je bent op de hoogte van de geschiedenis van mensen met een verstandelijke beperking en kunt uitleggen waarom deze groep ouderen een relatief nieuwe doelgroep is.
  • Je (h)erkent de specifieke kenmerken waarmee mensen met een verstandelijke beperking in het proces van ouder worden te maken krijgen.
  • Je bent je bewust van het feit dat onder het cliëntenbestand van hulpverleners in het welzijnsdomein waarschijnlijk regelmatig niet-gediagnosticeerde ouderen met een licht verstandelijke beperking voorkomen – en je bent je bewust van het feit dat een ‘beperkt snapvermogen’ van cliënten een specifieke aanpak vraagt van hulpverleners.
Magteld Beun

17. Thema 4: Ouderenmishandeling

Leerdoelen
  • Je kent de definitie van ouderenmishandeling, evenals de zes vormen van mishandeling die worden onderscheiden.
  • Je kent de stappen uit de meldcode, en weet dat deze niet lineair, maar flexibel ingezet dienen te worden.
  • Je hebt je een mening gevormd over het patroon tussen dader en slachtoffer en het patroon van cyclisch geweld dat kan bestaan, de kenmerken daarvan en de rol van de hulpverlener ten aanzien van beide partijen.
  • Je kent de symptomen die wijzen op ouderenmishandeling, evenals de risico’s bij dader en slachtoffer.
  • Je weet waar je vermoedens van huiselijk geweld of geweld door professionals kunt melden.
Magteld Beun

18. Thema 5: Seksualiteit en intimiteit op latere leeftijd

Leerdoelen
  • Het is je duidelijk wat bestaande opvattingen over seksualiteit en ouderen zijn, wat je eigen opvattingen zijn en wat dit betekent in relatie tot je eigen professionele attitude.
  • Je kunt beschrijven hoe intimiteit en seksualiteit kunnen bijdragen aan welzijn/kwaliteit van leven.
  • Je bent in staat om (mogelijke) veranderingen op het gebied van seksualiteit en intimiteit bij het ouder worden te beschrijven.
  • Je kunt veranderingen in relatie tot seksualiteit bij (de behandeling van) ziekten die bij ouderen veel voorkomen beschrijven.
  • Je kunt tips en adviezen met betrekking tot ouderen en seksualiteit geven.
  • Je bent in staat om aan te geven wat ervoor nodig is om tegemoet te komen aan de behoefte aan intimiteit en seksualiteit bij ouderen die in instellingen verblijven.
  • Je bent in staat om de diversiteit binnen de groep ouderen wat betreft de waarde die wordt toegekend aan seksualiteit aan de hand van voorbeelden te illustreren.
  • Je kunt mogelijke (eigen) barrières wat betreft het bespreken van seksualiteit en intimiteit met ouderen beschrijven en vier belangrijke elementen noemen van het bespreken van seksualiteit en intimiteit.
Hilde de Vocht

Nawerk

Meer informatie