Ga naar de hoofdinhoud
Top

Organisatietheorie voor non-profit

  • 2001
  • Boek

Over dit boek

Het boek bestaat uit twee delen. In deel I behandelen de auteurs de ontwikkelingsfasen die zich op het terrein van het personeelsbeleid hebben voorgedaan. Deze fasen worden beschreven en becommentarieerd tegen de achtergrond van veranderingen in de relatie tussen mens, arbeid, organisatie en maatschappij. De auteurs wijzen er onder meer op dat personeelsfunctionarissen zich meer moeten gaan inzetten om arbeidsorganisaties ook in bedrijfsethisch opzicht goed te laten functioneren. In deel II bespreken de auteurs de diverse aandachtsgebieden van de personeelsfunctie, zowel in hun onderlinge samenhang als in hun gerichtheid op de verwezenlijking van interne en externe organisatiedoelstellingen.

Inhoudsopgave

  1. Voorwerk

  2. 1. Organisaties

    Bert Kapteyn
    Abstract
    In dit eerste hoofdstuk worden de algemene kenmerken van organisaties geïntroduceerd en wordt kort besproken wat er bij organiseren altijd te pas komt. Ook wordt ingegaan op wat wél en wat niet specifiek is voor non-profitorganisaties.
  3. 2. Horizontale taakspecialisatie

    Bert Kapteyn
    Abstract
    De structuur van een organisatie wordt in belangrijke mate bepaald door de indeling van de werkprocessen op uitvoerend niveau. Industriële processen worden gekenmerkt door een vergaande opsplitsing in nevengeschikte taakverrichtingen.
  4. 3. Verticale taakspecialisatie

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Verticale taakspecialisatie brengt een scheiding aan tussen de uitvoering van taken en het nemen van beslissingen daarover. Leiding en planning worden daardoor een aparte taakstelling naast de uitvoering van werkzaamheden.
  5. 4. De organieke structuur

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Om de mogelijkheden voor coördinatie en besturing in stand te houden zijn grote en complexe organisaties opgedeeld in onderdelen die zelf ook weer onderverdeeld kunnen zijn.
  6. 5. Coördinatie

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Voor het bereiken van een doel moeten de diverse deeltaken en -processen op elkaar worden afgestemd. Er zijn verschillende manieren om die coördinatie te bewerkstelligen. In elke organisatie worden die allemaal wel op één of andere manier toegepast.
  7. 6. Finalisatie

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Bij organisaties wordt doorgaans een sterke mate van rationaliteit verondersteld. Dat wil zeggen dat doelen min of meer bewust worden gekozen en dat vervolgens wordt bezien hoe die het meest effectief en efficiënt kunnen worden bereikt.
  8. 7. Sturing en bestuurlijke organen

    Bert Kapteyn
    Abstract
    In een organisatie zijn een bestuurd en een besturend deelsysteem te onderscheiden. In een kleine onderneming kan het besturend systeem uit één persoon bestaan. In een eenmansbedrijf vallen beide deelsystemen samen.
  9. 8. Beleidsvoering en beheersing

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Zorgvuldige sturing van een organisatie is gebaseerd op een visie omtrent wat men in de toekomst wil bereiken en de manier waarop men dat wil bereiken. Sturen is ergens op aansturen op grond van een beleid ten aanzien van de drie managementfuncties: externe en interne afstemming en structurering (zie par. 3.3).
  10. 9. Centralisatie en spreiding van macht

    Bert Kapteyn
    Abstract
    In dit hoofdstuk zijn de machts- en invloedsverhoudingen in organisaties aan de orde. Macht is een veelomvattend verschijnsel. Het doortrekt alle sociale verhoudingen, niet alleen die in organisaties.
  11. 10. Organisatie als machtsconfiguratie

    Bert Kapteyn
    Abstract
    In dit hoofdstuk wordt nader gekeken naar de organisatie als een stelsel van machtsverhoudingen. Daar in zijn bepaalde regelmatigheden aanwijsbaar en sociale mechanismen die machtsverschuivingen kunnen veroorzaken. Verschillende theorieën werpen daar hun licht op.
  12. 11. Ontwikkelingen in het denken over organisaties

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Het denken over organisaties is de afgelopen eeuw beheerst door de begrippen ‘bureaucratie’ van Max Weber (1864-1920) en ‘scientific management’ van Frederic Taylor (1856-1915).
  13. 12. Organisatietypen

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Geen twee organisaties zijn gelijk maar sommige lijken meer op elkaar dan andere. Het grote aantal onderzoeken op basis van de contingentietheorie (zie par. 11.7 heeft veel inzichten opgeleverd in de samenhang tussen organisatiestructuren en allerlei omgevingsfactoren.
  14. 13. Non-profitorganisaties

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Het onderscheid tussen profit en non-profitorganisaties suggereert een groot verschil tussen beide. Bij nader inzien is echter niet zo helder waarop het verschil betrekking heeft.
  15. 14. Van overheid naar markt

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Na 1980 is in Nederland en tal van andere landen een heroriëntatie op de rol van de overheid op gang gekomen. In het algemeen trekt de overheid zich terug ten gunste van de marktsector, in dit verband ook wel private of particuliere sector genoemd.
  16. 15. New public management

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Een marktconforme bedrijfsvoering in de publieke sector en een meer op output gerichte sturing, zonder dat van echte marktwerking sprake is, wordt nagestreefd onder de noemer ‘new public management’.
  17. 16. Hybride organisaties

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Wakker geworden door bezuinigingen en de gelijktijdige roep om marktwerking zijn veel organisaties in de publieke sector naast hun publieke taken ook marktactiviteiten gaan ontplooien. Dat geldt zowel voor overheidsdiensten als particuliere instellingen.
  18. 17. Professionalisering en het autonomiedilemma

    Bert Kapteyn
    Abstract
    Nadat in de vorige hoofdstukken vooral overheidsdiensten in het vizier zijn geweest, wordt de aandacht nu gericht op particuliere instellingen voor professionele zorg- en dienstverlening, onderwijs enzovoort (o.a. ook quango’s, zie par. 14.8).
  19. 18. Professionele organisaties

    Bert Kapteyn
    Abstract
    De meeste particuliere non-profitinstellingen zijn te karakteriseren als professionele dienstverlenende organisaties. Dat wil zeggen dat de uitvoerende kern wordt gevormd door professionals die kennisintensieve dienstverlening bieden aan de cliënten van de instelling.
  20. 19. Hoe rationeel is rationeel?

    Bert Kapteyn
    Abstract
    In bijna alle definities van het verschijnsel ‘organisatie’ neemt het begrip ‘rationaliteit’ een centrale plaats in, maar slechts zelden wordt verduidelijkt wat daarmee bedoeld wordt.
  21. Nawerk

Titel
Organisatietheorie voor non-profit
Auteur
Bert Kapteyn
Copyright
2001
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-9297-1
Print ISBN
978-90-313-2854-3
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-9297-1