Ga naar de hoofdinhoud
Top

Ontwikkeling en pilot van een peer-mentorprogramma ter verbetering van het mentaal welzijn van jongeren

  • Open Access
  • 12-03-2026
  • Wetenschappelijk artikel

Samenvatting

Inleiding

Peer-mentoring is een interactieve relatie tussen twee leeftijdgenoten, waarbij de mentor de ontwikkeling van de mentee ondersteunt op school, op het werk of op persoonlijk vlak. Dit kan een belangrijke rol spelen in de preventie van mentale klachten. Dit onderzoek richt zich op de ontwikkeling van en het pilotonderzoek naar een peer-mentorprogramma ter verbetering van het mentaal welzijn van jongeren.

Methode

Intervention Mapping werd gevolgd om een passend mentorprogramma te ontwikkelen en evalueren. Er is een combinatie van methoden gebruikt, waaronder literatuuronderzoek, participatieve focusgroepen en semigestructureerde interviews met vertegenwoordigers van bestaande mentorprogramma’s, met als doel inzicht te verkrijgen in hun opzet en uitvoering. De pilot is uitgevoerd onder drie mentor-menteeparen en geëvalueerd met een procesevaluatieraamwerk.

Resultaten

Intervention Mapping resulteerde in een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd peer-mentorprogramma, dat zich richt op drie relevant bevonden mentale klachten bij jongeren: prestatiedruk, een negatief zelfbeeld en onrustgevoelens. De deelnemers van de pilot waren tevreden over het gebruik van het programma, maar gaven aan meer tijd nodig te hebben om alle doelen te behalen.

Conclusie

Door de combinatie van Intervention Mapping en participatief onderzoek is een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd peer-mentorprogramma ontwikkeld ter verbetering van het mentaal welzijn van jongeren in Nederland. Grootschaliger evaluatieonderzoek zou inzicht moeten bieden in de effectiviteit en implementatiemogelijkheden van het programma.

Inleiding

De COVID-19-pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben aanzienlijk negatieve gevolgen gehad op het welbevinden van jongeren (16 tot 27 jaar) [1, 2]. Zelfs na de pandemie bleef deze dalende trend zichtbaar [2, 3]. Dit draagt bij aan de grote zorgvraag binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz), die zich uit in een hoge werkdruk en lange wachttijden [4].
Ondanks de grote zorgvraag blijkt dat slechts 25 tot 35 % van de jongeren met mentale klachten professionele hulp zoekt [5, 6]. Dit beperkte zorggebruik correleert met het niet herkennen van klachten, schaamte, stigmatisering, wantrouwen in hulpverleners, praktische barrières, zoals kosten en lange wachttijden, een voorkeur voor hulp van vrienden/familie en de neiging om klachten zelf op te lossen [7, 8]. Lange wachttijden en een laag zorggebruik in combinatie met een afname in het mentale welzijn suggereren dat jongeren niet tijdig bereikt worden [9].
Als reactie hierop adviseert de Rijksoverheid een preventieve aanpak [10]. Daarbij kan peer-mentoring een belangrijke rol spelen vanwege het informele karakter, de toegankelijkheid en de effectiviteit van peer-to-peer-contact [11, 12]. Peer-mentoring betreft een interactieve relatie tussen twee leden van dezelfde leeftijdscategorie of gemeenschap, waarbij de mentor de ontwikkeling van de mentee ondersteunt op school, op het werk of op persoonlijk niveau [13]. Naast ondersteuning kan de mentor ook gerichte interventietechnieken bieden, zoals cognitieve gedragstherapie, wat mentoring dubbel zo effectief maakt als alleen relationele ondersteuning [14].
Voor een effectief peer-mentorprogramma is het noodzakelijk dat het aansluit bij de behoeften, wensen en context van jongeren, en gebaseerd is op wetenschappelijk bewijs [15]. Dit project richt zich daarom op het ontwikkelen en evalueren van een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd peer-mentorprogramma, in samenwerking met de doelgroep, om het mentale welzijn van jongeren in Nederland te verbeteren.
Begrippenlijst
1.
Logisch model van het probleem: een schematische weergave van de probleemsituatie.
 
2.
Programmadoel: de overkoepelende doelstelling die het programma probeert te bereiken.
 
3.
Gedragsdoelen: concrete, observeerbare gedragingen die een persoon moet kunnen vertonen om het programmadoel te behalen.
 
4.
Persoonlijke determinanten: de persoonlijke factoren die bepalen hoe een persoon in verschillende situaties denkt, voelt en handelt.
 
5.
Logisch model van verandering: een schematische weergave van de manier waarop een programma de beoogde verandering teweegbrengt.
 
6.
Veranderdoelen: deze doelen geven per gedragsdoel weer wat een persoon moet kunnen wat betreft de persoonlijke determinanten om het gedragsdoel te bereiken.
 
7.
Matrix van verandering: een hulpmiddel voor het koppelen van de veranderdoelen aan de persoonlijke determinanten van de gedragsdoelen.
 
8.
Verandermethode: een theoretisch onderbouwde techniek om persoonlijke determinanten te beïnvloeden.
 
9.
Praktische toepassingen: de concrete invulling van een verandermethode in een specifieke interventie, afgestemd op de doelgroep en context. Ze vertalen de verandermethode naar een uitvoerbare activiteit.
 
10.
Interventieprotocol: een gedetailleerd plan dat beschrijft hoe een interventie eruitziet. Het omvat praktische toepassingen van verandermethoden, activiteiten en materialen.
 
11.
Retentiestrategie: een plan om vrijwilligers gemotiveerd en tevreden te houden, zodat ze langdurig bij een organisatie betrokken blijven.
 
12.
Cognitieve dissonantie: de onrust die ontstaat wanneer het vertoonde gedrag van een persoon in conflict is met de persoonlijke overtuigingen.
 
In de tekst worden deze begrippen aangeduid met de bovenstaande nummers, bijvoorbeeld: ‘verandermethode8’.

Methode

Onderzoeksontwerp

Voor de ontwikkeling van en het pilotonderzoek naar het peer-mentorprogramma zijn de zes stappen van Intervention Mapping (IM) gevolgd (fig. 1). IM is bedoeld voor de ontwikkeling van interventies gericht op gezondheidsbevordering. De doelgroep werd actief betrokken bij elke IM-stap, volgens de participatieve onderzoeksmethode van Cornish et al. [16]. Daarnaast zijn data vanuit de doelgroep, literatuur en bestaande programma’s getrianguleerd [17]. Het einddoel van dit onderzoek is de productie van een programma dat klaar is voor implementatie in de praktijk.
Figuur 1
De zes stappen van Intervention Mapping
Afbeelding vergroten
Ethische goedkeuring voor de ontwikkeling is ontvangen vanuit de Research Ethics Review Committee van de Vrije Universiteit Amsterdam (2022-006). Ethische goedkeuring voor het pilotonderzoek is ontvangen vanuit de Medisch Ethische Toetsingscommissie Amsterdam UMC (VUmc 2023.1017).

Intervention Mapping stap 1: logisch model van het probleem

In stap 1 werd door het onderzoeksteam (twee onderzoekers behorende tot de doelgroep en een IM-expert) onder de doelgroep een behoefteanalyse uitgevoerd via een participatieve focusgroep (n = 14; leeftijdsrange: 20–27 jaar; 50 % vrouw), met gebruikmaking van de nominale groepstechniek [18]. Met de doelgroep werden relevante mentale klachten en persoonlijke determinanten geïdentificeerd en thematisch geanalyseerd. Vervolgens controleerden de participanten de resultaten op juistheid. Na deze membercheck werden de resultaten samengevat in een logisch model van het probleem1, zoals omschreven in de begrippenlijst (zie het kader). Daarna werden de determinanten aangevuld met wetenschappelijke literatuur. Tot slot is een programmadoel2 opgesteld voor het peer-mentorprogramma.

Intervention Mapping stap 2: logisch model van verandering

In IM-stap 2 werd aan de hand van literatuur bepaald welke veranderingen binnen het gedrag en cognitie nodig zijn om het programmadoel te behalen. Voor deze veranderingen zijn gedragsdoelen3 en hun persoonlijke determinanten4 vastgesteld en schematisch weergegeven in een logisch model van verandering5. Vervolgens is dit model voorgelegd aan de doelgroep (n = 5; leeftijdsrange: 25–27 jaar; 20 % vrouw) ter validatie met een membercheck. Tot slot zijn veranderdoelen6 vastgesteld in een matrix van verandering7. Deze doelen geven aan hoe de persoonlijke determinanten dienen te veranderen als gevolg van de interventie om de gewenste gedragsdoelen te realiseren.

Intervention Mapping stap 3: programmaontwerp

In deze stap werd bepaald uit welke onderdelen de interventie moest bestaan. Voor de selectie van deze onderdelen is een verkennend literatuuronderzoek gedaan naar bestaande peer-mentorprogramma’s onder jongvolwassenen (16–27 jaar). Vervolgens werden verandermethoden8 geselecteerd op basis van theoretische modellen om de veranderdoelen uit IM-stap 2 te bereiken. Tot slot zijn praktische toepassingen9 voor de verandermethoden vastgesteld met behulp van het genoemde literatuuronderzoek en een tweede focusgroep (n = 9; leeftijdsrange: 23–27 jaar; 44 % vrouw), waarbij acht deelnemers ook in de eerste focusgroep zaten. De focusgroep is thematisch geanalyseerd en gevalideerd via een membercheck.

Intervention Mapping stap 4: programmaproductie

In IM-stap 4 werden de praktische toepassingen van de verandermethoden volledig uitgewerkt in een interventieprotocol10 aan de hand van de tweede focusgroep en het literatuuronderzoek. Hierbij is voor iedere mentor-menteebijeenkomst een eigen doel en methode opgesteld. Het programma is Virgilius Mentoring genoemd.

Intervention Mapping stap 5: plannen van implementatie

IM-stap 5 omvatte de ontwikkeling van een implementatieplan, zodat het interventieprotocol in de praktijk geïmplementeerd kon worden. Denk hierbij aan de ontwikkeling van wervingsstrategieën voor mentoren en mentees, een mentortraining, programmamaterialen, begeleidingsvormen en retentiestrategieën11. Dit plan werd ontwikkeld op basis van een verkennend literatuuronderzoek, de tweede focusgroep en semigestructureerde interviews met eigenaren van bestaande mentorprogramma’s (n = 2). Deze interviews zijn thematisch geanalyseerd en gevalideerd via een membercheck.

Intervention Mapping stap 6: procesevaluatie

IM-stap 6 richtte zich op de procesevaluatie van het programma [19]. Hierin werd Virgilius Mentoring geïmplementeerd en zijn de onderdelen geëvalueerd op bereik, gebruikstevredenheid en ervaren effectiviteit. De pilot (drie mentor-menteeparen) startte in april 2024 met twee maanden mentortraining en vanaf juni 2024 twee maanden peermentoring. Na deze periode zijn semigestructureerde interviews gehouden (n = 6, met drie mentoren en drie mentees). Deze zijn getranscribeerd, gecodeerd en via een membercheck gevalideerd.

Participanten en werving

Voor de werving van jongeren voor de focusgroepen is het sociale netwerk van de onderzoekers geraadpleegd via een gemakssteekproef. Voor de pilot is de werving uitgebreid door gebruik te maken van social media, het plaatsen van drie artikelen in lokale nieuwsbladen, en zijn wervingspresentaties gegeven bij sportverenigingen, scholen en jongerenverenigingen in hetzelfde gebied. Om te mogen participeren moesten de jongeren tussen de zestien en 27 jaar zijn, en dienden de mentees zelf een hulpvraag te hebben geformuleerd wat betreft mentaal welzijn. Participanten werden geëxcludeerd wanneer ze de Nederlandse taal niet beheersten. Vanwege de preventieve aard van Virgilius Mentoring werden participanten met een verhoogd risico op depressiviteit (een matige tot ernstig score (> 19) op de Dutch Beck Depression Inventory II (DBDI)) geëxcludeerd en doorverwezen naar hun huisarts [20, 21]. Alle participanten tekenden een toestemmingsformulier.

Resultaten

Intervention Mapping stap 1: logisch model van het probleem

Bij de eerste focusgroep identificeerden de deelnemers drie relevante mentale klachten: prestatiedruk, negatief zelfbeeld en cognitieve dissonantie12 tijdens ontspanning (fig. 2).
Figuur 2
Logisch model van het probleem
Afbeelding vergroten
Wat betreft prestatiedruk ervaarden de deelnemers van de focusgroep een druk om te presteren op alle fronten van het leven. Dit ging gepaard met een negatief zelfbeeld. Ze gaven aan ontevreden te zijn met zichzelf en het moeilijk te vinden positief over zichzelf te praten. Als laatste mentale klacht zeiden ze op momenten van ontspanning onrust en schuld te ervaren, die gerelateerd waren aan niet productief zijn. Volgens de literatuur ontstaan deze gevoelens en cognitieve dissonantie door een tweestrijd tussen gedrag en overtuigingen [22].
Uit de focusgroep kwam naar voren dat deze klachten veroorzaakt werden door de sociale verwachtingen, ook wel injunctieve normen genoemd, vanuit hun sociale omgeving, zoals ouders, leeftijdgenoten, buurtbewoners, leraren en social media. Deze injunctieve normen betroffen alle domeinen van het leven, zoals de carrière, het sociale leven, persoonlijke groei en de woonsituatie. Afwijken van de norm werd als vervelend ervaren en kon in stigmatisering en gevoelens van cognitieve dissonantie resulteren. Tot slot gaven ze aan dat positief praten over persoonlijke prestaties negatieve sociale feedback kan uitlokken, omdat het als opschepperij gezien kan worden.
Uit de literatuur bleek dat de cognitieve processen onderliggend aan deze klachten een combinatie zijn van sociaal voorgeschreven perfectionisme en zelfbevestigingsdrang [20, 22]. Bij sociaal voorgeschreven perfectionisme heerst een voortdurende druk om aan de verwachte hoge eisen van anderen te voldoen. Worden deze eisen niet behaald, dan leidt dit tot cognitieve dissonantie. Dit resulteert in een cyclus van negatieve zelfevaluatie en stress [20]. Daarnaast is de zelfbevestigingsdrang het defensieve copingmechanisme voor de cognitieve dissonantie die ontstaat wanneer iemands veeleisende zelfbeeld wordt bedreigd doordat het gedrag het zelfbeeld tegenspreekt. Hierbij ontstaat de drang het zelfbeeld te bevestigen door de tweestrijd te vermijden, te rationaliseren of te ontkrachten. Hierbij wordt de dissonantie weliswaar tijdelijk verminderd, maar worden het veeleisende zelfbeeld en de zelfbevestigingsdrang in stand gehouden [22].

Doelstellingen van het programma

De hierboven benoemde mentale klachten wezen op een behoefte om het mentale welzijn te bevorderen door de ervaren prestatiedruk, het negatieve zelfbeeld en de onrust- en schuldgevoelens te verminderen. Hiervoor is het volgende programmadoel geformuleerd: ‘Aan het einde van een mentortraject ervaart de mentee minder prestatiedruk, een verbeterd zelfbeeld en minder cognitieve dissonantie ten opzichte van de start van het programma.’

Interventie Mapping stap 2: logisch model van verandering

Om de cognitieve verandering rond sociaal voorgeschreven perfectionisme en zelfbevestigingsdrang te realiseren, zijn op basis van de zelfbevestigingstheorie, de sociaal voorgeschreven perfectionistische cyclus van zelfvernietiging en de cyclus van perfectionisme-persistentie twee gedragsdoelen opgesteld [20, 23, 24]. Na afloop van het mentortraject passen de deelnemers gunstige copingstrategieën toe bij de uitingen van 1) sociaal voorgeschreven perfectionisme en 2) de zelfbevestigingsdrang (fig. 3).
Figuur 3
Logisch model van verandering
Afbeelding vergroten
Op basis van de drie bovenstaande theorieën zijn de volgende relevante persoonlijke determinanten geïdentificeerd: kennis, vaardigheid en overtuigingen [20, 23, 24]. Vervolgens zijn de gedragsdoelen en persoonlijke determinanten in een matrix van verandering gecombineerd tot veranderdoelen (tab. 1). Deze veranderdoelen geven per gedragsdoel weer wat moet veranderen in de persoonlijke determinanten om het gedragsdoel en daarmee de cognitieve verandering te realiseren.
Tabel 1
Matrix van verandering
cognitieve verandering: verminder sociaal voorgeschreven perfectionisme en zelfbevestigingsdrang
gedragsdoel
veranderdoel
kennis
vaardigheden
overtuigingen
gunstige copingstrategieën toepassen bij uitingen van sociaal voorgeschreven perfectionisme
aan het einde van het mentortraject weet de mentee in ten minste drie concrete situaties eigen perfectionistische overtuigingen correct te benoemen én kan deze aangeven wat deze overtuigingen activeert
aan het einde van het mentortraject kan de mentee bij minimaal drie situaties een gunstige copingstrategie succesvol toepassen bij de uitingen van sociaal voorgeschreven perfectionisme
aan het einde van het mentortraject kan de mentee minimaal drie perfectionistische overtuigingen herformuleren naar behulpzame overtuigingen in relevante stressvolle situaties
gunstige copingstrategieën toepassen bij uitingen van de zelfbevestigingsdrang
aan het einde van het mentortraject weet de mentee in ten minste drie situaties te benoemen welke defensieve copingreactie (vermijden, ontkennen of rationaliseren) optrad bij cognitieve dissonantie
aan het einde van het mentortraject kan de mentee in minimaal twee situaties succesvol een gunstige copingstrategie toepassen wanneer cognitieve dissonantie optreedt
aan het einde van het mentortraject kan de mentee ten minste drie overtuigingen van het veeleisende zelfbeeld herformuleren naar mildere overtuigingen en deze toepassen in situaties van prestatiedruk

Intervention Mapping stap 3: programmaontwerp

Op basis van de zelfbevestigingstheorie, de sociaal voorgeschreven perfectionistische cyclus van zelfvernietiging en de cyclus van perfectionisme-persistentie zijn verandermethoden uit IM en cognitieve gedragstherapie geselecteerd, zoals weergegeven in tab. 2 [20, 2328]. De meest centrale verandermethoden zijn zelfevaluatie en zelfaffirmatie. Bij zelfevaluatie wordt het zelfbeeld met en zonder specifieke overtuigingen geëvalueerd en zo nodig aangepast [29]. Bij zelfaffirmatie herinnert een persoon zich aan zijn positieve overtuigingen en competenties om het positieve zelfbeeld te bevestigen [27]. Deze methoden zijn bewezen effectief als zelfhulpinterventies, maar worden effectiever onder begeleiding. Daarom is voor dit onderzoek aangenomen dat de interventies door peer-mentors aangeboden kunnen worden [30, 31]. De praktische toepassingen voor de verandermethoden uit tab. 2 zijn op basis van het literatuuronderzoek en de focusgroepgesprekken gekozen [24, 25, 32, 33].
Tabel 2
Programmaontwerp
veranderdoel
verandermethoden
praktische toepassing
aan het einde van het mentortraject weet de mentee in ten minste drie concrete situaties eigen perfectionistische overtuigingen correct te benoemen én kan deze aangeven wat deze overtuigingen activeert
kennisoverzichten maken, discussie en triggerherkenning [27, 28]
de mentor en mentee maken samen een schematische weergave van het sociaal voorgeschreven perfectionisme van de mentee, wat dat veroorzaakt, hoe het in stand gehouden wordt en wat de gevolgen ervan zijn [24, 33]
aan het einde van het mentortraject kan de mentee bij minimaal drie situaties een gunstige copingstrategie succesvol toepassen bij de uitingen van sociaal voorgeschreven perfectionisme
begeleide oefeningen, zelfevaluatie en herattributietraining [27, 28]
de mentor leert de mentee zelfmedeleven, positieve zelfevaluatie en het verleggen van het perspectief naar positieve prestaties aan de hand van gedragsoefeningen en gedachtedagboeken [24, 33]
aan het einde van het mentortraject kan de mentee minimaal drie perfectionistische overtuigingen herformuleren naar behulpzame overtuigingen in relevante stressvolle situaties
begeleide oefeningen en zelfevaluatie [27, 28]
de mentor ondersteunt de mentee bij het opzetten van vragenlijsten en gedragsexperimenten om de overtuigingen van de mentee over de afhankelijkheid van injunctieve normen te testen en veranderen [24, 33]
aan het einde van het mentortraject weet de mentee in ten minste drie situaties te benoemen welke defensieve copingreactie (vermijden, ontkennen of rationaliseren) bij cognitieve dissonantie optrad
kennisoverzichten maken, discussie en triggerherkenning [25, 26]
de mentor en mentee maken samen een schematische weergave van de zelfbevestigingsdrang, wat deze veroorzaakt, hoe deze in stand gehouden wordt en wat de gevolgen ervan zijn [25]
aan het einde van het mentortraject kan de mentee in minimaal twee situaties succesvol een gunstige copingstrategie toepassen wanneer cognitieve dissonantie optreedt
begeleide oefeningen, zelfaffirmatie en herattributietraining [25, 26]
de mentor leert de mentee zelfaffirmaties toe te passen als reactie op de cognitieve dissonantie [32]
aan het einde van het mentortraject kan de mentee ten minste drie overtuigingen van het veeleisende zelfbeeld herformuleren naar mildere overtuigingen en deze toepassen in situaties van prestatiedruk
begeleide oefeningen, zelfaffirmatie en zelfevaluatie [25, 26]
de mentor ondersteunt de mentee bij het uitbreiden en minder veeleisend maken van het zelfbeeld via zelfaffirmaties [32]

Intervention Mapping stap 4: programmaproductie

Met hulp van literatuur en de doelgroep zijn de praktische toepassingen van het programmaontwerp uitgewerkt in het interventieprotocol [24, 25, 28, 3236]. Dit bestaat uit drie fasen: de oriëntatiefase, de veranderingsfase en de afsluitingsfase. De oriëntatiefase richt zich op het opbouwen van een vertrouwensrelatie, het begrijpen van de probleemsituatie en het helder krijgen van de hulpvraag van de mentee. De veranderingsfase betreft het behalen van de gedragsdoelen uit het programmaontwerp (tab. 1), met de praktische toepassingen van de zelfevaluatie- en zelfaffirmatietechnieken. Tot slot richt de afsluitingsfase zich op een adequate beëindiging van de mentorrelatie.

Intervention Mapping stap 5: plannen van implementatie

Met behulp van literatuur, de doelgroep en bestaande mentorprogramma’s zijn voor de implementatie van Virgilius Mentoring implementatiematerialen ontwikkeld, zoals een wervings- en matchingprotocol, een mentortraining en een mentorprotocol.

Wervings- en matchingprotocol van mentoren en mentees

Literatuur toont aan dat mentoren en mentees het beste bereikt kunnen worden via bestaande gemeenschapsnetwerken [34, 37, 38]. De doelgroep vulde aan dat het belangrijk is naamsbekendheid te creëren voor Virgilius Mentoring via socialmediaplatforms, krantenartikelen en mond-tot-mondreclame. Voor de werving is promotiemateriaal gecreëerd, zoals drie nieuwsartikelen, flyers en socialmediacontent.
De screening van de mentoren en mentees omvatte een informele kennismaking met het onderzoeksteam en het afnemen van de DBDI. Daarnaast ondertekenden de mentoren een gedragscode en vroegen ze een Verklaring omtrent gedrag (VOG) aan. Hierna koppelde het onderzoeksteam de mentoren aan de mentees op basis van de hulpvraag, de vaardigheden van de mentor, karaktercompatibiliteit en gedeelde interesses [34].

Mentortraining en -handboek

Om de mentoren in staat te stellen de mentoring te geven, is een trainingsprotocol ontwikkeld. De trainingen duurden negen uur in totaal, verdeeld over vijf avonden. De trainingen begonnen met het aanleren van kennis over prestatiedruk, zelfbeeld, cognitieve dissonantie, sociaal voorgeschreven perfectionisme en zelfbevestigingsdrang [20, 21, 24, 25, 39, 40]. Vervolgens kwamen communicatievaardigheden, verandermethoden, progressiemonitoring, ethisch handelen en het opstellen van een terugvalpreventieplan aan bod [3436, 41, 42]. Deze informatie en vaardigheden werden overgebracht via lezingen, rollenspellen, begeleide oefeningen en praktijksimulatie [4345]. Daarnaast ontvingen de mentoren een mentorhandboek met een volledige uitwerking van de trainingen en inhoud van elke mentor-menteebijeenkomst.

Ondersteuningsprotocol tijdens het programma

Samen met de doelgroep is een protocol opgesteld voor het ondersteunen van de mentoren tijdens het uitvoeren van Virgilius Mentoring. Deze ondersteuning omvatte een maandelijkse intervisiebijeenkomst, geleid door een psycholoog, en persoonlijke ondersteuning naar behoefte van de doelgroep [46]. Binnen de pilot vervulde het onderzoeksteam deze rol. Voor de rapportage van de progressie en het onderling contact tussen de mentor en mentee is gebruikgemaakt van beveiligde rapportagesoftware. Tot slot zijn ter bevordering van de motivatie en sfeer tijdens de pilot een barbecue en een verdiepingsavond over gespreksvoering georganiseerd [34, 47].

Intervention Mapping stap 6: procesevaluatie

Onder de drie mentor-menteeparen zijn de programmaonderdelen geëvalueerd op bereik, gebruikstevredenheid en ervaren effectiviteit.
  • Bereik door informele- en persoonlijke uitnodiging: de wervingsstrategie had een beperkt bereik van slechts acht mentoren en vier mentees, waarbij één mentee uitviel wegens persoonlijke omstandigheden en motivatie (n = 3 mentor-menteeparen). De effectiefste wervingsstrategie bleek hierin snowball sampling te zijn, die via het netwerk van het onderzoeksteam verliep. De belangrijkste barrière voor aanmelding was de verwachte tijdsinvestering. Bij de screening werden de informaliteit en matchingsstrategie als erg fijn ervaren.
  • Mentortraining was naar tevredenheid en effectief bevonden: de relevantie, allesomvattendheid, goede structuur en interactiviteit werden als hoog beoordeeld. Twee van de drie mentoren voelden zich na de training competent in hun mentorschap. Voor verdere ondersteuning zijn intervisiebijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast hadden ze graag meer tijd besteed aan het verkrijgen van gespreksvaardigheden en werken met het mentorhandboek.
  • Mentoren voelden zich goed ondersteund: alle mentoren gaven aan zich gedurende hun mentorschap gesteund te voelen, wat bijdroeg aan de gebruikstevredenheid. Allen maakten gebruik van de persoonlijke ondersteuning, het mentorhandboek en de intervisiebijeenkomst, en gaven aan dat deze veel handvatten boden. Gedurende het traject werd de rapportagesoftware weinig gebruikt. De participanten gaven aan dat ze een alternatief daarvoor op prijs stelden.
  • Het peer-mentorprogramma had positieve invloeden op mentaal welzijn: alle mentor-menteeparen gaven aan dat de mentorrelatie, werkvormen en gesprekstechnieken resulteerden in nieuwe inzichten, handvatten en zelfreflectie. Hierdoor ervaarden alle deelnemers een hoge gebruikstevredenheid. Twee van de drie mentees zeiden dat er sprake was van een positief effect op hun eigen mentale welzijn. De derde mentee vond de twee maanden van de pilot onvoldoende om vooruitgang te ervaren.

Beschouwing

In dit onderzoek is in een pilotonderzoek een peer-mentorprogramma ter verbetering van het mentaal welzijn van jongeren woonachtig in Nederland ontwikkeld en geëvalueerd. De kracht van dit ontwikkeltraject lag in de combinatie van Intervention Mapping en participatief onderzoek. Door Intervention Mapping te combineren met participatief onderzoek werd een op onderzoek gebaseerd peer-mentorprogramma ontwikkeld dat aansloot bij de wensen en leefwereld van zowel de mentees als de mentoren. Dit resulteerde in een voldoende gebruikstevredenheid dankzij de ervaren effectiviteit bij de mentees en een allesomvattende mentortraining.
Het onderzoek kende twee grote uitdagingen. De eerste uitdaging was het beperkte bereik bij de werving van mentees, wat ten koste gaat van de generaliseerbaarheid van de evaluatie van het implementatieplan. Vermoedelijk kwam dit door het stigma rond mentaal welzijn, het niet herkennen van klachten en de tijdsinvestering van een mentortraject, maar dit dient nader onderzocht te worden [5]. Desondanks resulteerde de wervingsstrategie in drie mentor-menteeparen. Hoewel de participanten bij de ontwikkeling van het implementatieprotocol aangaven dat naamsbekendheid de drempel tot participatie zou verlagen, benoemden alle participanten van de pilot dat vooral het hebben van een persoonlijke connectie met het onderzoeksteam participatie laagdrempelig maakte. Toekomstige wervingsstrategieën zouden daarom meer nadruk moeten leggen op snowball sampling [47, 48].
De tweede uitdaging was dat het huidige tijdsframe van het mentorprogramma van twee maanden onvoldoende leek om alle veranderdoelen te behalen. Desondanks benoemden twee van de drie mentees een van de drie doelen, een verbeterd zelfbeeld, te hebben behaald. Om meer doelen te kunnen behalen, bevelen de participanten en literatuur een tijdsframe van minimaal een jaar aan, ook al kan dit als drempel ervaren worden [34].
Dit artikel beschrijft een blauwdruk voor de ontwikkeling van een peer-mentoringprogramma om het mentale welzijn van jongeren te bevorderen door IM te combineren met participatief onderzoek. Voorafgaand aan grootschalige implementatie van Virgilius Mentoring is het noodzakelijk de effectiviteit en (financiële) haalbaarheid ervan te evalueren in een grootschalig pilotonderzoek.

Conclusie

De combinatie van Interventie Mapping en participatief onderzoek resulteerde in de ontwikkeling van een peer-mentorprogramma gericht op het verbeteren van het mentaal welzijn van jongeren. Een grootschalig pilotonderzoek naar de effectiviteit en haalbaarheid is vereist voordat Virgilius Mentoring op grotere schaal geïmplementeerd kan worden.

Financiering

Dit onderzoek is gefinancierd door ZonMw (projectnummer 7860522).
Open Access This article is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License, which permits any non-commercial use, sharing, distribution and reproduction in any medium or format, as long as you give appropriate credit to the original author(s) and the source, provide a link to the Creative Commons licence, and indicate if you modified the licensed material. You do not have permission under this licence to share adapted material derived from this article or parts of it. The images or other third party material in this article are included in the article’s Creative Commons licence, unless indicated otherwise in a credit line to the material. If material is not included in the article’s Creative Commons licence and your intended use is not permitted by statutory regulation or exceeds the permitted use, you will need to obtain permission directly from the copyright holder. To view a copy of this licence, visit http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/.
Titel
Ontwikkeling en pilot van een peer-mentorprogramma ter verbetering van het mentaal welzijn van jongeren
Auteurs
Ian Commandeur
Lisa Veenstra
Tamara Hillenaar
Maartje Marieke van Stralen
Publicatiedatum
12-03-2026
Uitgeverij
BSL Media & Learning
Gepubliceerd in
TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen
Print ISSN: 1388-7491
Elektronisch ISSN: 1876-8776
DOI
https://doi.org/10.1007/s12508-026-00482-8
1.
go back to reference van den Berg G, Donker A, van Hummel N, et al. Mentaal welbevinden van de jeugd: lessen uit de coronacrisis. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut; 2023.
2.
go back to reference CBS. Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2023. Den Haag: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; 2023.
4.
go back to reference Raaijmakers K. Toezicht op regionale aanpak wachttijden ggz: resultaten vervolgaanpak 2022 in negen regio’s. Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. 2023.
5.
go back to reference Ratnayake P, Hyde C. Mental health literacy, help-seeking behaviour and wellbeing in young people: implications for practice. Educ Developmental Psychologist. 2019;36(1):16–21.CrossRef
6.
go back to reference Vanheusden K. Mental health problems and barriers to service use in Dutch young adults. Rotterdam: Erasmus Universiteit; 2008.
7.
go back to reference Radez J, Reardon T, Creswell C, et al. Why do children and adolescents (not) seek and access professional help for their mental health problems? A systematic review of quantitative and qualitative studies. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2021;30(2):183–211.PubMedCrossRef
8.
go back to reference Leemhuis JS. Mental health stigma and help-seeking behavior for depressive symptoms among individuals living in rural and urban areas: a literature review [Master]. Twente: University of Twente; 2020.
9.
go back to reference Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Onvoldoende tijdige en juiste hulp voor jongeren met ernstige psychische problemen. Den Haag: Rijksoverheid; 2021.
10.
go back to reference van Ooijen M, Helder C, Dijkgraaf R, et al. Aanbieding aanpak ‘Mentale gezondheid: van ons allemaal’. 2022.
11.
go back to reference Jérémie R, Reid R, Rahul S, et al. Scoping review to evaluate the effects of peer support on the mental health of young adults. BMJ Open. 2022;12(8)e061336.CrossRef
12.
go back to reference Shalaby RAH, Agyapong VIO. Peer support in mental health: literature review. JMIR Ment Health. 2020;7(6)e15572.PubMedPubMedCentralCrossRef
13.
go back to reference Haggard DL, Dougherty TW, Turban DB, et al. Who is a mentor? A review of evolving definitions and implications for research. Journal of Management. 2010;37(1):280–304.CrossRef
14.
go back to reference Christensen KM, Hagler MA, Stams GJ, et al. Non-specific versus targeted approaches to youth mentoring: a follow-up meta-analysis. J Youth Adolesc. 2020;49(5):959–72.PubMedCrossRef
15.
go back to reference Bartholomew Eldredge KBL, Markham CM, Ruiter RAC, et al. Planning health promotion programs: an intervention mapping approach. San Franscisco: Jossey-Bass; 2016.
16.
go back to reference Cornish F, Breton N, Moreno-Tabarez U, et al. Participatory action research. Nature Reviews Methods Primers. 2023;3(1)34.CrossRef
17.
go back to reference Carter N, Bryant-Lukosius D, DiCenso A, et al. The use of triangulation in qualitative research. Oncol Nurs Forum. 2014;41(5):545–7.PubMedCrossRef
18.
go back to reference Migchelbrink F. De kern van participatief onderzoek. Amsterdam: SWP; 2022.CrossRef
19.
go back to reference Saunders RP, Evans MH, Joshi P. Developing a process-evaluation plan for assessing health promotion program implementation: a how-to guide. Health Promot Pract. 2005;6(2):134–47.PubMedCrossRef
20.
go back to reference Mushquash AR, Sherry SB. Understanding the socially prescribed perfectionist’s cycle of self-defeat: a 7-day, 14-occasion daily diary study. Journal of Research in Personality. 2012;46(6):700–9.CrossRef
21.
go back to reference Flett GL, Hewitt PL, Nepon T, et al. The destructiveness and public health significance of socially prescribed perfectionism: a review, analysis, and conceptual extension. Clin Psychol Rev. 2022;93:102130.PubMedCrossRef
22.
go back to reference Sherman DK, Cohen GL. The psychology of self-defense: self-affirmation theory. Advances in Experimental Social Psychology. 2006;38:183–242.CrossRef
23.
go back to reference Howell AJ. Self-affirmation theory and the science of well-being. Journal of Happiness Studies. 2016;18(1):293–311.CrossRef
24.
go back to reference Shafran R, Egan S, Wade T. Overcoming perfectionism: a self-help guide using scientifically supported cognitive behavioural techniques. 2 ed. London: Robinson; 2018.
25.
go back to reference Cohen GL, Sherman DK. The psychology of change: self-affirmation and social psychological intervention. Annu Rev Psychol. 2014;65:333–71.PubMedCrossRef
26.
go back to reference Galloway R, Watson H, Greene D, et al. The efficacy of randomised controlled trials of cognitive behaviour therapy for perfectionism: a systematic review and meta-analysis. Cogn Behav Ther. 2022;51(2):170–84.PubMedCrossRef
27.
go back to reference Riley C, Lee M, Cooper Z, et al. A randomised controlled trial of cognitive-behaviour therapy for clinical perfectionism: a preliminary study. Behav Res Ther. 2007;45(9):2221–31.PubMedCrossRef
28.
go back to reference Fairburn CG, Cooper Z, Shafran R. Cognitive behaviour therapy for eating disorders: a ‘transdiagnostic’ theory and treatment. Behav Res Ther. 2003;41(5):509–28.PubMedCrossRef
29.
go back to reference Purdon C. Cognitive restructuring. In: Hofmann SG, Asmundson GFG, editors. Handbook of cognitive behavioral therapy. Overview and approaches. Vol. Vol 1. Washington: American Psychological Association; 2021. pp. 207–34.CrossRef
30.
go back to reference Oey LT, McDonald S, McGrath L, et al. Guided versus self-guided internet delivered cognitive behavioural therapy for diagnosed anxiety and related disorders: a preliminary meta-analysis. Cogn Behav Ther. 2023;52(6):654–71.PubMedCrossRef
31.
go back to reference Leung C, Pei J, Hudec K, et al. The effects of nonclinician guidance on effectiveness and process outcomes in digital mental health interventions: systematic review and meta-analysis. J Med Internet Res. 2022;24(6)e36004.PubMedPubMedCentralCrossRef
32.
go back to reference Sherman DK, Lokhande M, Müller T, et al. Self-affirmation interventions. In: Walton GM, Crum AJ, editors. Handbook of wise interventions: how social psychology can help people change. New York: Guilford Press; 2021. pp. 63–99.
33.
go back to reference Fairburn CG, Marcus MD, Wilson GT. Cognitive-behavioral therapy for binge eating and bulimia nervosa: a comprehensive treatment manual. In: Fairburn CG, Wilson GT, editors. Binge eating: nature, assessment, and treatment. New York: Guilford Press; 1993. pp. 361–404.
34.
go back to reference DuBois DL, Karcher MJ, editors. Handbook of youth mentoring. 2 ed. Thousand Oaks: SAGE Publications; 2013.
35.
go back to reference Larimer ME, Palmer RS, Marlatt GA. Relapse prevention. Alcohol Res Health. 1999;23(2):151–60.PubMedPubMedCentral
36.
go back to reference Borrelli B. The assessment, monitoring, and enhancement of treatment fidelity in public health clinical trials. J Public Health Dent. 2011;71(s1):S52–S63.PubMedPubMedCentralCrossRef
37.
go back to reference Gamm L, Stone S, Pittman S. Mental health and mental disorders – a rural challenge: a literature review. Rural Healthy People. 2010;2(1):97–114.
38.
go back to reference Rickwood DJ, Deane FP, Wilson CJ. When and how do young people seek professional help with mental health problems? Med J Aust. 2007;187:35–9.CrossRef
39.
go back to reference Hewitt PL, Flett GL, Mikail SF. Perfectionism: a relational approach to conceptualization, assessment, and treatment. New York: Guilford Press; 2017.
40.
go back to reference Joshi A, Kale S, Chandel S, et al. Likert scale: explored and explained. British Journal of Applied Science Technology. 2015;7(4):396–403.CrossRef
41.
go back to reference Latham GP, Locke EA. New developments in and directions for goal-setting research. European Psychologist. 2007;12(4):290–300.CrossRef
42.
go back to reference Nemec PB, Spagnolo AC, Soydan AS. Can you hear me now? Teaching listening skills. Psychiatr Rehabil J. 2017;40(4):415–7.PubMedCrossRef
43.
go back to reference Chan ZC. Role-playing in the problem-based learning class. Nurse Educ Pract. 2012;12(1):21–7.PubMedCrossRef
44.
go back to reference Lateef F. Simulation-based learning: just like the real thing. J Emerg Trauma Shock. 2010;3(4):348–52.PubMedPubMedCentralCrossRef
45.
go back to reference Swanson E, McCulley LV, Osman DJ, et al. The effect of team-based learning on content knowledge: a meta-analysis. Active Learning in Higher Education. 2017;20(1):39–50.CrossRef
46.
go back to reference Bellersen M, Kohlmann I. Intervision: dialogue methods in action learning. 1 ed. Deventer: Vakmedianet Management bv; 2019.
47.
go back to reference Horsham Z, Abrams D, Davies B, et al. Social cohesion and volunteering: correlates, causes, and challenges. Translational Issues in Psychological Science. 2024;10(1):51–68.CrossRef
48.
go back to reference Sadler GR, Lee HC, Lim RS, et al. Recruitment of hard-to-reach population subgroups via adaptations of the snowball sampling strategy. Nurs Health Sci. 2010;12(3):369–74.PubMedPubMedCentralCrossRef