Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De inleiding van een onderzoeksverslag krijgt vaak de vorm van een trechter: breed beg- nen met iets algemeens of alledaags.Vervolgens wordt hier een algemene probleemstelling uitgehaald, met behulp van literatuurverwijzingen. Het algemene probleem wordt in een specifieke vraag (of enkele vragen) geconcretiseerd. Ten slotte verengt de inleiding zich v- der: de eigen aanpak wordt kort aangeduid. Soms heeft een onderzoeker alle vertrouwen in een gangbare opvatting (bijvoorbeeld een theorie), maar is het onderzoek bedoeld om die opvatting (of theorie) voor alle zekerheid toch nog eens een keer te toetsen. Dan is het goed om in de inleiding hypothesen en spe- fieke verwachtingen af te leiden uit de gangbare opvatting. Ook dat is een concretisering die bij de trechtervorm past. Het komt echter vaak voor dat onderzoekers helemaal niet zulke duidelijke verwachtingen over uitkomsten hebben. Dan is het zinloos om hypothesen te formuleren. De inleiding maakt dan vooral duidelijk wat de ‘zoekrichting’is. Zoiets is bijvoorbeeld het geval als - gevens worden verzameld om een probleem op te lossen. Hoe concreter de zoekrichting is beschreven, des te smaller is de trechter geworden. Methode Een beschrijving van de methode van onderzoek moet volgens een Amerikaanse auteur voldoen aan drie c’s: clear, comprehensive en compelling (Reis,2000,p.85). In het Ned- lands verdwijnt helaas de alliteratie: helder, bondig en dwingend.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het onderzoeksverslag als betoog

In een oud proefschrift staat een advies dat bruikbaar is voor iedereen die een onderzoeksverslag schrijft. Het proefschrift is van de hand van psycholoog Nico Frijda. In zijn voorwoord vertelt hij welke aanwijzing hij van zijn leermeester kreeg: ‘Jij moet niet alles schrijven wat jij weet’ (Frijda, 1956, p. 5).
Karel Soudijn

2. Probleemstelling, vraagstelling en doelstelling

Onderzoekers halen hun onderwerpen overal vandaan. Een psycholoog vertelde eens dat populaire televisieprogramma’s hem vaak op een idee brengen. Hij keek bijvoorbeeld naar een spelletjesprogramma waarin kandidaten moeten beslissen of ze willen doorgaan naar de volgende ronde. Degenen die nu stoppen, mogen hun eerder verdiende geld mee naar huis nemen. In een volgende ronde kunnen zij die bedragen flink verhogen, maar als ze in die ronde falen, gaan zij met lege handen naar huis. Het is rationeel om – als je toch al op winst staat – bij zo’n keuze onmiddellijk te stoppen. Je moet vooral niet doorgaan naar de volgende ronde, want dan raak je misschien alle winst weer kwijt. Toch wagen de meeste deelnemers de gok: ze gaan verder, ook al bestaat er een grote kans dat het eerder gewonnen bedrag helemaal verloren raakt.
Karel Soudijn

3. Soorten onderzoeksverslagen

In verschillende fasen van een opleiding kan aan studenten worden gevraagd om een onderzoeksverslag te schrijven. De tijd die voor zo’n opdracht staat, varieert. Dit heeft consequenties voor de omvang en de diepgang. In dit hoofdstuk staan voorbeelden van enkele typen verslagen. De opsomming is niet uitputtend; er is getracht om een indruk te geven van mogelijke variatie.
Karel Soudijn

4. Literatuuronderzoek

Bij literatuuronderzoek gaat het om een analyse van publicaties van anderen. Soms wordt een gering aantal publicaties bekeken (zoals bij het essay uit voorbeeld 3.1), maar meestal beoordeelt de onderzoeker een tamelijk groot aantal geschriften. Soms wil een onderzoeker aansluiten bij actuele discussies in de vakliteratuur; het is echter ook mogelijk dat in oudere literatuur gezocht wordt naar bruikbare gezichtspunten om een probleem aan te pakken (zoals in voorbeeld 3.3, de hbo-scriptie).
Karel Soudijn

5. Enkele voorbeelden van empirisch onderzoek

Het is traditie om een onderscheid te maken tussen theorie en empirie. Een theorie is een verzameling van samenhangende uitspraken over verschijnselen. Empirie is datgene wat men direct ervaart. In aansluiting hierop wordt gesproken over empirische wetenschappen. Daaronder verstaan we vakgebieden waarin kennisverwerving vooral berust op directe waarneming. Wiskunde is een theoretische wetenschap, scheikunde vooral een empirische. Vaak wordt ook een onderscheid gemaakt tussen literatuuronderzoek en empirisch onderzoek. Helemaal correct is dit niet, want iemand die publicaties van anderen analyseert – zoals in hoofdstuk 4 ter sprake kwam – verricht directe waarnemingen aan die ‘verschijnselen’. Aansluitend bij het spraakgebruik handhaven we het onderscheid hier toch maar. Een empirisch onderzoek richt zich dan heel direct op wat we buiten de literatuur kunnen waarnemen. U onderzoekt bijvoorbeeld hoe mensen zich werkelijk gedragen, al of niet onder specifieke condities. Of u registreert hun directe reacties op vragen die u mondeling of schriftelijk stelt. Bij empirisch onderzoek is het ook mogelijk dat u hun sporen natrekt, bijvoorbeeld door uit te zoeken hoe ze hun geld hebben verdiend en weer uitgegeven.
Karel Soudijn

6. Een veelgebruikte indeling bij empirisch onderzoek

Wanneer onderzoekers met meer gestandaardiseerde methoden werken en hun vraagstelling beperken, ligt het voor de hand om een indeling te gebruiken die lezers meteen herkennen. In de psychologie en aanverwante disciplines is de meest bekende indeling: inleiding; methode; resultaten; discussie; literatuur; samenvatting (waarbij de samenvatting vaak vooraan wordt gezet). In dit boek is deze indeling al vaker ter sprake gekomen. Zo’n algemeen bekende opzet van een verslag heeft twee voordelen:
Karel Soudijn

7. Literatuurverwijzingen volgens de APA

De American Psychological Association (APA) geeft een groot aantal wetenschappelijke tijdschriften uit. Voor artikelen die daarin verschijnen, geldt een uniforme stijl van literatuurverwijzingen. Veel andere tijdschriften, ook buiten de psychologie, conformeren zich hieraan. Om die reden komt de APA-stijl in dit hoofdstuk uitvoerig aan de orde. Zelf gebruik ik deze manier van verwijzen ook in dit boek. De voorschriften zijn door de Amerikaanse vereniging gedetailleerd uitgewerkt. Het zou te ver voeren om alle details hier te behandelen. Bij onzekerheden verdient het aanbeveling om de Publication Manual te raadplegen (APA, 2001).
Karel Soudijn

8. Hulpmiddelen bij het schrijven

Wetenschap is de kunst van het weglaten. Die slogan is al in het eerste hoofdstuk van dit boek genoemd. Een goed onderzoeksverslag is selectief. Er worden alleen gegevens gepresenteerd die iets zeggen over de aannemelijkheid van de te trekken conclusies. Een onderzoeksverslag is een poging om lezers te overtuigen van iets. De auteur zet daarom een betoog op en onderbouwt standpunten met feiten en redeneringen.
Karel Soudijn

9. Het gezichtspunt van de lezer

Een geschreven tekst richt zich tot lezers. Wie binnen een onderwijsprogramma verslagen schrijft, zal vooral één soort lezers op het oog hebben: docenten die er een schoolcijfer aan toekennen. Deze beoordelaars veronderstellen echter op hun beurt ook weer dat verslagen toegankelijk en begrijpelijk moeten zijn voor een bredere groep. Welke groep?
Wie als student een onderzoeksverslag schrijft, heeft heel geschikte lezers direct bij de hand: jaargenoten uit dezelfde studierichting (of met dezelfde specialisatie) en van hetzelfde niveau als de schrijver zelf.
Karel Soudijn

10. Overtuigend schrijven

Eerder in dit boek is een tweedeling gemaakt tussen literatuuronderzoek en empirisch onderzoek. Beide begrippen werden in hoofdstuk 5 met elkaar gecontrasteerd. Dwars hier doorheen loopt echter nog een andere tweedeling: toetsend onderzoek en explorerend onderzoek. Wie overtuigend wil schrijven, doet er goed aan om ook deze tweedeling voor ogen te houden. Daarom gaan we hier nu iets dieper op in.
Karel Soudijn

11. Stijlvol schrijven

Een goed onderzoeksverslag richt zich tot een lezerspubliek dat overtuigd moet worden van de aannemelijkheid van de conclusies die de onderzoeker trekt. Dit kwam in voorafgaande hoofdstukken al uitvoerig ter sprake. Om lezers te overtuigen, is het belangrijk dat zij de tekst van het verslag goed kunnen volgen. Begrijpelijkheid wordt voor een belangrijk deel bepaald door de stijl van schrijven. Stijl heeft niet alleen te maken met woordkeus, maar ook met zinsbouw, alinea’s en de verdere opbouw van het betoog (Renkema, 2002). Eerder in dit boek is benadrukt dat onderzoeksverslagen niet als los zand in elkaar moeten zitten. Er is structuur nodig.
Karel Soudijn

12. Gedragsregels

De Italiaanse semioticus en romancier Umberto Eco publiceerde een boek waarin hij laat zien hoe hij zelf een scriptie schrijft. In de Nederlandse vertaling werden sommige Italiaanse toestanden vervangen door hun Nederlandse equivalent. In zijn eerste hoofdstuk vertelt de auteur wat studenten kunnen doen als zij heel snel willen afstuderen (Eco, 1985, p. 19). Hij adviseert om een redelijke hoeveelheid geld uit te trekken en de scriptie door iemand anders te laten schrijven. Zijn tweede advies luidt: ‘Een scriptie overnemen die enkele jaren eerder op een andere universiteit geschreven is’.
Karel Soudijn

13. Beoordelingscriteria

Voorafgaande hoofdstukken maakten duidelijk dat onderzoeksverslagen sterk kunnen variëren in niveau of diepgang. Er ligt een wereld van verschil tussen een wetenschappelijk essay van een eerstejaarsstudent en het academisch proefschrift waarop iemand tot doctor promoveert. Een hbo-scriptie is van een ander niveau dan een master thesis in het wetenschappelijk onderwijs.
Karel Soudijn

Nawerk

Meer informatie