Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt verpleegkundigen in de bachelor-opleiding om hun onderzoekend vermogen te verbeteren. Daarbij wordt uitgegaan van drie belangrijke basiskenmerken: een onderzoekende houding, kennis van anderen toepassen en zelf onderzoek doen. Met behulp van verdiepingsopdrachten, kennistoetsen en casuïstiek leert de verpleegkundige kritisch denken en ontwikkelt hij analytische vaardigheden om in de directe patiëntenzorg praktijkproblemen te herkennen, oplossingen te vinden en deze vervolgens te implementeren.

Deel 1 belicht verschillende aspecten van onderzoekend vermogen: reflectie, leiderschap, evidence-based practice en implementatie. Deel 2 gaat in op de vaardigheden om literatuur te zoeken en op waarde te schatten, en op het doen van praktijkgericht onderzoek. In deel 3 oefent de student met een fictieve casus waarbij hij aan de hand van opdrachten een heel verbetertraject doorloopt.
De opdrachten in Onderzoekend vermogen voor verpleegkundigen< richten zich niet zozeer op begrip van de gelezen stof, maar op het zelf ontdekken en zelf proberen. Omdat daarvoor geen pasklare antwoorden bestaan is er een docentenhandleiding waarin per opdracht suggesties zijn opgenomen om in de lessen te gebruiken. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding: het veld verkennen

1 Inleiding: het veld verkennen

Samenvatting
Het onderzoekend vermogen van verpleegkundigen is een middel om zorg te verlenen waarbij de patiënt in het middelpunt staat en naar de laatste stand van kennis wordt verzorgd. In dit hoofdstuk werd duidelijk dat de drive achter het onderzoekend vermogen de wil is om te veranderen, te verbeteren en te vernieuwen. Met een patiëntgerichte en praktijkgerichte houding vormen waargenomen problemen rondom patiënten de basis voor onderzoekend actief worden. Daarbij staat niet de wens van een organisatie om een bepaalde vernieuwing door te voeren centraal of de eis van evidence-based werken, maar het zoeken naar een oplossing voor een patiëntprobleem, passend bij de visie op verplegen van de organisatie en de afdeling, passend in de structuur van de organisatie en zo mogelijk evidence-based.
Onderzoekend vermogen heeft drie kenmerken: een onderzoekende houding, kennis over onderzoek van anderen toepassen en zelf onderzoek doen. Deze driedeling vormt de basis van dit boek.
Anneke de Jong

Onderzoekende houding

Voorwerk

2 Onderzoekend vermogen

Samenvatting
In de literatuur worden drie componenten van het onderzoekend vermogen genoemd: onderzoekende houding, kennis uit onderzoek van anderen toepassen en zelf onderzoek doen. Van alle drie de onderwerpen wordt een korte schets gegeven, als rode draad voor het lezen en bestuderen van de komende hoofdstukken, waar telkens gedetailleerder op die onderwerpen wordt ingegaan. Zo wordt ingegaan op de zin van wetenschappelijk onderzoek, en vooral ook op het misverstand dat uitkomsten van onderzoek als ‘wet’ toegepast zouden moeten worden. De opsomming begint niet voor niets met de onderzoekende houding: zonder nieuwgierigheid en een houding van vragen naar het waarom van dingen kun je geen onderzoekend vermogen ontwikkelen. Onderzoekend vermogen leidt tot evidence-based practice: dat is de situatie waarin je onderzoek dat anderen gedaan hebben (en dat je in de literatuur terugvindt) kunt identificeren en toepassen. Je zou ook in situaties terecht kunnen komen waarin je zelf kleinschalig praktijkgericht onderzoek doet of daarbij assisteert. Voor het ontwikkelen en in stand houden van je onderzoekend vermogen om je kennis op peil te houden is een leven lang leren noodzakelijk.
Marja Legius

3 Reflectie

Samenvatting
Onderzoekend vermogen ontwikkelen staat of valt met reflectie: wie niet bereid is kritisch na te denken over zijn eigen rol in situaties die zich hebben afgespeeld of wie dat niet goed kan, zal moeite hebben om zijn onderzoekend vermogen te ontwikkelen. Daarom zijn we dit hoofdstuk ingegaan op reflectie op jezelf als persoon en als professional en op reflectie in groepsverband. Je ontwikkelt onderzoekend vermogen als je kritisch naar jouw eigen rol in gebeurtenissen kijkt, als basis voor (nog) betere beslissingen en handelingen in de toekomst. Reflecteren kun je leren, en daarom is aandacht besteed aan de vraag op welke manieren je kunt reflecteren en welke theorieën en modellen je daarbij kunnen helpen.
Marja Legius

4 Evidence-based practice

Samenvatting
Evidence-based is een lastig begrip, waarvan vele definities in omloop zijn. Op basis van een aantal van deze definities hebben we we in dit hoofdstuk (kennis)bronnen voor evidence-based practice (EBP) beschreven: wat zegt de literatuur, hoe staat het met de expertise van de professional en de persoonlijke kennis, wensen en voorkeuren van de zorgvrager en/of diens netwerk en hoe ziet de lokale context eruit? Daaruit blijkt dat evidence-based practice meer is dan alleen op onderzoek gebaseerde kennis toepassen. De kunst is om de verschillende vormen van kennis samen te voegen (te blenden) om te bepalen hoe je goede beslissingen over zorg aan patiënten kunt nemen en vooral kunt verantwoorden. En omdat jij dat nooit in je eentje doet, is het van belang om niet alleen te bekijken hoe jij omgaat met EBP, maar vooral ook hoe in jouw organisatie aangekeken wordt tegen EBP – en wat dat betekent voor je beslissingen over een bepaald (evidence-based) zorgaanbod. Evidence die in de literatuur beschreven is, moet je op zijn waarde kunnen beoordelen: is het onderzoek valide en betrouwbaar en heeft het dus zin om mijn beslissingen hierop te baseren?
Marja Legius

5 Klinische besluitvorming

Samenvatting
Om goede professionele besluiten te nemen over de zorg aan individuele patiënten worden competenties gevraagd die nauw verbonden zijn met je onderzoekend vermogen. De patiënt staat in het middelpunt: je moet kunnen onderzoeken en analyseren wat zijn behoeften en mogelijkheden zijn. Het gaat om vakinhoudelijke kennis die zo nodig gezocht en gewogen moet worden op bruikbaarheid voor jouw patiëntprobleem. Je moet in staat zijn de juiste communicatietechnieken te kiezen en een gedeelde oplossing te bereiken, dus een oplossing waar alle betrokkenen achter staan en waarvoor zij de benodigde kennis en equipment hebben. Om besluitvormingsprocessen te vergemakkelijken zijn hulpmiddelen ontworpen in de vorm van overlegmodellen en een raamwerk om beslissingen stapsgewijs te kunnen opbouwen op grond van relevante facetten.
Als je niet beschikt over onderzoekend vermogen, dan ben je erg afhankelijk van mensen die daarover wel beschikken, en ook van hun keuzes. De vraag is wat het voor jouw (juridische) verantwoordelijkheid betekent als je dingen niet zelf hebt uitgezocht waar je wel voor kiest.
Anneke de Jong

6 Leiderschap

Samenvatting
Een van de effecten van onderzoekend vermogen is volgens de literatuur evidence-based practice (zie hoofdstuk 4). Concreet betekent dit dat je projecten opzet om innovatieve ideeën in de praktijk te brengen. Daarvoor is persoonlijk leiderschap nodig. Dit hoofdstuk schetst wat leiderschap is en welke vormen van leiderschap er zijn, en gaat in op het verschil tussen leidinggeven door managers en vakinhoudelijk leiderschap van personen in een team. We bespraken onderzoek naar de effecten van leiderschap op de kwaliteit van de zorg, waardoor het belang van leiderschap eens te meer duidelijk werd. Ten slotte is ingegaan op de rol van de informele leider in een team en op hoe je informeel leidinggeven kunt leren.
Anneke de Jong

7 Vernieuwingen implementeren

Samenvatting
In dit hoofdstuk zijn manieren besproken om iets nieuws in de praktijk te implementeren. In de loop van de jaren zijn daarvoor allerlei methoden en technieken ontwikkeld, gebaseerd op verschillende theorieën. We hebben de methode Practice Development uitgewerkt om je te laten zien wat er gebeurt als je systematisch een aantal stappen doorloopt bij het implementeren. Verder de context waarin de implementatie plaatsvindt en de manier waarop de implementatie gefaciliteerd wordt besproken, waarvan we op basis van implementatieonderzoek weten dat ze een rol spelen bij het al dan niet slagen van het implementatietraject.
Marja Legius, Donna Frost

Kennis uit onderzoek van anderen toepassen

Voorwerk

8 Kennis toepassen

Samenvatting
In de dagelijkse praktijk, zowel school als werkveld, kom je wel eens iets tegen waarvan je je afvraagt: ‘Hoe komt dit?’ of ‘Waarom moet dit zo?’ Dit zijn zeer interessante vragen, die zorgen voor een kritische kijk op je handelen. Dat wordt ook wel reflectie genoemd. Een reflectieve houding is belangrijk om je zorg naar een hoger niveau te tillen. Maar hoe pak je dat aan? Dit hoofdstuk helpt je bij je zoektocht naar bruikbare oplossingen voor je (praktijk)probleem. Vertrekkend van een probleemstelling ontwerp je een goede onderzoeksvraag en hypothese en beoordeel je hoe onderzoekers dit in hun onderzoeksverslagen hebben gedaan. Dat biedt je heel praktische handvatten in je zoektocht door onze informatiemaatschappij. Ik hoor namelijk studenten en verpleegkundigen op de werkvloer vaak zeggen: ‘Ik kan niets vinden!’ Als je gericht en op de juiste manier zoekt naar informatie, lukt dit je wel.
Lieven De Maesschalck

Participeren in onderzoek en zelf onderzoek doen

Voorwerk

9 Participeren in onderzoek

Samenvatting
Dit boek richt zich in eerste instantie op verpleegkundigen in opleiding voor het bachelorniveau. Ondanks allerlei internationale afspraken over welke competenties we binnen Europa mogen verwachten op dat niveau verschillen de opvattingen over de mate waarin een bachelorverpleegkundige ook de taak heeft om te participeren in onderzoek. Een bachelorverpleegkundige is weliswaar opgeleid tot beroepsbeoefenaar in de directe zorg – en niet tot verplegingswetenschapper (daarvoor is ten minste een masteropleiding nodig), maar leert in de opleiding wel methoden en technieken van onderzoek om een bijdrage kunnen leveren aan het evidence-based werken. Bachelors verpleegkunde zijn daardoor in staat wetenschappelijke artikelen te lezen en deze enigermate op hun waarde te beoordelen.
Anneke de Jong

Nawerk

Meer informatie