Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt bij het begrijpen van wetenschappelijke literatuur, en inspireert het zelf opzetten van praktijkonderzoek. Het maakt lezers bekend met veelvoorkomende en handzame onderzoekdesigns en -methoden in verpleegkundig onderzoek. Daarmee is het een must-have voor alle studenten, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundig onderzoekers die zich bezighouden met evidence-based zorg.Voor docenten verpleegkunde is het een ideaal naslagwerk om te gebruiken in de lessen en bij het beoordelen van studentprojecten.
Onderzoek langs de meetlat; onderzoekdesigns voor verpleegkundigen beschrijft de belangrijkste kenmerken van verschillende designs, aan de hand van herkenbare voorbeelden uit de verpleegkundige praktijk. Daarbij beperkt het zich niet tot de alom bekende onderzoekdesigns als systematische literatuurstudies en gerandomiseerde studies. Het bevat 12 kwantitatieve, 6 kwalitatieve, 5 mixed-methods designs en 5 soorten literatuurstudies. Stuk voor stuk worden die door verpleegkundig onderzoekers voorzien van een kritische beschouwing.

De korte teksten en praktische handvatten zorgen dat lezers meteen aan de slag kunnen. Zo helpt het boek met antwoorden op vragen als: wat houdt het design van het onderzoek in dat ik lees? Bij welk type vraag past dit design? Aan welke kwaliteitseisen moet dit onderzoek minimaal voldoen? En wat zijn de voor- en nadelen van het onderzoekdesign?
De redactie bestaat uit dr. Anne M. Eskes, senior onderzoeker verpleegkundige zorg bij Amsterdam UMC, en dr. Catharina J. van Oostveen, senior adviseur en onderzoeker bij de Spaarne Gasthuis Academie en de Erasmus School for Health Policy & Management.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Kwantitatief onderzoek

Voorwerk

1. Inleiding in kwantitatief onderzoek

Samenvatting
Kwantitatief onderzoek gaat over het verzamelen van numerieke data om daar vervolgens letterlijk mee te gaan rekenen. Er zijn twee soorten kwantitatief onderzoek te onderscheiden, namelijk (quasi) experimenteel en observationeel onderzoek. In dit inleidende hoofdstuk schetsen we de waarde van dit onderzoek voor de verpleegkundige zorg en lichten we kwantitatief onderzoek op hoofdlijnen toe. In de vervolghoofdstukken van dit deel worden de meest voorkomende designs van kwantitatief onderzoek nader toegelicht.
A. M. Eskes

2. Randomised clinical trials

Samenvatting
Om te zorgen voor een hoge kwaliteit van zorg, moeten we niet alleen onderzoek doen, maar dat ook goed doen. Een gerandomiseerd klinisch onderzoek (randomised clinical trial; RCT) is een van de bekendste manieren om wetenschappelijk onderzoek te doen, zowel in de gezondheidszorg als daarbuiten. En terecht, want het biedt de sterkste evidence (bewijsmateriaal) van alle soorten studies en kan helpen om vernieuwingen in de zorg te onderbouwen, zowel op therapeutisch, diagnostisch als implementatiegebied. In de loop der jaren zijn de eisen aan RCT’s steeds hoger geworden, waardoor de kans op systematische fouten is afgenomen. Daarom staat de RCT hoog in de piramide van evidence. Toch staat een RCT niet per definitie garant voor sterke evidence. Het is daarom van belang ook een RCT kritisch te beoordelen: of deze valide is, wat de resultaten betekenen voor de patiënt en in hoeverre de uitkomsten toepasbaar zijn in je praktijk.
D. T. Ubbink, H. Vermeulen

3. Patient preference trials

Samenvatting
Een patient preference trial is een alternatief design voor een RCT. Een deel van de patiënten die meedoen aan een onderzoek met dit design kan hun voorkeursbehandeling kiezen, terwijl de andere patiënten gerandomiseerd worden. Een patiëntenpreferentie-trial bestaat dus uit preferentiegroepen en gerandomiseerde groepen. Er zijn vier designs die veel gebruikt worden: een design van Brewin en Bradley, het comprehensive cohort design, het Wennberg design en een design van Rücker. Alle vier designs hebben als overeenkomst dat een deel van de patiënten gerandomiseerd wordt en een deel van de patiënten hun voorkeursbehandeling krijgt. Een patiëntenpreferentie-trial wordt vaak gebruikt als blindering niet mogelijk is en patiënten een sterke voorkeursbehandeling hebben.
S. van Dieren

4. Interrupted time series

Samenvatting
Het onderzoekdesign ‘interrupted time series’ (ITS) is geschikt om het effect van een kwaliteitsverbetering te evalueren. Een ITS is een speciale vorm van een voor- en nameting, met als belangrijkste meerwaarde dat er wordt gecorrigeerd voor de onderliggende trend in de tijd. Binnen een ITS-studie worden de data geanalyseerd met behulp van regressietechnieken. Deze uitkomsten worden samen met een visuele weergave gepresenteerd. Het bijbehorende figuur maakt direct inzichtelijk hoe een uitkomst zich gedraagt in de tijd en welke invloed de interventie hierop heeft gehad. Het belangrijkste aandachtspunt bij een ITS is het voorkomen of controleren van andere gebeurtenissen die tijdens de studieperiode optreden. Mits goed uitgevoerd, geeft een ITS een betrouwbaar beeld van de effectiviteit van één of meerdere interventie(s). Hiermee kunnen zorgverleners en beleidsmakers een weloverwogen keuze maken of interventies daadwerkelijk een meerwaarde hebben voor patiënten en organisaties.
J. M. Maaskant, B. J. Laan

5. Stepped wedge clinical trial

Samenvatting
De evaluatie van complexe interventies die verpleegkundigen in hun dagelijkse praktijk toepassen is een uitdaging. Het vraagt om voortdurend afwegen van botsende belangen van het onderzoek, de interventie en de omgeving waarin dit plaatsvindt. Een onderzoeksmethode die rekening houdt met deze verschillende belangen is een stepped wedge clinical trial. In dit hoofdstuk gaan we aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk nader in op de redenen voor een stepped wedge clinical trial, een stepped wedge clinical trial in de praktijk, voorwaarden voor een succesvolle uitvoering ervan, en mogelijke nadelen van een stepped wedge clinical trial.
J. M. de Man-van Ginkel, R. G. A. Ettema

6. Cross-sectioneel onderzoek

Samenvatting
Cross-sectioneel onderzoek, ook wel correlationeel onderzoek genoemd, is onderzoek waarin onderzoekers, op één bepaald tijdstip één situatie of aspect observeren. Er is geen sprake van een interventie, noch van randomisatie. Door het ontbreken van interventies en randomisatie is cross-sectioneel onderzoek relatief goedkoop en snel uit te voeren, maar het nadeel is dat de onderzoeksmethode en statistische analyse complex kunnen zijn. Om als verpleegkundige gebruik te kunnen maken van de resultaten uit een cross-sectioneel onderzoeksartikel is kennis over dit type onderzoek belangrijk.
W. Stilma, S. Rijkenberg

7. Retrospectieve studies

Samenvatting
Bij retrospectieve studies wordt onderzoek gedaan op basis van bestaande data. Hierdoor kan dit soort onderzoek relatief snel uitgevoerd worden in grote groepen van patiënten. Toch zijn er ook belangrijke beperkingen in dit soort onderzoek: retrospectieve studies zijn vooral bedoeld om inzicht te krijgen in problemen, en hun relatie tot andere relevante aspecten, en zullen niet snel leiden tot verandering in de dagelijkse praktijk. De meerwaarde van dit soort studies is dat ze zorgen voor het beter begrijpen van problemen, en daarmee bijdragen aan eventuele oplossingen.
P. J. T. Rood, A. M. Eskes

8. Patiënt-controleonderzoek

Samenvatting
Patiënt-controleonderzoek is een efficiënt onderzoekdesign, doordat de patiënten worden geselecteerd op de uitkomst en vergeleken met een controlegroep. Dit is met name een groot voordeel als de uitkomst zeldzaam is. Wanneer de studie goed wordt uitgevoerd kunnen dezelfde resultaten worden verkregen als uit een ‘normale’ cohortstudie, terwijl er vele malen minder participanten voor de studie nodig zijn. Het studiedesign is alleen wel uitdagender dan een normale cohortstudie, omdat er naast de normale vormen van bias, zoals selectiebias en informatiebias, ook een specifiek risico is: recall bias. Ook kan het een uitdaging zijn een goede controlegroep te vinden.
K. J. van Stralen, S. M. Euser

9. Cohortstudies

Samenvatting
Cohortstudies leveren waardevolle evidence wanneer men een relatie wil aantonen tussen een risicofactor en een bepaalde uitkomst of aandoening. Het kan gaan over een prognostische of etiologische vraag of bij het onderzoeken van een mogelijk nadelig effect. Het geeft geen antwoord op de vraag waarom deze relatie bestaat. De sterkte van de bewijskracht is afhankelijk van de validiteit van de studie en het risico op vertekening van de uitkomsten. Daarom is een critical appraisal van een cohortstudie noodzakelijk. Dit helpt je om te weten in hoeverre de resultaten van cohortstudies in de eigen praktijk relevant zijn.
D. T. Ubbink, C. J. van Oostveen

10. Klinimetrische studies

Samenvatting
Of je nu een bestaand meetinstrument wilt gebruiken of een nieuw instrument moet ontwikkelen, je dient in ieder geval te weten hoe de meeteigenschappen onderzocht moeten worden en of het meetinstrument voldoende goed getest is. Want als een meetinstrument niet meet wat het beoogt te meten zijn de conclusies die gehaald worden uit de resultaten nutteloos. Sinds de start van het COSMIN-initiatief heeft het zogeheten klinimetrisch of psychometrisch onderzoek een grote ontwikkeling doorgemaakt. In dit hoofdstuk introduceren we een aantal belangrijke concepten van dit type onderzoek, die je goed kunt gebruiken bij het zoeken naar geschikte meetinstrumenten, of het zelf ontwikkelen van een meetinstrument.
A. M. Eskes, M. van Dijk

11. Multiple baseline design

Samenvatting
Het multiple baseline design (MBD) is een vorm van single-case experimenteel design dat toelaat effecten te meten bij een klein aantal participanten. Door herhaalde metingen per participant voor, tijdens en na een interventie, krijg je inzicht in de effectiviteit van de interventie. De participant dient dan als controle voor zichzelf. Follow-up-metingen geven inzicht in de langetermijneffecten van de interventie. Een trapsgewijze opzet, waarbij de interventie voor de verschillende participanten op een ander moment start, zorgt ervoor dat de resultaten toe te wijzen zijn aan de interventie in plaats van aan invloeden uit de context. Visuele en statistische analyse kunnen gebruikt worden om de gegevens te verwerken. Het MBD biedt mogelijkheden om effecten na te gaan op persoonsniveau, afdelingsniveau en instellingsniveau.
K. Cuyvers

12. Kosteneffectiviteitsstudies

Samenvatting
Economische evaluaties geven inzicht in de kosten uitgezet tegen de gezondheidswinst die ze opleveren en zijn daardoor waardevol in de bepaling op welke gezondheidsinterventies we moeten inzetten. Er bestaan verschillende soorten economische evaluaties, zo is er de (1) kosteneffectiviteitsstudie, deze zet kosten af tegen kwaliteit van leven, (2) de kostenutiliteitsstudie, deze zet kosten af tegen een klinische uitkomstmaat en (3) de kostenminimeringsstudie, hierbij wordt gekeken welke behandeling het goedkoopst is. Er zijn verschillende kwaliteitsaspecten aan een economische evaluatie. Hierover wordt meer verteld in dit hoofdstuk.
S. van Dieren, A. M. Eskes

13. Conjoint analyse

Samenvatting
Conjoint analyse (CA) is een verzamelnaam voor het discrete choice experiment, preferentieonderzoek of de vignettenstudie. De verschillende beschrijvingen van dit design verklappen al dat het in dit onderzoekdesign vooral draait om voorkeuren, waarderingen en het maken van keuzes. De conjoint analyse wordt in zorgonderzoek gebruikt om voorkeuren van een patiënt of zorgverlener die van invloed zijn op besluitvorming in kaart te brengen. Met filmpjes, foto’s en casussen kunnen participanten hun voorkeuren kenbaar maken – zelfs als deze voor hen nog onduidelijk zijn. Het design heeft in het kader van shared decision-making en procesoptimalisatie veel potentie, maar geniet nog niet veel bekendheid onder verpleegkundig onderzoekers.
C. J. van Oostveen

Kwalitatief onderzoek

Voorwerk

14. Inleiding in kwalitatief onderzoek

Samenvatting
Kwalitatief onderzoek gaat over het verzamelen van data over hoe mensen geleefde ervaringen interpreteren en betekenis geven aan die ervaringen in de context waarin ze zich bewegen. Net zoals in kwantitatief onderzoek omvat kwalitatief onderzoek een verscheidenheid aan onderzoeksbenaderingen en meer generieke designs. In dit inleidende hoofdstuk schetsen we de waarde van kwalitatief onderzoek voor de verpleegkundige zorg, waarna we in de vervolghoofdstukken van dit deel nader ingaan op de verschillende kwalitatieve benaderingen en designs.
C. J. van Oostveen

15. Fenomenologisch onderzoek

Samenvatting
Fenomenologisch onderzoek beoogt een verschijnsel te beschrijven zoals mensen het in hun dagelijks leven ervaren. De ‘geleefde ervaring’, dat wil zeggen hoe mensen een situatie of verschijnsel ervaren en er betekenis aan geven, staat centraal in het onderzoek. Het doel is op basis van de ervaringen van meerdere mensen de essentie van het fenomeen te beschrijven. Voorop staat het recht doen aan de ervaringen van de participanten. Hun inbreng is zo belangrijk dat ze ook wel als medeonderzoekers worden beschouwd. Van de onderzoekers zelf wordt verwacht dat zij de eigen vooronderstellingen en aannames als het ware tussen haakjes plaatsen om zo maximaal open te staan voor het verhaal van de participanten. De fenomenologische onderzoeksbenadering start bij het verhaal van de participanten en kent een thematische aanpak. Gegidst door het te onderzoeken verschijnsel worden betekenisvolle fragmenten geselecteerd en gecategoriseerd en vervolgens gedetailleerd beschreven.
M. C. Kars

16. Grounded theory-onderzoek

Samenvatting
De grounded theory (GT) is een kwalitatieve onderzoeksmethode die enerzijds gekenmerkt wordt door een open benadering en anderzijds een systematiek voor analyse heeft. Het belangrijkste doel van GT is het systematisch genereren van een verklarende theorie gebaseerd op de verzamelde data uit de werkelijkheid. Het gaat verder dan alleen het beschrijven van thema’s. Er wordt namelijk ook gezocht naar verbanden tussen thema’s waaruit één hoofdthema wordt gegenereerd.
M. C. de Korte-Verhoef

17. Etnografisch onderzoek

Samenvatting
Etnografische methoden worden steeds meer toegepast binnen onderzoek naar verpleegkundigen en verpleegkundig werk. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om beter te begrijpen wat verpleegkundigen doen in de dagdagelijkse zorgpraktijk en hoe zij daarmee bijdragen aan (de organisatie van) de kwaliteit en veiligheid van zorg. Bij een etnografisch onderzoek wordt een praktijk ‘van binnenuit’ onderzocht door middel van (vooral) observaties en diepte-interviews. In dit hoofdstuk bespreken we waarom etnografische onderzoeken van onschatbare waarde zijn voor het verbeteren van de organisatie en uitvoering van veilige en kwalitatief hoogstaande verpleegkundige zorg. Daarnaast geven we handvatten voor het uitvoeren van etnografisch onderzoek.
M. Felder, I. Wallenburg, S. C. Kuijper, R. A. Bal

18. Multiple case study

Samenvatting
In het multiple-case-study-design wordt vanuit een kwalitatieve onderzoeksvraag een aantal cases in drie fasen systematisch geanalyseerd. Het doel van een multiple case study is tot een beter begrip van, of dieper inzicht in, het onderzoeksonderwerp te komen. Zo kunnen bijvoorbeeld psychosociale processen (het onderzoeksonderwerp) worden bestudeerd in verschillende verschijningsvormen binnen verschillende cases met verschillende contexten en verschillende personen. Het inzicht in het verloop van deze processen en in de factoren die de processen beïnvloeden, draagt bij aan een betere beroepsuitoefening en aan theorievorming over het onderzoeksonderwerp.
J. T. P. Dobber

19. Rapid kwalitatief onderzoek (RADaR-techniek)

Samenvatting
Het traditionele kwalitatieve onderzoek wordt soms als te tijdsintensief ervaren. Dat geldt zeker in situaties waarin plotselinge veranderingen optreden en snel inzicht in ervaringen of voorkeuren gewenst is. Het is dan van belang om wel een gedegen en systematische analyse te doen om tot conclusies en adviezen te komen, maar dan sneller dan anders. De Rapid and Rigorous Qualitative Data Analysis Technique for Applied Research (RADaR) is een snelle kwalitatieve analysetechniek, die in dergelijke situaties tijdige en betrouwbare resultaten biedt.
I. P. Jongerden, J. M. Maaskant, A. M. Eskes

20. Learning histories

Samenvatting
De learning history is een actiegeoriënteerde onderzoeksmethode afkomstig van MIT, Society of Organizational Learning. Deze methode helpt organisaties hun collectieve geheugen te organiseren, en zo beter te leren van in het verleden gemaakte fouten en behaalde successen. Met deze successen en fouten, ook wel remarkable findings genoemd wordt een ‘learning history’ opgesteld. Deze komt tot stand aan de hand van interviews met betrokkenen uit alle lagen van de organisatie. Met de informatie uit de interviews genereren de onderzoekers met alle participanten een eindproduct in de vorm van een ‘verhaal’, de learning history. Met de learning history kunnen organisaties leren van het verleden. Het is de kracht van de learning history dat elke participant zijn of haar kant van het verhaal herkent in de tekst, zich gehoord voelt, en ook begrijpt hoe anderen tot bepaalde inzichten zijn gekomen.
H. Schalkwijk, K. D. Martini, G. A. C. Smid, P. C. B. Lalleman

Mixed-methods

Voorwerk

21. Inleiding in mixed-methods-onderzoek

Samenvatting
In mixed-methods-onderzoek worden designs uit de kwantitatieve wereld en de kwalitatieve wereld gecombineerd of gemixt. Het wordt gebruikt om complexe interventies te evalueren en wordt nog gezien als een relatief nieuwe onderzoeksbenadering. Het is heel geschikt om verpleegkundige zorg te evalueren, omdat dit per definitie complexe interventies zijn. In dit inleidende hoofdstuk lichten we mixed-methods-onderzoek nader toe en in de vervolghoofdstukken van dit boekdeel besteden we aandacht aan bekende mixed-methods-onderzoekdesigns.
C. J. van Oostveen

22. Complexe interventies onderzoeken met het MRC-framework

Samenvatting
Complexe interventies bestaan uit meerdere componenten waarbij verschillende organisaties of zorgverleners betrokken zijn. In dit hoofdstuk worden complexe interventies toegelicht aan de hand van de Cardiologische Zorgbrug. In deze verpleegkundig gecoördineerde interventie voor kwetsbare, oudere cardiologische patiënten zijn het cardiologische en geriatrische team in het ziekenhuis betrokken en werken de wijkverpleegkundige, de fysiotherapeut en een apotheker samen in de thuissituatie. Het doel is om heropname en overlijden te verminderen binnen zes maanden na ontslag. Complexe interventies vragen om een uitgebreidere aanpak in uitvoering en evaluatie dan interventies met één component. Hiervoor wordt vaak gebruikgemaakt van het Medical Research Council (MRC)-framework. Dit framework bestaat uit vier fases: de ontwikkeling, pilot, evaluatie en implementatie. Daarnaast is het bij complexe interventies belangrijk dat, naast het onderzoeken van de effectiviteit, ook inzicht wordt verkregen in de werkzaamheid van de interventiecomponenten in de praktijk.
L. Verweij, P. Jepma

23. Q-methodologie

Samenvatting
Q-methodologie is een relatief onbekende onderzoeksmethode, die is ontwikkeld om houdingen over een onderwerp meetbaar te maken. Kenmerkend aan deze methode is dat het een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek is. Stellingen worden door participanten gerangschikt en deze ordening wordt kwantitatief geanalyseerd. De analyse van de toelichting door de participanten op de ordening gebeurt kwalitatief. Het resultaat van een Q-methodologische studie is een aantal verschillende perspectieven over het desbetreffende onderwerp. Er zijn relatief weinig participanten nodig, maar daarom kan de verdeling van de perspectieven binnen de groep niet worden gegeneraliseerd naar een grote groep. Een Q-studie laat vooral zien welke uiteenlopende opvattingen er bestaan over een onderwerp. Deze bieden aanknopingspunten voor de praktijk in de patiëntenzorg of het onderwijs. In dit hoofdstuk worden de stappen van een Q-studie uitgelegd aan de hand van een onderzoek naar opvattingen van verpleegkundigen over zelfmanagementondersteuning.
S. M. van Hooft, A. L. van Staa

24. Delphi-onderzoek

Samenvatting
In een Delphi-onderzoek wordt op een systematische manier (de mate van) consensus bepaald onder experts over een specifiek onderwerp. Vaak gaat het over een onderwerp waar nog weinig over bekend is. Consensus is een vooraf vastgesteld minimum aan participanten dat het eens is over een bepaald onderwerp. Het bepalen van consensus gebeurt in meerdere ronden. De hoeveelheid rondes varieert. Deelname is (quasi) anoniem, waardoor het effect van erg sterke stemmen in een expertgemeenschap afvlakt. Tijdens de rondes kunnen de participanten ook feedback geven of eigen items inbrengen, die kunnen worden meegenomen in volgende rondes.
B. Hengeveld, A. M. Eskes

25. Realist evaluation

Samenvatting
De ‘realist evaluation’ richt zich op de aanwezige context en de onderliggende mechanismen en probeert te verklaren waarom een complexe interventie werkt (of juist niet). Belangrijke vragen zijn dan ook wat werkt, voor wie, in welke mate, in welke context, over welke periode en waarom? Met een realist evaluation probeer je een antwoord te vinden op deze vragen met het formuleren van een programmatheorie; het geheel aan veronderstellingen waarom gedacht wordt dat een interventie effect heeft. Met een voorbeeld van een realist evaluation naar een zorgprogramma wordt dit design uitgelegd en toegepast.
P. C. B. Lalleman, J. Engel, I. Wolbers

26. Participatief actieonderzoek

Samenvatting
Actieonderzoek draagt bij aan kennis die van belang is voor vraagstukken uit de beroepspraktijk. Het kenmerkt zich door een cyclische structuur, participatie van belanghebbenden, de gerichtheid op verandering, het gebruikmaken van meerdere perspectieven en reflexiviteit. Het belangrijkste voordeel is dat kennisontwikkeling en praktijkverbetering samen opgaan en implementatie van verandering daarmee vanaf het prille begin samen opgaat met het doen van onderzoek. Nadelen zijn dat het naast onderzoekskwaliteiten ook procesbegeleidingskwaliteiten vraagt van de actieonderzoeker, tijdrovend is en geen vast format voor de verslaglegging heeft waardoor het voor de beginnende onderzoeker nogal uitdagend kan zijn.
G. C. Jacobs

Literatuuronderzoek

Voorwerk

27. Inleiding in (systematisch) literatuuronderzoek

Samenvatting
Literatuuronderzoek is wellicht een van de meest waardevolle onderzoekdesigns voor verpleegkundigen die werkzaam zijn in de praktijk. Goed uitgevoerde literatuurstudies geven in één overzicht alle beschikbare literatuur weer over een bepaald onderwerp of zorgprobleem en helpen bij evidence-based besluitvorming. In dit inleidende hoofdstuk geven we meer inzicht in het belang van literatuuronderzoek en de (wetenschappelijke) waardering ervan. Literatuuronderzoek bestaat uit veel verschillende varianten; een aantal van deze varianten die belangrijk zijn voor de verpleegkundige zorg lichten we in de vervolghoofdstukken van dit boekdeel verder toe.
A. M. Eskes

28. Systematic reviews van interventieonderzoek

Samenvatting
Systematic reviews, in het Nederlands systematische literatuuroverzichten genoemd, geven een overzicht van het wereldwijd beschikbare bewijsmateriaal (evidence) over een bepaalde (be)handeling. Deze literatuuronderzoeken zijn bedoeld om een overzicht te krijgen van wat er bekend is over dat onderwerp, wat handig is om zo goed mogelijke zorg te kunnen leveren in de dagelijkse praktijk. In zo’n literatuuroverzicht kunnen de resultaten uit de afzonderlijke studies die in de review zijn opgenomen opgeteld worden (‘gepoold’): de zogenoemde meta-analyse. Hierdoor kunnen vaak sterkere uitspraken gedaan worden over de effectiviteit van een behandeling of diagnostische test. Desondanks is het goed om kritisch naar een systematic review te kijken (‘critical appraisal’) want ook deze, vaak sterke vorm van bewijskracht kent zijn voor- en nadelen.
D. T. Ubbink, H. Vermeulen

29. Umbrella reviews

Samenvatting
Umbrella reviews, ook wel meta-reviews genoemd, geven een beschrijving van meerdere afzonderlijke systematic reviews (SR’s). Deze richten zich op behandelmogelijkheden (bijvoorbeeld verpleegkundige interventies om te stoppen met roken) en uitkomsten voor één zorgprobleem of ziekte (bijvoorbeeld hart- en vaatziekten). Zo kan er bijvoorbeeld in één artikel zowel aandacht besteed worden aan de preventie alsook aan de behandeling van een ziekte. Goede systematisch uitgevoerde umbrella reviews geven de resultaten van alle beschikbare SR’s weer en zijn daardoor bruikbaar voor verpleegkundigen in de dagelijkse klinische praktijk.
A. M. Eskes, H. Vermeulen

30. Integrative reviews

Samenvatting
Integrative reviews richten zich vaak op een complex zorgprobleem. Ze bieden de mogelijkheid om een diversiteit aan wetenschappelijke onderzoeken met verschillende designs (zowel praktijk- als theoriegericht onderzoek) met elkaar in verband te brengen. Hierdoor is het mogelijk om een complex zorgprobleem vanuit meerdere perspectieven te bekijken. Goede systematisch uitgevoerde integrative reviews geven de best beschikbare evidence weer, dragen bij aan de ontwikkeling van theorieën en zijn vervolgens direct bruikbaar in de praktijk en beleid.
A. M. Eskes, L. Schoonhoven

31. Scoping reviews

Samenvatting
De scoping review is een prille, maar opkomende onderzoeksmethode in het verpleegkundig onderzoek. Een scoping review is een vorm van kennissynthese, waarbij een verkennende onderzoeksvraag leidt tot een inventarisatie van sleutelconcepten, soorten bewijsmateriaal en hiaten in onderzoek met betrekking tot een onderwerp. Dit gebeurt door systematisch zoeken, selecteren en samenvoegen van bestaande kennis, vanuit verschillende bronnen. Scoping reviews zijn zeer geschikt om brede praktijkvraagstukken op nieuwe terreinen te beantwoorden. Dit maakt de scoping review een waardevolle methode in verpleegkundig onderzoek. Vraagstukken uit de praktijk gaan immers niet enkel over effectiviteit van behandelingen en interventies, maar veel vaker over complexe, multifactoriële fenomenen die zich moeilijk lenen voor systematisch literatuuronderzoek van kwantitatief onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan vragen zoals: ‘Wat is er bekend over mogelijke manieren waarop verpleegkundige zorg kan bijdragen aan zelfredzaamheid bij thuiswonende ouderen?’
J. M. M. Meijers, S. R. Bolt

32. Systematic reviews van diagnostische studies

Samenvatting
Met systematic reviews (SR) van diagnostische studies wordt met resultaten uit meerdere primaire studies de accuraatheid van diagnostische tests onderzocht. Het doel daarvan is een overzicht en uitsluitsel te geven van de waarde van een bepaalde diagnostische test. Dat maakt dat SR’s van grote waarde zijn voor (inter)nationale richtlijnen. Echter, zowel de kwaliteit van de SR als de kwaliteit van onderliggende primaire studies is zeer belangrijk bij het interpreteren van het resultaat van de SR naar diagnostische tests en daarmee de toepasbaarheid van de test in de praktijk.
M. van den Boogaard

Nawerk

Meer informatie

Extras