Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Voor veel mensen is sport onderdeel geworden van het dagelijks leven. Sporten heeft veel voordelen: fysieke inspanning vormt een goede compensatie van een passieve leefstijl. Daar staat echter tegenover dat in bepaalde takken van sport gemakkelijk blessures ontstaan. Bij 'bovenhandse sporten' zoals tennis, volleybal en zwemmen bestaat er risico op overbelasting van de schouder. Bij contactsporten zoals voetbal, ijshockey en rugby ziet men eerder schouderletsels door traumata. Schouderblessures worden dan ook regelmatig onderzocht en behandeld in de huisartsen- en fysiotherapiepraktijk.

Dit boek beschrijft orthopedische casuïstiek van veelvoorkomende sportblessures van de schouder. Besproken worden onder andere: glenohumerale instabiliteit, de schouderluxatie, labrumletsels, acromioclaviculaire bandletsels, spierscheuren en contusies.

Zoals gebruikelijk in de boekenreeks van Orthopedische Casuïstiek wordt ieder onderwerp besproken aan de hand van patiëntencasuïstiekuit de dagelijkse praktijk.

De tekst is rijk geïllustreerd met educatieve tekeningen en foto's. De bijlagen achterin het boek tonen handige overzichten van testen en oefeningen die van belang zijn bij het onderzoek en de behandeling van de schouder.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Introductie
Er zijn vele takken van sport waarbij blessures ontstaan van het schoudergewricht. Dit geldt in het bijzonder voor de bovenhandse sporten. Dat komt doordat bij deze sporten veelvuldig de eindstanden van het gewricht worden bereikt. Instabiliteit van het schoudergewricht is vaak het gevolg. Het is een veel voorkomende en beruchte sportblessure bij werpers, racketsporters, volleyballers en zwemmers. In dit hoofdstuk wordt de anatomie van de schouder beschreven: vooral de structuren die van belang zijn voor het stabiliseren van de schouder krijgen veel aandacht. De functionele anatomie van het schoudergewricht, de rotatorcuffmusculatuur, de ligamenten en het labrum glenoidale wordt getoond met hulp van illustraties en toegelicht met een korte beschrijving.
Koos van Nugteren

2. Hevige pijn ter hoogte van de schoudertop als gevolg van een forse schouderduw, bij een 23-jarige topvoetballer

Introductie
Het verhaal van een topvoetballer met acute schouderpijn, ontstaan door een forse schouderduw tijdens een voetbaltraining. De casus maakt duidelijk dan niet alleen het humeroscapulaire gewricht maar ook andere schoudergewrichten de oorzaak kunnen zijn bij schouderpijn. Er wordt een tapetechniek getoond die gebruikt kan worden bij het behandelen van dein dit hoofdstuk beschreven veelvoorkomende aandoening.
Dos Winkel, Koos van Nugteren

3. Addendum: ligamentletsels van het acromioclaviculaire gewricht

Introductie
De bouw van het acromioclaviculaire gewricht (AC-gewricht) verschilt sterk per individu; er zijn variaties in grootte en vorm, maar ook in de oriëntatie van de gewrichtsspleet ten opzichte van de ruimte. De ligamentaire stabiliteit wordt ondersteund door twee belangrijke spieren, namelijk de m. deltoideus en het pars descendens van de m. trapezius. Het hoofdstuk bevat illustraties en beschrijvingen van het ligamentaire en musculaire stabiliserende systeem. Er wordt een onderverdeling gemaakt in zes verschillende typen rupturen oplopend van een overrekking tot ernstige gecompliceerde luxaties. Verder wordt duidelijk gemaakt welke (sport)ongevalmechanismen acromioclaviculaire rupturen kunnen veroorzaken en wat de beste therapie is.
Koos van Nugteren, Dos Winkel

4. Een 21-jarige tennisser met pijn in de rechterschouder tijdens serveren en smashen

Introductie
Overbelastingblessures van de schouder ontstaan vaak tijdens bovenhandse sportactiviteiten. De in deze casus beschreven tennisser voelt steeds pijn in de schouder tijdens serveren en smashen. Dat komt doordat het schoudergewricht bij deze techniek zich in een eindstandige positie bevindt, ook wel late cocking positie genoemd. Hierbij worden ligamenten, labrum en musculatuur vaak maximaal belast. Allerlei typen letsel zijn hierdoor mogelijk.
De casus wordt gevolgd door een overzicht van stabiliteitstesten die men kan gebruiken om een inschatting te maken welke structuur is aangedaan. Het hoofdstuk beschrijft verschillende typen instabiliteit zoals TUBS, AMBRI en AIOS. Verder wordt onderscheidt gemaakt tussen intern en extern impingementsyndroom. Ten slotte wordt een oefenprogramma beschreven ter behandeling van het type instabiliteit bij deze tennisser.
Dos Winkel, Koos van Nugteren

5. Een 24-jarige hockeyspeelster met een schouderontwrichting

Introductie
Het verhaal van een hockeyspeelster die ongelukkig op haar arm valt. Een letsel in het schoudergewricht maakt de schouder instabiel. De vraag is of zij moet worden geopereerd of conservatief kan worden behandeld; deze casus maakt duidelijk welke afwegingen moeten worden gemaakt hiervoor. Verder worden enkele operatietechnieken beschreven. Het hoofdstuk eindigt met een revalidatieprogramma.
Olivier Verborgt, Koos van Nugteren

6. Hevige schouderpijn tijdens het serveren bij een 29-jarige tennisspeelster

Introductie
Bij tennis worden enorme krachten gegenereerd tijdens de opslag en bij smashen. Niet zelden resulteert dit in een letsel of instabiliteit van de schouder. Deze casus beschrijft weer een ander type letsel dan die uit de voorgaande casuïstiek. In dit geval is de bicepspees betrokken bij de gevonden vorm van pathologie.
Er worden vier verschillende gradaties van dit type letsel beschreven en de afwegingen die een orthopedisch chirurg moet maken bij een eventueel noodzakelijke operatie.
Olivier Verborgt, Koos van Nugteren

7. Posterieure schouderpijn tijdens het werpen bij een 26-jarige badmintonspeler

Introductie
Dit hoofdstuk beschrijft weer het verhaal van een bovenhandse sporter met schouderpijn. Opvallend hierbij is dat de pijn geleidelijk is ontstaan en zich aan de posterieure zijde van het schoudergewricht bevindt. De casus toont anatomische illustraties waarbij het ontstaansmechanisme van dit type schouderpijn in beeld wordt gebracht. Het hoofdstuk eindigt met een illustratie dat vijf veelvoorkomende typen schouderletsel toont, alle ontstaan door bovenhandse sportactiviteiten.
Koos van Nugteren, Dos Winkel

8. Pijn en krachtsverlies van de rechterschouder bij een 66-jarige tennisser na een val op de tennisbaan

Introductie
Een val op de schouder kan allerlei gevolgen hebben. Ligamenten kunnen verrekken of scheuren, de schouder kan luxeren, zowel acromioclaviculair als glenohumeraal, botten kunnen breken en spieren of pezen kunnen scheuren. Het is de kunst om al deze vormen van pathologie van elkaar te onderscheiden en de juiste therapie toe te passen. Het zijn de ‘lagtesten’ die in dit hoofdstuk uitsluitsel geven over de diagnose. Niet zelden bestaat er twijfel over het al dan niet opereren van een letsel. Bij deze casus wordt zowel de conservatieve oefentherapie besproken als de operatieve behandeling inclusief revalidatie.
Koos van Nugteren

9. Persisterende klachten na een linkszijdige anterieure schouderluxatie door een voorwaartse val op het ijs

Introductie
Karakteristieke casus van een patiënt met een schouderluxatie en de problemen die daarna ontstaan. Niet zelden zal men de patiënt opereren wegens recidivering van de luxatie. Het hoofdstuk toont duidelijke beeldvormende opnamen met röntgenfoto’s, een tekening met daarop de letsels die door een luxatie kunnen ontstaan en een beschrijving van een artroscopische operatie inclusief het daaropvolgende revalidatieprogramma.
Koos van Nugteren

10. Een 24-jarige mountainbiker met hevige schouderpijn na een val van de fiets

Introductie
Een val op een uitgestrekte arm in anteflexie, adductie en endorotatie kan een luxatie van de schouder veroorzaken, maar in een andere richting dan gebruikelijk is: namelijk naar posterieur. Dit type luxatie wordt vaak gemist bij klinisch onderzoek. Zelfs op röntgenfotoös is deze vorm van schouderluxatie lang niet altijd zichtbaar. Soms wordt ten onrechte de diagnose ‘frozen shoulder’ gesteld. Klinische testen en de conservatieve behandeling van posterieure instabiliteit worden in dit hoofdstuk besproken aan de hand van een concrete patiëntencasus.
Patty Joldersma

11. Addendum: schouderluxatie

Introductie
Dit hoofdstuk gaat diep in op de meest voorkomende typen schouderluxatie. Besproken worden onder andere de risicofactoren, etiologie, symptomen, het onderzoek en verschillende testen die men kan gebruiken om het type instabiliteit te bepalen dat resteert na een luxatie. Illustraties tonen valmechanismen waarbij de schouder luxeert en in welke richting de luxatie dan optreedt. Drie foto’s tonen de karakteristieke houdingen van een patiënt waarbij luxatie van het schoudergewricht is opgetreden. Iedere foto toont een luxatie in een andere richting. Verder beschrijft dit hoofdstuk de vele complicaties die tengevolge van een luxatie kunnen ontstaan. Ten slotte gaat dit hoofdstuk in op de therapie; wanneer dient men te opereren en wanneer kan men beter conservatief behandelen?
Patty Joldersma

12. Hevige schouderpijn, geleidelijk ontstaan enkele uren na een val op de ijsbaan

Introductie
Dit hoofdstuk beschrijft een fysiotherapeut die uren na een val op de schouder bijna ondraaglijke schouderpijn krijgt en vervolgens de eerste hulp bezoekt omdat hij vermoedt dat er iets ernstigs aan de hand is. Het vreemde is echter dat hij de eerste uren na de val weinig last had van de schouder.
Koos van Nugteren

13. Een 26-jarige man met recidiverende rupturen van de m. pectoralis major

Introductie
Het verhaal van een patiënt die in de loop van zeven jaar verschillende keren tijdens bankdrukken een pijnscheut rond de oksel krijgt. Het blijkt een letsel te zijn dat vooral gezien wordt bij personen die doen aan bankdrukken: een ruptuur van de m. pectoralis major. Tot 25 jaar geleden werd dit letsel zelden gezien. Het einde van het hoofdstuk beschrijft wat – volgens de meest recente literatuur – bekend is over deze aandoening.
Koos van Nugteren

Nawerk

Meer informatie