Dit praktijkgerichte boek besteedt uitgebreid aandacht aan de diagnostiek en behandeling van veel voorkomende blessures van de schouder. De blessures worden beschreven aan de hand van concrete patientencasuistiek. Nieuwe wetenschappelijke inzichten met betrekking tot de therapie worden vertaald naar concrete oefenprogramma's.
Pijn in de pols is vaak moeilijk klinisch te diagnosticeren. Niet zelden wordt bij vage polsklachten de pseudodiagnose RSI of KANS gebruikt. Toch bestaan er allerlei differentieerbare orthopedische aandoeningen, zoals scafolunaire instabiliteit (DISI), scafoïdfractuur, necrose van het os lunatum (ziekte van Kienböck), letsel van het triangulaire fibrocartilagineuze complex (TFC-complex), letsel van de hamulus ossis hamati of compressie in het kanaal van Guyon. De patiënt uit deze casus was jarenlang keeper in een hockeyteam en viel dus frequent op zijn handen. De pijn in zijn pols is iets ulnair van het midden gelokaliseerd. Wat kan hier aan de hand zijn?
Sporten waarbij men met maximale kracht een bal moet werpen of slaan, zijn riskant voor diverse anatomische structuren in schouder en elleboog. Er worden enorme krachten gegenereerd die – bij een slechte techniek of bij onvoldoende sterkte van het weefsel – letsel kunnen veroorzaken in spier, pees, ligament of zelfs bot. De eerste casus gaat over een honkballer met acute pijn in het distale deel van de bovenarm, ontstaan tijdens het werpen van een bal. Ondanks hevige pijn gedurende de eerste zeven weken na het trauma is nog steeds niet duidelijk wat er aan de hand is. Uiteindelijk wordt het letsel toch gevonden: de diagnose is zeer verrassend.
Het klassieke verhaal van een 51-jarige vrouw met elleboogpijn ontstaan door tennis. De casus wordt gevolgd door de laatste stand van zaken voor wat de therapie bij een tenniselleboog betreft. Moet je nu wel of niet – excentrische – spierversterkende oefeningen geven?
Een powerlifter die zeer intensief traint met zware gewichten, krijgt laterale elleboogpijn. Is hier nu sprake van een klassieke tenniselleboog, of is er meer aan de hand? Het verhaal achter de casus laat zien dat de diagnose ‘tenniselleboog’ niet te gemakkelijk gesteld mag worden. Goed klinisch onderzoek, dat niet alleen gericht is op het aantonen of uitsluiten van een tenniselleboog, blijkt weer uiterst belangrijk te zijn voor het stellen van de juiste diagnose.
Een voetballer valt door een tackle van de tegenstander en ontwricht zijn elleboog. Hij wordt direct naar het ziekenhuis gebracht. De casus maakt duidelijk wanneer bij een elleboogluxatie conservatief beleid wordt gevolgd en wanneer geopereerd moet worden. Het slot van de casus toont een revalidatieprogramma dat gebruikt kan worden na een elleboogluxatie.
Weer een verhaal van laterale elleboogpijn die geleidelijk is ontstaan, ditmaal bij een golfer. Uiteraard mag men hierbij niet aan een golferselleboog denken: bij de golferselleboog zit de pijn immers aan de mediale zijde: een tenniselleboog is veel waarschijnlijker bij deze golfer. De pijn neemt acuut toe door een krachtige slag met de golfclub in de grond. De pijn is zo hevig, dat de patiënt naar het ziekenhuis wordt gebracht. De vraag is welk letsel deze hevige pijn veroorzaakt.
Bij veel sporten loopt men risico te vallen en moet men proberen te voorkomen dat men valt. Bij sommige sporten, zoals judo, is het juist de bedoeling de tegenstander te laten vallen: het is dus niet verwonderlijk dat veel arm- en handblessures tijdens judowedstrijden ontstaan. De 14-jarige judoka van deze casus valt, hoort een ‘krak’ in de elleboog en wordt met hevige pijn naar het ziekenhuis gebracht. De röntgenfoto is echter negatief…
Acute pijn aan de mediale zijde van de elleboog tijdens het speerwerpen suggereert een mediaal bandletsel; de mediale ligamenten worden immers zwaar belast tijdens de worp. Bij deze studente is echter na drie maanden nog steeds geen herstel opgetreden. Er blijkt meer aan de hand te zijn.
Powerliften is een krachtsport bestaande uit drie onderdelen: kniebuigen, deadliften en bankdrukken. Bij al deze onderdelen worden enorme krachten gegenereerd door de musculatuur. Pezen, peesaanhechtingen en bot worden tot het uiterste belast. Bij een goede opbouw van de training zullen deze structuren steeds sterker worden. Soms echter gaat er iets mis. Deze bankdrukker komt met een opmerkelijke klacht: tijdens kampioenschappen worden zijn beurten steeds afgekeurd omdat hij zijn ellebogen niet goed kan strekken; eindstandige strekking provoceert pijn. Wat is hier aan de hand?
Als in de tienerjaren overbelastingsblessures ontstaan, dient men te denken aan andere aandoeningen dan bij volwassenen. Er kunnen, anders dan bij volwassenen, aandoeningen ontstaan in het groeiende, kraakbenige bot. Groeiend bot is minder belastbaar dan ‘volwassen’ botweefsel. Soms zijn groeischijven aangedaan, en soms aanhechtingsplaatsen van pezen: de apofysen. Deze 14-jarige tennisspeelster krijgt last van het ellebooggewricht. De aandoening blijkt voor deze vrouw nog gevolgen te hebben op 30-jarige leeftijd: een casus met een ongebruikelijk lange follow-up.
Motorracen is een gevaarlijke sport, vooral voor wat het risico op vallen betreft. Men verwacht niet zo snel overbelastingblessures. Tocht lijkt bij deze patiënt overbelasting van de onderarm te ontstaan tijdens motorracen: hoe langer hij op de motor zit, des te erger wordt de pijn. Wat kan hier precies aan de hand zijn?
Sommige aandoeningen komen regelmatig voor maar worden vaak niet herkend door artsen of fysiotherapeuten. Zo ook bij deze patiënt met pijn in de onderarm na afloop van een roeiwedstrijd. Er blijkt hier meer aan de hand te zijn dan alleen spierpijn.
Een mountainbiker vliegt over de kop en blesseert bij het neerkomen zijn elleboog. Hij is ervan overtuigd dat de arm gebroken is, maar de röntgenfoto is negatief. Toch blijft hij in de daaropvolgende weken veel last houden van de elleboog. Wat is er mis?
Pijn in de pols is vaak moeilijk klinisch te diagnosticeren. Niet zelden wordt bij vage polsklachten de pseudodiagnose RSI of KANS gebruikt. Toch bestaan er allerlei differentieerbare orthopedische aandoeningen, zoals scafolunaire instabiliteit (DISI), scafoïdfractuur, necrose van het os lunatum (ziekte van Kienböck), letsel van het triangulaire fibrocartilagineuze complex (TFC-complex), letsel van de hamulus ossis hamati of compressie in het kanaal van Guyon. De patiënt uit deze casus was jarenlang keeper in een hockeyteam en viel dus frequent op zijn handen. De pijn in zijn pols is iets ulnair van het midden gelokaliseerd. Wat kan hier aan de hand zijn?
Skiën is een risicosport voor knieën, maar zeker ook voor handen. Dat ervaart deze 39-jarige chirurg als hij ongelukkig op zijn handen terechtkomt bij een val op de skipiste. Oorzaak van het handletsel is vermoedelijk de skistok die hij tijdens de val stevig blijft vasthouden. Hij blesseert zijn duim en de diagnose is dan ook prompt: ‘skiduim’. Dit is de meest voorkomende blessure van de bovenste extremiteit bij skiërs.
Wat is een skiduim precies en hoe onschuldig is het? Uit deze casus blijkt dat niet iedere skiduim hetzelfde is: een bepaald type skiduim leidt onbehandeld zelfs tot definitieve instabiliteit van het metacarpofalangeale-I-gewricht.
De mountainbiker uit deze casus had vaak nekpijn. Tijdens een fietsvakantie in de bergen kreeg hij last van tintelingen en krachtverlies in de handen. Hij was arts van beroep en dacht direct dat er sprake was van een cervicobrachialgie. Het probleem bevond zich echter op een heel andere plaats en komt veel voor onder mountainbikers en wielrenners.
Een casusbeschrijving van een rugbyspeler met een blessure aan zijn vingertop. Een rugbyspeler zou dit kunnen ervaren als een lichte blessure. Er blijkt echter sprake te zijn van een letsel dat bijna altijd moet worden geopereerd.
Dit hoofdstuk gaat dieper in op de jersey finger of ruptuur van de pees van de m. flexor digitorum profundus ter plaatse van zijn insertie.
Besproken worden onder andere de anatomie van de vingers, classificatie van verschillende types rupturen, de diagnostiek, en de therapie. Verder wordt een revalidatieprogramma beschreven zoals dat kan worden toegepast na een operatieve behandeling.
Sommige typen letsels zijn zeldzaam onder een gemiddelde populatie maar komen juist veel voor bij mensen die een bepaalde sport beoefenen. Dat geldt in het bijzonder voor klimmers. Klimmen in een klimhal (met touw) of boulderen (zonder touw) wint de laatste jaren aan populariteit. Het zal duidelijk zijn dat de vingers het soms zwaar te verduren krijgen.