Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Bijna een derde van de Nederlandse bevolking heeft regelmatig of vaak last van slapeloosheid. Slapeloosheid houdt in dat je moeite hebt om in slaap te komen en lang wakker ligt. Ook kan het voorkomen dat je in de loop van de nacht meerdere malen wakker wordt. We spreken van een slaapprobleem wanneer de slapeloosheid niet vanzelf overgaat en klachten oplevert in het functioneren overdag. Wat zijn de kenmerken van chronische slapeloosheid? Wat zijn veelvoorkomende oorzaken? En welke behandelmethoden kunnen toegepast worden? De auteurs geven antwoord op deze vragen, en laten zien wat cognitieve gedragstherapie voor insomnie inhoudt. Zij nemen het slaapgedrag onder de loep en bespreken mogelijke aanpassingen, met het doel om de kans op goed in- en doorslapen te vergroten. Omgaan met slapeloosheid is een nieuw deel in de reeks Van A tot ggZ. Deze reeks is geschikt voor iedereen die te maken heeft met psychische of sociale problemen, zowel voor de betrokkenen zelf als voor de omgeving. De boeken worden veelvuldig gebruikt door (huis)artsen, psychologen, psychiaters, psychotherapeuten, hulpverleners, maatschappelijk werkers en andere professionals in de gezondheidszorg. Niet alleen om zelf meer inzicht te krijgen in de verschillende problemen en hoe mensen deze beleven, maar vooral om hun cliënten voor te lichten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Normale slaap: kenmerken en verschillen tussen mensen

Dit boekje biedt een overzicht van de mogelijke behandelingen van slapeloosheid. Slapeloosheid, ook wel insomnie genoemd, is de meest voorkomende slaapstoornis en treft ongeveer een op de tien mensen. In de verschillende behandelingen van slapeloosheid speelt inzicht in de normale slaap en de manier waarop die tot stand komt een grote rol. In dit hoofdstuk komt aan de orde hoe slaap gestuurd wordt door biologische mechanismen, welke kenmerken slaap heeft en in welke zin mensen daarin verschillen. Onderwerpen die besproken worden zijn: het normale slaappatroon, dutjes, kort- en langslapers, de invloed van de biologische klok op de slaap, en ochtend- en avondmensen.
Gerard Kerkhof, Marieke de Gier, Marthe Sernee

2 Wat is er met me aan de hand?

Laat in de avond - voor de ochtendmens iets vroeger, voor de avondmens iets later - is er de ideale combinatie van een hoge slaapdruk en een piek in het slaperigheidsritme, die ervoor zorgt dat de meeste mensen naar hun bed verlangen en zich enige tijd later aan de slaap overgeven. Dit laatste geldt niet zonder meer voor de mensen die lijden aan slapeloosheid. Dit hoofdstuk behandelt de symptomen van kortdurende en chronische slapeloosheid, het biedt een slaapdagboekje waarmee de slaper zich een beeld kan vormen over de belangrijkste kenmerken van zijn slaapgedrag, en tot slot volgt een kort overzicht van andere slaapstoornissen dan slapeloosheid.
Gerard Kerkhof, Marieke de Gier, Marthe Sernee

3 Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Dit korte hoofdstuk bespreekt de factoren die kunnen leiden tot chronische slapeloosheid. Individuele verschillen in stressgevoeligheid spelen hierin zeer waarschijnlijk een belangrijke rol, vooral in reactie op regelmatig optredende en ingrijpende gebeurtenissen, ofwel life events. Ook de zogenaamde instandhoudende factoren dragen bij aan het ontstaan van een vicieuze cirkel waarin slapelozen vaak gevangen zijn.
Gerard Kerkhof, Marieke de Gier, Marthe Sernee

4 Wat betekent slapeloosheid voor mij?

Wanneer je eenmaal een periode slecht slaapt, kunnen allerlei aspecten mee gaan spelen die de slaap verder negatief beïnvloeden. De slaap komt meer onder druk te staan en wordt steeds meer beladen. Allerlei negatieve gedachten zorgen ervoor dat je je gespannen en nerveus of gefrustreerd gaat voelen als het tijd is om naar bed te gaan. Je maakt je zorgen of je wel goed zult slapen en of je de volgende dag wel kunt werken. Ook kun je allerlei gedrag gaan ontwikkelen, zoals vroeger naar bed gaan of slaapmedicatie achter de hand houden. Het slaapprobleem gaat steeds meer je leven beïnvloeden doordat je bijvoorbeeld geen afspraken meer durft te maken voor de avond of niet meer bij je partner in bed durft te slapen. Op allerlei manieren kun je in een negatieve spiraal terechtkomen waarbij je slaap steeds meer verslechtert en een chronisch probleem wordt. Gelukkig valt dit wel te voorkomen of te behandelen. In hoofdstuk 6 en 7 bespreken we dit verder.
Gerard Kerkhof, Marieke de Gier, Marthe Sernee

5 Wat betekent mijn slapeloosheid voor mijn omgeving?

Een slechte slaap treft niet alleen jezelf. Ook je partner, gezin, vrienden of collega’s kunnen met de gevolgen van jouw slechte slaap geconfronteerd worden. Door onder andere de concentratieproblemen en het energieverlies die het slechte slapen met zich meebrengt, is slaap voor jou een belangrijk onderwerp in je leven geworden. Je probeert je zo goed mogelijk op de nacht voor te bereiden, gaat een teveel aan prikkels in de avond uit de weg en vermijdt stress. Je draait zodoende niet meer op volle kracht mee op sociaal en professioneel vlak. Je maakt je bovendien zorgen en voelt je niet serieus genomen door de mensen om je heen. Zij begrijpen niet wat het is om niet te kunnen slapen. Het is daarom extra belangrijk om je grenzen op assertieve wijze kenbaar te maken aan je omgeving en te praten over wat er met je aan de hand is. Alleen dan kunnen anderen rekening met je houden.
Gerard Kerkhof, Marieke de Gier, Marthe Sernee

6 Behandelmogelijkheden

Dit hoofdstuk beschrijft verschillende behandelmethoden die de slaap kunnen verbeteren. De meeste methoden vallen onder de noemer ‘cognitieve gedragstherapie bij insomnie’. Voor een belangrijk deel leer je ermee hoe je de slaap, middels het veranderen van je gedrag ten aanzien van het (gaan) slapen en het kiezen van je bedtijden, positief kunt beïnvloeden. Helaas kunnen we slaap nooit helemaal afdwingen, maar wel kun je de omstandigheden optimaliseren. Meestal verbetert het slapen daardoor. Wanneer veel spanning, angst of frustratie een grote rol spelen bij het slaapprobleem, kan cognitieve therapie helpen om beter om te leren gaan met negatieve gedachten of emoties. Dat maakt de kans op ontspanning een stuk groter. Daarnaast is afbouw van slaapmedicatie erg belangrijk om de slaap te normaliseren. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden van lichttherapie bij het reguleren van de slaap-waakritmiek.
Gerard Kerkhof, Marieke de Gier, Marthe Sernee

7 Hoe nu verder?

Slapeloosheid is een uiterst ongewenst probleem, waar je graag snel vanaf wilt. Wanneer je echter heel erg je best doet om in slaap te vallen, wordt het slaapprobleem alleen maar groter. Het is daarom belangrijk om het slechte slapen in eerste instantie te accepteren en te leren hoe je met je beperkingen om kunt gaan, zodat het niet je hele leven negatief gaat beïnvloeden. Gelukkig kun je wel veel doen om je slaap op de lange termijn te verbeteren. Je kunt je slaapgedrag optimaliseren, ontspannings- en meditatieoefeningen doen, slaapmedicatie afbouwen en de timing van je slaap optimaliseren. Kom je er zelf niet uit, dan is het verstandig je huisarts te raadplegen. Deze kan je zonodig doorverwijzen naar een slaapcentrum. Slaag je er wel in je slaap te verbeteren, dan is het handig te weten hoe je een terugval kunt voorkomen.
Gerard Kerkhof, Marieke de Gier, Marthe Sernee

Nawerk

Meer informatie