Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek behandelt de meest voorkomende orthopedische aandoeningen van de schouder. Van iedere aandoening wordt een korte karakteristieke casus beschreven waarbij duidelijk gemaakt wordt hoe de aandoening kan worden herkend. Een goed klinisch onderzoek vormt hierbij de basis. De eerste hoofdstukken tonen overzichtelijk de uitvoering van het functieonderzoek en de toegevoegde testen die nodig zijn om een betrouwbare diagnose te kunnen stellen bij patiënten met schouderklachten. Bij iedere aandoening wordt een concreet en praktisch oefenprogramma beschreven en geïllustreerd.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Ligamentletsel van het acromioclaviculaire gewricht

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft een kenmerkende casus van een acromioclaviculair ligamentletsel met daarbij de bevindingen van het functieonderzoek en de belangrijkste klinische tests. De bespreking na de casus gaat dieper in op de oorzaken, de anatomie en de therapeutische mogelijkheden, waaronder een oefenprogramma, om het aangedane gewricht te stabiliseren.
Patty Joldersma, Koos van Nugteren

2. Oefenprogramma acromioclaviculair letsel

Samenvatting
In dit hoofdstuk tonen 46 illustraties het oefenprogramma dat wordt toegepast na een acromioclaviculair ligamentletsel. De oefeningen worden geleidelijk opgebouwd van zeer licht belast tot zwaar.
Patty Joldersma

3. Frozen shoulder (capsulitis adhaesiva)

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft een kenmerkende casus van de frozen shoulder met daarbij de bevindingen van het functieonderzoek en de belangrijkste klinische tests. De bespreking na de casus gaat dieper in op de oorzaken, de stadia, het beloop van de aandoening en de (oefen)therapeutische mogelijkheden om het gewricht te mobiliseren.
Patty Joldersma

4. Oefenprogramma frozen shoulder en glenohumerale artrose

Samenvatting
In dit hoofdstuk tonen 30 illustraties het oefenprogramma dat wordt toegepast bij de behandeling van een frozen schouder en glenohumerale artrose.
Patty Joldersma

5. Artrose van het glenohumerale gewricht

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft een kenmerkende casus van een glenohumerale artrose met daarbij de bevindingen van het functieonderzoek en de belangrijkste klinische test. De bespreking na de casus maakt duidelijk hoe de aandoening te differentiëren is van de frozen shoulder. Ten slotte worden de therapeutische mogelijkheden beschreven.
Patty Joldersma

6. Subacromiaal impingementsyndroom

Samenvatting
Hoofdstuk 6 bevat een casus van een patiënt met een impingementsyndroom. De term impingementsyndroom is enigszins verwarrend omdat het suggereert dat het een enkele aandoening is met een duidelijke oorzaak. Er kunnen echter verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen. Dit heeft consequenties voor de therapie die men kan toepassen om het probleem te verhelpen.
Jacintha Otten, Patty Joldersma, Arent Snaak

7. Oefenprogramma impingementsyndroom

Samenvatting
Een impingementsyndroom kan verschillende oorzaken hebben. Afhankelijk van de oorzaak wordt een therapie opgesteld. Een uniform oefenprogramma is dus eigenlijk niet mogelijk. Dit hoofdstuk toont de oefeningen die bij nagenoeg ieder type impingementsyndroom kunnen worden toegepast.
Jacintha Otten, Patty Joldersma

8. Rotatorcufftendinose

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de rotatorcufftendinose, een veel voorkomende oorzaak van het impingementsyndroom. In de bespreking wordt duidelijk uitgelegd hoe de rotatorenmanchet de grootte van de subacromiale ruimte kan beïnvloeden. Verschillende factoren spelen hierbij een rol.
Patty Joldersma

9. Spierversterkende oefeningen bij rotatorcufftendinose en artrose

Samenvatting
Dit hoofdstuk toont een uitgebreid oefenprogramma voor patiënten met een rotatorcufftendinose. De oefeningen worden duidelijk beschreven en getoond op 40 foto’s.
Patty Joldersma

10. Rotatorcuffrupturen

Samenvatting
Het glenohumerale gewricht is van zichzelf instabiel. Stabiliteit moet worden verkregen door contractie van rotatorcuffmusculatuur. Rupturen van rotatorcuffpezen verstoren in ernstige mate de functie van het gewricht. Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens een ruptuur van de m. supraspinatus, de m. infraspinatus, de m. subscapularis en tot slot de lange kop van de m. biceps brachii, een pees die in zekere zin ook tot de stabiliserende rotatorcuff behoort. In de bespreking worden de therapeutische mogelijkheden besproken.
Patty Joldersma, Jacintha Otten

11. Oefenprogramma rotatorcuffruptuur

Samenvatting
Kort na een rotatorcuffruptuur is de functie van de schouder in het algemeen zeer slecht. Vaak denkt men dat een operatie nodig is om de schouder te herstellen. Toch is het meestal mogelijk om met een heel geleidelijk opgebouwd oefenprogramma een groot deel van de schouderfunctie weer terug te krijgen. Dit hoofdstuk toont in 54 foto’s een dergelijk oefenprogramma.
Patty Joldersma

12. Anterieure schouderinstabiliteit

Samenvatting
Dit hoofdstuk bespreekt de casus van een tennisser die steeds schouderpijn ervaart bij de bovenhandse opslag. Het klinisch onderzoek toont eigenlijk een vrij goede schouderfunctie, totdat er stabiliteitstests worden uitgevoerd. De bespreking gaat uitgebreid in op de oorzaken en behandelmogelijkheden van schouderinstabiliteit.
Jacintha Otten, Patty Joldersma

13. Oefenprogramma anterieure instabiliteit

Samenvatting
Dit hoofdstuk toont een oefenprogramma ter behandeling van anterieure schouderinstabiliteit. De oefeningen worden ingedeeld in vijf groepen, ofwel de 5 P’s: oefeningen voor de pivoters, protectors, positioners, propellors en preparators.
Jacintha Otten

14. De werpschouder

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat wat dieper in op de manier waarop een bovenhandse werpsporter met anterieure schouderinstabiliteit kan worden behandeld.
Patty Joldersma

15. Oefenprogramma voor de werpsporter

Samenvatting
Dit hoofdstuk toont het oefenprogramma voor de bovenhandse werpsporter met anterieure schouderinstabiliteit.
Patty Joldersma

16. Het werp ABC

Samenvatting
Dit hoofdstuk toont werpoefeningen waarbij langzaam toegewerkt wordt naar de eenhandige worp met de schouder in late cocking position.
Patty Joldersma

17. Werptechniek

Samenvatting
Schouderblessures bij bovenhandse sporters ontstaan vaak door een verkeerd uitgevoerde techniek van gooien, opslaan of smashen. De illustraties in dit hoofdstuk tonen waar het vaak misgaat: de positie van de hand, het indraaien van de romp en de mate van retractie van de schouder. Verder wordt een aangepaste werptechniek getoond voor recreatieve sporters die steeds weer klachten krijgen als zij hun schouder in de late cocking-werphouding brengen.
Koos van Nugteren

18. Posterieure instabiliteit

Samenvatting
Het hoofdstuk begint met een casus van een vrouw die voorover op het ijs valt en haar schouder luxeert. Ondanks een succesvolle repositie van de humeruskop blijft de patiënt klachten houden. Bij het klinisch onderzoek wordt duidelijk dat er sprake is van een posterieure instabiliteit. De rest van het hoofdstuk bespreekt de oorzaken, diagnostiek en therapie van deze wat minder vaak voorkomende vorm van schouderinstabiliteit.
Patty Joldersma

19. Oefenprogramma posterieure instabiliteit

Samenvatting
Dit hoofdstuk toont een oefenprogramma voor patiënten met posterieure schouderinstabiliteit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen niet-sporters, recreatieve sporters en wedstrijdsporters.
Patty Joldersma

Nawerk

Meer informatie