Ga naar de hoofdinhoud
Top

Oefenprogramma’s voor schouderaandoeningen

  • 2018
  • hbo
  • Boek

Over dit boek

Dit boek behandelt de meest voorkomende orthopedische aandoeningen van de schouder. Van iedere aandoening wordt een korte karakteristieke casus beschreven waarbij duidelijk gemaakt wordt hoe de aandoening kan worden herkend. Een goed klinisch onderzoek vormt hierbij de basis. De eerste hoofdstukken tonen overzichtelijk de uitvoering van het functieonderzoek en de toegevoegde testen die nodig zijn om een betrouwbare diagnose te kunnen stellen bij patiënten met schouderklachten. Bij iedere aandoening wordt een concreet en praktisch oefenprogramma beschreven en geïllustreerd.

Inhoudsopgave

  1. Voorwerk

  2. 1. Ligamentletsel van het acromioclaviculaire gewricht

    Patty Joldersma, Koos van Nugteren
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk beschrijft een kenmerkende casus van een acromioclaviculair ligamentletsel met daarbij de bevindingen van het functieonderzoek en de belangrijkste klinische tests. De bespreking na de casus gaat dieper in op de oorzaken, de anatomie en de therapeutische mogelijkheden, waaronder een oefenprogramma, om het aangedane gewricht te stabiliseren.
  3. 2. Oefenprogramma acromioclaviculair letsel

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk tonen 46 illustraties het oefenprogramma dat wordt toegepast na een acromioclaviculair ligamentletsel. De oefeningen worden geleidelijk opgebouwd van zeer licht belast tot zwaar.
  4. 3. Frozen shoulder (capsulitis adhaesiva)

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk beschrijft een kenmerkende casus van de frozen shoulder met daarbij de bevindingen van het functieonderzoek en de belangrijkste klinische tests. De bespreking na de casus gaat dieper in op de oorzaken, de stadia, het beloop van de aandoening en de (oefen)therapeutische mogelijkheden om het gewricht te mobiliseren.
  5. 4. Oefenprogramma frozen shoulder en glenohumerale artrose

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk tonen 30 illustraties het oefenprogramma dat wordt toegepast bij de behandeling van een frozen schouder en glenohumerale artrose.
  6. 5. Artrose van het glenohumerale gewricht

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk beschrijft een kenmerkende casus van een glenohumerale artrose met daarbij de bevindingen van het functieonderzoek en de belangrijkste klinische test. De bespreking na de casus maakt duidelijk hoe de aandoening te differentiëren is van de frozen shoulder. Ten slotte worden de therapeutische mogelijkheden beschreven.
  7. 6. Subacromiaal impingementsyndroom

    Jacintha Otten, Patty Joldersma, Arent Snaak
    Samenvatting
    Hoofdstuk 6 bevat een casus van een patiënt met een impingementsyndroom. De term impingementsyndroom is enigszins verwarrend omdat het suggereert dat het een enkele aandoening is met een duidelijke oorzaak. Er kunnen echter verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen. Dit heeft consequenties voor de therapie die men kan toepassen om het probleem te verhelpen.
  8. 7. Oefenprogramma impingementsyndroom

    Jacintha Otten, Patty Joldersma
    Samenvatting
    Een impingementsyndroom kan verschillende oorzaken hebben. Afhankelijk van de oorzaak wordt een therapie opgesteld. Een uniform oefenprogramma is dus eigenlijk niet mogelijk. Dit hoofdstuk toont de oefeningen die bij nagenoeg ieder type impingementsyndroom kunnen worden toegepast.
  9. 8. Rotatorcufftendinose

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk behandelt de rotatorcufftendinose, een veel voorkomende oorzaak van het impingementsyndroom. In de bespreking wordt duidelijk uitgelegd hoe de rotatorenmanchet de grootte van de subacromiale ruimte kan beïnvloeden. Verschillende factoren spelen hierbij een rol.
  10. 9. Spierversterkende oefeningen bij rotatorcufftendinose en artrose

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk toont een uitgebreid oefenprogramma voor patiënten met een rotatorcufftendinose. De oefeningen worden duidelijk beschreven en getoond op 40 foto’s.
  11. 10. Rotatorcuffrupturen

    Patty Joldersma, Jacintha Otten
    Samenvatting
    Het glenohumerale gewricht is van zichzelf instabiel. Stabiliteit moet worden verkregen door contractie van rotatorcuffmusculatuur. Rupturen van rotatorcuffpezen verstoren in ernstige mate de functie van het gewricht. Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens een ruptuur van de m. supraspinatus, de m. infraspinatus, de m. subscapularis en tot slot de lange kop van de m. biceps brachii, een pees die in zekere zin ook tot de stabiliserende rotatorcuff behoort. In de bespreking worden de therapeutische mogelijkheden besproken.
  12. 11. Oefenprogramma rotatorcuffruptuur

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Kort na een rotatorcuffruptuur is de functie van de schouder in het algemeen zeer slecht. Vaak denkt men dat een operatie nodig is om de schouder te herstellen. Toch is het meestal mogelijk om met een heel geleidelijk opgebouwd oefenprogramma een groot deel van de schouderfunctie weer terug te krijgen. Dit hoofdstuk toont in 54 foto’s een dergelijk oefenprogramma.
  13. 12. Anterieure schouderinstabiliteit

    Jacintha Otten, Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk bespreekt de casus van een tennisser die steeds schouderpijn ervaart bij de bovenhandse opslag. Het klinisch onderzoek toont eigenlijk een vrij goede schouderfunctie, totdat er stabiliteitstests worden uitgevoerd. De bespreking gaat uitgebreid in op de oorzaken en behandelmogelijkheden van schouderinstabiliteit.
  14. 13. Oefenprogramma anterieure instabiliteit

    Jacintha Otten
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk toont een oefenprogramma ter behandeling van anterieure schouderinstabiliteit. De oefeningen worden ingedeeld in vijf groepen, ofwel de 5 P’s: oefeningen voor de pivoters, protectors, positioners, propellors en preparators.
  15. 14. De werpschouder

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk gaat wat dieper in op de manier waarop een bovenhandse werpsporter met anterieure schouderinstabiliteit kan worden behandeld.
  16. 15. Oefenprogramma voor de werpsporter

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk toont het oefenprogramma voor de bovenhandse werpsporter met anterieure schouderinstabiliteit.
  17. 16. Het werp ABC

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk toont werpoefeningen waarbij langzaam toegewerkt wordt naar de eenhandige worp met de schouder in late cocking position.
  18. 17. Werptechniek

    Koos van Nugteren
    Samenvatting
    Schouderblessures bij bovenhandse sporters ontstaan vaak door een verkeerd uitgevoerde techniek van gooien, opslaan of smashen. De illustraties in dit hoofdstuk tonen waar het vaak misgaat: de positie van de hand, het indraaien van de romp en de mate van retractie van de schouder. Verder wordt een aangepaste werptechniek getoond voor recreatieve sporters die steeds weer klachten krijgen als zij hun schouder in de late cocking-werphouding brengen.
  19. 18. Posterieure instabiliteit

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Het hoofdstuk begint met een casus van een vrouw die voorover op het ijs valt en haar schouder luxeert. Ondanks een succesvolle repositie van de humeruskop blijft de patiënt klachten houden. Bij het klinisch onderzoek wordt duidelijk dat er sprake is van een posterieure instabiliteit. De rest van het hoofdstuk bespreekt de oorzaken, diagnostiek en therapie van deze wat minder vaak voorkomende vorm van schouderinstabiliteit.
  20. 19. Oefenprogramma posterieure instabiliteit

    Patty Joldersma
    Samenvatting
    Dit hoofdstuk toont een oefenprogramma voor patiënten met posterieure schouderinstabiliteit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen niet-sporters, recreatieve sporters en wedstrijdsporters.
  21. Nawerk

Titel
Oefenprogramma’s voor schouderaandoeningen
Redacteuren
Koos van Nugteren
Patty Joldersma
Jacintha Otten
Copyright
2018
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-368-1924-4
Print ISBN
978-90-368-1923-7
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-1924-4