Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt een totaalbeeld van oedeem en gaat uitgebreid in op de diagnostiek, de evaluatie en de belangrijkste therapievormen. Het is een studieboek én naslagwerk en richt zich primair op fysiotherapeuten, kinesitherapeuten, huidtherapeuten en dermatologen. Ook is het geschikt voor flebologen, geriaters, verpleegkundigen, sportmasseurs en studenten fysiotherapie, kinesitherapie en huidtherapie.

Oedeem en oedeemtherapie is in deze derde druk geheel nieuw van opzet en heeft een meer totale benadering. Ook zijn in alle hoofdstukken de nieuwste inzichten en technieken verwerkt, zoals de toepassing van zorgmodellen bij chronische aandoeningen, en nieuwe beeldvorming in de functionele diagnostiek.

De rode draad wordt gevormd door de international classification of functioning, disability and health (ICF). Onderwerpen als anatomie, (patho)fysiologie van het lymfesysteem, het veneuze systeem, microcirculatie, diagnostische methodes en genetica komen aan de orde. Verder gaat het boek in op conservatieve behandelvormen zoals huidverzorging, compressietherapie, oefentherapie, manuele lymfedrainage, zelfmanagement en diëtetiek. Ook bespreekt het de operatieve technieken en de medicamenteuze behandeling. Vele illustraties ondersteunen de inhoud.

De redactie bestaat uit prof. Nele Devoogdt (fysiotherapeut/kinesitherapeut), Bert Verdonk (fysiotherapeut) en dr. Robert Damstra (dermatoloog). Zij zijn gespecialiseerd in diagnostiek en behandeling van chronisch oedeem. Ook zijn ze verbonden aan het European Reference Network voor primair en pediatrisch lymfoedeem en aan de expertisecentra voor lymfoedeem in Nederland en België.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Anatomie en fysiologie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de laatste stand van zaken rond de anatomie van het lymfestelsel. Verder komen de arteriële en veneuze vaatstelsels aan bod en hun onderlinge samenhang. De afgelopen tien jaar zijn de inzichten in de microcirculatie sterk veranderd. Dit is een van de eerste leerboeken die deze kennis heeft opgenomen. Er wordt stilgestaan bij het vernieuwde Starling-mechanisme, de invloed van lymfestase op vetvorming en de samenhang met obesitas. Ten slotte komen de immunologische aspecten van het lymfesysteem aan bod. De meest bekende functie van het lymfesysteem, i.e. de regulering van de homeostasis in het interstitium, wordt in een nieuw perspectief geplaatst door de introductie van begrippen preload, afterload en contractiliteit. Hierdoor wordt de (patho)fysiologie veel duidelijker. Deze inzichten beïnvloeden de benadering van het probleem chronisch oedeem/lymfoedeem en vormen een onderbouwing van de nieuwe inzichten met betrekking tot therapie.
Robert Damstra, Marc Vuylsteke, Vaughan Keeley

2. Medische diagnostiek

Samenvatting
Medische diagnostiek vormt de basis voor de analyse van zwelling. Er wordt veel aandacht besteed aan de aspecten rond secundair lymfoedeem, mede in relatie met het uitlokkend moment, zoals een oncologische behandeling, filariasis, podoconiosis, erysipelas of overgewicht. Ook wordt besproken dat primair lymfoedeem geen diagnose is en de oude (tijdsgebonden) indeling in congenitaal, precox en tarda wordt verlaten. Middels een speciaal algoritme wordt de work-up bij verdenking van aangeboren lymfoedeem/vasculaire malformatie gepresenteerd waarbij de verschillende genetische afwijkingen worden doorgenomen. Zorgvuldige feno- en genotypering zijn hierbij essentieel. Ook kan zwelling door een veneuze pathologie worden verklaard. Door een systematische benadering van anamnese, lichamelijk en aanvullend onderzoek krijgt u een helder en praktisch beeld van de medische diagnostiek van zwelling. Er is een speciaal hoofdstuk voor huidafwijkingen bij en door lymfoedeem. Het hele hoofdstuk is rijk geïllustreerd met fotomateriaal.
Robert Damstra, Kristiana Gordon, Malou van Zanten, Sahar Mansour, Kirsten van Duinen, Sarah Thomis, Nele Devoogdt, Inge Fourneau, Sjan Lavrijsen, Wendemagegn Enbiale, Michette de Rooij

3. Terminologie en zorgmodellen voor mensen met chronische aandoeningen

Samenvatting
Bij de behandeling van chronische ziekten worden nieuwe concepten van geïntegreerde zorg toegepast. De patiënt heeft een belangrijke rol in zijn of haar behandeling. Lymfoedeem is een chronische aandoening. Een monodisciplinaire benadering met veel hands-on behandeling verschuift naar een biopsychosociaal model en (ICF-)benadering, gecombineerd met een chronisch zorgmodel. Het uitgangspunt is minder de ziekte, maar wel een patiënt met een aandoening. Begrippen als Positieve Gezondheid, gezondheidsvaardigheden, lifestyle en verandergedrag zijn belangrijk om een patiënt zo goed mogelijk te helpen. Een behandelaar fungeert als gezondheidscoach. Om de diagnostiek en behandeling van kinderen en mensen met primair lymfoedeem te verbeteren, werd in 2014 door de Europese gemeenschap (EU) een Europees netwerk voor zeldzame aandoeningen opgericht: het European Reference Network (ERN). Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de verschillende zorgmodellen bij de chronische aandoening oedeem en bespreekt eveneens de werking van de werkgroep voor Pediatrisch en Primair Lymfoedeem binnen de ERN.
Bert Verdonk, Yvonne Heerkens, Stefan Elbers, Robert Damstra

4. Functionele diagnostiek en evaluatie

Samenvatting
De laatste jaren is het evalueren van de persoon met oedeem verschoven van een evaluatie van vooral de stoornis in functie ‘zwelling’, naar het evalueren van ook andere functies (zoals o.a. pijn, uithouding, kracht, overgewicht en mentale gevolgen) en eveneens van de activiteiten en participatie van de persoon met oedeem. Daarnaast dient er in het behandelplan ook rekening gehouden te worden met diverse factoren die de functies en activiteiten en participatie beïnvloeden. In het boek wordt uitgebreid ingegaan op de methode van evalueren van deze verschillende functies, activiteiten en participatie en beïnvloedende factoren. Om de evaluatiemethoden direct bruikbaar te maken voor de praktijk, wordt ook telkens besproken hoe het testresultaat geïnterpreteerd dient te worden en wordt er gewerkt met talrijke afbeeldingen. Om de directe toepasbaarheid van dit hoofdstuk in de klinische praktijk verder te verbeteren, wordt op het einde van het hoofdstuk een oedeem-evaluatieset voor de praktijk voorgesteld.
Nele Devoogdt, Janine Hidding, Tessa De Vrieze, An De Groef, Mira Meeus, Duncan Leistra, Ad Hendrickx, Joke Verheijen, Annemarieke Fleming, Inge Noordhof, Annie Vrij, Bert Verdonk

5. Behandelen van een persoon met oedeem

Samenvatting
Hoofdstuk 5 geeft handvatten voor het opzetten en uitvoeren van een geïntegreerd behandelprogramma voor een persoon met oedeem. Er is aandacht voor alle behandelingsaspecten in de initiële fase, de overgangsfase en de onderhoudsfase. Nieuw zijn het zelfmanagement en het verandergedrag, voeding, tapen en andere biomedische behandelingen; daarom hebben ook andere disciplines zoals de diëtist, psycholoog en compressiespecialist meegeschreven. Nieuw is ook de aandacht voor de medicamenteuze behandeling van infecties en de invloed van medicijnen op het oedeem. In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op voorlichting, compressie, nieuwe vormen van compressietechnologie en oefentherapie; zowel vanuit een theoretisch oogpunt als vanuit de praktijk. De beschrijving van de indicatie en plaats van de reductieve en reconstructieve operatieve mogelijkheden in een multidisciplinaire setting maken dit hoofdstuk compleet.
Robert Damstra, Malou van Zanten, Annemarieke Fleming, Rob Bot, Jan Schuren, Ad Hendrickx, Bert Verdonk, Joyce Bosman, Froukje Potijk, Nele Adriaenssens, Olivier Leduc, Albert Leduc, Romain Barbieux, Ellen Vandyck, Pierre Bourgeois, Wouter Hoelen, Jean-Paul Belgrado, Liesbeth Vandermeeren, Sophie Vankerckhove, Tessa De Vrieze, Joke Verheijen, Vickie Van Besien, Manon van Huijkelom, Pieter Klinkert, Sarah Thomis, Cees Wittens, Sjan Lavrijsen

6. Bijzondere groepen

Samenvatting
In dit nieuwe hoofdstuk worden het klinisch onderzoek en de interventies beschreven bij specifieke groepen zoals kinderen met lymfoedeem, personen met oedeem van het gelaat en hals, oedeem van het borstgebied en met genitaal oedeem. Ook de behandeling van oedeem na een trauma en oedeem bij het complex regionaal pijnsyndroom krijgt aandacht. Verder vindt u ook informatie terug over de relatie tussen overgewicht en oedeem. Het onderzoek en behandeling bij oedeem in de palliatieve fase binnen de palliatieve care-planning sluiten het hoofdstuk af.
Bert Verdonk, Kirsten van Duinen, Miranda Sinneger, Robert Damstra, Koen Bernard, Ad Hendrickx

7. Preventie oedeem

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op secundaire preventie, met name preventie van oedeem na kanker en bij personen met afwijkingen van het veneus stelsel. Omdat het niet gemakkelijk is om preventieve maatregelen vol te houden, wordt eerst ingegaan op de factoren die het naleven van preventieve strategieën positief of negatief kunnen beïnvloeden. Vervolgens wordt de epidemiologie, risicofactoren en de detectie van arm/been-oedeem besproken. Daarna wordt – gebaseerd op wetenschappelijk bewijs – een duidelijk overzicht gegeven van de verschillende preventieve maatregelen die patiënten met risico op arm/been-oedeem dienen te nemen. Tot slot wordt besproken welke wetenschappelijk onderbouwde behandelingen bij de patiënt met risico op oedeem uitgevoerd dienen te worden. Wilt u weten wat de rol is van het informeren van de patiënt, het uitvoeren van oefeningen, manuele lymfedrainage en compressietherapie in de preventie van oedeem, dan dient u dit hoofdstuk zeker te lezen.
Nele Devoogdt, Robert Damstra, Annemarieke Fleming, Sarah Thomis, Sjan Lavrijsen

Nawerk

Meer informatie