Ga naar de hoofdinhoud
Top

Observeren en registreren van vitale functies

Werkcahier Kwalificatieniveau 3 basiszorg deel 3

  • 2007
  • Boek

Inhoudsopgave

  1. Voorwerk

  2. 1 Inleiding

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    In dit werkcahier staat het leren van een aantal veel gehanteerde observatietechnieken centraal, te weten: het bepalen van lichaamstemperatuur, hartslag, ademhaling en bloeddruk. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan enkele eerste hulp handelingen.
  3. 2 Het meten van de lichaamstemperatuur en koude- en warmtetoediening

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk worden de vaardigheden van het meten van de lichaamstemperatuur behandeld. Door het meten van de lichaamstemperatuur krijg je een indruk van de gezondheidstoestand van de zorgvrager.
  4. 3 Het observeren van de hartslag (radiale pols)

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk komt de vaardigheid van het observeren van de radiale pols aan bod. Door het meten van de hartslag krijg je een indruk van de gezondheidstoestand van de zorgvrager.
  5. 4 Het observeren van de ademhaling

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk worden de vaardigheden van het meten van de ademhaling behandeld. Door het meten van de ademhalingsfrequentie en andere kwaliteiten krijg je een indruk van de gezondheidstoestand van de zorgvrager.
  6. 5 Het meten van de bloeddruk

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk staat het leren meten van de bloeddruk centraal. Met het meten van de bloeddruk krijg je, net als bij het opnemen van de temperatuur en het observeren van hartslag en ademhaling, een indruk van de vitale functies van de zorgvrager. Met andere woorden: je verzamelt gegevens gericht op de vitale functies.
  7. 6 Stoornissen in de vitale levensfuncties

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    In dit hoofdstuk staat de hulpverlening bij stoornissen in de algehele toestand (het bewustzijn) centraal. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de vaardigheden die nodig zijn voor het verlenen van hulp bij:
    • een zorgvrager die flauwvalt;
    • een zorgvrager die hyperventileert;
    • een zorgvrager die zijn bewustzijn verliest en in stabiele zijligging gebracht wordt;
    • een zorgvrager die zich verslikt en het benauwd krijgt.
  8. 7 Zelfevaluatietoets en trainingsbijeenkomst

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    Deze zelfevaluatietoets bestaat uit 25 waar/nietwaar-vragen. De vragen hebben betrekking op de theorie van de vaardigheden in dit werkcahier. Beantwoord onderstaande vragen en ga voor jezelf na of je ook begrijpt waarom een bepaalde bewering waar of niet waar is.
  9. 8 Practicum

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    Na het doorwerken van de studieactiviteiten van dit werkcahier ben je voldoende voorbereid om aan het practicum te kunnen beginnen. In de onderstaande opdrachten is ervan uitgegaan dat je met vier leerlingen bent. De oefenopdrachten kunnen ook in grotere of kleinere groepjes worden uitgevoerd; stem de onderlinge taakverdeling daar dan op af. Het practicum bestaat uit oefenopdrachten en oefenen in een rollenspel. Bij de oefenopdrachten oefen je aan de hand van een aantal opdrachten de vaardigheden totdat je ze beheerst. Deze oefenopdrachten vind je in hoofdstuk 8.2. Oefen de vaardigheden in kleine groepjes (drie personen), waarbij je een zorgvrager, een verzorgende en een observator hebt. Zorg ervoor dat een ieder de gelegenheid krijgt de handeling uit te voeren. Laat degene die de rol van observator heeft de tot de bijbehorende observatie- en oefenlijst invullen. Je kunt zelf ook de lijst invullen om je eigen handelen te evalueren. Vergeet niet op de observatie- en oefenlijst (zie 8.5) aandachtspunten voor verdere oefening in te vullen.
  10. 9 Oefenen tijdens de stage

    Geerard Siereveld, Cees van Stipdonk, Johan van ’t Wout
    Samenvatting
    Voor het oefenen tijdens de stage ga je na wanneer je de op school aangeleerde vaardigheden kunt uitvoeren. Ga ook na welke algemene afspraken en richtlijnen over het oefenen met de handelingen op de stageverlenende instelling zijn geformuleerd. In dit geval is dat extra belangrijk, omdat het veelal gaat om acute handelingen.
  11. Nawerk

Titel
Observeren en registreren van vitale functies
Auteurs
Geerard Siereveld
Cees van Stipdonk
Johan van ’t Wout
Copyright
2007
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-9616-0
Print ISBN
978-90-313-5044-5
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-9616-0