Skip to main content
Top
Gepubliceerd in: GZ - Psychologie 3/2021

01-06-2021 | nieuws

nieuws

Auteurs: Marieke Hesseling, Ilse Wielaard

Gepubliceerd in: GZ - Psychologie | Uitgave 3/2021

Log in om toegang te krijgen
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Extract

Afname van depressieve klachten is een belangrijke uitkomstmaat in effectonderzoek. Maar om de behandeluitkomst te verbeteren, moeten we weten wat in therapie wel en niet werkt, en voor wie. Onderzoekers beschreven in een studie dat dit tot op heden moeilijk is uit te zoeken, doordat er weinig variatie is in de kwaliteit van de therapie en er grote individuele verschillen bestaan in de therapierespons van patiënten. Doel van hun studie is dan ook om de samenhang tussen therapiekwaliteit, verandering in het therapieproces, en behandeluitkomsten te onderzoeken en om hierin ook de individuele verschillen te exploreren. Daarvoor putten zij uit data van de FreqMech studie, afkomstig van tweehonderd depressieve patiënten die deelnamen aan cognitieve gedragstherapie (CGT) of aan interpersoonlijke psychotherapie (IPT), één of twee keer per week. Hierbij werd gekeken naar de kwaliteit van de therapie, en wel met vragenlijsten die gericht zijn op CGT/IPT, de beoordeling van video-opnames en op veranderingsprocessen, zoals cognitieve verandering, gedragsactivatie en verandering in therapie-specifieke vaardigheden. Behandeluitkomsten werden gemeten met de Beck Depression Inventory (BDI-II). In de analyses werden 126 deelnemers meegenomen. Uitkomst: er zijn geen significante relaties gevonden tussen kwaliteit en verandering in het therapieproces, en evenmin tussen de kwaliteit en uitkomst van de therapie. Wel vonden de onderzoekers - in weerspraak met hun verwachtingen - dat een hogere CGT-kwaliteit samenhing met een kleinere verbetering in disfunctionele gedachtepatronen en vermindering van IPT-vaardigheden bij patiënten. Verbetering van de therapieprocessen bleek vaker zichtbaar bij patiënten wiens baseline-kenmerken, zoals ernst van de depressie, weinig voorspellende waarde hadden voor de uitkomst. Kortom, de kwaliteit van de therapie bleek in deze studie niet samen te hangen met het therapieproces en de uitkomstmaat, en er zijn aanwijzingen dat het belang van bepaalde therapieprocessen per patiënt verschilt. Ondanks dat er veel variatie was in de therapiekwaliteit, geven de onderzoekers o.a. als verklaring voor de bevindingen dat de overall therapiekwaliteit mogelijk nog te laag was om verschillen en correlaties te detecteren. Verder onderzoek naar wat werkt, en voor wie, is van toenemend belang.
Metagegevens
Titel
nieuws
Auteurs
Marieke Hesseling
Ilse Wielaard
Publicatiedatum
01-06-2021
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
GZ - Psychologie / Uitgave 3/2021
Print ISSN: 1879-5080
Elektronisch ISSN: 1879-5099
DOI
https://doi.org/10.1007/s41480-021-0815-2

Andere artikelen Uitgave 3/2021

GZ - Psychologie 3/2021 Naar de uitgave

vak in beeld

Daniel Kahneman