Skip to main content
Top
Gepubliceerd in: GZ - Psychologie 4/2019

01-08-2019 | nieuws

Nieuws uit de wetenschap

Gepubliceerd in: GZ - Psychologie | Uitgave 4/2019

Log in om toegang te krijgen
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Extract

In het Tijdschrift voor Psychotherapie staat een interessant artikel van Marcus Huibers en Fritz Renner over het toepassen van schematherapie bij chronische depressie.1 Dat schematherapie een effectieve behandeling is voor borderline persoonlijkheidsstoornis en een aantal andere persoonlijkheidsstoornissen is ruimschoots bewezen. Of schematherapie ook werkt voor andere psychische stoornissen is echter nog grotendeels onbekend. Toch wordt schematherapie tegenwoordig voor allerlei problemen ingezet, ook voor klachten waarvoor de behandeleffectiviteit niet of onvoldoende is vastgesteld. Dat zegt iets over het enthousiasme waarmee therapeuten en instellingen deze geïntegreerde vormen van psychotherapie omarmen, maar hierin schuilt ook een zeker gevaar, aldus Huibers en Renner. Schematherapie is een intensieve behandeling die veel bij patiënten kan losmaken. Het is tevens een kostbare behandeling, zeker als het individueel wordt gegeven. Onderzoek naar de effectiviteit van schematherapie is nodig voordat de behandeling op grote schaal kan worden ingezet bij een bepaalde stoornis. Gelukkig wordt er momenteel in binnen- en buitenland veel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid en effectiviteit van schematherapie bij uiteenlopende psychopathologie. In het artikel van Huibers en Renner wordt een onderzoek naar schematherapie bij chronische depressie behandeld. De auteurs schreven onder andere een behandelprotocol - Individuele schematherapie voor chronische depressie - en onderzochten dit protocol op de effectiviteit. Hiervoor werden zeker aanwijzingen gevonden, maar met een goede RCT moet dit in de toekomst nog worden bevestigd. Leuk detail is dat zij ook fMRI-onderzoek deden en daarbij veranderingen zagen, maar ook dit onderzoek staat nog in de kinderschoenen.
Metagegevens
Titel
Nieuws uit de wetenschap
Publicatiedatum
01-08-2019
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
GZ - Psychologie / Uitgave 4/2019
Print ISSN: 1879-5080
Elektronisch ISSN: 1879-5099
DOI
https://doi.org/10.1007/s41480-019-0040-4

Andere artikelen Uitgave 4/2019

GZ - Psychologie 4/2019 Naar de uitgave